Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:6970

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-10-2015
Datum publicatie
01-10-2015
Zaaknummer
10/775009-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling van een ex-politieagent voor een poging tot doodslag, meermalen gepleegd en meineed. De verdachte en zijn medeverdachte hebben zonder enige noodzaak en van korte afstand meerdere kogels met hun dienstwapens op de auto van de aangevers afgevuurd. De auto van de aangevers is hierdoor driemaal geraakt. De auto die vóór de auto van de aangevers stond werd geraakt in de achterruit, waardoor deze versplinterde. Om het gebruik van zijn dienstwapen te rechtvaardigen, heeft de verdachte vervolgens een valselijk proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door op te schrijven dat de aangevers met hun auto op hem waren ingereden. Oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/775009-13

Datum uitspraak: 1 oktober 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] .

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 september 2015.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de zitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H. van der Meijden heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Waardering van het bewijs

Bewijswaardering

1.1.1.

Standpunt verdachte

Aangevoerd is dat de verdachte geen opzet heeft gehad om foutief te handelen. Voor zover de verdachte met deze stelling aan heeft willen voeren dat hij dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde nu het (voorwaardelijk) opzet ontbreekt, wordt als volgt overwogen.

1.1.2.

Beoordeling

Op basis van de bewijsmiddelen (als bijlage II aan dit vonnis gehecht) en de overige stukken in het dossier, wordt van het volgende uitgegaan.

Op 26 maart 2013 is er bij de meldkamer van het Project Ondersteuning Lokmiddelen de melding binnengekomen dat er beweging was geconstateerd van een lokauto. Omdat deze auto op dat moment nog zou worden ingezet als lokmiddel, is de verdachte, samen met zijn medeverdachte, naar garagebedrijf [naam garagebedrijf] gereden om hieromtrent navraag te doen. De medeverdachte is het garagebedrijf binnengegaan maar heeft - kennelijk omdat hem dit te lang duurde - het antwoord van [naam garagebedrijf] niet afgewacht. De verdachte is vervolgens, samen met zijn medeverdachte, onder aansturing van de alarmcentrale, het signaal van de lokauto gevolgd in de bij de verdachte - onjuiste - veronderstelling dat er sprake was van een gestolen auto. Uiteindelijk werd de auto (een Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 1] ) waargenomen op de 's-Gravelandseweg te Schiedam, stilstaand voor een rood verkeerslicht met daarin twee personen (naar later bleek de aangevers [aangever 1] en [aangever 2] ). De verdachte en zijn medeverdachte hebben daaropvolgend besloten om over te gaan tot een snelle aanhouding. Zij hebben hun auto twee rijstroken links naast de auto van de aangevers (verdekt) opgesteld en zijn met getrokken dienstwapens op de auto afgegaan. Op het moment dat het verkeerslicht waar de aangevers voor stonden op groen sprong en zij - nietsvermoedend - optrokken om hun weg te vervolgen, hebben de verdachte en zijn medeverdachte meerdere kogels op het voertuig afgevuurd. De auto van de aangevers werd hierbij tweemaal in de kofferdeksel geraakt (één inschotbeschadiging gemeten op 70 cm vanaf de bestrating van de openbare weg en één op 98 cm) en één keer in het rechter voorportier (afketsbeschadiging, gemeten op 56 cm vanaf de bestrating van de openbare weg). De auto die vóór de auto van de aangevers voor het rode verkeerslicht stond te wachten (van [slachtoffer] ) werd geraakt in de achterruit, waardoor deze versplinterde.

Na onderzoek bleek de auto waarin de aangevers reden niet te zijn gestolen, maar door hen te zijn gehuurd bij garagebedrijf [naam garagebedrijf] , een garage waar de politie ook wel eens een auto huurde om in te zetten als lokmiddel.

Vooropgesteld wordt dat noch uit het dossier, noch op basis van het verhandelde op de zitting kan worden afgeleid dat de verdachte met zijn handelen het opzet had om de aangevers, dan wel [slachtoffer] , van het leven te beroven. De vraag die vervolgens voorligt is of de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad om deze personen dodelijk te raken. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Door van relatief korte afstand (maximaal zeven meter) op een drukke weg te schieten op een in beweging zijnde auto met daarin inzittenden heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij deze personen, of omstanders, zou raken. Mede gelet op de hoogte van de inslagbeschadigingen in de auto’s waarin de aangevers en [slachtoffer] zaten, was de kans aanzienlijk dat deze personen in vitale delen van het lichaam - en dus dodelijk - geraakt zouden worden.

Daarnaast heeft de verdachte op 26 maart 2013 een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt omtrent het hierboven beschreven incident, waarin hij heeft gerelateerd:

- dat hij zag dat de bestuurder van de Volkswagen Golf zijn stuur naar links draaide en dat hij de auto op hem af zag komen;

- dat hij zeker was geraakt als hij op dat moment niet was weggelopen;

- dat hij vreesde gewond te raken omdat de afstand tussen hem en de Volkswagen Golf steeds kleiner werd;

- dat hij zich door dit alles zodanig bedreigd voelde dat hij met zijn rechterhand naar zijn vuurwapen ging en vervolgens met gebruikmaking van zijn dienstwapen getracht heeft de aangevers aan te houden.

Op basis van de in het dossier bevindende getuigenverklaringen en de feitelijke situatie op de plaats van het delict blijken die hiervoor aangehaalde passages in het proces-verbaal van bevindingen in strijd met de waarheid te zijn. Immers, geen van de gehoorde getuigen heeft verklaard dat er een auto op politieagenten is ingereden. Sterker nog, de meeste hebben dit ten stelligste ontkend (bijv. de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] ). Hier komt nog bij dat gelet op de feitelijke situatie zoals deze op de 's-Gravelandseweg te Schiedam is, het onmogelijk is om, gegeven op de positie van de auto van de aangevers (stilstaand achter een andere auto voor een stoplicht) en de positie van de verdachte en zijn medeverdachte (links achter/naast de auto van de aangevers, op een verhoging tussen de rijbanen) op de verdachte, dan wel zijn medeverdachte in te rijden.

Ook overigens blijken de voorgaande passages in strijd te zijn met de waarheid gelet op de op 26 november 2013 bij de politie afgelegde verklaring van de verdachte, waarin hij heeft verklaard:

“Op straat zei [medeverdachte] al iets in de koers van "ze zijn op ons in gereden". (…) lk heb me (…) laten verleiden om het verhaal aan te dikken door tegen bijvoorbeeld de chef van dienst te zeggen dat er op ons werd ingereden en dat we daardoor hebben geschoten”.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het opzet heeft gehad om een valselijk proces-verbaal van bevindingen op te maken met het - kennelijke - doel om het gebruik van zijn dienstwapen te rechtvaardigen.

1.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1. primair.

hij,

op 26 maart 2013 te Schiedam,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [aangever 1] en [aangever 2] en [slachtoffer] van het leven te beroven,

met dat opzet, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] ,

- na een (kort) tevoren genomen besluit ter aanhouding van de inzittenden van de Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [kenteken 1] , te weten voornoemde [aangever 1] en [aangever 2] , - zijn dienstwapen ter hand heeft genomen en deze gericht heeft (gehouden) op het voertuig, en

- schoten heeft gelost op de achterzijde van de Volkswagen Golf, ten gevolge waarvan er twee, doorschotbeschadigingen zijn ontstaan in de kofferklep, te weten rechtsonder ter hoogte van de bumper op circa 70 cm gemeten vanaf rijbaanniveau en rechts onder de achterruit op circa 98 cm gemeten vanaf rijbaanniveau, en

- schoten heeft gelost op, dan wel in de richting van, de Volkswagen Golf, ten gevolge waarvan er een afketsbeschadiging is ontstaan aan het rechter voorportier van de Volkswagen Golf op circa 56 cm hoogte gemeten vanaf rijbaanniveau en ten gevolge

waarvan een beschadiging is ontstaan in de achterruit van de Alfa Romeo voorzien van het kenteken [kenteken 2] op circa 125 cm gemeten vanaf rijbaanniveau met als gevolg een geheel versplinterde en verdwenen achterruit, welke auto voor de Volkswagen Golf reed en waarin voornoemde [slachtoffer] zich bevond,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij,

op 26 maart 2013 te Vlaardingen,

in het geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede/belofte vordert en daaraan rechtsgevolgen verbindt, schriftelijk, persoonlijk, opzettelijk een valse verklaring onder ede heeft afgelegd,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar in een door hem, verdachte, schriftelijk op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 26 maart 2013 documentcode:1303261500.AMB opzettelijk valselijk, in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - verklaard:

- dat hij zag dat de bestuurder van de Volkswagen Golf zijn stuur naar links draaide en dat hij de auto op hem af zag komen, en

- dat hij zeker was geraakt als hij op dat moment niet was weggelopen, en

- dat hij vreesde gewond te raken omdat de afstand tussen hem en de Volkswagen Golf steeds kleiner werd, en

- dat hij zich door dit alles zodanig bedreigd voelde dat hij met zijn rechterhand naar zijn vuurwapen ging en vervolgens met gebruikmaking van zijn dienstwapen getracht heeft de verdachten de inzittenden van de Volkswagen Golf aan te houden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

2.

in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert of daaraan rechtsgevolgen verbindt, opzettelijk, schriftelijk, persoonlijk, een valse verklaring afleggen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich, in de uitoefening van zijn functie als politieagent, samen met zijn medeverdachte, schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op drie automobilisten. De verdachte en zijn medeverdachte zijn de auto waar de aangevers [aangever 1] en [aangever 2] - voor een rood stoplicht - in zaten, genaderd en hebben vervolgens, op het moment dat de auto van beide aangevers in beweging kwam, zonder enige noodzaak en van korte afstand meerdere kogels met hun dienstwapen op de aangevers afgevuurd. Door dit handelen is de achterruit van de auto van [slachtoffer] - die vóór beide aangevers in haar auto voor het stoplicht stond te wachten - geraakt en verbrijzeld. Daarnaast is de huurauto van [aangever 1] en [aangever 2] drie keer door een kogel getroffen.

De rechtbank rekent het de verdachte sterk aan dat hij het vuur heeft geopend op een rijdende auto met daarin onschuldige, nietsvermoedende burgers die hierbij het leven hadden kunnen verliezen. Het vuurwapengebruik was in de gegeven omstandigheden buitengewoon disproportioneel en ondoordacht, mede in het licht van de relatieve ernst van de door de verdachte tegen de aangevers - ten onrechte - gerezen verdenking: de diefstal van een auto en bovendien in strijd met het geldende protocol.

De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke delicten nog zeer lange tijd de nadelige psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden, zoals ook blijkt uit de op de zitting voorgedragen slachtofferverklaring van [aangever 1] .

Daarnaast zijn ook omstanders op straat met het schietincident geconfronteerd, nu dit heeft plaatsgevonden op een drukke weg, waar verschillende automobilisten voor het rode stoplicht stonden te wachten. Omdat de verdachte in burger was gekleed, dachten veel getuigen - zo blijkt uit verschillende verklaringen in het dossier - dat er sprake was van een afrekening in het criminele circuit. Ook deze mensen hebben door het handelen van de verdachte doodsangst uitgestaan.

Voorts heeft de verdachte, om het gebruik van zijn dienstwapen te rechtvaardigen, een valselijk proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door op te schrijven dat de aangevers met hun auto op hem waren ingereden. Eén van de aangevers is (mede) door dit proces-verbaal aangehouden op verdenking van een poging tot doodslag en enige tijd in een politiecel vastgehouden.

Het is in het Nederlandse strafrecht van groot belang dat alle procesdeelnemers en ook de samenleving er blind op kunnen vertrouwen dat processen-verbaal nauwgezet en naar waarheid zijn opgemaakt omdat in ons strafproces een zwaar accent ligt op het voorbereidend onderzoek, waarin processen-verbaal vaak een doorslaggevende rol spelen. Immers, aan ambtsedige processen-verbaal kent de wet bijzondere bewijskracht toe, waardoor de invloed op de afdoening van strafzaken beslissend kan zijn. Met zijn handelen heeft verdachte het vertrouwen in de integriteit van de politie geschaad en er daarnaast voor gezorgd dat een onschuldige burger een aantal dagen ten onrechte in een politiecel heeft moeten doorbrengen. De rechtbank rekent dit de verdachte zeer zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 augustus 2015, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 21 november 2014. Dit rapport houdt - samengevat en voor zover van belang - het volgende in. Ten tijde van het delict was de verdachte emotioneel instabiel wegens depressieve klachten, herstellende van een burn-out/overspannen, financiële problemen en zijn perfectionistische karakter om weer volledig beter te moeten zijn en weer als een gezond mens aan het werk te moeten/willen. Hij was niet in staat om weloverwogen keuzes te maken en na te denken alvorens te handelen. Door zijn in september 2014 aangevangen bijbelstudie heeft de verdachte meer probleembesef en zelfinzicht en maakt hij problemen en gevoelens bespreekbaar, ten gevolge waarvan hij spanningsgevoelens reduceert en actief

werkt aan probleemoplossend vermogen. De reclassering acht toezicht op bijzondere voorwaarden niet geïndiceerd. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag.

Straffen

Een poging tot doodslag is één van de ernstigste strafbare feiten uit het Wetboek van Strafrecht. Daarvoor is in beginsel enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank heeft in dit geval meegewogen dat de verdachte politieagent was en het strafbare feit heeft gepleegd in de uitoefening van zijn functie.

Daarnaast is bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf in strafmatigende zin meegewogen dat het schietincident en de (uitkomst van) deze strafzaak grote impact hebben gehad en nog zal hebben op verdachtes leven. Door de politie is aan de verdachte reeds de disciplinaire straf van ontslag opgelegd, waardoor de verdachte zijn passie - te weten het vak van politieagent - na een dienstverband van bijna 20 jaar niet meer kan uitoefenen, waarmee hij ook privé zwaar geraakt is. Daarnaast is het denkbaar dat de verdachte, door een veroordeling voor de onderhavige feiten, minder snel in aanmerking komt voor een Verklaring omtrent het gedrag. In deze omstandigheden ziet de rechtbank echter onvoldoende aanleiding om een andere straf op te leggen dan een (langdurige) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 45, 47, 57, 207 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V. Mul, voorzitter,

en mrs. W.L. van der Bijl-de Jong en F.W.H. van den Emster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. W.A.J.A. Welten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2015.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij,

op of omstreeks 26 maart 2013 te Schiedam,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk een of meer

perso(o)n(en) genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [slachtoffer] en/of

een of meer andere pers(o)on(en) van het leven te beroven,

met dat opzet, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] , althans alleen,

- na een (kort) tevoren genomen besluit - ter aanhouding en/of staandehouding van de inzittenden

van de Volkswagen Golf (voorzien van het kenteken [kenteken 1] ), te weten

voornoemde [aangever 1] en [aangever 2] , - zijn dienswapen ter hand heeft genomen en deze

gericht heeft (gehouden) op het voertuig, en/of

- twee, althans een of meer schot(en) heeft gelost op de (achterzijde van de)

Volkswagen Golf, ten gevolge waarvan er twee, althans een of meer

doorschotbeschadiging(en) zijn/is ontstaan in de kofferklep, te weten

rechtsonder ter hoogte van de bumper op circa 70 cm gemeten vanaf

rijbaanniveau en/of rechts onder de achterruit op circa 98 cm gemeten vanaf

rijbaanniveau, en/of

- twee of drie, althans een of meer schot(en) heeft gelost op, dan wel in de

richting van, de Volkswagen Golf, ten gevolge waarvan er een

afketsbeschadiging is ontstaan aan het rechter voorportier van de Volkswagen

Golf op circa 56 cm hoogte gemeten vanaf rijbaanniveau en/of ten gevolge

waarvan een beschadiging is ontstaan in de achterruit van de Alfa Romeo

(voorzien van het kenteken [kenteken 2] ) op circa 125 cm gemeten vanaf

rijbaanniveau met als gevolg een geheel versplinterde en verdwenen achterruit,

welke auto voor de Volkswagen Golf reed en waarin voornoemde [slachtoffer] zich

bevond,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 287 jo artikel 45 jo artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij,

op of omstreeks 26 maart 2013 te Schiedam,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk aan een of meer

perso(o)n(en) genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [slachtoffer] en/of

een of meer andere pers(o)on(en) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] , althans alleen,

- na een (kort) tevoren genomen besluit - ter aanhouding en/of staandehouding van de inzittenden

van de Volkswagen Golf (voorzien van het kenteken [kenteken 1] ), te weten

voornoemde [aangever 1] en [aangever 2] , - zijn dienswapen ter hand heeft genomen en deze

gericht heeft (gehouden) op het voertuig, en/of

- twee, althans een of meer schot(en) heeft gelost op de (achterzijde van de)

Volkswagen Golf, ten gevolge waarvan er twee, althans een of meer

doorschotbeschadiging(en) zijn/is ontstaan in de kofferklep, te weten

rechtsonder ter hoogte van de bumper op circa 70 cm gemeten vanaf

rijbaanniveau en/of rechts onder de achterruit op circa 98 cm gemeten vanaf

rijbaanniveau, en/of

- twee of drie, althans een of meer schot(en) heeft gelost op, dan wel in de

richting van, de Volkswagen Golf, ten gevolge waarvan er een

afketsbeschadiging is ontstaan aan het rechter voorportier op circa 56 cm

hoogte gemeten vanaf rijbaanniveau en/of ten gevolge waarvan een beschadiging

is ontstaan in de achterruit van de Alfa Romeo (voorzien van het kenteken

[kenteken 2] ) op circa 125 cm gemeten vanaf rijbaanniveau met als gevolg een

geheel versplinterde en verdwenen achterruit, welke auto voor de Volkswagen

Golf reed en waarin voornoemde [slachtoffer] zich bevond,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 lid 1 jo artikel 45 jo artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij,

op of omstreeks 26 maart 2013 te Schiedam,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

een of meer perso(o)n(en) genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [slachtoffer]

en/of een of meer andere perso(o)n(en) heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn medeverdachte [medeverdachte]

opzettelijk dreigend:

- na een (kort) tevoren genomen besluit - ter aanhouding en/of staandehouding van de inzittenden

van de Volkswagen Golf (voorzien van het kenteken [kenteken 1] ), te weten

voornoemde [aangever 1] en [aangever 2] , - zijn/hun dienswapen ter hand genomen en deze

gericht (gehouden) op het voertuig zonder zich (voldoende) kenbaar te maken

als politieambtenaar, en/of

- twee, althans een of meer schot(en) gelost op de (achterzijde van de)

Volkswagen Golf, ten gevolge waarvan er twee, althans een of meer

doorschotbeschadiging(en) zijn/is ontstaan in de kofferklep, te weten

rechtsonder ter hoogte van de bumper op circa 70 cm gemeten vanaf

rijbaanniveau en/of rechts onder de achterruit op circa 98 cm gemeten vanaf

rijbaanniveau, en/of

- twee of drie, althans een of meer schot(en) gelost op, dan wel in de

richting van, de Volkswagen Golf, ten gevolge waarvan er een

afketsbeschadiging is ontstaan aan het rechter voorportier van de Volkswagen

Golf op circa 56 cm hoogte gemeten vanaf rijbaanniveau en/of ten gevolge

waarvan een beschadiging is ontstaan in de achterruit van de Alfa Romeo

(voorzien van het kenteken [kenteken 2] ) op circa 125 cm gemeten vanaf

rijbaanniveau met als gevolg een geheel versplinterde en verdwenen achterruit,

welke auto voor de Volkswagen Golf reed en waarin voornoemde [slachtoffer]

zich bevond;

(artikel 285 jo artikel 45 Wetboek van Strafrecht)

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij,

op of omstreeks 26 maart 2013 te Vlaardingen, in elk geval in Nederland,

in het geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede/belofte

vordert en/of daaraan rechtsgevolgen verbindt, schriftelijk, persoonlijk,

opzettelijk een valse verklaring onder ede/belofte heeft afgelegd,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar in een door hem, verdachte,

schriftelijk op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 26 maart

2013 (documentcode:1303261500.AMB) opzettelijk valselijk, geheel of ten dele

in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - verklaard:

- dat hij de bestuurder van de Volkswagen Golf (voorzien van het kenteken

[kenteken 1] ) heeft aangeroepen met de woorden "stop politie staan blijven" of

woorden van gelijke strekking, en/of

- dat hij op het moment van aanroepen nog geen halve meter naast het portier

van de Volkswagen Golf stond, en/of

- dat hij vervolgens zag dat de bestuurder van de Volkswagen Golf zijn stuur

naar links draaide en dat hij de auto op hem af zag komen, en/of

- dat hij zeker was geraakt als hij op dat moment niet was weggelopen, en/of

- dat hij vreesde gewond te raken omdat de afstand tussen hem en de Volkswagen

Golf steeds kleiner werd, en/of

- dat hij zich door dit alles zodanig bedreigd voelde dat hij met zijn

rechterhand naar zijn vuurwapen ging en vervolgens met gebruikmaking van zijn

dienstwapen getracht heeft de verdachten (de inzittenden van de Volkswagen

Golf) aan te houden;

(artikel 207 Wetboek van Strafrceht)