Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:7492

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-10-2015
Datum publicatie
20-10-2015
Zaaknummer
C/10/483198 / KG ZA 15-918
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. 843a Rv en 3:13 BW. Niet-ontvankelijk wegens misbruik van procesrecht door het opnieuw en op dezelfde gronden vorderen van een eerder afgewezen voorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1975
NJF 2016/49
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/483198 / KG ZA 15-918

Vonnis in kort geding van 2 oktober 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEI SUM INVESTMENT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.A.W.J. van Eijck en mr. K.S. Hordijk te Rotterdam,

tegen

1. de stichting

STICHTING PARTICIPATIES DERDEN,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

2. de stichting

STICHTING MEI SUM MANAGEMENT,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

3. [gedaage3],

wonende te Rotterdam,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

4. [gedaagde4],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

5. [gedaagde5],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

advocaat mr. D. Martens en mr. T. Geerlof te Rotterdam.

Eiseres zal hierna Mei Sum Investment worden genoemd worden, en gedaagden ook respectievelijk SPD, SMSM, [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 25 augustus 2015, met producties 1 tot en met 21;

  • -

    de aanvullende producties 22 en 23 van Mei Sum Investment;

  • -

    de akte houdende eis in reconventie van [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] ;

  • -

    producties 1 tot en met 10 van gedaagden;

  • -

    de aanvullende productie 11 van gedaagden;

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 14 september 2015;

  • -

    de pleitnotitie van Mei Sum Investment;

  • -

    de pleitaantekeningen van gedaagden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1. Mei Sum Investment is een holdingmaatschappij, opgericht op 28 november 2014. Bestuurders van Mei Sum Investment zijn de heer [bestuurder1] (hierna: [bestuurder1] ), Aims Investments B.V. (hierna: Aims) en de heer [bestuurder2] .

2.2.

SPD is opgericht op 6 november 2009 en houdt zich bezig met het verkrijgen, houden, beheren en exploiteren van goederen voor derden en/of voor zichzelf. Bestuurder van SPD is [gedaage3] .

2.3.

SMSM is opgericht op 29 april 2010 en houdt zich bezig met het verkrijgen, houden, vervreemden, beheren en exploiteren van immateriële rechten, beeldmerken, logo’s en dergelijke van het Mei Sum concern – waarvan ook deel uitmaken: Mei Sum Food Personeel B.V. en Mei Sum Food Products B.V. – voor derden en/of voor zichzelf. Bestuurders van SMSM zijn [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] .

2.4.

Tussen Mei Sum Investment als koper en SPD en SMSM als verkopers is een koopovereenkomst gesloten, op grond waarvan op 12 december 2014 alle 18.000 aandelen in Mei Sum Real Estate B.V. (hierna: MSRE) zijn overgedragen. Tot 12 december 2014 hield SMSM 17.999 van de 18.000 aandelen in MSRE en SPD 1 van de 18.000 aandelen in MSRE. Als gevolg van de aandelenoverdracht werd Mei Sum Investment enig bestuurder. Tot 12 december waren SPD, [gedaage3] en [gedaagde4] de bestuurders van MSRE.

2.5.

Op 7 december 2014 hebben [gedaage3] enerzijds en [bestuurder1] anderzijds een document getiteld “Final Settlement Agreement Principles” ondertekend.

De door Mei Sum Investment overgelegde versie (productie 15), namens koper en verkoper getekend op 7 december 2014, vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

PAYMENT ROUTE

1.100.000 niet in NL, door FL aan te wijzen in buitenland [toevoeging voorzieningenrechter; met de hand bijgeschreven vóór het bedrag 1.100.000: a) en daarboven a) ten behoeve van een derde]

250.000 bij NL Notaris, waarover 40% belasting te betalen dus 100 K: 3 = 33 K pp [toevoeging voorzieningenrechter; met de hand bijgeschreven vóór het bedrag 250.000: b) en daaronder b) ten behoeve van verkoper Mei Sum Real Estate BV]

Compensatie 100 K

Door kopers geaccepteerd voorstel:

Voor RP:

  • -

    1. op payrol staan zonder aanwezigheidsverplichting voor bruto 1.000,- per maand

  • -

    2. alle heffingen en belastingen over 1000 per maand komen voor rekening van RP

  • -

    3. dit betekent in de praktijk dat RP ongeveer 3 jaar met AOVK op payrol staat

  • -

    4. wordt AOVK eerder dan 3 jaar ontbonden dan zal resterende aantal maanden ineens afgerekend worden; Schriftelijke AOVK voor 3 jaar aangaan

[…]

Voor FL:

  • -

    1. op payroll staan zonder aanwezigheidsverplichting voor bruto 1.250 per maand

  • -

    2. alle heffingen en belastingen over 1.250 per maand komen voor rekening van FL

  • -

    3. dit betekent in de praktijk dat FL ongeveer 2,5 jaar met AOVK op payrol staat

  • -

    4. wordt AOVK eerder dan 2,5 jaar ontbonden dan zal resterende aantal maanden ineens afgerekend moeten worden; Schriftelijke AOVK voor 2,5 jaar aangaan

[…]

7. Gewenste dienstverlening door FL ten behoeve van Mei Sum vallen niet onder deze regeling en worden separaat overeengekomen en afgerekend

Voor AP:

  • -

    1. managementfee vanuit eigen Holding van AP van per maand 33.000 : 12 = 2.750 per maand exclusief BTW en op basis van te sluiten 1 jaar managementcontract

  • -

    […]”

OVERIGE:

a. […]

d. Payment route zoals hiervoor beschreven pas als beide betalingen ontvangen zijn gaat notaris Rompes de akte tekenen […]”

De door gedaagden overgelegde versie van de “Final Settlement Agreement Principles” (productie 2), namens koper en verkoper getekend op 3 december 2014, wijkt af van de door Mei Sum Investment en vermeldt het volgende:

PAYMENT ROUTE

kkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkkk

250.000 bij NL Notaris, waarover 40% belasting te betalen dus 100 K: 3 = 33 K pp [toevoeging voorzieningenrechter; met de hand onder deze regel bijgeschreven notaris Rompes]

[…]

OVERIGE:

a. […]

d. Payment route zoals hiervoor beschreven pas als beide betalingen ontvangen zijn gaat notaris Rompes de akte tekenen […]

[toevoeging voorzieningenrechter; met de hand boven de eerste zwarte markeringen bijgeschreven de en boven de derde is].

2.6. Mei Sum Investment heeft, overeenkomstig voornoemde door haar overgelegde “Final Settlement Agreement Principles”, een bedrag van € 1.100.000,- op een bankrekening van een derde, Wiseup Global Ltd, bij de HongKong en Shanghai Banking Corporation Ltd te Hong Kong betaald, en een bedrag van € 250.000,- aan gedaagden voldaan. [gedaage3] staat bij de Kamer van Koophandel van Hong Kong geregistreerd als “director” van Wiseup Global Ltd.

2.7.

De aandelen zijn bij notariële akte van levering op 12 december 2014 aan Mei Sum Investment geleverd.

In de akte van levering is onder het kopje ”V. VOORWAARDEN EN BEPALINGEN […] ii. Vermogenspositie vennootschap”, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“Ten aanzien van (balans)garanties en dergelijke zijn partijen het navolgende overeengekomen:

  • -

    Seller guarantee not to have given guarantees to third parties and not to have other loans than mentioned in the annual accounts;

  • -

    buyer will take over the personal guarantees and finance liabilities of R. [gedaagde5] , F. [gedaage3] and Stichting Mei Sum Management to banks;”

Onder het kopje “VII. DIRECTIE” is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“Ontslagneming

[gedaagde4] voornoemd, [gedaage3] voornoemd en Stichting Participaties Derden voornoemd treden bij deze af als bestuurder en werknemer dan wel opdrachtnemer (via een eventuele managementovereenkomst) van de vennootschap en van haar en wel met ingang van het tijdstip gelegen direct na ondertekening van deze akte, een en ander zonder dat terzake enige vergoeding of schadeloosstelling toekomt, welke ontslagneming/aftreding de vennootschap bij deze aanvaardt.

Het vorenstaande laat onverlet de nieuwe afspraken tussen partijen gemaakt over de door de heren [gedaagde5] en [gedaage3] te verrichten diensten voor de vennootschap en haar deelnemingen inhoudende dat de heren R. [gedaagde5] en F. [gedaage3] vanaf één (1) januari twee duizend vijftien (2015) voor een periode van maximaal drie jaar in dienst treden van de vennootschap en de heer A. [gedaagde5] via zijn vennootschap A. [gedaagde5] Holding B.V. met de vennootschap een management overeenkomst aangaat van één (1) jaar vanaf één (1) januari twee duizend vijftien (2015).

Partijen zijn de koop en verkoopovereenkomst aangegaan onder de ontbindende voorwaarde dat de vennootschap deze arbeidsovereenkomsten en managementovereenkomst met de heren [gedaagde5] en [gedaage3] vóór achttien (18) januari twee duizend vijftien (2015) schriftelijk is aangegaan. Alleen verkoper kan een beroep doen op deze ontbindende voorwaarde en kan er eenzijdig af stand van doen. Verkoper heeft zonder daartoe de vennootschap in gebreke te hoeven stellen het recht om zonder rechterlijke tussenkomst de koop en verkoopovereenkomst te doen ontbinden indien de vennootschap op achttien (18) januari twee duizend vijftien (2015) deze arbeidsovereenkomsten en managementovereenkomst niet schriftelijk is aangegaan. De kosten verband houdende met deze ontbinding komen ten laste van koper. De arbeidsovereenkomsten en de managementovereenkomst worden automatisch ontbonden door het verloop van de tijd waarvoor deze overeenkomsten zijn aangegaan en zijn niet voor verlenging vatbaar.

Partijen zullen notaris mr M, Rompes berichten dat de ontbindende voorwaarde is vervuld of niet is vervuld.”

2.8.

Bij e-mail van 16 januari 2015 heeft [gedaagde4] aan de directie van MSRE geschreven:

Geachte Directie,

Zoals bij u bekend en met u is overeengekomen zal vanaf 1-1-15 met uw vennootschap aan te gaande 3 jarige arbeidsovereenkomst tijdig getekend dienen te worden.

Deze arbeidsovereenkomst heb ik helaas nog niet van u ter ondertekening mogen ontvangen.

Ik vertrouw erop dat ik deze overeenkomst nog vandaag ter ondertekening van u mag ontvangen.”

2.9.

Op 17 februari 2015 bericht notaris mr. M. Rompes per e-mail (productie 19 van Mei Sum Investment) aan de heer [betrokkene1] (hierna: [betrokkene1] ), adviseur van Mei Sum Investment:

“De verkoper heeft een beroep gedaan op de ontbindende voorwaarde inzake de aandelen in Mei Sum Real Estate, zodat de verkoper weer eigenaar is van de aandelen. (…)”.

2.10.

Uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van MSRE blijkt dat Mei Sum Investment met ingang van 12 december 2014 in functie is getreden als enig aandeelhouder en bestuurder van MSRE en op 26 februari 2015 uit functie is getreden. Uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van MSRE blijkt dat [gedaagde4] en [gedaage3] met ingang van 26 februari 2015 zijn geregistreerd als bestuurders.

2.11.

Bij e-mail van 2 maart 2015 bericht [betrokkene1] aan [gedaage3] dat [bestuurder1] hem verzocht heeft een arbeidsovereenkomst op te stellen voor hem en [gedaagde4] . Op 6 maart 2015 heeft Mei Sum Investment door haar opgestelde (concept) arbeidsovereenkomsten en managementovereenkomst aan [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] gezonden. [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] hebben geweigerd deze overeenkomsten, en ook later aangepaste

(concept-)overeenkomsten, te ondertekenen.

2.12. Mei Sum Investment heeft gedaagden op 4 juni 2015 in kort geding gedagvaard (zaak-/rolnummer C/10/476199 KG ZA 15-527), waarbij zij na wijziging van eis samengevat vorderde gedaagden te veroordelen primair tot levering van de aandelen in MSRE en subsidiair tot terugbetaling van de koopprijs. Bij vonnis van 30 juni 2015 zijn SPD en SMSM hoofdelijk veroordeeld om aan Mei Sum Investment een bedrag van

€ 1.350.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2015. In dat vonnis is voorts overwogen:

“4.10 …

De tweede subsidiaire vordering wordt ook afgewezen. De voorzieningenrechter ziet niet in welk belang Mei Sum Investment heeft bij de vordering tot het verstrekken van een afschrift van de akte waarbij de aandelen aan een derde zijn geleverd, nu de ontbinding met haar gevolgen voorlopig in stand blijft.

4.11

De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het beroep van gedaagden op opschorting en verrekening van de koopsom met een schadevergoedingsvordering als gevolg van wanprestatie, de ontbinding van de overeenkomst en de inval van de NVWA. Zij hebben hun stellingen op dit punt onvoldoende uitgewerkt en onderbouwd en ook geen bedragen genoemd. Bovendien “vergeten” zij dat zij tot op heden hebben nagelaten om hun eigen ongedaanmakingsverplichting na te komen, wat ene omstandigheid is die een rol zal spelen bij de beantwoording van de vraag of hen op grond van het vorenstaande überhaupt enig vorderingsrecht toekomt.

Mei Sum Investment heeft het vonnis in kort geding van 30 juni 2015 op 3 juli 2015 aan SPD en SMSM doen betekenen. SPD en SMSM hebben niet aan hun betalingsverplichtingen uit hoofde van het vonnis voldaan. Tegen het vonnis is geen hoger beroep ingesteld.

2.13.

Op 10 juni 2015 is een akte levering aandelen gepasseerd. In deze akte is vermeld dat SPD en SMSM als verkoper de aandelen in MSRE leveren aan twee kopers, wiens namen in de in het geding gebrachte afschrift van de akte, is weggelakt en in dit geding onbekend is gebleven. In die akte is voorts onder “IV. Koopprijs” vermeld:

“Volgens partijen heeft de koper de koopprijs betaald op rekening van verkoper, waarvoor verkoper bij deze kwijting verleent […].”

2.14.

Bij brief van 17 juli 2015 heeft Mei Sum Investment SPD en SMSM aansprakelijk gesteld voor de schade die zij lijdt doordat SPD en SMSM niet aan hun betalingsverplichtingen uit hoofde van het vonnis in kort geding van 30 juni 2015 voldoen. In deze brief heeft zij voorts verzocht om een niet geanonimiseerd afschrift van de akte van levering van 10 juni 2015 waarmee de aandelen in MSRE door SPD en SMSM zijn overgedragen aan een derde, althans om kenbaar te maken aan wie de aandelen zijn overgedragen.

3 Het geschil in conventie

3.1. Mei Sum Investment vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, SMSM, SPD, [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan Mei Sum Investment een kopie te verstrekken van:

 de akte van levering van 10 juni 2015 waarbij de aandelen in MSRE door SPD en SMSM aan derden zijn geleverd;

 het betalingsbewijs en/of de betalingsbewijzen waaruit blijkt dat en welke prijs aan SPD en SMSM is betaald voor de aandelen in MSRE;

een en ander op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 250.000,- ineens en van € 25.000,- per dag dat SPD, SMSM, [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] in gebreke blijven aan de veroordeling te voldoen, met veroordeling van SMSM, SPD, [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] in de proceskosten.

3.2.

Gedaagden voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Mei Sum Investment in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover en met de nakosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Mei Sum Investment te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding ten bedrage van € 100.000,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2015, althans vanaf 30 juni 2015, althans vanaf de dag der dagvaarding, met veroordeling van Mei Sum Investment in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.

4.2. Mei Sum Investment voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in conventie

5.1. Mei Sum Investment heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Zij is voornemens om een bodemprocedure te starten waarin zij vernietiging vordert van de rechtshandelingen die ten grondslag liggen aan de overdracht van de aandelen MSRE door SPD en SMSM aan derden. Zij tracht door middel van de onderhavige vordering bekend te worden met de identiteit van die rechtspersonen, zodat zij ook jegens deze derden rechtsmaatregelen (waaronder bewarende maatregelen) kan treffen. In de overgelegde akte van levering van 10 juni 2015 zijn de namen van de kopers weggelakt, maar blijkt uit de niet weggelakte gegevens dat sprake is van twee kopers die beide handelen in de uitoefening van een beroep op bedrijf. Tijdens het vorige kort geding weigerden [gedaage3] en [gedaagde4] de identiteit van de kopers kenbaar te maken. Wel hebben zij verklaard dat zij volledige zeggenschap over de kopers hebben.

5.2.

Het meest verstrekkende verweer van gedaagden strekt tot de niet ontvankelijk verklaring van Mei Sum Investment in haar vordering wegens misbruik van procesrecht, omdat de vordering tot het verstrekken van een kopie van de akte van levering van 10 juni 2015 in het eerdere kort geding tussen partijen reeds onderwerp van geschil geweest en daarop beslist is.

5.3.

Het beginsel van ne bis in idem houdt een verbod in om - anders dan via het instellen van een rechtsmiddel - jegens dezelfde wederpartij een herhaalde vordering van gelijke inhoud en strekking in te stellen. Uit rechtspraak van de Hoge Raad (HR 16 december 1994, NJ 1995, 213) kan worden afgeleid dat schending van dit beginsel in een burgerlijk geschil op zichzelf geen grond is die kan leiden tot niet-ontvankelijkheid. Wel kan het beginsel een rol spelen bij de vraag of sprake is van misbruik van procesrecht door op dezelfde gronden een identieke vordering jegens dezelfde wederpartij in te stellen. Als uitgangspunt heeft te gelden dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zich verzet tegen een herbeoordeling van deze vordering om te voorkomen dat deze procedure in feite als een verkapt hoger beroep dient. Dit is slechts anders indien sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die het opnieuw instellen van de vordering zouden kunnen rechtvaardigen.

5.4.

De vordering tot het verstrekken van een kopie van de akte van levering van 10 juni 2015 is in het eerdere kort geding tussen partijen reeds onderwerp van geschil geweest. In het eerdere kort geding tussen dezelfde partijen heeft Mei Sum Investment subsidiair gevorderd SPD, SMSM, [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] hoofdelijk te veroordelen om een afschrift van de akte van 10 juni 2015, waarbij de aandelen in MSRE aan derden zijn geleverd, aan Mei Sum Investment te verstrekken. Van nieuwe feiten en/of omstandigheden die in het eerste kort geding niet aan de vordering ten grondslag zijn gelegd en dus bij het oordeel in het eerste kort geding niet zijn meegewogen respectievelijk verdisconteerd, is naar voorlopig oordeel geen sprake. Mei Sum Investment stelde al tijdens de eerste mondelinge behandeling op 12 juni 2015 dat de aandelen door SPD en SMSM aan (een) onbekende derde(n) zijn overgedragen, dat deze handeling paulianeus is, en dat zij de akte van levering mogelijk nodig heeft om te achterhalen aan welke – te kwader trouw zijnde – partij de aandelen zijn overgedragen zodat Mei Sum Investment eventueel achter die partij aan kan gaan. [gedaage3] en [gedaagde4] erkenden daarop dat deze derden volledig onder hun controle staan. Ook de omstandigheid dat de stichtingen geen enkel verhaal (lijken te) bieden (voor de koopprijs die terugbetaald moet worden) is tijdens het vorige kort geding al door Mei Sum Investment naar voren gebracht. Ondanks het feit dat de overdracht slechts twee dagen voorafgaand aan de mondelinge behandeling op 12 juni 2015 heeft plaatsgevonden, heeft Mei Sum Investment gelet op de voortzetting van de mondelinge behandeling op 19 juni 2015 voldoende gelegenheid gehad om de vordering tot afgifte van een kopie van de akte van levering te onderbouwen.

Bij gebrek aan nieuwe feiten en/of omstandigheden biedt het gesloten systeem van rechtsmiddelen geen ruimte voor heroverweging van het hiervoor (2.12.) geciteerde voorlopige oordeel in het vonnis van 30 juni 2015. Mei Sum Investment had de mogelijkheid om tegen het vonnis van 30 juni 2015 in hoger beroep te gaan, maar heeft van dit rechtsmiddel geen gebruik gemaakt. Het thans opnieuw en op dezelfde gronden vorderen van een eerder afgewezen voorziening zonder dat sprake is van een (relevante) wijziging van feiten en/of omstandigheden, moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter worden aangemerkt als misbruik van procesrecht. Dit leidt ertoe dat Mei Sum Investment in haar vordering tot afgifte van een kopie van de leveringsakte van 10 juni 2015 niet ontvankelijk moet worden verklaard.

5.5.

Datzelfde geldt voor de vordering tot het verstrekken van een kopie van het betalingsbewijs of de betalingsbewijzen waaruit blijkt dat en welke prijs aan SMSM en SPD is betaald voor de aandelen in MSRE. Hoewel deze vordering strikt genomen niet is ingesteld in het vorige kort geding, heeft zij eenzelfde doel en strekking als de vordering tot afgifte van een kopie van de leveringsakte van 10 juni 2015. Aan de hand van de betalingsbewijzen hoopt Mei Sum Investment eveneens te achterhalen aan wie de aandelen zijn overgedragen en het paulianeuze handelen te onderbouwen. Deze vorderingen vertonen een dusdanige verwantschap met de in het eerdere kort geding ingestelde vordering dat deze hetzelfde lot moet delen.

5.6. Mei Sum Investment wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Voor een zelfstandige veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten (€ 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen onder de voorwaarde dat Mei Sum Investment niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak) een executoriale titel oplevert.

De kosten aan de zijde van SPD en SMSM worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris € 816,00

Totaal € 1.429,00

in reconventie

5.7.

[gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] vorderen een bedrag van € 100.000,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, als voorschot op schadevergoeding. Zij leggen aan hun vordering ten grondslag dat zij op grond van de “Final Settlement Agreement Principles” recht hadden op een gezamenlijke compensatie van € 100.000,- door middel van (loon- c.q. management)betalingen uit hoofde van nader te sluiten arbeids- c.q. managementovereenkomsten. Zij stellen verder dat A. [gedaagde5] Holding B.V. haar vordering op Mei Sum Investment heeft gecedeerd aan [gedaagde5] .

5.8.

Deze vordering stuit reeds af op het feit dat gesteld noch onderbouwd is op grond waarvan Mei Sum Investment (ook) aansprakelijk zou kunnen zijn voor de gestelde schade.

Op grond van de “Final Settlement Agreement Principles” hadden de arbeids- c.q. managementovereenkomsten tussen MSRE enerzijds en [gedaage3] , [gedaagde4] en – wat betreft [gedaagde5] – A. [gedaagde5] Holding B.V. anderzijds gesloten moeten worden. Nu de “Final Settlement Agreement Principles” is ontbonden, hebben [gedaage3] , [gedaagde4] en – ingevolge de cessie – [gedaagde5] mogelijk schade geleden als gevolg van het missen van loon/managementfee en hebben zij mogelijk wel een vorderingsrecht op MSRE.

5.9.

Ten overvloede wordt daar aan toegevoegd dat met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in een veroordeling tot betaling van een geldsom, terughoudendheid op zijn plaats is. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar – kort gezegd – het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

5.10.

Evenals in het eerste kort geding, waarin deze vordering weliswaar niet als een eis in reconventie is ingesteld maar wel is genoemd in het kader van een beroep op opschorting en verrekening, zijn de onderliggende stellingen onvoldoende uitgewerkt en onderbouwd. In het vonnis van 30 juni 2015 is het voorlopige oordeel gegeven dat de overeenkomst is ontbonden. De overeengekomen werkzaamheden zijn (in ieder geval voor het overgrote deel) niet verricht. Van [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] had een nadere toelichting verwacht mogen worden waarom zij desondanks schade hebben geleden, dan wel waarom hun schade optelt tot het volledig overeengekomen bedrag aan loon/managementfee. Geheel ten overvloede zij daar aan toegevoegd dat nog te bezien valt wat de gevolgen van het niet voldoen aan de ongedaanmakingsverplichting door SMSM en SPD voor [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] als bestuurders van die stichtingen zullen zijn, waarop in het vonnis van 30 juni 2015 ook al gewezen is.

5.11.

Voorts weegt in het kader van een belangenafweging mee dat partijen elkaar over en weer verwijten dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan oplichting en/of benadeling. De ene partij wordt het ten gronde richten van een onderneming verweten en de andere partij het onbereikbaar maken van de koopprijs die terugbetaald moet worden en van activa waarop in dat kader verhaal mogelijk zou zijn. Wie hier de bedrieger en wie de bedrogene is, is op basis van de thans beschikbare gegevens vooralsnog niet duidelijk. Ook op die grond moet de vordering worden afgewezen.

5.12.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering zal worden afgewezen met veroordeling van [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] in de proceskosten. Deze kosten aan de zijde van Mei Sum Investment worden begroot op € 816,00 aan salaris voor de advocaat.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter,

in conventie

6.1.

verklaart Mei Sum Investment niet ontvankelijk in haar vorderingen;

6.2.

veroordeelt Mei Sum Investment in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van gedaagden vastgesteld op € 1.429,00, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:120 BW over dit bedrag met ingang van de 15e dag na datum van dit vonnis;

6.3.

verklaart dit vonnis in conventie voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

6.4.

wijst de vordering af;

6.5.

veroordeelt [gedaage3] , [gedaagde4] en [gedaagde5] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Mei Sum Investment begroot op € 816,00;

6.6.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2015.

2031/2009