Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:7164

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
22-10-2015
Zaaknummer
C/10/466077 / HA ZA 14-1274
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale bevoegdheid. Forumkeuze. Artikel 23 EEX-Vo. Uitleg forumkeuze. Bij de uitleg van deze bepaling stelt de rechtbank een zuiver taalkundige uitleg van de tekst/bewoordingen voorop. Een forumkeuze in de zin van art. 23 EEX-Vo dient duidelijk en nauwkeurig te zijn, waarbij evenwel voldoende is dat het desbetreffende beding de objectieve elementen bevat op basis waarvan partijen overeenstemming hebben bereikt over de keuze van het gerecht of de gerechten waaraan zij geschillen willen voorleggen (HR 2 december 2011 ECLI:NL:HR:2011:BU6545).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/31
S&S 2016/20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/466077 / HA ZA 14-1274

Vonnis van 7 oktober 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLENCORE GRAIN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam,

tegen

de vennootschap naar de plaats van haar vestiging

MILLET SAS,

gevestigd te Parijs, Frankrijk,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J. Blussé van Oud -Alblas te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Glencore en Millet genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties;

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord;

  • -

    de brief namens Glencore van 28 juli 2015 met productie 17;

  • -

    het B8 formulier namens Millet van 27 augustus 2015 met productie 5;

  • -

    de brief namens Glencore van 28 augustus 2015 waarin zij bezwaar maakt tegen het overleggen van niet in het Nederlands vertaalde stukken, alsmede tegen de late indiening;

  • -

    de brief namens Millet van 1 september 2015 met als bijlagen een vrije vertaling van het arrest van het Franse Hof van Cassatie van 25 maart 2015;

  • -

    het proces-verbaal van het op 9 september 2015 gehouden pleidooi.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De vordering in de hoofdzaak en de vordering en het verweer in het incident

2.1.

Glencore vordert in de hoofdzaak – samengevat – dat de rechtbank Millet bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeelt tot betaling aan Glencore van een bedrag van

€ 271.469,25, een bedrag van € 48.050 aan kosten voor Retourtransport en een bedrag van

€ 95.645 aan kosten voor de terug levering van de wagons aan Millet op andere plaatsen dan op de Frans-Belgische grens, te vermeerderen met rente en kosten.

2.2.

Aan deze vordering legt Glencore – samengevat – de volgende stellingen ten grondslag:

  • -

    in 2012 is tussen Glencore en Millet een overeenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de huur van honderd nieuwe wagons van het type 90 ton en 101 m3. De ‘AFWP nr 14873’ voorwaarden (hierna: de algemene voorwaarden) maken onderdeel uit van deze overeenkomst;

  • -

    door partijen is uitvoering gegeven aan deze overeenkomst;

  • -

    de Frans-Belgische grens is “de door de verhuurder aangewezen plaats” conform artikel 5.2 van de algemene voorwaarden;

  • -

    in de raamovereenkomst (“contrat general”) van 20 mei 2013 (inwerkingtredingsdatum 21 januari 2013) is in artikel 6, indachtig de ‘terugleveringsafspraak’ tussen partijen, opgenomen dat:

“De transportkosten voor de teruggave van de wagons tot de Frans-Belgische grens komen voor rekening van de huurder en het resterende traject voor rekening van de verhuurder”;

  • -

    in 2013 moesten de van Millet gehuurde wagons vanwege een technisch defect terug naar de fabrikant;

  • -

    de kosten voor het retourtransport naar Rotterdam ad € 48.050 heeft Glencore betaald, maar deze dienen uiteindelijk door de verhuurder van het ondeugdelijk materieel, Millet, te worden gedragen;

  • -

    Glencore heeft per mail van 10 januari 2014 aangegeven de huurovereenkomsten met Millet te ontbinden;

  • -

    de reparaties vanwege het technisch defect zijn een gevolg van een gebrek van het materieel zelf. Glencore is op grond van de algemene voorwaarden bij de overeenkomst geen huur verschuldigd voor de periode waarin zij geen gebruik heeft kunnen maken van de wagons. De door Glencore te veel betaalde huur bedraagt in totaal € 271.469,25;

  • -

    Glencore is er ondanks de overeengekomen teruggave van de wagons aan de Frans-Belgische grens, maar onder voorbehoud van al haar rechten, mee akkoord gegaan om de wagons terug te leveren naar de door Millet opgegeven plaatsen. De hiermee verband houdende kosten van € 95.645 dienen evenwel voor rekening van Millet te komen;

  • -

    Op de overeenkomst tussen Glencore en Millet is, op grond van artikel 16 van de algemene voorwaarden, Frans recht van toepassing;

  • -

    Artikel 16 van de algemene voorwaarden bepaalt:

“De partijen behouden zich uitdrukkelijk het recht voor om alle zaken aanhangig te maken bij alle bevoegde jurisdicties van de plaats van vestiging van de huurder of van de plaats van exploitatie van het materieel.”

Aangezien Glencore – de huurder – is gevestigd in Rotterdam is op grond van deze bepaling de rechtbank Rotterdam (mede) bevoegd van deze zaak kennis te nemen.

2.3.

Millet vordert in het incident dat de rechtbank zich bij vonnis onbevoegd verklaart om van de vorderingen van Glencore kennis te nemen, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Glencore in de kosten van het incident.

2.4.

Millet stelt daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende. Er ontbreekt een geldig overeengekomen forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam. De vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden bevat geen overeenkomst tot aanwijzing van de rechtbank Rotterdam als bevoegde rechter. Blijkens de tekst van die alinea gaat het om een door de partijen samen, als uitzondering op de forumkeuze in de derde alinea, uit te oefenen voorbehoud om (bijvoorbeeld) indien zij het erover eens zijn dat een van de in de vierde alinea genoemde rechters in de gegeven omstandigheden de meest gerede is om het geschil te beoordelen, hun geschil aan die rechter voor te leggen. Nu de vierde alinea zich tot de beide partijen (“les parties”) richt, is, ook tegen de achtergrond van het bepaalde in de tweede alinea, voor het inroepen daarvan (dus) de in- en overeenstemming van beide partijen noodzakelijk, welke ontbreekt.

2.5.

Glencore concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Millet in haar incidentele vordering, althans haar deze te ontzeggen, met veroordeling van Millet, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van dit geding en de nakosten.

2.6.

Glencore voert daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende aan. Glencore en Millet zijn bij schriftelijke overeenkomst, te weten: in artikel 16 van de algemene voorwaarden’ een forumkeuze overeengekomen overeenkomstig artikel 23 lid 1 sub a EEX-Vo. Artikel 16 van de algemene voorwaarden betreft een forumkeuze, die aan partijen het alternatief geeft om hun dispuut aan verschillende bevoegde fora voor te leggen.

2.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

in het incident

3.1.

Millet heeft in haar eerste processtuk, derhalve tijdig, een beroep gedaan op onbevoegdheid van de rechtbank. Millet betwist dat tussen partijen een forumkeuze geldt voor de rechtbank Rotterdam.

3.2.

Er is sprake van een internationaal geval. Millet is in Frankrijk gevestigd en de vordering is aanhangig gemaakt bij een gerecht in Nederland. De vordering in de hoofdzaak betreft een burgerlijke of handelszaak en is ingesteld vóór 10 januari 2015 zodat de EEX-Verordening, de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Vo) van toepassing is. De bevoegdheidsvraag dient derhalve in beginsel aan de hand van de EEX-Vo te worden beantwoord.

3.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat artikel 16 van de algemene voorwaarden deel uitmaakt van de tussen hen geldende overeenkomst. De algemene voorwaarden zijn gesteld in de Franse, Duitse en Engelse taal. Het ‘contrat general’ tussen partijen van 20 mei 2013 (inwerkingtredingsdatum 21 januari 2013) is gesteld in de Franse en Engelse taal. Glencore baseert de bevoegdheid van deze rechtbank op de in de vierde alinea van artikel 16 opgenomen forumkeuze. Millet heeft de stelling van Glencore (2.4 incidentele conclusie van antwoord), dat alle emailcorrespondentie tussen partijen, zowel bij de totstandkoming van de overeenkomst als daarna in het Engels is gevoerd, bij pleidooi niet betwist, zodat de rechtbank uitgaat van de Engelse tekst. Artikel 16 luidt als volgt:

“16. ARTICLE XVI – DISPUTES

The present contract is governed by French law to the express exclusion of all rules concerning conflict of laws or otherwise, that might involve the application of any provisions other than French law.

The present contract is founded essentially on good faith and a commitment by both parties to understand each other, to apply jointly all the provisions they have agreed on. They therefore undertake to try and resolve any difficulties that may occur by mutual consent.

If in spite of their best combined efforts, the parties do not manage in this way to permanently resolve any disagreement over the execution of the present contract, they agree to submit their dispute to the court covering the Hire Company’s registered office, even in the event of third party notice or multiple defenders.

The parties however expressly reserve the right to bring a case before any competent court covering the Hirer’s registered office or the place of exploitation of the rolling stock.”

3.4.

De vraag of partijen een rechtsgeldige forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam hebben gedaan dient te worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in artikel 23 EEX-Vo. Deze bepaling dient autonoom te worden geïnterpreteerd zodat geen betekenis toekomt aan nationaal-Nederlandse rechtsopvattingen of – zoals door Millet bepleit – aan Franse rechtsopvattingen (HvJ 16 maart 1999, nr C-159/97 ECLI:NL:XX:1999:AD3027 Castelletti/ Trumpy). Artikel 23 lid 1 EEX-Vo luidt, voor zover thans van belang, als volgt:

“Wanneer de partijen (…) een gerecht (…) van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan (…) is dit gerecht (…) bevoegd. (…) Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:

a) hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst; (…)

Tussen partijen is niet in geschil dat is voldaan aan het in artikel 23 lid 1 sub a) EEX-Vo genoemde vormvoorschrift.

3.5.

Partijen twisten over de uitleg van de in de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden gedane forumkeuze. Bij de uitleg van deze bepaling stelt de rechtbank een zuiver taalkundige uitleg van de tekst/bewoordingen voorop. Een forumkeuze in de zin van art. 23 EEX-Vo dient duidelijk en nauwkeurig te zijn, waarbij evenwel voldoende is dat het desbetreffende beding de objectieve elementen bevat op basis waarvan partijen overeenstemming hebben bereikt over de keuze van het gerecht of de gerechten waaraan zij geschillen willen voorleggen (HR 2 december 2011 ECLI:NL:HR:2011:BU6545).

3.6.

Bij de beoordeling gaat de rechtbank uit van de volgende in dit incident vaststaande feiten:

  • -

    Millet heeft de overeenkomst en de algemene voorwaarden met daarin de forumkeuze opgesteld;

  • -

    Millet hanteert deze algemene voorwaarden.

3.7.

Millet heeft gesteld dat de ingevolge artikel 23 EEX-Vo vereiste overeenkomst tot aanwijzing van de Rotterdamse rechter ontbreekt omdat:

  • -

    i) in de derde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden een forumkeuze is gedaan voor de rechter van de vestigingsplaats van Millet, te weten Parijs;

  • -

    ii) dat volgt uit de tekst van de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden, dat letterlijk inhoudt een door beide partijen, gezamenlijk, dus bij overeenkomst, uit te oefenen recht om in voorkomend geval voor de twee andere rechters, genoemd in de vierde alinea, te kiezen;

  • -

    iii) de door Glencore voorgestane uitleg van de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden die bepaling potestatief maakt waardoor deze geen voorzienbaarheid en rechtszekerheid biedt;

  • -

    iv) waar partijen over de betekenis van de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden van mening verschillen, deze bepaling dus niet de vereiste duidelijkheid biedt.

Ad (i)

3.8.

Op zich is juist dat partijen in de derde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden zijn overeengekomen dat geschillen zullen worden voorgelegd aan ‘the court covering the Hire Company’s registered office’. In dit geval de rechter te Parijs. Dit betreft echter geen exclusieve forumkeuze omdat partijen in de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden twee alternatieve fora zijn overeengekomen, te weten ‘any competent court covering the Hirer’s registered office or the place of exploitation of the rolling stock’. De in de derde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden gedane forumkeuze sluit een geldige forumkeuze in de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden derhalve niet uit.

Ad (ii)

3.9.

Anders dan Millet voorstaat leest de rechtbank de tekst van de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden niet zo dat hieruit volgt dat partijen gezamenlijk overeenstemming moeten hebben om hun geschil aan de in die bepaling genoemde alternatieve fora voor te leggen. De tekst luidt ‘The parties however expressly reserve the right’. Het woord ‘however’ betekent volgens Van Dale ‘echter, nochtans, desondanks’. Ondanks de forumkeuze in de derde alinea (voor de rechter van de vestigingsplaats van Millet) behouden partijen zich uitdrukkelijk het recht voor om de zaak voor te leggen aan elke bevoegde rechter van de vestigingsplaats van de huurder of de plaats van exploitatie van het rijdend materieel. Het heeft ook geen zin een dergelijk voorbehoud te maken als beide partijen alsnog gezamenlijk en bij overeenkomst akkoord moeten gaan. Zoals Glencore terecht heeft aangevoerd hebben partijen daartoe onder artikel 23 EEX-Vo immers altijd de vrijheid, zowel voor als na het ontstaan van het geschil. Enige contractuele bepaling daartoe zou daarom niet zinvol zijn.

Ad (iii)

3.10.

De rechtbank neemt aan dat Millet met ‘potestatief’ bedoelt: een voorwaarde waarvan de vervulling van een andere partij afhangt. In die zin begrepen maakt juist de door Millet voorgestane uitleg, te weten dat alsnog de instemming van Millet nodig is, de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden potestatief. Wat daar ook van zij, voor de geldigheid van een forumkeuze is niet vereist dat de forumkeuze zodanig is geformuleerd dat louter op grond van de bewoordingen ervan reeds kan worden bepaald welk gerecht bevoegd is. De in de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden genoemde objectieve elementen, de vestigingsplaats van de huurder en de plaats van exploitatie van het rijdend materieel, zijn voldoende nauwkeurig om de aangezochte rechter in staat te stellen om te bepalen of hij bevoegd is. Deze worden geconcretiseerd door de omstandigheden van het geval. De forumkeuze voldoet derhalve aan het vereiste van bepaalbaarheid van het aangewezen gerecht.

Ad (iv)

3.11.

Het enkele feit dat partijen – in het kader van dit bevoegdheidsicident - van mening verschillen over de uitleg van de vierde alinea van artikel 16 van de algemene voorwaarden betekent niet dat deze bepaling niet duidelijk is. Wat de rechtbank betreft is de forumkeuze glashelder. Bovendien is de forumkeuzeclausule zoals Millet die hanteert in het internationale handelsverkeer niet ongebruikelijk.

3.12.

De slotsom is dat er een rechtsgeldige forumkeuze voor deze rechtbank tussen partijen tot stand is gekomen zodat deze rechtbank, de rechtbank van de vestigingsplaats van de huurder Glencore, op grond van artikel 23 EEX-Vo bevoegd is van de vordering van Glencore kennis te nemen. De vordering van Millet tot onbevoegdverklaring zal worden afgewezen.

3.13.

Met uitzondering van hetgeen over de bevoegdheid is geoordeeld en beslist, zijn de in dit incident gegeven overwegingen en oordelen voorlopig van aard. Denkbaar is dat de rechtbank in de hoofdzaak - over alle onderwerpen behalve de bevoegdheid - tot andere overwegingen of oordelen komt.

3.14.

Millet zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Glencore in het incident worden begroot op € 904 (2 punten x tarief € 452).

in de hoofdzaak

3.15.

De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van Millet.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

wijst het gevorderde af,

4.2.

veroordeelt Millet in de kosten van het incident, aan de zijde van Glencore tot op heden begroot op € 904,

4.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

4.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 18 november 2015 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Millet.

Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2015.

1573/32