Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:7175

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
08-10-2015
Zaaknummer
10/775001-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerven en het bezit van kinderpornografie, het vervaardigen van een film met daarop kinderpornografie en het meermalen schenden van zijn ambtsgeheim als politieambtenaar. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en oplegging van bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/775001-15

Datum uitspraak: 7 oktober 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [adres] ,

raadsman mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 september 2015.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Ahbata heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 t/m 5 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoud een ambulante behandeling bij Het DOK of

De Waag.

Waardering van het bewijs

Algemeen bewijsverweer 359a Sv

Standpunt verdediging

Er was onvoldoende basis voor de doorzoeking van de woning van de verdachte. Dit maakt de doorzoeking onrechtmatig, hetgeen een onherstelbaar vormverzuim oplevert als bedoeld in artikel 359a Sv. Dit brengt mee dat alle op grond van de onrechtmatige doorzoeking verworven onderzoeksresultaten -als fruits of the poisonous tree- voor het bewijs dienen te worden uitgesloten.

Beoordeling

De woning van de verdachte is doorzocht op gezag en onder leiding van de rechter-commissaris als bedoeld in artikel 110 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De rechtbank kan deze beslissing tot doorzoeking slechts marginaal toetsen. Nu door het politie-e-mailaccount van de verdachte politiegegevens waren verstuurd naar een extern emailadres, heeft de rechter-commissaris een redelijk vermoeden van verdenking van schending van het ambtsgeheim door de verdachte kunnen aannemen en op grond daarvan tot binnentreding en doorzoeking van de woning van verdachte kunnen overgegaan.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen.

Vrijspraak feit 1

Standpunt officier van justitie

Bewezen kan worden dat de verdachte en niet zijn vrouw, de foto’s van hun dochter heeft gemaakt en aldus heeft vervaardigd. De verdachte heeft die foto’s in ieder geval in zijn bezit gehad. De foto’s van het onbekend gebleven meisje - waarbij vooral op de ontblote borsten van het meisje is ingezoomd - heeft de verdachte in zijn bezit gehad.

Gelet op de wijze van het totstandkoming van de foto’s van de dochter van de verdachte en het onbekend gebleven meisje strekken zij tot het opwekken van seksuele prikkeling waardoor zij te kwalificeren zijn als kinderpornografie.

Beoordeling

Vooropgesteld moet worden dat artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (Sr) vooreerst ziet op een afbeelding van een gedraging van expliciet seksuele aard, zoals die aan de hand van de afbeelding zelf kan worden vastgesteld, waaronder begrepen het op zinnenprikkelende wijze tonen van de geslachtsdelen of de schaamstreek. Het gaat hierbij om een gedraging die reeds door haar karakter strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling.

Voorts ziet artikel 240b Sr op een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard in de hiervoor aangegeven zin toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij is tot stand gekomen eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden “onschuldig” zouden kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft.

De rechtbank heeft ter terechtzitting de foto’s, waarop de tenlastelegging van feit 1 ziet, samen met de raadsman en de officier van justitie bekeken. De afbeeldingen geven geen seksuele gedraging weer. De officier van justitie heeft geen foto getoond waarop het meisje poseert in een rokje en T-shirt en/of vervolgens haar benen spreidt en haar handen tussen haar bovenbenen houdt. Wel heeft de officier van justitie een foto getoond waarop verdachte’s dochter op een been staat, maar zij is gekleed en ook zichtbaar is – en ten onrechte niet in het proces-verbaal beschreven – dat het meisje krulspelden in heeft, hetgeen er op duidt dat zij aan het spelen is, in welk kader zij ook die pose kan hebben aangenomen. Op andere foto’s is de dochter van de verdachte volledig gekleed. Enkele foto’s tonen weliswaar de blote billen van verdachte’s dochter, maar niet valt uit te sluiten dat die foto’s inderdaad zijn gemaakt om, zoals door de verdachte gesteld, haar witte billen te tonen. De foto’s van het onbekende meisje op het strand in dezelfde reeks, zijn evenmin buiten elke redelijke twijfel als zinnenprikkelend aan te merken.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1, nu de afbeeldingen waarvan verdachte het vervaardigen en het in bezit hebben wordt verweten, niet vallen binnen het bereik van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Bewijswaardering feit 2

Het onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring feit 3

De verdachte heeft in zijn hoedanigheid als politieambtenaar in een politieregister opgeslagen elektronische gegevens als naam, geslacht en burgerlijke status van een groot aantal personen verzameld, in een bestand gezet en dit bestand toegezonden aan een e-mail adres dat bij hem in gebruik was. Hij heeft met gebruikmaking van deze gegevens een aantal vrouwen benaderd met de kennelijke intentie een seksuele relatie met hen aan te gaan. Verder heeft de verdachte informatie uit een strafrechtelijk onderzoek via Whatsapp gedeeld met mevrouw [betrokkene] , met wie hij een intieme relatie heeft onderhouden.

Hem wordt verweten dat hij door deze handelingen een geheimhoudingsplicht heeft geschonden en (daardoor) in strijd heeft gehandeld met artikel 272 Sr.

Artikel 272 Sr luidt, voor zover relevant:

Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt (...) verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft (...).

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zijn geheimhoudingsplicht niet heeft geschonden door de gegevens aan zichzelf toe te zenden aangezien een schending van een geheimhoudingsplicht openbaarmaking veronderstelt. Dat is met deze gegevens niet gebeurd. Wel heeft hij enige informatie toegezonden aan [betrokkene] maar deze informatie was niet concreet en viel dus niet onder de geheimhoudingsplicht.

Beoordeling

Anders dan de raadsman heeft gesteld is voor strafbare schending van de geheimhoudingsplicht openbaarmaking van geheime gegevens geen noodzakelijke voorwaarde.

Immers, de boven bedoelde gegevens waren of werden opgeslagen in een elektronisch gegevensbestand (BVH) en waren verzameld in het kader en ten behoeve van de uitvoering van de politietaak. Dit maakt de gegevens politiegegevens waarop de Wet politiegegevens van toepassing is. Artikel 3 van de Wet politiegegevens houdt in dat politiegegevens niet mogen worden gebruikt als dat onverenigbaar is met het doel waarmee zij zijn verzameld. Artikel 7 van de Wet politiegegevens bepaalt dat de politieambtenaar tot geheimhouding is verplicht. De verdachte heeft de gegevens gebruikt voor zijn eigen gerief, althans in het geval van [betrokkene] kennelijk om indruk te maken wat in zekere zin ook als eigen gerief kan worden aangemerkt, welk gebruik onverenigbaar is met het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld. Alleen al om deze redenen heeft de verdachte een geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 272 Sr geschonden.

Conclusie

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Bewezenverklaring feit 4

Onder feit 4 wordt de verdachte verweten een harde schijf, toebehorende aan Politie Eenheid Rotterdam, te hebben verduisterd. De verdachte heeft verklaard dat hij de harde schijf uit een prullenbak op [adres politiebureau] heeft gehaald en mee naar huis heeft genomen. Tijdens zijn verhoor op 28 april 2015 heeft de verdachte verklaard aan niemand te hebben gemeld dat hij de harde schijf meenam.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich de harde schijf opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Beoordeling
Uit de omstandigheid dat de verdachte de harde schijf - waarop informatie over een strafrechtelijk onderzoek stond - heeft meegenomen naar huis zonder dit te melden aan zijn leidinggevende, hoewel het niet anders kan dan dat hij heeft geweten dat dit de geëigende procedure was, leidt de rechtbank af dat het opzet van de verdachte op de wederrechtelijke toe-eigening was gericht.

Conclusie

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Bewezenverklaring feit 5

De verdachte heeft verklaard de film te hebben gemaakt van de slachtoffers [slachtoffer] en [slachtoffer 2] , die de leeftijd van achttien jaar ten tijde van het maken van de opnames nog niet hadden bereikt.

Standpunt verdediging

De opnames zijn niet als kinderporno te kwalificeren hetgeen tot vrijspraak van de verdachte dient te leiden.

Beoordeling

Zoals de rechtbank reeds heeft overwogen behoeft een afbeelding of filmopname niet een gedraging van expliciet seksuele aard te tonen, om deze toch van seksuele aard te laten zijn, omdat deze, gelet op de wijze waarop zij tot stand is gekomen, eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling.

Doordat de verdachte de slachtoffers [naam 2] heimelijk naakt heeft gefilmd en hij de verschillende opnamen zo aan elkaar heeft gemonteerd dat één film is ontstaan waarop de genoemde meisjes steeds naakt in beeld verschijnen, strekt de film tot seksuele prikkeling en is daarmee te kwalificeren als kinderpornografisch in de zin van artikel 240b Sr.

Conclusie

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

2.

hij in de periode van 01 mei 2013 tot en met 19 maart 2015

te Rotterdam, een groot aantal afbeeldingen enf films te weten 10.818 afbeeldingen en 204

87 film(s) en gegevensdragers (te weten USB-sticksen harddisks),

bevattende 10.818 afbeeldingen en 204 87 films

heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe

door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een

communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding seksuele gedragingen zichtbaar zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde

seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en vaginaal en anaal penetreren (met de penis en/of (een)

vinger/hand ) van het

lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft

bereikt

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt (met de penis en/of (een) vinger/hand )

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van

18 jaren nog niet heeft bereikt (met (een) vinger/hand en/of de mond/tong)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze

perso(o)n(en) in

(erotisch getinte) houding(en) /poseren en/ nadrukkelijk de (ontblote)

geslachtsdelen in beeld gebracht worden,

en

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben

bereikt

en

het houden van een (stijve) penis bijhet/lichaam van

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben

bereikt,

van welk(e) misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij in de periode van 01 januari 2013 tot en

met 19 maart 2015 te Capelle aan den IJssel en Rotterdam, in ieder geval

in Nederland, (telkens) een geheim waarvan hij wist dat hij uit hoofde van zijn ambt van politieambtenaar en

wettelijk voorschrift te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht

was het te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, immers heeft verdachte

- in het (geautomatiseerd) bedrijfsprocessensysteem van politie kentekens bevraagd en/of de persoonsgegevens en/of andere

informatie behorende bij die kenteken(s) bevraagd en (vervolgens)

doorgegeven aan [betrokkene 2]

en

- informatie over een lopend strafrechtelijk onderzoek namelijk de aanhouding van een verdachte en de inbeslagname van een gaspistool bij die verdachte en de strafrechtelijke afdoening van die zaak namelijk met een transactie van € 550,- en een foto van het in beslag genomen gaspistool heeft verzonden aan [betrokkene] , en

- in het (geautomatiseerd) bedrijfsprocessensysteem van politie

gezocht naar persoonsgegevens en/of contactgegevens van personen met het

vrouwelijke geslacht en met burgerlijke staat "weduwe" en die

persoonsgegevens en/of contactgegevens afkomstig uit de

bedrijfsprocessensysteem van politie gemaild naar en die persoonsgegevens en/of contactgegevens

(vervolgens) gebruikt om niet uit hoofde van zijn ambt contact te leggen met

die personen en

- uit het (geautomatiseerd) bedrijfsprocessensysteem van politie

informatie en/of documenten en/of foto's van strafrechtelijke

onderzoeken heeft overgezet op zijn, verdachtes, privé gegevensdrager(s)

en/of die informatie en/of documenten en/of foto's in zijn

bezit gehad en

- in/uit het (geautomatiseerd) bedrijfsprocessensysteem van politie

informatie over strafrechtelijke onderzoeken en/of informatie en/of

persoonsgegevens en/of contactgegevens van personen heeft bevraagd en/of

opgezocht en/of uit dat systeem gehaald voor eigen privé gebruik;

4.

hij in de periode van 28 februari 2014 tot en met 19 maart 2015 te

Rotterdam opzettelijk een harde schijf merk Samsung horende bij een

(inbeslaggenomen) computer merk Medion, die toebehoorde aan Politie Eenheid Rotterdam, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde

van zijn persoonlijke dienstbetrekking als politieambtenaar van Politie

Eenheid Rotterdam, onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5.

hij in de periode van 01 januari 2001 tot en met 31 december 2004

te Rotterdam, éénfilm heeft vervaardigd en op 19 maart 2015 te Rotterdam in bezit heeft gehad, terwijl op die film

seksuele gedraging(en) zichtbaar waren, waarbij perso(o)n(en)

die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, te weten

[slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ) en [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]

), waren betrokken , te

weten een film heeft vervaardigd door verschillende

filmopnamen aan elkaar te monteren zodat één film is ontstaan waarop de

genoemde meisjes alleen en/of samen naakt in beeld verschijnen en/of naakt een

kamer in lopen en/of naakt in een kamer staan en/of zich vervolgens (met een

baddoek) afdrogen en/of zich vervolgens aankleden

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

2.

een afbeelding – of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl daarvan gewoonte wordt gemaakt;

3.

opzettelijke schending van een ambtsgeheim, meermalen gepleegd;

4.

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft;

5.

een afbeelding – of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben.

Strafbaarheid

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat dat de verdachte ten aanzien het onder 3 eerste gedachtestreepje ten laste gelegde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat te rechtvaardigen is dat de verdachte de informatie behorende bij de kentekens verstrekt heeft aan een brandweerman die tijdens meldingen last had van een in de weg staande auto.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat dit verweer feitelijke grondslag mist. Uit de verklaring van [betrokkene 2] , de desbetreffende brandweerman, blijkt dat het ging om het verstrekken van informatie in verband met een aanrijding door een vriendin van [betrokkene 2] en om een auto die voor het huis van [betrokkene 2] stond geparkeerd toen deze zijn gevel wilde (laten) reinigen. Het verstrekken van deze informatie aan [betrokkene 2] geschiedde derhalve niet in het belang van de dienst – waarbij de rechtbank zich niet uitlaat over de vraag naar de strafbaarheid indien de gestelde feiten juist zouden zijn – maar in het kader van diens privé belangen.

Conclusie

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich in de periode van 1 mei 2013 tot en met 19 maart 2015 schuldig gemaakt aan het verwerven en het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen.

In de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen van een film met daarop kinderpornografie. De verdachte heeft heimelijk zijn toen minderjarige nichtjes gefilmd tijdens het aan en uitkleden. De verdachte had deze film op 15 maart 2015 (nog) op zijn computer staan en heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het bezit van kinderpornografie.

De verdachte heeft de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden. Door het downloaden, bekijken en vervaardigen van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan gestimuleerd en in stand gehouden. Voor de productie van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Zij worden voor een camera gezet om te poseren en seksuele handelingen bij zichzelf en anderen te verrichten en/of te ondergaan. Handelingen waaraan zij, gelet op hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, niet toe zijn. Als gevolg hiervan kunnen deze kinderen psychische schade oplopen. Ook kunnen zij nog lange tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie en verspreiding van de beelden. Een afbeelding die eenmaal op internet is aangetroffen, is vrijwel onmogelijk blijvend van het internet te verwijderen en kan nog jarenlang opduiken. Dit is ook voor de verdachte, naar eigen zeggen als slachtoffer van een pedoseksueel, een reden geweest om naar kinderporno te zoeken om te kijken of er nog beelden van hemzelf op het internet stonden. Dat de verdachte als consument hieraan een bijdrage heeft geleverd, rekent de rechtbank hem dan ook aan.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het meermalen schenden van zijn ambtsgeheim door persoonsgegevens behorende bij kentekens door te geven aan een derde; door informatie over een lopende strafzaak te delen met een derde; door uit het politiesysteem informatie en foto’s van strafrechtelijke onderzoeken over te zetten op privégegevensdragers en het uit het politiesysteem halen van persoonsgegevens voor privégebruik.

Door aldus te handelen heeft de verdachte de integriteit van het overheidsapparaat ernstig geschonden. Een burger moet er vanuit kunnen gaan dat met dit soort gegevens vertrouwelijk wordt omgegaan door politiefunctionarissen. De rechtbank rekent dit de verdachte dan ook zwaar aan.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verduistering in dienstbetrekking van een harde schijf behorende bij een computer toebehorende aan de politie.

De verdachte heeft in hierdoor misbruik gemaakt van zijn positie en het in hem gestelde vertrouwen.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De keerzijde van het bovenstaande is dat de verdachte, naar eigen zeggen en blijkens het rapport van de psycholoog, als dertienjarige is misbruikt door een buurtgenoot. Tegelijkertijd had hij in een gezin verkeerd waar veel geweld werd gebruikt en was zijn moeder, die hem tegen het seksuele geweld van de buurtgenoot had kunnen beschermen, zowel fysiek als mentaal afwezig en was zijn vader geheel uit beeld verdwenen. De buurtgenoot was beroepsfotograaf en maakte kennelijk pornografische opnamen van hem als kind. Naarmate de tijd verstreek werd het voor de verdachte steeds moeilijker om met zijn verleden om te gaan. Nadat hij in een opsporingsonderzoek werd geconfronteerd met grote aantallen kinderporno, is het snel bergafwaarts gegaan met zijn mentale gezondheid. Toen hij vervolgens ook nog werd aangehouden en in voorlopige hechtenis werd gesteld, verloor hij nog verder de greep op zichzelf. De psycholoog heeft beschreven dat de verdachte bij een onderhoud heftig en langdurig heeft gehuild en uiteindelijk het contact heeft afgebroken omdat hij niet verder kon.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

27 augustus 2015, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

10 augustus 2015. De reclassering schat het recidiverisico in als laaggemiddeld. Geadviseerd wordt de verdachte te behandelen bij De Waag, Het Dok of een soortgelijke instelling en de verdachte verplicht reclasseringstoezicht op te leggen. Voorts wordt geadviseerd de verdachte te laten controleren op het bezit van kinderpornografie, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en hem te verplichten tot het storten van een geldbedrag ten gunste van een instelling die zich ten doel stelt de belangen van slachtoffers van zedenfeiten te behartigen.

Psycholoog drs. A.K. Wieringa heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 26 juli 2015. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte werd gedurende zijn werkzaamheden geconfronteerd met kinderpornografisch materiaal. Dit ontregelde hem in sterke mate, doordat dit hem confronteerde met zijn eigen seksueel misbruik als kind. Hierdoor liepen negatieve affecten op, welke hij tot dan toe met succes had kunnen verdringen. De opgelopen negatieve affecten werden internaliserend verwerkt en leidden tot een depressieve episode, die door zijn detentie intensiveerde. Met het oplopen van deze affecten lopen ook dysfunctionele angst en achterdocht op bij de verdachte. Onder invloed van het laatste raakt de verdachte gepreoccupeerd met mogelijk aanwezige foto’s en films van zijn eigen seksueel misbruik op internet. Hij gaat privé verder met het downloaden van kinderpornografisch materiaal om zich te vergewissen of dit zo is. De verdachte raakt door de confrontatie met kinderpornografisch materiaal overspoeld door zijn gevoelens, hij kan hoofd- en bijzaken niet meer adequaat onderscheiden, verliest grip op zijn denken en gevoelsleven en verliest ook controle over het downloaden en zoeken naar materiaal op het internet.

De verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis te weten een depressieve episode, welke matig in ernst is en zonder psychotische kenmerken. Tevens is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestelijke vermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis, met afhankelijke en ontwijkende kenmerken. Deze stoornissen bestonden ten tijde van de tenlastegelegde feiten en beïnvloedden de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte.

De psycholoog adviseert de rechtbank om de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Het recidiverisico wordt door de rapporteur als laag beschouwd. Het wordt zinvol geacht een ambulante psychologische behandeling verder te stabiliseren waarbij de vrijwillige ambulante behandeling kan worden aangevuld met een ambulante poliklinische behandeling bij een FPK zoals De Waag of Het Dok of een overeenkomstig instelling, gericht op de depressieve klachten van de verdachte.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Toerekeningsvatbaarheid

Nu de conclusies van de psycholoog gedragen worden door de bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

Straffen

Gezien de ernst van de feiten zoals boven omschreven kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De verdachte heeft gehandeld in zijn hoedanigheid als politieambtenaar, wiens betrouwbaarheid buiten enige twijfel moet kunnen worden gesteld, natuurlijk bovenal in zijn functie, maar ook privé. Schending van dat vertrouwen levert een zodanig ernstige verstoring van de rechtsorde op, dat het herstel slechts kan geschieden door het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan het voorarrest achterwege te laten. Hiervoor bestaat gezien de ernst van de feiten geen aanleiding.

Wel zal de rechtbank de gevangenisstraf matigen ten opzichte van de eis van de officier van justitie, omdat zij vrijspreekt van het onder 1 ten laste gelegde feit en gelet op de stoornis van de verdachte en oorzaken die daaraan, blijkens het rapport van de psycholoog, ten grondslag liggen.

Nu de reclassering en de psycholoog begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk achten, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Anders dan is geadviseerd, ziet de rechtbank geen aanleiding de verdachte te verplichten zich te laten controleren op het bezit van kinderpornografie, of hem te verplichten tot het storten van een geldbedrag ten gunste van een instelling die zich ten doel stelt de belangen van slachtoffers van zedenfeiten te behartigen.

De rechtbank sluit zich wat betreft de termijn van de aan het voorwaardelijk strafdeel te verbinden proeftijd aan bij de vordering van de officier van justitie. Gelet op de problematiek van verdachte en de daarvoor noodzakelijk behandeling en begeleiding is een proeftijd van drie jaar passend en noodzakelijk.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 240b, 272 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 (tweeëntwintig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 3 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van Forensische Polikliniek De Waag of Het Dok of een soortgelijke ambulante forensische zorg, voor zijn problematiek, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de instelling/behandelaar verantwoord vindt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. V. Mul en M. Bakhuis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Harskamp-Snoeren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 oktober 2015.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2011 tot en met 19 maart 2015

te Rotterdam, in elk geval in Nederland, één of meer afbeelding(en)

en/of één of meer film(s) heeft vervaardigd en/of in bezit

heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) en/of film(s) (een) seksuele

gedraging(en) zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had/hadden bereikt, te weten

zijn minderjarige dochter [naam 3] (geboren [geboortedatum] ) en/of een

vooralsnog onbekend gebleven meisje, was/waren betrokken of schijnbaar

was/waren betrokken, te weten (onder meer)

een of meer afbeelding(en) waarop

die [naam 3] in een reeks foto's te zien is waarbij zij

- voor de camera poseert in een rokje en t-shirt en/of vervolgens haar benen

spreidt en haar handen tussen haar bovenbenen houdt en/of

- zij met haar achterzijde naar de camera staat en haar bovenlichaam licht

gebogen houdt en/of haar rokje omhoog getrokken houdt tot over haar blote

billen waardoor haar ontblote billen (prominent en van close up) in beeld

worden gebracht en/of

- gekleed in een korte broek en/of hemdje met haar rug naar de camera staat

en/of haar korte broek naar beneden geschoven houdt tot onder haar billen

en/of haar hemdje (iets) opgetrokken houdt en/of haar ontblote billen voor de

lens van de camera houdt en/of haar ontblote billen prominent in beeld worden

gebracht en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van

kleden van die [naam 3] en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s)

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden, waarbij de

afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot

seksuele prikkeling

en/of

dat vooralsnog onbekend gebleven meisje te zien is in een reeks foto's waarbij

- op het strand gekleed is in enkel een kort broekje en/of met ontbloot

bovenlichaam en/of waarbij haar borsten prominent in beeld worden gebracht

en/of waarbij de borsten van close up in beeld worden gebracht en/of

- waarbij door het camerastandpunt en/of de wijze van kleden van dit meisje

en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) borsten in

beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;

(artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht);

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2013 tot en met 19 maart 2015

te Rotterdam, in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en) en/of films te weten 10.818 in elk geval 6.215 afbeelding(en) en/of 204

in elk geval 87 film(s) en/of gegevensdrager(s) (te weten een (meerdere) personal computer(s) en/of (meerdere) laptop(s) en/of (meerdere) USB-stick(s) en/of

(meerdere) geheugenkaart(en) en/of (meerdere) harddisk(s)),

Bevattende 10.818 in elk geval 6.215 afbeelding(en) en/of 204 in elk geval 87 film(s), in elk geval een (groot) aantal afbeelding(en) en/of film(s),

heeft verworven en/of verspreid en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe

doormiddel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een

communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde

seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een)

vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong en/of) van het

lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft

bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)

en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van

18 jaren nog niet heeft bereikt (met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze

perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt is/zijn en/of in een omgeving en/of in

(een)(erotisch getinte) houding(en) poseert/poseren die niet bij haar/hun

leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de

(onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de

uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote)

geslachtsdelen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding (aldus) een

onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt,

waarbij de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of

strekt tot seksuele prikkeling,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

(artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht);

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 01 augustus 2012 tot en

met 19 maart 2015 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, in ieder geval

in Nederland, (telkens) een geheim waarvan hij wist en/of redelijkerwijs

moest vermoeden dat hij uit hoofde van zijn ambt van politieambtenaar en/of

wettelijk voorschrift te weten artikel 7 van de Wet Politiegegevens, verplicht

was het te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,immers heeft verdachte

- ( telkens) in het (geautomatiseerd) bedrijfsprocessensysteem van politie één

of meerdere kentekens bevraagd en/of de persoonsgegevens en/of andere

informatie behorende bij dat/die kenteken(s) bevraagd en/of (vervolgens)

doorgegeven aan M.B. [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] , in elk geval aan (een) derde(n)

en/of

- informatie over een lopend strafrechtelijk onderzoek namelijk de aanhouding van een verdachte en/of de inbeslagname van een gaspistool bij die verdachte en/of de strafrechtelijke afdoening van die zaak namelijk met een transactie van € 550,- en/of een foto van het in beslag genomen gaspistool heeft gedeeld en/of verzonden aan [betrokkene] , in elk geval aan (een) derde(n) en/of

-(telkens) in het (geautomatiseerd) bedrijfsprocessensysteem van politie

gezocht naar persoonsgegevens en/of contactgegevens van personen met het

vrouwelijke geslacht en met burgerlijke staat "weduwe" en/of die

persoonsgegevens en/of contactgegevens afkomstig uit de

bedrijfsprocessensysteem van politie gemaild naar [emailadres] en/of

verstrekt aan (een) derde(n) en/of die persoonsgegevens en/of contactgegevens

(vervolgens) gebruikt om niet uit hoofde van zijn ambt contact te leggen met

die personen en/of

-(telkens) uit het (geautomatiseerd) bedrijfsprocessensysteem van politie

(gevoelige) informatie en/of documenten en/of foto's van strafrechtelijke

onderzoeken bevraagd en/of opgezocht en deze informatie en/of documenten

en/of foto's heeft overgezet op zijn, verdachtes, privé gegevensdrager(s)

en/of die informatie en/of documenten en/of foto's voor eigen gebruik in zijn

bezit gehad en/of

-(telkens) in/uit het (geautomatiseerd) bedrijfsprocessensysteem van politie

informatie over strafrechtelijke onderzoeken en/of informatie en/of

persoonsgegevens en/of contactgegevens van personen heeft bevraagd en/of

opgezocht en/of uit dat systeem gehaald voor eigen privé gebruik;

art 272 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2013 tot en met 19 maart 2015 te

Rotterdam opzettelijk een harde schijf merk Samsung horende bij een

(inbeslaggenomen) computer merk Medion, in elk geval enig goed, dat/die geheel

of ten dele toebehoorde(n) aan Politie Eenheid Rotterdam, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde

van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als politieambtenaar van Politie

Eenheid Rotterdam, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2001 tot en met 30 april 2006

te Rotterdam, in elk geval in Nederland, één of meer afbeelding(en)

en/of één of meer film(s) heeft vervaardigd en/of op of omstreeks 19 maart 2015 te Rotterdam in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) en/of film(s) (een)

seksuele gedraging(en) zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) (een) perso(o)n(en)

die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had/hadden bereikt, te weten

[slachtoffer] (geboren op 26 maart 1988) en/of [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]

), was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, te

weten (onder meer) een of meer film(s) heeft vervaardigd door verschillende

filmopnamen aan elkaar te monteren zodat één film is ontstaan waarop de

genoemde meisjes alleen en/of samen naakt in beeld verschijnen en/of naakt een

kamer in lopen en/of naakt in een kamer staan en/of zich vervolgens (met een

baddoek) afdrogen en/of zich vervolgens aankleden en/of waarbij de wijze

waarop de filmopnamen aan elkaar gemonteerd zijn waarbij die opname gericht

was op de naaktheid van de genoemde meisjes en/of waarbij door het

camerastandpunt en/of de wijze waarop de naakte lichamen van de genoemde

meisjes in beeld worden gebracht, de film(s) (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft/hebben en/of strekt tot seksuele prikkeling;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht