Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:9169

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-10-2015
Datum publicatie
14-12-2015
Zaaknummer
3922436
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

schelden op Facebook onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/93
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 3922436 CV EXPL 15-1951

[jw.sys.1.rolnummer][jw.sys.1.datum_verweer]uitspraak: 29 oktober 2015

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van

Hendrik Willem [eiser],

woonplaats: [plaatsnaam] ,

eiser in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. S. Meeuwsen,

tegen

1. [VOF],

2. [gedaagde 2],

3. [gedaagde 3],

allen te [plaatsnaam] ,

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

zelf procederend.

Partijen zullen “ [eiser] ” respectievelijk “ [VOF] ” worden genoemd; gedaagden worden afzonderlijk aangeduid als “ [VOF] ”, “ [gedaagde 2] ” en “ [gedaagde 3] ”.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 27 februari 2015, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende de conclusie van eis in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie tevens houdende de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  • -

    een brief van [eiser] van 13 april 2015 aan de griffie met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen op 12 oktober 2015.

2 De vaststaande feiten

2.1

[VOF] exploiteren [naam café] in [plaatsnaam] . [eiser] is vaste klant van [VOF] geweest en heeft een aantal jaar een persoonlijke en een zakelijke relatie met [VOF] gehad.

2.2

Medio juli 2013 zijn de verhoudingen tussen [eiser] en [VOF] verslechterd. [eiser] heeft aan [gedaagde 2] en [gedaagde 3] laten weten dat bij hem het syndroom van Asperger is vastgesteld en dat zijn gedrag daardoor wordt beïnvloed.

2.3

Op 25 oktober 2013 hebben [VOF] aan [eiser] schriftelijk de toegang tot het door hun geëxploiteerde café ontzegd omdat zij het gedrag van [eiser] onbehoorlijk vinden.

2.4

[gedaagde 2] heeft op Facebook de volgende berichten geplaatst die betrekking hebben op [eiser] :

“[…] Die meneer is de moeite van fb inderdaad niet waard.”

“[…] Nogmaals duidelijk: meneer E is de moeite van aandacht niet waard, dus geef hem dat dan ook niet […].”

“[…] We snappen best dat het makkelijker is om op te komen voor personen met psychische afwijkingen die zuigen dan iemand die stervende is. […].”

“Ja hoor. We hebben onze stalker weer terug met z’n komkommer syndroom. Lukt het niet bij de politie dan maar bij de gemeente. Begin het behoorlijk zat te worden met die gast. Payback time dan maar. […]”

Daaronder staat een afbeelding met de tekst: “Some people are like clouds. When they go away, it’s a beautiful day.”

“[…] Slechts een loser die blijft klieren.”

“Zucht, onze stalker is weer eens bezig met het informeren of er iemand een valse verklaring wilt geven over onze evenementen en/of kroeg. Niemand bij de overheid neemt het nog serieus. Laat staan de gasten

Get a live sukkel !”

“Voor onze stalker die nu met vrienden probeert via onze gasten en bezoekers van het [festival] een negatieve verklaring over de organisatie te krijgen voor z’n zoveelste mislukte aangifte. En [plaatsnaam] zal hem nog meer verassen !

Get a live sukkel”

Daaronder staat een afbeelding met de tekst: “Het spijt me dat je mijn eerlijkheid niet leuk vindt! Maar ik hou ook niet van jouw leugens….”

2.5

Op 6 juli 2014 is aan [eiser] de toegang ontzegd tot het [festival] dat wordt georganiseerd door Stichting [Z.] .

3 Het geschil

In conventie

3.1

[eiser] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. te verklaren voor recht dat [VOF] onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld door:

a. [eiser] op 25 oktober 2013 een verblijfsontzegging/lokaalverbod op te leggen;

b. [eiser] in juli 2014 de toegang tot een openbaar festival te onthouden;

c. het herhaaldelijk via sociale media en derden doen van grievende uitlatingen over [eiser] ;

II. [VOF] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van

€ 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

III. [VOF] te verbieden zich onnodig grievend uit te laten over [eiser] , een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke uitlating, dan wel een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie meent te bepalen;

IV. [VOF] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2

Aan zijn vordering heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat [VOF] onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld door hem op onjuiste gronden een verblijfsontzegging/lokaalverbod op te leggen en door hem ten onrechte de toegang tot een openbaar festival te ontzeggen. Verder hebben [VOF] volgens [eiser] onrechtmatig gehandeld door diverse onnodig grievende uitlatingen over hem te doen via de sociale media. [eiser] heeft hierdoor immateriële schade geleden.

3.3

[VOF] hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. [VOF] betwisten dat zij aan

[eiser] ten onrechte een verblijfsontzegging voor hun café hebben opgelegd. Zij betwisten dat zij zich onrechtmatig over hem hebben uitgelaten. Zij voeren aan op Facebook slechts gereageerd te hebben op opmerkingen van [eiser] zonder daarbij zijn naam te gebruiken. [VOF] erkennen dat [eiser] ten onrechte de toegang tot het [festival] is ontzegd.

In reconventie

3.4

[VOF] vorderen dat [eiser] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 5.000,00 voor geleden schade aan het imago van de horecagelegenheid, geleden emotionele schade, geleden materiële schade, verlies aan een app en gespendeerde kosten voor de mobiele site voor het [festival] . Verder vorderen zij een bedrag van

€ 100,00 “bij het alsnog grievend uitlaten met betrekking tot” [VOF] . Aan hun vorderingen leggen zij onrechtmatig handelen van [eiser] ten grondslag.

3.5

[eiser] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering met veroordeling van [VOF] in de proceskosten. [eiser] voert aan dat de vordering niet is onderbouwd. [eiser] betwist onrechtmatige uitlatingen over [VOF] te hebben gedaan. [eiser] betwist dat hij tekort is geschoten bij het ontwikkelen van de door [VOF] bij hem bestelde app en voert aan dat hij niet in gebreke is gesteld.

4 De beoordeling van de vorderingen

In conventie

De ontzegging van de toegang tot café [naam café]

4.1

Het stond [VOF] als eigenaren van café [naam café] vrij om [eiser] de toegang tot dat café te ontzeggen. Wat [eiser] aanvoert over de vorm waarin de ontzegging aan hem is meegedeeld, leidt niet tot het oordeel dat de ontzegging onrechtmatig is. Het door [eiser] ingeroepen Protocol Collectieve Horecaontzegging Binnenstad [plaatsnaam] is niet van toepassing in dit geval, reeds omdat geen sprake is van een collectieve horecaontzegging. Ondertekening door de politie of een aangifte van [VOF] tegen [eiser] zijn daarom niet vereist. De vorderingen worden op dit onderdeel afgewezen.

De ontzegging van de toegang tot het [festival]

4.2

[eiser] stelt dat hem de toegang tot het [festival] is ontzegd op instructie van de organisatie van dat festival. Vast staat dat het [festival] wordt georganiseerd door Stichting [Z.] , die geen partij is in deze procedure. Ook dit onderdeel van de vorderingen zal daarom worden afgewezen.

De uitlatingen op Facebook

4.3

[eiser] legt aan zijn vordering genoemd onder 3.1, onder I, onder a, de hiervoor geciteerde berichten op Facebook ten grondslag. Deze zijn alleen afkomstig van [gedaagde 2] , zodat de vordering voor zover gericht tegen [VOF] en [gedaagde 3] zal worden afgewezen.

4.4

Hoewel de naam van [eiser] in die berichten niet is genoemd, is niet betwist dat bij de groep van bekenden van café [naam café] duidelijk was dat de berichten op

[eiser] betrekking hebben. Bij beantwoording van de vraag of [gedaagde 2] door de hiervoor geciteerde berichten op Facebook onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld, spelen twee fundamentele rechten een rol, te weten het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet en artikel 10 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM), anders gezegd het recht op bescherming van de eer en goede naam. Toewijzing van de vordering van [eiser] levert een beperking op van de vrijheid van meningsuiting. [eiser] legt aan die beperking een onrechtmatige daad ten grondslag en stelt dat die beperking strekt tot bescherming van zijn eer en goede naam. Om te bepalen of in een democratische samenleving toewijzing van het gevorderde noodzakelijk is ter bescherming van de eer en goede naam van [eiser] dient een afweging te worden gemaakt die met inachtneming van alle bijzonderheden van het geval ertoe strekt na te gaan welk van beide hier tegenover elkaar staande fundamentele rechten - enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting en anderzijds het recht op eer en goede naam - in dit geval zwaarder weegt. Hiertoe zal achtereenvolgens stil worden gestaan bij:

a. het doel van de publicatie door [gedaagde 2] ,

b. de aard van de publicatie en de mate waarin ten tijde van de publicatie de uitlatingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal, en

c. de ernst van de te verwachten gevolgen voor [eiser] .

ad a.

4.4.1

Niet gebleken is dat het plaatsen van de omstreden berichten op internet een maatschappelijk belang diende.

ad b.

4.4.2

De uitlatingen van [gedaagde 2] komen erop neer dat [eiser] iemand is met een psychische afwijking die [VOF] stalkt en aan wie op Facebook geen aandacht moet worden geschonken. Verder is daarin vermeld dat [eiser] een sukkel en een loser is, wordt daarin de suggestie gewekt dat [eiser] een leugenaar is en wordt de spot gedreven met de door [eiser] aan [gedaagde 2] en [gedaagde 3] kenbaar gemaakte psychische problemen van [eiser] . [gedaagde 2] heeft geen feiten gesteld waaruit kan worden opgemaakt dat [eiser] [VOF] stalkt en onwaarheden over hen verkondigt. Maar ook als juist zou zijn dat [eiser] [VOF] stalkt en onwaarheden over [VOF] verkondigt, dan is dat nog geen reden om [eiser] voor sukkel en loser uit te maken en de spot te drijven met zijn psychische problemen. [gedaagde 2] heeft met zijn uitlatingen op Facebook de grenzen van de betamelijkheid overschreden.

ad. c.

4.4.3

De berichten zijn geplaatst op Facebook in een groep van bekenden van café [naam café] en hebben dus geen groot publiek bereikt. Deze omstandigheid bezien in samenhang met de aard van de gewraakte uitlatingen en de maatschappelijke positie van [eiser] maken dat het niet aannemelijk is dat de schadelijke gevolgen voor

[eiser] groot zijn.

4.5

[gedaagde 2] diende geen maatschappelijk belang met de door hem op Facebook geplaatste berichten. Er was dus geen noodzaak tot publicatie daarvan op het internet.

In beginsel worden ook dergelijke publicaties beschermd door het recht op vrije meningsuiting. In dit geval zijn de uitlatingen echter deels ongefundeerd en deels onbetamelijk. Verder zijn de berichten - zij het in geringe mate - schadelijk. Onder die omstandigheden is de vrijheid van meningsuiting beperkt. De vordering van [eiser] zal worden toegewezen en voor recht zal worden verklaard dat de uitlatingen van

[gedaagde 2] onrechtmatig zijn jegens [eiser] .

4.6

Door de onrechtmatige uitlatingen van [gedaagde 2] is [eiser] geschaad in zijn eer en goede naam. Daarom zal [gedaagde 2] worden veroordeeld tot vergoeding van de immateriële schade van [eiser] . Met inachtneming van de omstandigheden van het geval als hiervoor genoemd stelt de kantonrechter deze schade naar redelijkheid en billijkheid vast op een symbolisch bedrag van € 50,00. Nu [gedaagde 2] geen verweer heeft gevoerd tegen de door

[eiser] gevorderde wettelijke rente, zal hij veroordeeld worden tot betaling van voornoemd bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot de dag van volledige betaling.

4.7

[gedaagde 2] zal worden verboden zich grievend uit te laten over [eiser] .

Op overtreding van dit verbod zal een dwangsom worden gesteld van € 150,- per grievende uitlating met een maximum van € 1.500,00.

4.8

Omdat partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, zal worden bepaald dat partijen elk hun eigen kosten dragen.

In reconventie

4.9

[VOF] stellen dat [eiser] hun eer en goede naam heeft aangetast via sociale media en in de lokale horeca. Zij hebben die door [eiser] betwiste stelling slechts onderbouwd met een verwijzing naar een foto van een t-shirt met de tekst

“at least i dare to be different” die volgens hen door [eiser] op Facebook is geplaatst.

Deze uitlating van [eiser] is niet onrechtmatig jegens [VOF]
Reeds daarom zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade worden afgewezen.
Om dezelfde reden zal ook de vordering om [eiser] te verbieden zich grievend uit te laten met betrekking tot [gedaagde 2] en [gedaagde 3] en café [naam café], worden afgewezen. De overige vorderingen zijn niet nader onderbouwd en zullen daarom eveneens worden afgewezen.

4.10

[VOF] zullen in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld.

Die kosten worden begroot op een bedrag van € 200,- voor salaris van de advocaat van
[eiser] .

5 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

- verklaart dat de onder 2.4 geciteerde berichten van [gedaagde 2] onrechtmatig zijn jegens

[eiser] ;

- veroordeelt [gedaagde 2] om aan [eiser] tegen kwijting te betalen € 50,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening123;

- verbiedt [gedaagde 2] om zich grievend over [eiser] uit te laten;

- bepaalt dat [gedaagde 2] bij overtreding van dit verbod een dwangsom van € 150,00 verbeurt per grievende uitlating over [eiser] met een maximum van € 1.500,00;

- bepaalt dat partijen elk hun eigen kosten dragen;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

- wijs het gevorderde af;

- [ jw.sys.1.eiser_verz_versch_vastr_1]73,89veroordeelt [VOF] hoofdelijk in de proceskosten in reconventie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de dag waarop het vonnis is gewezen tot de dag der voldoening;

in conventie en in reconventie

- verklaart het vonnis voor wat betreft de veroordelingen tot betaling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

16968