Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:8985

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
08-12-2015
Zaaknummer
C/10/11/1328 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verlening schone lei; Schuldenares heeft een beperkte lees- en schrijfvaardigheid. Zij kreeg hulp bij het uitvoeren van haar sollicitatieplicht. Mede gezien het verloop van de communicatie met de bewindvoerder, en de beperking qua lezen en schrijven van schuldenares is de tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen niet van dien aard, dat dit de verlening van de schone lei in de weg mag staan.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet, geldigheid: 2015-12-08
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2016/37

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

verlening schone lei

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 18 november 2015

Bij vonnis van deze rechtbank van 25 november 2011 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam 1] ,

[adres]

[woonplaats] ,

schuldenares,

bewindvoerder: P.R. Suvaal-Laurens.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft op 10 september 2015 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Op 4 november 2015 heeft de rechtbank een faxbericht ontvangen van de bewindvoerder met daarin de laatste stand van zaken.

De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 11 november 2015. Schuldenares, bijgestaan door mevrouw [naam 2] en [naam 3] van Maatschappelijke Dienstverlening Rijnmond Plus, en de waarnemend bewindvoerder de heer G.J. van Rossen zijn ter terechtzitting verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De beoordeling

De bewindvoerder heeft in haar faxbericht van 4 november 2014 bericht dat de boedelachterstand volledig door de Gemeentelijke Kredietbank op de boedelrekening is gestort. Wat betreft de sollicitatieverplichting heeft de bewindvoerder bericht dat schuldenares pas vanaf juli 2014 op de juiste wijze heeft gesolliciteerd en daardoor dertien maanden tekort is geschoten in de nakoming van de sollicitatieverplichting.

Ter terechtzitting is de sollicitatieverplichting van schuldenares besproken. Schuldenares heeft ter terechtzitting verklaard dat zij na de terechtzitting van 5 december 2012 bij Maatschappelijke Dienstverlening Rijnmond Plus begeleiding heeft gezocht voor het nakomen van de sollicitatieverplichting. Schuldenares heeft verklaard dat zij niet kan lezen en schrijven en hier (in het verleden) op verschillende manieren hulp voor heeft gezocht, bijvoorbeeld door het volgen van lessen op een avondschool.

Mevrouw [naam 2] van Maatschappelijke Dienstverlening Rijnmond Plus heeft ter terechtzitting verklaard dat schuldenares wat betreft de sollicitatieverplichting afhankelijk is van de hulp.

Zij heeft aangevoerd dat zij hun uiterste best hebben gedaan, maar dat de communicatie vanuit de bewindvoerder niet goed verliep. Mevrouw [naam 2] heeft verder verklaard dat wekelijks contact is gezocht met bewindvoerderskantoor Modus Vivendi over of op de juiste wijze werd gesolliciteerd. Ter zitting is een brief getoond van 30 oktober 2014 waarin staat dat schuldenares tot en met mei 2014 heeft voldaan aan haar sollicitatieplicht. Mevrouw [naam 2] heeft hieruit afgeleid dat het op orde was. Ter terechtzitting wordt er door de bewindvoerder ook teruggekomen op de periode voor mei 2014.

De bewindvoerder heeft ter terechtzitting verklaard dat het nakomen van de sollicitatieverplichting met name gaat over het format en de weging die daarbij moet worden gemaakt. De bewindvoerder heeft verder verklaard dat de sollicitatiebrieven in een ander format zijn gedaan dan volgens de regels van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Voorts heeft de bewindvoerder verklaard dat schuldenares begeleid wordt bij het schrijven van sollicitatiebrieven en dat hij aanneemt dat het aan de standaard voldoet.

De rechtbank stelt voorop dat schuldenares vanaf juli 2014 haar sollicitaties op de juiste wijze heeft verantwoord. Schuldenares heeft al vanaf 5 december 2012 hulp gekregen bij het uitvoeren van haar sollicitatieplicht, wat gezien haar beperkte lees- en schrijfvaardigheid ook noodzakelijk is. Bij alle sollicitaties is schuldenares geholpen. Dat de maatschappelijke dienstverlening (en daardoor schuldenares) in de veronderstelling verkeerde dat de sollicitatieplicht in orde was, is gezien de brief van 30 oktober 2014 begrijpelijk. De bewindvoerder onderkent ook dat schuldenares steeds in samenwerking met maatschappelijke dienstverlening heeft gesolliciteerd, zodat redelijkerwijs verwacht mag worden dat de inhoud van de sollicitaties aanvaardbaar is geweest. Dat wellicht bij nadere inspectie van het dossier niet (meer) bij elke sollicitatie de motivatietekst valt te achterhalen, is – mede gezien het verloop van de communicatie, en de beperking qua lezen en schrijven van schuldenares – niet van dien aard, dat dit de verlening van de schone lei in de weg mag staan.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

3 De beslissing

De rechtbank:

  • -

    stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft;

  • -

    bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares eindigen op 25 november 2015;

- verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;

- stelt het salaris van de bewindvoerder tot 1 oktober 2012 vast op € 462,00 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en vanaf 1 oktober 2012 vast op € 2.0839,33 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt deze bedragen, voor zover deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan, ten laste van schuldenares.

- stelt de door de bewindvoerder gemaakte reiskosten vast op € 26,64.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 november 2015.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.