Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:6124

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-08-2015
Datum publicatie
01-09-2015
Zaaknummer
ROT 13/7228
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Vereenvoudigde behandeling
Inhoudsindicatie

jurist in dienst van Achmea, divisie Schade en inkomen, is professioneel rechtsbijstandverlener in de zin van artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursprocesrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 13/7228

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2015 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

Tuinderij Vers B.V., Brielle, eiseres,

gemachtigde: mr. G. van Zon,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder,

gemachtigde: M. Molenaar.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder aan een voormalig werknemer van eiseres, [werknemer], per 14 september 2013 een loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen toegekend wegens 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid.

Bij besluit van 5 november 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en aan [werknemer] een inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten toegekend.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het beroep is gericht tegen de beslissing van verweerder de in bezwaar gemaakte kosten van rechtsbijstand niet te vergoeden.

2. Op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden - voorzover hier van belang - de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Op grond van artikel 8:75, eerste lid, tweede volzin, van de Awb is artikel 7:15, tweede tot en met vierde lid, van de Awb van overeenkomstige toepassing bij een proceskostenveroordeling in beroep.

3. Eiseres heeft Achmea Schadeverzekeringen N.V. te Apeldoorn (Achmea) ingeschakeld om haar belangen in de procedure over haar voormalige werknemer te behartigen uit hoofde van een bij Achmea afgesloten verzekering tegen kosten die voortvloeien uit arbeidsongeschiktheid van (voormalige) werknemers. Partijen verschillen van opvatting over het antwoord op de vraag of de bijstand die door mr. G. van Zon van Achmea aan eiseres in dat kader is gegeven, is aan te merken als door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht die voor vergoeding in aanmerking komt.

4. De rechtbank is van oordeel dat mr. G. van Zon eiseres als derde uit hoofde van zijn beroep heeft vertegenwoordigd en bijgestaan. Hij heeft dus eiseres bijstand verleend als professioneel rechtsbijstandsverlener. Dat mr. G. van Zon werkzaam is bij een verzekeringsbedrijf en aan de bijstandverlening een verzekering ten grondslag ligt, doet daaraan niet af. Mr. G. van Zon is niet in loondienst van eiseres. In het verweerschrift is naar voren gebracht dat aan mr. G. van Zon geen toestemming kan worden gegeven in de zin van artikel 105 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen omdat volgens verweerder een te groot risico bestaat dat medische gegevens die worden verstrekt aan een (onderdeel van een) verzekeraar voor oneigenlijke doelen wordt gebruikt. Dit betoog ziet echter niet op de kwaliteit van mr. G. van Zon als professioneel rechtsbijstandsverlener, en doet daaraan ook niet af.

5. De rechtbank ziet geen aanleiding in het onderhavige geding uit te spreken dat alle juristen, werkzaam bij Achmea, divisie Schade en inkomen, in voorkomende gevallen als derde professioneel rechtshulp verlenen. Dat gaat het bestek van het geding te buiten.

6. In het beroepschrift wordt gesteld dat het belang van deze procedure zich verder strekt dan alleen de proceskosten. De rechtbank ziet echter geen aanleiding nader in te gaan op de door de gemachtigde van eiseres naar voren gebrachte gronden over het beschikbaar stellen van het gehele dossier in de bezwaarfase. Aan eiseres is immers inhoudelijk tegemoet gekomen, zodat eiseres in deze zaak geen belang meer heeft bij de beoordeling van de vraag of verweerder het gehele dossier (inclusief medische stukken) aan de gemachtigde van eiseres ter beschikking moet stellen.

7. Er zijn geen redenen waarom verweerder niet tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar had hoeven over te gaan.

8. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond, zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. Verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin geen vergoeding is toegekend voor de proceskosten gemaakt in bezwaar.

9. Verweerder wordt veroordeeld in de kosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken voor de door haar gemachtigde verleende professionele rechtsbijstand in bezwaar en beroep. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 980,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 490,- en wegingsfactor 1).

10. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt (€ 318,-).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in bezwaar werd afgewezen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 980,-, te betalen aan eiseres;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 318,- aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A. Schreuder, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Lammerse, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.