Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:6396

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-09-2015
Datum publicatie
08-09-2015
Zaaknummer
10/960245-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak van voorbereiden van terroristische aanslag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2015/211
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/960245-14

Datum uitspraak: 8 september 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Vught,

raadsman mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 augustus 2015.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. G.C. Bos heeft gevorderd:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest.

Waardering van het bewijs

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is – kort weergegeven – dat de kern voor het bewijs wordt gevormd door de inhoud van een in verdachtes kamer aangetroffen opschrijfboekje en de inhoud van de chatberichten in zijn Facebookaccount. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat – gelet op de hoeveelheid chats en de inhoud ervan – de uitlatingen op internet en in het opschrijfboekje de ware intentie van de verdachte weerspiegeld hebben.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdediging stelt zich – samengevat – op het standpunt dat de uitingen van de verdachte niet moeten worden geduid als serieuze uitingen van enig voornemen tot het plegen van een aanslag, maar moeten worden geduid als inadequaat sociaal gedrag. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het dossier vele contra-indicaties bevat voor de stelling van het openbaar ministerie en wijst er op dat de verdachte in verschillende chats aantoonbaar heeft gelogen.

Beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

Het dossier en het onderzoek op de terechtzitting

Uit het dossier en het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de verdachte een opschrijfboekje voorhanden heeft gehad waarin hij in de eerste maanden van 2014 een recept voor een explosief heeft geschreven, dat naar “de afvallige politie” of het “tirannieke leger” zou moeten worden gegooid. In datzelfde boekje heeft hij bedreigingen geschreven aan het adres van het Nederlandse volk en een eed van trouw aan de Islamitische Staat (IS). En verder teksten als: “wij komen jullie onthoofden”, “moge Allah de mujahidin laten winnen overal”, en “jongeren dienen zich te mobiliseren voor de Jihad”.

Daarnaast heeft de verdachte ook op Facebook zich geprofileerd als een aanhanger van de IS. Letterlijk: “Ik ben met deze, ik ben (een aanhanger) van de Islamitische Staat in Irak in Syrië”. Op dezelfde dag, 21 augustus 2013, heeft hij ook gechat: “ik wil naar Syrië komen”. Hij heeft deze wens onder andere op 7 mei 2014 herhaald tegenover een persoon die zich profileerde met de naam [chatnaam] . Aan deze [chatnaam] heeft hij op 7 mei 2014 ook gevraagd of hij kan weten hoe een bom wordt gemaakt. Op 14 mei 2014 heeft de verdachte aan [chatnaam] gevraagd of hij aan hem, verdachte, video’s wil sturen waarop staat hoe explosieven worden gemaakt en deze vraag heeft hij op 25 mei 2014 herhaald. De verdachte heeft nog twee keer over explosieven gechat, op 8 augustus 2014 dat hij video’s (opnamen) wil over “explosieven te maken om de Amerikaanse ambassade op te blazen in de bezette Nederlandse” (sic!) en op 21 september 2014 heeft hij gechat: “Ik wil een aantal video's hebben (ik heb een aantal video's nodig) hoe je bommen kunt maken”.

Bovenstaande gedragingen van de verdachte zijn, onder zekere voorwaarden, aan te merken als strafbare feiten.

Het explosief

Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 134a van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) blijkt dat ook het verwerven van kennis of vaardigheden via het internet strafbaar is, indien dit is geschied om een terroristisch misdrijf voor te bereiden (Kamerstukken II, vergaderjaar 2008-2009, 31 386, nr. 8, Nota naar aanleiding van het verslag, p. 4/5). Het hof Den Haag heeft naar aanleiding van deze passage overwogen dat “ook onder de reikwijdte van art. 134a Sr (valt) de eenling die zich via het internet op de hoogte stelt van kennis en wetenschap over de vervaardiging van een explosief waarmee hij of zij vervolgens het plegen van een terroristisch misdrijf door een derde wil vergemakkelijken. (…) In aansluiting op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de ‘zelfstudie’ merkt het hof op dat art. 134a Sr nadrukkelijk ook strafbaar stelt de verschaffing van inlichtingen, gelegenheid en middelen en de kennis- en vaardighedenverwerving ten behoeve van de dader en door de dader zelf” (Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:83). Hieraan kan worden toegevoegd, dat wanneer een dergelijke zelfstudie betrekking heeft op delicten die zijn genoemd in artikel 176a jo. 96 lid 2 WvSr, die gedragingen tevens onder die bepalingen strafbaar zijn. Hier gaat het dan om brandstichting of het teweegbrengen van een ontploffing met gemeen gevaar voor personen en goederen (artikel 157 WvSr) en om moord (artikel 289 WvSr) en doodslag (artikelen 287 en 288a WvSr). Dat de dader de inlichtingen uiteindelijk niet verkrijgt, is wat de strafbaarheid op zichzelf betreft niet relevant, nu ook het zich trachten te informeren reeds strafbaar is als dit geschiedt met het oogmerk om een terroristisch misdrijf te begaan.

De wens om zich in Syrië aan te sluiten bij de Islamitische Staat

Uit de uitvoerig gemotiveerde uitspraken van rechtbank (1 december 2014, ECLI: RBDHA:2014:14652) en hof Den Haag (27 januari 2015 ECLI: GHDHA:2015:83 en 30 april 2015, ECLI:GHDHA:2015:1082) blijkt, dat deelname aan een gewapende, binnenlandse strijd aan de zijde van strijdgroepen die tegen de reguliere strijdkrachten vechten, per definitie leidt tot het (mede)plegen van de hiergenoemde misdrijven als het teweegbrengen van ontploffingen met gemeen gevaar voor personen en goederen en moord en doodslag, alle met een terroristisch oogmerk. Het verwerven van inlichtingen om naar een land te vertrekken waar een dergelijk strijd woedt, met de bedoeling zich bij zo'n niet reguliere strijdgroep aan te sluiten, dient (dan ook) te worden beschouwd als het voorbereiden van een terroristisch misdrijf en is op basis van eerder genoemde bepalingen strafbaar. Nu in Syrië een binnenlandse strijd woedt alwaar troepen van de Islamitische Staat het zowel tegen het regeringsleger opnemen als tegen de burgerbevolking, valt het voorbereiden om naar Syrië te gaan om zich aan te sluiten bij die strijdgroep te beschouwen als het voorbereiden van het (mede)plegen van misdrijven met een terroristisch oogmerk. Deze laatste overwegingen betekenen ook dat het bewijs van het hier bedoelde oogmerk tot op zekere hoogte uit objectieve omstandigheden moet zijn af te leiden – namelijk uit (de voorbereiding tot) de aansluiting bij de Islamitische Staat – zeker in die gevallen waarin de verdachte omtrent zijn beweegredenen geen verklaring wenst af te leggen.

Tenlastelegging en bewijs

Als de rechtbank de tenlastelegging goed begrijpt, wordt (kort samengevat) aan de verdachte verweten dat hij met een terroristisch oogmerk de misdrijven van artikel 157 WvSr en van de artikelen 288a jo. 287 en 289 WvSr heeft voorbereid door het verzamelen of trachten te verzamelen van inlichtingen, het voorhanden hebben van voorwerpen bestemd tot het plegen van die misdrijven en/of plannen voor de uitvoering van die misdrijven onder zich heeft gehad, bestaande dan wel blijkende uit het feit dat de verdachte:

a. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende strijd van IS heeft eigen gemaakt;

b. zich via het internet heeft geuit dan wel heeft geïnformeerd over een reis naar Syrië of Irak;

c. websites heeft bezocht waarop informatie is te vinden over de gewapende Jihad;

d. zich heeft laten informeren over het verkrijgen van explosieven om de Amerikaanse ambassade op te blazen;

e. (bevat grotendeels een herhaling van a t/m d);

f. een notitieboekje voorhanden heeft gehad met een handleiding voor het maken van een bom om tegen een auto van de afvallige politie te gooien, bedreigingen aan het adres van de Marokkaanse koning, bedreigingen aan het adres van de Nederlandse regering en het Nederlandse volk en een eed van trouw aan IS.

Dat de verdachte voorwerpen voorhanden heeft gehad of plannen onder zich heeft gehad voor de uitvoering van die misdrijven is de rechtbank niet gebleken. De strafbaarheid van de verdachte zal daarom slechts kunnen bestaan uit het verzamelen van inlichtingen of, nog verder van de uiteindelijke uitvoering verwijderd, het trachten te verzamelen van inlichtingen.

Ad a.

Uit het dossier blijkt niet waaruit het radicaal extremistische gedachtegoed van IS bestaat, dat de verdachte zich zou hebben eigen gemaakt. Anders gezegd, in het dossier bevindt zich een aantal uitlating van de verdachte op Facebook die zijn samengevat onder de noemer “chatberichten met een radicale en/of extremistische inhoud”, maar niet kan blijken dat deze uitlatingen ook daadwerkelijk het radicaal extremistische gedachtegoed van IS vertegenwoordigen, waarbij de rechtbank opmerkt dat de tenlastelegging waar zij spreekt over het “eigen maken van het radicaal extremistische gedachtegoed van IS” voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Dit kan namelijk letterlijk worden genomen en betekenen dat de verdachte heeft geleerd wat de opvattingen en ideeën zijn die IS uitdraagt, maar kan ook betekenen dat de verdachte zich heeft vereenzelvigd met de organisatie door steunbetuigingen te uiten, zonder dat blijkt dat de verdachte weet waar IS precies voor staat. Hoe dan ook, het bestuderen van opvattingen en ideeën van IS op zich is niet strafbaar.

Ad b t/m f.

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat de verdachte de overige in de tenlastelegging genoemde activiteiten daadwerkelijk heeft verricht. Als gezegd, kan in beginsel uit deze omstandigheden ook het bewijs voor het terroristische oogmerk worden afgeleid, zeker als de verdachte geen verklaring heeft afgelegd. Maar dat laatste heeft de verdachte wel gedaan. Hij heeft steeds ontkend dat hij met zo’n oogmerk heeft gehandeld.

De vraag is nu of, ondanks de ontkenning van de verdachte, het ten laste gelegde in zoverre kan worden bewezen dat de verdachte met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden inlichtingen heeft verzameld en heeft geprobeerd te verzamelen over een explosief, over een aanslag op de Amerikaanse ambassade en over het afreizen naar Syrië om aan de zijde van IS deel te nemen aan de gewapende Jihad.

Alle feiten en omstandigheden beziend, komt de rechtbank tot het volgende oordeel.

De verdachte is op 15 oktober 2014 aangehouden. De verdenking was voor een groot deel gebaseerd op een ambtsbericht van de AIVD, dat de verdachte trouw zou hebben gezworen aan de IS en bezig was een pistool te verwerven om aanslagen te plegen op Nederlandse politieambtenaren. Deze verdenking kreeg na verdachtes aanhouding verder grond onder de voeten door de inhoud van het al meermalen genoemde opschrijfboekje en de chats op het Facebook-account “ [naam verdachte] ”. Bovendien werd een chequeboekje aantroffen. Kennelijk waren in Marokko cheques uitgeschreven met daarop grote bedragen en was onduidelijk hoe de verdachte aan dat geld was gekomen. Verder kon een ander Facebookaccount dat onder een in Arabisch schrift geschreven naam werd gevoerd, aan de verdachte worden toegeschreven en viel op dat hij dat account onder een pseudoniem voerde. Volgens het raadkamerdossier van 19 december 2014, waren in dat account vermoedelijk gegevens te vinden over aanslagen op Nederlandse politiemensen en IS gerelateerde acties. Uiteindelijk zijn van deze verdenkingen alleen de teksten in het opschrijfboekje en de chats op het account “ [naam verdachte] ” overbleven. Er is geen enkele nadere aanwijzing gevonden dat de verdachte een pistool probeerde te krijgen; de cheques waren weliswaar door de verdachte uitgeschreven, maar waren waarschijnlijk ongedekt (waarover later meer) en het tweede Facebookaccount bleek geen relevante gegevens over aanslagen op Nederlandse doelen te bevatten zodat de officier van justitie niet de moeite heeft genomen om de gegevens uit het Arabisch vertaald aan het dossier toe te voegen.

Tegelijkertijd heeft de raadsman van de verdachte, ter onderbouwing van het standpunt van de verdachte, er op gewezen dat de verdachte in verschillende chats aantoonbaar heeft gelogen. Zo zou de verdachte op een moment waarop een gesprek serieus over een vertrek naar Syrië ging de boot hebben afgehouden met de smoes dat hij niet kon omdat hij geen paspoort had. Dit reisdocument is echter bij de doorzoeking van de kamer van de verdachte aangetroffen en in beslag genomen. Verder zou hij hebben gelogen over het bezoek aan een trainingskamp in Libië, en zou hij zich hebben voorgedaan als een grote drugsdealer. Hij chatte gewoon onder zijn eigen naam en deed dit om indruk te maken, om stoer te doen, om meisjes te versieren. Anders gezegd, de verdachte zou zich, omwille van de spanning, voordoen als iemand die hij niet is.

Dit laatste wordt inmiddels onderbouwd door de zogenoemde triple rapportage van 15 juli 2015 van de psychiater, GZ-psycholoog en forensisch milieuonderzoeker. Uit die rapportage zou blijken dat de verdachte in zijn leven al eerder een rol heeft gespeeld, zich al eerder heeft voorgedaan als iemand die hij niet is. Hij zou de rol hebben gespeeld van de rijke jongen en in die rol drugs hebben gebruikt, hebben gegokt en prostituees hebben bezocht. Hij zou zich zelfs hebben voorgedaan als een student van een school/universiteit die door rijkere kinderen werd bezocht, terwijl hij daar niet stond ingeschreven. Om die rol te kunnen volhouden, te kunnen financieren, heeft hij geld gestolen van zijn familie. Om die diefstal te bedekken heeft hij ongedekte cheques uitgeschreven en kwam zo van kwaad tot erger. Hij zou een eigen wereld hebben gecreëerd waarvan hij maar moeilijk afstand kon nemen.

Volgens de analyse van de forensische onderzoekers heeft de verdachte zich:

“vanuit grootheidsideeën (voorgedaan) alsof hij iemand anders is. In het leven van (de verdachte) zijn diverse periodes geweest waarin hij zich anders voordeed dan hij was en hij is hier betrekkelijk ver in gegaan. Dit was onder andere zichtbaar tijdens zijn adolescentie waarbij hij voordeed of hij scholing volgde en in de jongvolwassenheid deed hij zich voor als rijk man. Betrokkene stelt dat in West-Europa er meer mogelijkheden zijn dan in Marokko en het leven is veel vrijer. Tegelijkertijd is ambivalentie merkbaar bij betrokkene; hij lijkt gepreoccupeerd met de geschiedenis van de Islamitische invloed op de wereld en hij beschouwt zichzelf ook als een nationalistische moslim”.

Duidelijk is dat er in het dossier twee ontwikkelingen zijn geweest. Enerzijds is ter terechtzitting gebleken dat een aantal fundamenten, zoals het pistool, de onverklaarbare uitgaven uit het chequeboek en het geheimzinnig dreigende tweede Facebookaccount, onder de beschuldiging is weggevallen, anderzijds heeft het verhaal van de verdachte steeds meer handen en voeten gekregen, vooral door de triple rapportage. Bij dit laatste past wel de kanttekening, dat de verdachte in de perioden tussen augustus 2013 en oktober 2014 kennelijk (opnieuw) een eigen wereld heeft gecreëerd, namelijk die van de dappere Mujahidin, waarvan hij moeilijk afscheid kon nemen. Hij was al vrij ver gegaan met het inleven in zijn rol, getuige de vele chats op Facebook en de teksten in het opschrijfboekje. En getuige het feit dat hij zich voor zijn aanhouding sinds twee maanden tooide met een baard waardoor hij er volgens een getuige uitzag als “een goede moslim”, had hij mogelijk het einde van zijn rol nog niet bereikt. Maar dat laat onverlet dat op basis van het bovenstaande de rechtbank tot het oordeel komt dat er geen bewijs is dat de verdachte in de periode waarin hij de bedenkelijke teksten in het boekje schreef of de gewraakte chats op Facebook plaatste, daadwerkelijk van plan was naar Syrië af te reizen of daadwerkelijk een aanslag te plegen met een zelfgemaakt explosief of met welke bom dan ook.

Beslissing

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de gehele tenlastelegging.

De opheffing van de voorlopige hechtenis is reeds eerder bevolen en apart geminuteerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. J. Snitker en B.A. Cnossen, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij,

in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 15 oktober 2014 te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het (meermalen) te plegen misdrij(f(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten,

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf en/of

- plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden

medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens) ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd brandstichtingen, het teweeg brengen van ontploffingen, moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk,

en/of

één of meer (te plegen) aanslag(en) op één of meer objecten (overheidsgebouwen) en/of

politieagent(en) en/of medewerker(s) van de overheidsdienst(en) (Defensie), door het teweeg brengen van een ontploffing en/of het stichten van brand en/of moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk,

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, eigen gemaakt

en/of

B. zich (via internet) laten informeren en/of zich geuit en/of met (een) ander(en)

gechat/gecommuniceerd over zijn/hun wens zich te begeven naar Syrië of Irak en/of zich aan te sluiten bij de gewapende strijd en/of gewapende Jihad en/of

C. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de (gewapende) Jihad en/of

martelaarschap en/of de gewapende strijd en/of oorlogsmaterialen wordt gedeeld en/of (vervolgens) zoekvragen gesteld en/of

D. zich (via chatberichten ) laten informeren en/of zich geuit over en/of één of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over (het verkrijgen van) vuurwapens en/of (het verkrijgen van en/of maken van) explosieven (teneinde de/een Amerikaanse ambassade in Nederland op te blazen) en/of

E. een of meerdere (documenten of afbeeldingen op) gegevens/informatiedragers (USB sticks en/of een tablet) voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of

F. - een notitieboekje voorhanden gehad, bevattende (onder meer):

+ de handleiding voor het maken van een handbom en/of

+ de toevoeging aan deze handleiding: “meng goed en gooi het tegen de dingen die snel

voorbijkomen. Bijvoorbeeld: een auto van de afvallige politie of een auto van het tirannieke leger. Als God het wil”

+ een brief aan “ [naam] en elke tiran in de Arabische Maghreb” met de tekst: “Dit is een brief van de leeuwen van de IS aan [naam] , die zichzelf valselijk emir van de gelovigen noemt in Marokko. En aan elke tiran in de landen van de Arabische Maghreb. Wij zweren bij God: Wij komen met onthoofding voor u” en/of

+ een brief aan de Nederlandse regering en volk met de tekst: “Deze brief is van de volgelingen van de islamitische staat aan de Nederlandse regering. Als zij deelneemt aan de duivelse coalitie tegen de staat [fragment niet te lezen] bij Allah dan zullen uw dagen zwart zijn. Oh Nederlands volk, wij zijn de leeuwen zweren bij Allah: oog om oog tand om tand”,

+ een eed van trouw aan (de terroristische organisatie) IS,

en/of

hij,

in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 15 oktober 2014 te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of kennis en/of vaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten,

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen. terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens) ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd brandstichtingen, het teweeg brengen van ontploffingen, moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk.

en/of

één of meer (te plegen) aanslag(en) op één of meer objecten (overheidsgebouwen) en/of

politieagent(en) en/of medewerker(s) van de overheidsdienst(en) (Defensie), door het teweeg brengen van een ontploffing en/of het stichten van brand en/of moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk,

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, eigen gemaakt

en/of

B. zich (via internet) laten informeren en/of zich geuit en/of met (een) ander(en)

gechat/gecommuniceerd over zijn/hun wens zich te begeven naar Syrië of Irak en/of zich aan te sluiten bij de gewapende strijd en/of gewapende Jihad en/of

C. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de (gewapende) Jihad en/of

martelaarschap en/of de gewapende strijd en/of oorlogsmaterialen wordt gedeeld en/of (vervolgens) zoekvragen gesteld en/of

D. zich (via chatbetichten) laten informeren en/of zich geuit over en/of één of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over (het verkrijgen van) vuurwapens en/of (het verkrijgen van en/of maken van) explosieven (teneinde de/ een Amerikaanse ambassade in Nederland op te blazen) en/of

E. een of meerdere (documenten of afbeeldingen op) gegevens/informatiedragers (USB sticks en/of een tablet) voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch

gedachtegoed en/of

F. - een notitieboekje voorhanden gehad, bevattende (onder meer):

+ de handleiding voor het maken van een handbom en/of

+ de toevoeging aan deze handleiding: “meng goed en gooi het tegen de dingen

die snel voorbijkomen. Bijvoorbeeld: een auto van de afvallige politie of

een auto van het tirannieke leger. Als God het wil”

+ een brief aan “ [naam] en elke tiran in de Arabische Maghreb”

met de tekst: “Dit is een brief van de leeuwen van de IS aan [naam]

, die zichzelf valselijk emir van de gelovigen noemt in Marokko. En

aan elke tiran in de landen van de Arabische Maghreb. Wij zweren hij God:

Wij komen met onthoofding voor u” en’of

+ een brief aan de Nederlandse regering en volk met de tekst: “Deze brief is

van de volgelingen van de islamitische staat aan de Nederlandse regering.

Als zij deelneemt aan de duivelse coalitie tegen de staat [fragment niet te

lezen] bij Allab dan zullen uw dagen zwart zijn. Oh Nederlands volk, wij

zijn de leeuwen zweren bij Allah: oog om oog tand om tand”,

+ een eed van trouw aan (de terroristische Organisatie) IS