Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:8415

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
C/10/468683 / HA ZA 15-111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvaring op de Nieuwe Merwede is volledig te wijten aan schip dat geen voorrang verleende op grond van artikel 6.17 lid 4 BPR (Binnenvaartpolitiereglement). Op verzoek van partijen tussentijds hoger beroep opengesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2016/40
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/468683 / HA ZA 15-111

Vonnis van 18 november 2015

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap TVM VERZEKERINGEN N.V. (als rechtsopvolgster onder algemene titel van TVM Zakelijk N.V.),

gevestigd te Hoogeveen,

2. [eiser 1],

wonende te [woonplaats] ,

3. [eiseres 1],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. T. Roos,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

LUDWIG & JAKOB GÖTZ GMBH & CO KG SCHIFFAHRT - BEFRACHTUNG,

gevestigd te Neckarstein, Duitsland,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. P. Kowalczyk.

Partijen zullen hierna respectievelijk TVM, [eiser 2] , [eiseres 2] en Götz Schiffahrt genoemd worden. Eisers zullen gezamenlijk worden aangeduid als TVM c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 20 mei 2015, waarbij een comparitie van partijen is gelast

  • -

    de zittingsagenda van 9 juli 2015

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte uitlating producties en akte vermindering van eis in conventie (met producties)

  • -

    de akte overlegging producties van Götz Schiffahrt

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 augustus 2015, waaraan faxberichten zijn gehecht van beide partijen met opmerkingen over de inhoud van het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser 2] en [eiseres 2] zijn eigenaar van het koppelverband bestaande uit het m.s. Vera Cruz (110 x 11,48 m, laadvermogen 2.300 ton en voorzien van twee voortstuwingsmotoren met een vermogen van 1013 kW elk) en de duwbak Vera Cruz II (70,50 x 11,48 m, laadvermogen 1.500 ton), gezamenlijke lengte 180,50 m, hierna ook wel aan te duiden als het koppelverband.

2.2.

Götz Schiffahrt is eigenares van het Duitse m.s. Excelsior (105,10 x 11,40 m; laadvermogen 2.878 ton, vermogen voortstuwingsmotor 1200 kW).

2.3.

In de nacht van 1 op 2 augustus 2013 vond in een bocht op de Nieuwe Merwede iets voor kmr 966 (en ongeveer ter hoogte van de rode boei NM 18) in de gemeente Werkendam een aanvaring plaats tussen het koppelverband en de Excelsior als gevolg waarvan zware schade is ontstaan aan zowel de duwbak Vera Cruz II als aan de Excelsior.

2.4.

TVM is de cascoverzekeraar van het koppelverband en de Excelsior was verzekerd bij Kravag-Logistic Versicherungs-A.G (hierna: Kravag).

2.5.

TVM en Kravag hebben de door [eiser 2] en [eiseres 2] respectievelijk door Götz Schiffahrt geleden schade gedeeltelijk vergoed en zijn in zoverre gesubrogeerd in de rechten van hun verzekerden.

2.6.

Kravag heeft Götz Schiffahrt last gegeven om in deze procedure vergoeding te vorderen van de door haar vergoede schade.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Na vermindering van eis vorderen TVM c.s. bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Götz Schiffahrt tot betaling aan:
• TVM van:

- een bedrag ad € 35.080,63 (post 1, reparatiekosten) te vermeerderen met de

wettelijke rente daarover sedert 2 augustus 2013;

- een bedrag ad € 12.078,64 voor de kostenposten 2 t/m 6 te vermeerderen met de

wettelijke rente daarover sedert 5 december 2013;

- een bedrag ad € 12.699,60 voor de kostenposten 9 t/m 12 te vermeerderen met de

wettelijke rente daarover sedert 5 december 2013;

- een bedrag ad € 5.496,30 wegens gemaakte juridische kosten (post 13), te

vermeerderen met de wettelijke rente daarover sedert de dag van de dagvaarding;

• [eiser 2] en [eiseres 2] , des dat betaling aan de een kwijt ten aanzien van de ander, van:

- een bedrag ad € 2.500 (post 1, eigen risico) te vermeerderen met de wettelijke rente

daarover sedert 2 augustus 2013;

- een bedrag ad € 74,40 (post 7: Havengeld Werkendam) te vermeerderen met de

wettelijke rente sedert 5 december 2013;

- een bedrag ad € 13.918,77 (post 8 bedrijfsschade) te vermeerderen met de wettelijke rente sedert 1 september 2013,

alles met veroordeling van Götz Schiffahrt in de kosten van het geding, die van de deurwaarder en de kosten ad € 1.000,- voor de vertaling van de dagvaarding daaronder begrepen.

3.2.

Kort gezegd baseren TVM c.s. deze vordering op de stellingen dat de aanvaring te wijten is aan de schuld van de Excelsior omdat zij (primair) artikel 6.17 lid 4 BPR en (subsidiair) 6.04 lid 4 BPR heeft overtreden door geen voorrang aan het koppelverband te verlenen alsmede dat de gevorderde schade het gevolg is van de aanvaring.

3.4.

Götz Schiffahrt voert gemotiveerd verweer.

3.5.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.6.

Götz Schiffahrt vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van

[eiser 2] en [eiseres 2] apart althans gezamenlijk om aan Götz Schiffahrt tegen bewijs van behoorlijke kwijting te betalen een bedrag van:

- € 181.311,60 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 2 augustus 2013, althans

vanaf een in goede justitiële orde bepaalde dag;

- € 90.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2013, althans vanaf een in goede justitiële orde bepaalde dag;

- € 14.431,- ( expertisekosten), € 795,16 (vertaalkosten) en € 8.280,23 (juridische kosten) te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum van de verschuldigdheid van de verschillende bedragen, althans vanaf een in goede justitiële orde te bepalen dag, met veroordeling van TVM c.s. in de kosten van de onderhavige procedure (in conventie en reconventie).

3.7.

Götz Schiffahrt baseert deze vordering – zakelijk weergegeven - op de stellingen dat de aanvaring geheel althans grotendeels te wijten is aan de schuld van het koppelverband wegens overtreding van de artikelen 6.04 lid 2 (voorrang stuurboordwal) en 1.04 BPR (onvoldoende voorzorgsmaatregelen) en dat de gevorderde schade het gevolg is van de aanvaring.

3.8.

TVM c.s. voeren gemotiveerd verweer.

3.9.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1.

Nu de aanvaring in Nederland heeft plaatsgevonden tussen twee schepen waarvan de eigenaren woonachtig/gevestigd zijn in België respectievelijk Duitsland is sprake van een internationaal geschil en dient de rechtbank ambtshalve te onderzoeken of zij bevoegd is en, zo ja, welk recht toepasselijk is.

4.2.

De vordering van TVM c.s. valt onder het materiële, het formele en het temporele toepassingsbereik van de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Vo).

Nu Götz Schiffahrt voor de rechtbank is verschenen en de stelling van TVM c.s., dat partijen de bevoegdheid van deze rechtbank zijn overeengekomen, niet heeft betwist, is deze rechtbank bevoegd.

4.3.

Toepasselijk zijn het Binnenaanvaringsverdrag van Genève van 15 maart 1960 (Trb. 1961, 88 en 1966, 192) en aanvullend Nederlands recht (Verordening EG nr. 864/2007, Rome II), met name de artikelen 8:1000 ev. van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), nu de aanvaring zich heeft voorgedaan in Nederland. Ter plaatse van de aanvaring geldt het Binnenvaartpolitiereglement (hierna: het BPR).

overgelegde producties en verklaringen

4.4.

Met betrekking tot de toedracht van de aanvaring zijn door TVM c.s. de volgende stukken in het geding gebracht:

- een proces-verbaal [proces verbaal 1] van het Korps Landelijke Politiediensten, afdeling Waterpolitie d.d. 6 augustus 2013, waarbij gevoegd zijn verklaringen van [eiser 2] en [eiseres 2] , beiden van het koppelverband alsmede van de schipper Elz en stuurman Motsch van de Excelsior;

- een proces-verbaal [proces verbaal 2] van het Korps Landelijke Politiediensten, landelijke eenheid d.d. 4 oktober 2013, waarbij fotobladen en reconstructie-schetsen zijn gevoegd;

- een Tresco Expertise Verslag d.d. 3 december 2013, met de GPS-track van de GPS-antenne van de Vera Cruz waarbij schermafdrukken zijn gevoegd van de elektronische kaart van de Vera Cruz met AIS-beelden van het koppelverband en de Excelsior;

- prints van de digitale vaarkaart van de Nieuwe Merwede;

- een foto genomen vanuit de stuurhut van de Vera Cruz.

4.5.

Door Götz Schiffahrt zijn met betrekking tot de toedracht overgelegd:

- een tekening waarop het vaarwater en de koers van de Vera Cruz is te zien;

- een reconstructie van visueel waargenomen lichten;

- een schets van lichten zoals deze zouden zijn waargenomen indien de Vera Cruz aan de linkerzijde van het vaarwater was gevaren;

- een foto van het achterschip van de Vera Cruz;

- een foto van de binnenkant van de stuurhut van de Vera Cruz;

- gegevens van de positie, snelheid en koers van de Excelsior.

4.6.

Op de comparitie zijn namens TVM c.s. verklaringen afgelegd door [eiser 2] , [eiseres 2] en hun nautisch adviseur [adviseur 1] en namens Götz Schiffahrt door [adviseur 2] (op andere reizen schipper van de Excelsior).

de toedracht van de aanvaring

4.7.

Als enerzijds gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken alsmede op grond van de niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken inhoud van de hiervoor kort aangeduide producties en verklaringen stelt de rechtbank de toedracht van de aanvaring als volgt vast (waarbij met de posities wordt gedoeld op de posities zoals ingetekend door de politie op de reconstructieschets van blz. 4 behorend bij bijlage 2 van proces-verbaal [proces verbaal 2] ):

4.7.1.

In de nacht van 1 op 2 augustus 2013 voer het met kolen geladen koppelverband met een actuele diepgang van circa 3 m in de opvaart op de Nieuwe Merwede. [eiseres 2] stond aan het roer. Het koppelverband voer met een snelheid van tussen de 12 en 12,5 km/u over de grond gemeten. De radar stond bij op een bereik van 800 meter gedecentreerd (1,2 km zicht op radar vooruit) en ook de elektronische vaarkaart met AIS-functie was ingeschakeld. De marifoon stond bij op kanaal 10.

4.7.2.

De Excelsior was met drie rijen containers geladen (diepgang 3,48 meter) en voer met Motsch aan het roer in de afvaart. De radar stond bij evenals de Tresco kaart (zonder AIS) met een bereik van 800 meter gedecentreerd. De snelheid van de Excelsior was 16 tot 17 km/u over de grond gemeten.

4.7.3.

Het was donker maar helder (goed vurenzicht) en er stond een lichte ebstroom en een zwakke wind. Deze weersomstandigheden hebben geen rol gespeeld bij het ontstaan van de aanvaring. Het vaarwater is volgens de politie ter plaatse 200 tot 220 meter breed. De zijdelingse begrenzing van het vaarwater wordt aangegeven door de laterale markering (in dit geval lichtboeien, lichtopstanden en kribbakens) en is naar het oordeel van de rechtbank door Götz Schiffahrt correct (met rode en groene lijnen) ingetekend op de door haar op de comparitie overgelegde schets. Van het vaarwater dient de vaargeul te worden onderscheiden. Ook deze is ingetekend op de door de politie gebruikte schetsen en geeft het gedeelte van het vaarwater aan dat op diepte wordt bewaakt.

4.7.4.

Omstreeks 00:26:20 uur (PC-tijd Vera Cruz) voer het koppelverband ter hoogte van de groene lichtboei NM31 (positie 1) in zijn bakboordhelft van de vaargeul met een koers van 97.7°. Even na het passeren van de groene boei NM31 stuurt [eiseres 2] bij naar stuurboord (positie 2; 00:28 uur PC-tijd Vera Cruz). Omdat stuurboordroer werd gegeven, week het achterschip (met de GPS-antenne) naar bakboord en ging het voorschip naar stuurboord. Het koppelverband lag vanaf positie 2 een koers voor die gericht was op de linkeroever doch zij voer nog steeds in zijn bakboordhelft van de vaargeul. Ook op de schermafdruk van 00:29:11 uur (GPS-tijd) is te zien dat de koers van het koppelverband ter hoogte van kmr 966.5 op de (groene) linkeroever lag; de koers is dan 111.6°.

4.7.5.

De Excelsior voer in de posities 1 en 2 (respectievelijk om 00:26:20 uur en (00:28:00 uur PC-tijd Vera Cruz) goed in zijn stuurboordhelft van het vaarwater en vaargeul en op een dwarsafstand van ongeveer 40 meter vanaf de denkbeeldige lijn die ter plaatse door de rode boeienlijn (NM 22 en 20) loopt.

4.7.6.

In de posities 2 was de onderlinge vaarafstand tussen beide schepen ruim 1600 meter. Motsch zag de drie toplichten (triangel) en uitsluitend het rode boordlicht van het koppelverband.

Vanaf de rode boei NM2O maakt het vaarwater voor de afvaart (de Excelsior) een bocht naar stuurboord, zodat de afvaart daar de koers naar stuurboord dient te verleggen om stuurboordwal te houden. De Excelsior voer na het passeren van boei NM2O rechtdoor en koerste af op het midden van het vaarwater.

4.7.7.

In posities 3 (00:29:30 uur PC-tijd Vera Cruz) was de onderlinge afstand nog 800 meter. Het koppelverband voer nog steeds in zijn bakboordhelft van de vaargeul alsook van het vaarwater met een koers gericht op de linkeroever. De Excelsior had zijn stuurboordwal nu duidelijk verlaten en voer nog steeds rechtuit. Op dat moment was er sprake van kruisende koersen van beide schepen.

Motsch zag nog steeds de drie toplichten (triangel) en uitsluitend het rode boordlicht van het koppelverband. Hij riep het koppelverband aan op marifoonkanaal 10. Er kwam geen antwoord. Motsch klapte omstreeks 00:32 uur (GPS tijd) het blauwe bord uit en zou een fluitsignaal hebben gegeven.

Aan boord van het koppelverband zag [eiseres 2] dat het haar tegemoetkomende, afvarende schip (de Excelsior) recht op haar afvoer. Op korte afstand hoorde zij op marifoonkanaal 10 iemand ‘blauwe vlag’ roepen en zag zij dat het tegemoetkomende schip het blauwe bord bijzette. [eiseres 2] heeft direct achteruitgeslagen en groot alarm gegeven, waarop [eiser 2] het stuurhuis binnenkwam en het roer overnam. Hij constateerde dat de motoren al in de achteruit stonden. Voor zich zag hij een wit knipperlicht en nam hij waar dat de Excelsior al de overgang aan het maken was naar haar linkeroever.

4.7.8.

De schermafdruk van 00:32:11 uur (GPS-tijd) toont de situatie vlak voor de aanvaring. De Excelsior was van zijn stuurboordzijde van het vaarwater in of over het midden daarvan geraakt en presenteerde zijn stuurboordzijde voor de boeg van het koppelverband;

De snelheid van het koppelverband was als gevolg van het achteruitslaan verminderd tot 9.1 km/u en de snelheid van de Excelsior was nog steeds 16.3 km/u.

De koers van het koppelverband was nog meer naar stuurboord gegaan (115.3°). Op dit screenshot toont het blauwe vierkantje voor de Excelsior dat dit schip zijn blauwe bord had gezet.

4.7.9.

Ter hoogte van het groene kribbaken voer de duwbak van het koppelverband met de stuurboordkop ongeveer in het midden van het vaarwater tegen de stuurboordzijde van de Excelsior aan op ongeveer 25 meter achter de kop van de Excelsior.

Uit het logboek met de GPS tijden (satelliettijden) van de Vera Cruz blijkt dat de snelheid van het koppelverband tussen satelliettijden 00:31:30 en 00:31:35 uur, derhalve in 6 seconden, terugviel van 9,1 naar 6,9 km/u. Het is aannemelijk dat deze terugval in snelheid werd veroorzaakt door de klap van de aanvaring. Daaruit blijkt dat de PC-tijd van de Vera Cruz iets — ongeveer 41 seconden - voorliep op de GPS-tijd.

de aansprakelijkheid

4.8.

Zoals uit de hiervoor vastgestelde toedracht volgt was er sprake van kruisende koersen toen beide schepen zich in positie 3 bevonden. Hun onderlinge afstand was toen nog slechts 800 meter en gevaar voor aanvaring dreigde. Omdat de Excelsior zijn stuurboordwal toen al duidelijk had verlaten, geldt de regel van artikel 6.17 lid 4 BPR en diende Motsch voorrang te verlenen aan het koppelverband dat hem van stuurboord naderde. Van tegengestelde koersen is vanaf het moment dat de schepen zich in positie 2 bevonden geen sprake geweest. Mogelijk voeren de schepen in positie 1 op zichzelf een tegengestelde koers maar hun onderlinge afstand was toen circa 2600 meter – met daar tussen hemelsbreed nog een landtong en een bocht in de rivier - en van gevaar voor aanvaring was toen nog geen sprake. De verschillende regels van artikel 6.04 BPR missen derhalve toepassing.

4.9.

Gegeven het gevaar voor aanvaring is de keuze van de Excelsior om bij wijze van uitwijkmanoeuvre rechtdoor te blijven varen onbegrijpelijk. Dat het koppelverband in de posities 2 en 3 nog in zijn stuurboordhelft van de vaargeul voer is daarvoor geen reden. Zoals Götz Schiffahrt zelf stelt, nam Motsch bij de posities 2 en 3 uitsluitend het rode boordlicht van het koppelverband waar. Als hem op grond van de radarbeelden al niet duidelijk was dat het koppelverband vanaf positie 2 een koers volgde die gericht was op de linkeroever moet hij in ieder geval vanwege het rode boordlicht begrepen hebben dat het koppelverband zich bezien vanaf de Excelsior richting bakboord verplaatste. Ook staat vast dat het koppelverband niet te kennen heeft gegeven elkaar stuurboord op stuurboord voorbij te willen varen. Wel staat vast dat de Excelsior zelf het blauwe bord met flikkerlicht heeft getoond. Nog daargelaten of de Excelsior daartoe gerechtigd was (op grond van het bepaalde in artikel 6.04a lid 2 BPR) staat voor de rechtbank op grond van de hierboven beschreven toedracht vast dat dit bord dermate laat werd getoond dat het koppelverband daar niet meer zonder gevaar aan kon voldoen. Tot slot memoreert de rechtbank dat artikel 6.03 lid 4 BPR onder meer bepaalt dat een schip dat voorrang moet verlenen moet vermijden dat het voor het andere schip overloopt.

4.10.

Evenmin wordt de uitwijkmanoeuvre van de Excelsior gerechtvaardigd door het ontbreken van een veilige ruimte tussen de rode boei NM18 en het koppelverband. Tussen partijen is immers niet langer in geschil dat er feitelijk voldoende ruimte was voor de Excelsior om hier tussen door te varen. Uit de door Götz Schiffahrt niet weersproken productie 13 vloeit voort dat de tussenafstand tussen deze boei en de GPS-antenne van het duwverband bij het passeren daarvan 62 meter bedroeg. Omdat de antenne zich op de hartlijn van het 11,48 meter brede m.s. Vera Cruz bevindt achter het stuurhuis, betekent dit dat de feitelijke dwarsafstand 56 meter was.

Götz Schiffahrt heeft nog gesteld dat ten aanzien van deze boei een afstand van minimaal 30/40 meter dient te worden gehouden in verband met een dwarsstroom in noordelijke richting. Door TVM c.s. wordt de aanwezigheid van die dwarsstroom betwist. Daarenboven heeft De Jong namens TVM c.s. aangevoerd dat boei NM18 binnen de op diepte gehouden vaargeul ligt en dat Rijkswaterstaat ook geen maatregelen heeft genomen om hier voor te waarschuwen. Hierop is door Götz Schiffahrt niet meer gereageerd zodat de rechtbank het er voor houdt dat er geen van belang zijnde dwarsstroom ter plaatse is.

4.11.

Götz Schiffahrt heeft nog gesteld dat het duwverband artikel 1.04 BPR heeft geschonden omdat zij onvoldoende voorzorgsmaatregelen zou hebben genomen om een aanvaring te voorkomen. In dit verband heeft zij aangevoerd:

a. dat over het algemeen geldt dat de bergvaart voor de dalvaart zo veel mogelijk een geschikte weg vrijlaat;

b. dat [eiseres 2] van de marifoon gebruik had moeten maken om het passeren van de schepen af te stemmen nadat zij constateerde dat zij te ver naar de rechter oever was gevaren;

c. dat de aanvaring had kunnen worden voorkomen indien het koppelverband haar koers iets meer dan 15° naar bakboord zou hebben verlegd.

Door TVM c.s. worden deze stellingen gemotiveerd betwist.

4.12.

De rechtbank overweegt hierover het volgende. De onder a. genoemde regel is niet in het BPR opgenomen en miskent dat de Excelsior voorrang diende te verlenen en dus ruimte aan het koppelverband moest laten. Dat laatste is ook het antwoord op hetgeen door Götz Schiffahrt onder b. en c. is gesteld, waar ten aanzien van c. nog bij komt dat het koppelverband op grond van het bepaalde in artikel 6.03 lid 5 BPR juist zijn koers moest behouden. [eiseres 2] had ruim voldoende plek voor de Excelsior gelaten en mocht er op vertrouwen dat de Excelsior koers naar stuurboord zou zetten. Voor haar was er geen reden om marifooncontact op te nemen. Toen de Excelsior het blauwe bord toonde sloeg [eiseres 2] direct achteruit. Derhalve is niet gebleken dat van de kant van het koppelverband onvoldoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen.

slotsom

4.13.

De slotsom is dat alleen de Excelsior schuld heeft aan het ontstaan van de aanvaring. Het koppelverband treft geen medeschuld. Dit betekent dat Götz Schiffahrt verplicht is om de als gevolg van de aanvaring geleden schade aan TVM c.s. te vergoeden en dat de reconventionele vordering voor afwijzing gereed ligt.

4.14.

In conventie wordt de hoogte van de schade ten dele betwist. Beide partijen zijn het er echter over eens dat de schadeposten in een later stadium behandeld kunnen worden. Op gezamenlijk verzoek van beide partijen zal de rechtbank hoger beroep tegen dit vonnis openstellen. In dit stadium zal de rechtbank pro forma een comparitie van partijen gelasten om het debat over de omvang van de schade te vervolgen.

5 De beslissing in conventie en in reconventie

De rechtbank

5.1.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op een terechtzitting van mr. P.C. Santema in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan Wilhelminaplein 100/125 op een nader door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

5.2.

bepaalt dat de partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn dan wel vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is hen te vertegenwoordigen,

5.3.

bepaalt dat eventuele nadere stukken uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting aan de rechtbank en de wederpartij moeten zijn toegestuurd,

5.4.

stelt tussentijds hoger beroep tegen dit vonnis open;

5.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2015.

32/1573