Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:8707

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-11-2015
Datum publicatie
27-11-2015
Zaaknummer
C/10/477774 / HA ZA 15-657
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Stichting die een kerkelijke gemeente stand houdt. Omzetting in kerkgenootschap. Vordering tot onderzoek naar financieel beleid bestuur en tot schorsing van het bestuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2351
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/477774 / HA ZA 15-657

Vonnis van 11 november 2015

in de zaak van

[eiser]

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. J.G. Plet,

tegen

de stichting

STICHTING EL'JAKIM,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.E. van Rossem.

Partijen zullen hierna [eiser] en El'jakim genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van de kantonrechter van 5 juni 2015;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van 13 oktober 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1.

El'jakim is een stichting, opgericht bij akte van 14 november 1989, die een ‘Volle Evangelie Gemeente’ (hierna: de Gemeente), in stand houdt.

2.2.

[voorzitter 1] is voorzitter van het bestuur van de stichting en tevens voorganger in de Gemeente. Secretaris en penningmeester is [penningmeester] .

2.3.

De statuten van El'jakim omschrijven het doel van de stichting als volgt, weergegeven voor zover van belang:

“1. De stichting heeft ten doel:
het verrichten van evangelisatiewerk in de ruimste zin des woords, onder alle lagen van de bevolking, in het bijzonder de jeugd, hulpverlening aan mensen die lijden aan enige verslaving, of die eenzaam zijn en in het algemeen aan al die mensen, die om welke reden dan ook hulp behoeven.
2. De stichting tracht haar doel te bereiken door:
… g. het verlenen van steun aan zendingsverenigingen, aan zendelingen of evangelisten, aan het zendingswerk en evangelisatiewerk”.

2.4.

In 2004 hebben [voorzitter 1] en [penningmeester] in Suriname de – gelijknamige – stichting El'jakim opgericht. Op een later moment is de naam van deze Surinaamse stichting gewijzigd in El'jakim Suriname (hierna: de Surinaamse stichting).

2.5.

De Surinaamse stichting heeft in 2007 een perceel grond in Saramaca (Suriname) gekocht van [verkoper] voor € 26.160,-. De koopprijs is betaald door El'jakim.

2.6.

[voorzitter 1] heeft namens El’jakim vanaf januari 2014 via Suri Change B.V te Rotterdam € 15.800,- overgemaakt naar Suriname.

2.7.

[gastspreker] heeft enkele keren, in elk geval in 2014, opgetreden als gastspreker in kerkdiensten van de Gemeente.

2.8.

In 2014 heeft [gastspreker] met [voorzitter 1] gediscussieerd over enkele organisatorische kwesties, waaronder de (volgens [gastspreker] bestaande) noodzaak van het houden van een algemene ledenvergadering, de vraag of sprake was van een bestuur in overeenstemming met de statuten en de vraag of El'jakim heeft te gelden als een kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2:2 BW. Deze discussie heeft geleid tot een bezoek aan een notaris, waarbij [voorzitter 1] , [penningmeester] en [gastspreker] aanwezig waren, naar aanleiding waarvan de notaris een voorstel voor een wijziging van de statuten heeft gedaan. De statuten zijn niet gewijzigd.

3 Het geschil

3.1.

In conventie vordert [gastspreker] het volgende:

“1. dat een onderzoek zal worden ingesteld in verband met het vermogen van de Stichting EL-Jakim in Nederland welke een religieuze kerkgenootschap is en het besteden van de gelden.

a. het bedrag € 26.160,= welke namens de Stichting El-Jakim aan de heer [verkoper] in Suriname is voldaan en de wijze waarop.

b. Het bedrag € 15.800,= welke namens de Stichting EL-Jakim vanaf januari 2014 via Suri Change B.V te Rotterdam is overgemaakt naar Suriname.

2. Onderzoek met betrekking tot de wijze waarop de heer [voorzitter 3] [voorzitter 1] en mevrouw [penningmeester] de Stichting EL-Jakim in Suriname hebben opgericht. Vervolgens een bedrag groot

€ 26.160,= namens de Stichting EL-Jakim Nederland is voldaan voor voornoemd perceelland in Suriname groot 25,5703 ha

3. Gedaagde te gelasten dat een behoorlijk administratie zal worden gevoerd en dat de leden van de kerkgenootschap geïnformeerd worden over de gang van zaken als ook de financiële zaken.

4. Gedaagde te gelasten de oprichtingsakte d.d. 14 november 1989 te wijzigen conform de wettelijk regels zodat het recht van de leden van de kerkgenootschap wordt gekend.

a. Eiser verzoekt U. Edelachtbare kantonrechter een besluit te nemen tot omzetten van de Stichting EL-Jakim in een kerkgenootschap tevens een besluit te nemen tot wijziging van de statuut.

b. De oprichtingsakte d.d.14 november 1989 (ref: [oprichtingsakte] ) om te zetten in een nieuwe notariële akte waarin de rechten van de leden van de kerkgenootschap zijn opgenomen.

5. Gezien de ernst van de situatie verzoekt eiser U.E. een voorlopig Bestuur te benoemen tot dat het onderzoek is voltooid

6. De Stichting EL-Jakim te veroordelen in de kosten en de proceskosten.

Eiser is bereidt nadere bewijsstukken te overleggen en hetgeen naar voren is gebracht van een nadere schriftelijk en / of mondelinge toelichting te voorzien.”

3.2.

El'jakim concludeert tot afwijzing van de vordering in conventie, met veroordeling van [gastspreker] in de proceskosten.

3.3.

In reconventie vordert El'jakim veroordeling van [gastspreker] tot betaling van € 459,80 inclusief wettelijke rente, met veroordeling van [gastspreker] in de proceskosten waaronder de nakosten.

3.4.

[gastspreker] concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie, met veroordeling van El'jakim in de proceskosten.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Nadat in deze zaak een comparitie van partijen was gelast, heeft de rechtbank geconstateerd dat [gastspreker] niet tijdig het aanvullende griffierecht heeft voldaan. De rechtbank zal hieraan geen consequenties verbinden, daargelaten de vraag welke gevolgen een niet tijdige betaling in een geval als het onderhavige (verwijzing door de kantonrechter op de voet van artikel 71 Rv) kan hebben. Ter zitting heeft [gastspreker] immers verklaard dat het griffierecht ten onrechte niet is afgeboekt op de rekening-courant van zijn advocaat, waarna namens de rechterlijke organisatie abusievelijk aan zijn advocaat te kennen is gegeven dat zonder factuur geen griffierecht kon worden voldaan. Nu kennelijk sprake is van een omissie aan de zijde van de rechterlijke organisatie, behoort dit niet aan [gastspreker] te worden tegengeworpen.

4.2.

El'jakim heeft betoogd dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard, omdat daarin de gronden van de vordering ontbreken (vergelijk artikel 111 lid 2 onder d jo. 120 lid 1 Rv). De rechtbank verwerpt dit standpunt. El'jakim is in de procedure verschenen en heeft haar standpunt ten aanzien van de stellingen van [gastspreker] in voldoende mate naar voren kunnen brengen, zoals blijkt uit de conclusie van antwoord en haar verklaringen ter zitting. Zij is als gevolg van het (gestelde) gebrek in de dagvaarding niet onredelijk in haar belangen geschaad (artikel 122 Rv).

4.3.

De vorderingen van [gastspreker] komen kennelijk voort uit zorgen die hij heeft over de wijze waarop El'jakim is georganiseerd en over de besteding van de gelden van de stichting, die veelal afkomstig zijn uit giften van kerkbezoekers. Als de rechtbank het goed begrijpt, zijn die zorgen concreet gebaseerd op het feit dat El'jakim heeft zorg gedragen voor de financiering van de aankoop door de Surinaamse stichting van het perceel grond in Saramaca en de wijze waarop die financiering is verlopen. [gastspreker] heeft ter zitting verklaard dat hij van mening is dat El'jakim door deze gedragingen heeft gehandeld in strijd met de statuten, waardoor in zijn ogen sprake is van onrechtmatig handelen van El'jakim jegens hem. Om die reden komt hem de bevoegdheid toe om te vorderen dat een “onderzoek zal worden ingesteld in verband met het vermogen” van El'jakim (vordering onder 1).

4.4.

De rechtbank verwerpt dit standpunt. Op grond van artikel 2:297 BW heeft het openbaar ministerie de bevoegdheid inlichtingen van het bestuur te verzoeken in geval van ernstige twijfel of de wet of de statuten te goeder trouw worden nageleefd, dan wel het bestuur naar behoren wordt gevoerd. Niet valt in te zien op welke grond die bevoegdheid aan [gastspreker] zou toekomen. Daartoe is in elk geval onvoldoende dat hij al sinds 1994 de kerkdiensten van El'jakim bezoekt, dat hij enkele keren in de dienst is voorgegaan en dat hij (naar eigen zeggen, hetgeen door El'jakim wordt betwist) geld voor El'jakim heeft ingezameld.

4.5.

Daarbij komt dat [gastspreker] zijn standpunt dat El'jakim onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met de statuten (indirect) grond in Suriname te kopen onvoldoende concreet heeft onderbouwd. El'jakim heeft aangevoerd dat deze grond is aangekocht ten behoeve van het door haar ondersteunde project ‘Rachab’. Dat project is gericht op de bouw van een opvanghuis voor verwaarloosde en misbruikte kinderen, en dat past binnen de in 2.3 geciteerde doelstelling, aldus El'jakim. Dit betoog vindt steun in de stukken, waaronder het door [gastspreker] overgelegde verslag van de algemene vergadering van 10 juli 2014 (productie 3). Dit betoog heeft [gastspreker] niet bestreden. Hij heeft volstaan met het standpunt dat de betalingen voor de aankoop van het perceel niet transparant zijn verlopen en dat bij de aankoop familie van [voorzitter 1] in Suriname betrokken was. Nog daargelaten dat El'jakim de gang van zaken met betrekking tot de betalingen ter zitting heeft toegelicht, welke toelichting niet concreet door [gastspreker] is weersproken, geldt dat hetgeen door [gastspreker] is aangevoerd, onvoldoende is om de conclusie te rechtvaardigen dat El'jakim onrechtmatig heeft gehandeld.

4.6.

Voor de vordering onder 2 (onderzoek met betrekking tot de wijze waarop [voorzitter 1] en [penningmeester] de Surinaamse stichting hebben opgericht) geldt dat, zoals El'jakim terecht heeft aangevoerd, het bij deze vordering kennelijk gaat om het handelen van twee natuurlijke personen die in deze procedure geen partij zijn. Al om die reden komt deze vordering niet voor toewijzing in aanmerking.

4.7.

De vordering onder 3 (bevel aan El'jakim om een “behoorlijke” administratie te voeren) komt om de in 4.4 en 4.5 genoemde redenen evenmin voor toewijzing in aanmerking.

4.8.

Onder 4 vordert [gastspreker] een bevel aan El'jakim om de statuten te wijzigen, “zodat het recht van de leden van [het] kerkgenootschap wordt gekend”. Deze vordering is aldus geconcretiseerd dat [gastspreker] kennelijk een omzetting van de rechtsvorm van El'jakim wenst, van stichting in kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2:2 BW, alsook een regeling van de rechten van de leden van het kerkgenootschap. Deze vordering stuit reeds af op het gegeven dat een statutenwijziging door de rechtbank slechts mogelijk is op verzoek van een oprichter, het bestuur of het openbaar ministerie (artikel 2:294 BW). Omzetting in een andere rechtsvorm kan bovendien slechts op verzoek van de stichting zelf plaatsvinden (artikel 2:18 lid 5 BW).

4.9.

Onder 5 vordert [gastspreker] dat de rechtbank “gezien de ernst van de situatie” hangende “het onderzoek” een voorlopig bestuur benoemt. Ook deze vordering is niet toewijsbaar. Op grond van artikel 2:298 BW kan de rechtbank het bestuur in bepaalde gevallen ontslaan en, hangende het onderzoek, het bestuur schorsen. Van de in deze bepaling bedoelde gevallen (kort gezegd: handelen in strijd met de wet of de statuten dan wel zich schuldig maken aan wanbeheer of niet voldoen aan een door de voorzieningenrechter gegeven bevel) is hier geen sprake, althans daartoe heeft [gastspreker] onvoldoende gesteld (zie het hiervoor overwogene, met name 4.5). Bovendien valt niet in te zien dat [gastspreker] kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 2:298 BW, waarvoor verwezen wordt naar het overwogene in 4.4.

4.10.

De vorderingen van [gastspreker] komen dus geen van alle voor toewijzing in aanmerking. Dat betekent dat hij zal worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden begroot op € 608,-- aan griffierecht en op € 904,-- aan advocaatsalaris. Voor een zelfstandige veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten (€ 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gastspreker] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak) een executoriale titel oplevert.

in reconventie

4.11.

El'jakim stelt zich op het standpunt dat [gastspreker] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door, onder dreiging van rechtsmaatregelen, aan te dringen op een statutenwijziging, terwijl geen enkele noodzaak bestond voor het wijzigen van de statuten. [gastspreker] heeft aldus misbruik gemaakt van de familieband tussen hem en de 79-jarige [voorzitter 1] . El'jakim heeft hierdoor schade geleden, bestaande uit de kosten die de notaris bij El'jakim in rekening heeft gebracht.

4.12.

De vordering zal worden afgewezen. Het enkele feit dat iemand, los van enige contractuele relatie, juridisch advies geeft dat onjuist is, is – ook als dit geschiedt onder aankondiging van rechtsmaatregelen om dat advies op te volgen – onvoldoende voor de conclusie dat is gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dat zou mogelijk anders zijn in een situatie waarin misbruik van omstandigheden wordt gemaakt, maar daarvan is niet gebleken. De gevorderde leeftijd van [voorzitter 1] is daarvoor onvoldoende, nu niet gesteld is dat hij vanwege zijn leeftijd niet meer goed in staat was zijn eigen afwegingen te maken of, bijvoorbeeld, bij een derde na te gaan of de juridische opvattingen van [gastspreker] wel juist waren.

4.13.

De reconventionele vordering zal dus worden afgewezen. El'jakim zal worden veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 384,-- voor advocaatsalaris.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [gastspreker] in de proceskosten van El'jakim, begroot op € 1.512,--;

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

5.4.

wijst de vordering af;

5.5.

veroordeelt El'jakim in de proceskosten van [gastspreker] , begroot op € 384,--;

5.6.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2015.

1980/39