Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:9236

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-12-2015
Datum publicatie
15-12-2015
Zaaknummer
10/812293-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van 243 Sr, omdat niet kan worden vastgesteld dat het vermeende slachtoffer haar wil niet kon bepalen, kenbaar maken of weerstand kon bieden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 243
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/812293-12

Datum uitspraak: 11 december 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[woonplaats] ,

raadsvrouw mr. N.F.M. van Osta (namens mr. A.C. van ’t Hek), advocaat te ’s‑Gravenhage.

as

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 november 2015.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. [naam] heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, alsmede dat hij een ambulante behandeling zal ondergaan middels het Therapieprogramma Seksuele Delictplegers (TSD) van polikliniek 'Het Dok', of soortgelijke ambulante forensische zorg.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan de verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard. Zij baseert zich daarbij onder meer op de aangifte van de pleegmoeder van [naam vrouw] en de verklaring van [naam vrouw] . De verdachte en [naam vrouw] waren beiden werkzaam bij een sociale werkplaats. De verdachte heeft seksuele handelingen verricht met [naam vrouw] . Na klachten daaromtrent van haar pleegouders, heeft de verdachte van zijn werkgever verschillende waarschuwingen gekregen dat bij [naam vrouw] sprake is van een verstandelijke beperking en dat zijn gedrag onwenselijk was. De verdachte is desondanks doorgegaan met het onderhouden van seksueel contact met [naam vrouw] . Blijkens het verslag van het psychologisch onderzoek van 13 augustus 2008 van het Centrum voor Pleegzorg heeft [naam vrouw] een laag IQ waardoor zij functioneert op licht zwakzinnig niveau.

De verdachte heeft seksuele handelingen met [naam vrouw] verricht, terwijl zij vanwege deze verstandelijke beperking niet of onvoldoende in staat was haar wil hieromtrent te bepalen. Dit is een strafbaar feit en de verdachte heeft minst genomen voorwaardelijk opzet gehad op het plegen van het feit.

4.2.

Beoordeling

Het staat buiten kijf dat de verdachte seks (geslachtsgemeenschap) heeft gehad met [naam vrouw] . Zowel de verdachte als [naam vrouw] heeft verklaard meermalen seksueel contact te hebben gehad en dit wordt bevestigd door wat in de chatberichten valt te lezen.

Ook kan eenvoudig worden vastgesteld dat [naam vrouw] ten tijde van het ten laste gelegde feit leed aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Weliswaar is er geen rapport met een IQ-meting van een datum in de ten laste gelegde periode voorhanden, maar eerdere metingen komen uit op een licht zwakzinnig niveau en er is geen enkele aanwijzing dat hierin een wezenlijke verandering is opgetreden.

Echter, de rechtbank kan niet vaststellen dat [naam vrouw] ten tijde van het ten laste gelegde feit niet of onvolkomen in staat was om ten aanzien van dit seksuele contact haar wil te bepalen of kenbaar te maken of weerstand te bieden. De enkele vaststelling dat [naam vrouw] een lager IQ dan gemiddeld heeft, is daarvoor onvoldoende.

In tegendeel, er zijn juist aanknopingspunten die er op wijzen dat [naam vrouw] juist wel in staat was om haar wil te bepalen ten aanzien van dit seksuele contact. Uit de gevoerde chatgesprekken blijkt dat [naam vrouw] de verdachte steeds liefdevol aansprak en ook zelf regelmatig het initiatief nam voor een chatgesprek. Ook in die gesprekken toonde zij zich niet passief. Zij deed er alles aan om samen te zijn met de verdachte en zij probeerde het contact met de verdachte te verbergen voor haar pleegouders. Hieruit leidt de rechtbank af dat [naam vrouw] zich ervan bewust was dat haar pleegouders de (seksuele) contacten met de verdachte afkeurden en haar eigen afweging heeft gemaakt om toch door te gaan. Uit de chatgesprekken is voorts gebleken dat de verdachte [naam vrouw] tevoren heeft gevraagd of zij het goed vond dat er seksueel contact zou plaatsvinden wanneer zij elkaar weer zouden zien en dat bovendien over het gebruik van condooms is gesproken. [naam vrouw] heeft deze vragen van de verdachte ook beantwoord. Hierdoor kan ook niet worden gesteld dat [naam vrouw] is overrompeld door de verdachte bij de seksuele contacten. Ook heeft [naam vrouw] zich naar het oordeel van de rechtbank gezien bovenstaande omstandigheden kunnen onttrekken aan de invloedsfeer van de verdachte.

Ten slotte merkt de rechtbank op, dat uit de verklaringen van [naam vrouw] blijkt dat de verdachte niet de eerste was met wie zij seks had, dat ze dus tevoren echt wel wist wat seks inhield, en dat er geen aanwijzingen zijn dat zij ook toen haar wil niet kon bepalen of kenbaar kon maken, of weerstand kon bieden.

4.3.

Conclusie

De door de verdachte met [naam vrouw] verrichte seksuele handelingen leveren niet het misdrijf op zoals ten laste gelegd. De verdachte zal daarom daarvan worden vrijgesproken.

5 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam vrouw] , wonende te [woonplaats] ter zake van het tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

De verdachte hoeft dus geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij.

6 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [naam vrouw] niet-ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van den Bos, voorzitter,

en mrs. K.T. van Barneveld en A. van Luijck, rechters,

in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 25 maart 2012 te

Vlaardingen en/of elders in Nederland, meermalen, althans éénmaal, (telkens)

met iemand, te weten S. [naam vrouw] , van wie hij, verdachte, wist dat die [naam vrouw]

[naam vrouw] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn, of lichamelijke

onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of

ziekelijke stoornis van zijn / haar geestvermogens leed dat die [naam vrouw]

niet of onvolkomen in staat was zijn / haar wil daaromtrent te bepalen of

kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en)

heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [naam vrouw] , namelijk het (telkens)

brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [naam vrouw] ;

(artikel 243 Wetboek van Strafrecht)