Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:6018

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-07-2015
Datum publicatie
24-08-2015
Zaaknummer
C/10/458550 / HA ZA 14-902
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale bevoegdheid. Artikel 23 EEX-Vo. Forumkeuzebeding in algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2015/437

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/458550 / HA ZA 14-902

Vonnis in incident van 15 juli 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADP INTERNATIONAL SERVICES B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen

de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

[gedaagde] ,

gevestigd te Kansas City, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. R.C. van Wieringhen Borski te Amsterdam.

Partijen zullen hierna ADP en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties;

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord;

  • -

    het op 24 maart 2015 gehouden pleidooi.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De vordering en het verweer in het incident

2.1.

[gedaagde] vordert dat de rechtbank zich bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de door ADP ingestelde vorderingen met veroordeling van ADP in de proceskosten, het nasalaris daaronder te begroten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis.

2.2.

[gedaagde] stelt daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende.

ADP stelt dat de rechtbank bevoegd zou zijn op grond van artikel 9.13 van de algemene voorwaarden van ADP. [gedaagde] acht zich echter niet gebonden aan enige contractueel overeengekomen aanvaarding van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. [gedaagde] heeft nimmer op uitdrukkelijke en nauwkeurige wijze haar wil geuit daartoe bereid te zijn, terwijl artikel 8 Rv en 23 EEX-Vo dat wel voorschrijven. Toepassing van andere gronden genoemd in artikel 6 en 6a Rv en artikel 5 EEX-Vo of enig andere alternatieve grond leidt niet tot de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Ook overigens betwist [gedaagde] dat zij gebonden is aan de algemene voorwaarden van ADP. [gedaagde] betwist dat de algemene voorwaarden vooraf of tijdens het sluiten van de overeenkomst aan haar zijn medegedeeld of ter hand zijn gesteld en daarmee onderdeel zijn geworden van de contractuele relatie.

2.3.

ADP concludeert tot afwijzing van de eis in incident met veroordeling – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – van [gedaagde] in de proceskosten, het nasalaris daaronder te begroten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis.

2.4.

ADP voert daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende aan. ADP en [gedaagde] zijn bij schriftelijke overeenkomst (te weten: in de algemene voorwaarden) een exclusieve forumkeuze voor deze rechtbank overeengekomen overeenkomstig artikel 23 lid 1 sub a EEX-Vo. De algemene voorwaarden – en daarmee het forumkeuzebeding – maken uitdrukkelijk onderdeel uit van de overeenkomst. Zoals blijkt uit de overeenkomst heeft [gedaagde] zelf getekend voor het in ontvangst nemen van de algemene voorwaarden. Ook op grond van artikel 6 aanhef en onder a Rv juncto artikel 6a aanhef en onder b Rv is deze rechtbank bevoegd aangezien in het onderhavige geschil salarisverwerkingsdiensten zijn geleverd aan de [gedaagde] entiteit in Nederland en de overeenkomst (mede) feitelijk is uitgevoerd in Nederland. Het feit dat onder de overeenkomst ook diensten zijn geleverd aan de [gedaagde] entiteit in het Verenigd Koninkrijk doet niet af aan de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.

2.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling in het incident

3.1.

[gedaagde] heeft in haar eerste processtuk, derhalve tijdig, een beroep gedaan op onbevoegdheid van de rechtbank. [gedaagde] betwist dat tussen partijen een forumkeuzebeding geldt.

3.2.

Er is sprake van een internationaal geval. ADP is in Nederland gevestigd, [gedaagde] in de Verenigde Staten en de vordering is aanhangig gemaakt bij een gerecht in Nederland. [gedaagde] heeft geen woonplaats in een lidstaat van de Europese Unie.

3.3.

ADP baseert de bevoegdheid van deze rechtbank op de in artikel 9.13 van de algemene voorwaarden (‘Appendix 1 General Terms and Conditions’, hierna: AV) opgenomen forumkeuze. Deze luidt – voor zover thans van belang – als volgt:

9.13 Governing Law, Jurisdiction. This Agreement shall be governed by the laws of Netherlands. (…), any dispute that may arise between ADP and Client regarding the performance or interpretation of this Agreement shall be subject to the exclusive jurisdiction of the court of Rotterdam.”

3.4.

Op deze forumkeuze, die een rechter van een EU-staat als bevoegde rechter aanwijst, terwijl één van de bij de forumkeuze betrokken partijen, ADP, haar woonplaats heeft in een EU-staat, is artikel 23 EEX-Vo van toepassing. De vraag of deze forumkeuze voor [gedaagde] bindend is dient derhalve te worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in artikel 23 EEX-Vo. Artikel 23 lid 1 EEX-Vo luidt, voor zover thans van belang, als volgt:

“Wanneer de partijen (…) een gerecht (…) van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan (…) is dit gerecht (…) bevoegd. (…) Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:

  1. hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst;

  2. hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn geworden;

  3. hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.”

Deze bepaling dient autonoom te worden geïnterpreteerd zodat geen betekenis toekomt aan nationaal-Nederlandse opvattingen. Het komt dus aan op strikte toepassing van de tekst van deze bepaling en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie.

Voor het naar de maatstaf van artikel 23 EEX-Vo rechtsgeldig maken van een forumkeuze is vereist, maar ook voldoende, dat er sprake is van een daadwerkelijke instemming van partijen met de forumkeuze (vgl. HvJ EG 16 maart 1999, ECLI:EU:C:1999:142, Casteletti/Trumpy). Hiervoor dient onderzocht te worden of de forumkeuze het voorwerp heeft uitgemaakt van wilsovereenstemming tussen partijen die duidelijk en nauwkeurig tot uiting komt, waarbij de vormvoorschriften in artikel 23 lid 1 sub a-c EEX-Vo ten doel hebben te waarborgen dat de wilsovereenstemming tussen partijen inderdaad vaststaat. (vgl. HvJ EG 20 februari 1997, ECLI:EU:C:1997:70 MSG/Les Gravières Rhénanes, HvJ EU 7 februari 2013, ECLI:EU:C:2013:62 Refcomp/Axa).

3.5.

ADP beroept zich op de in artikel 23 EEX-Vo lid 1 onder a) bedoelde mogelijkheid van een schriftelijke overeenkomst (te weten: in de algemene voorwaarden). In beginsel rust de stelplicht en zo nodig de bewijslast van deze stelling ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv op ADP.

In HvJ 14 december 1976, ECLI:EU:C:1976:177 (Colzani/Rüwa) is beslist dat aan het vereiste van een ‘schriftelijke overeenkomst’ in de zin van art. 17 EEX-verdrag (de voorganger van artikel 23 EEX-Vo) is voldaan: ‘ingeval in de tekst zelf van het door beide partijen ondertekende contract uitdrukkelijk wordt verwezen naar de algemene voorwaarden die een clausule tot aanwijzing van een bevoegde rechter bevatten’.

3.6.

Bij de beoordeling gaat de rechtbank uit van de volgende in dit incident vaststaande feiten.

3.6.1.

Tussen partijen is een schriftelijke overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan ADP ‘payroll’ diensten aan [gedaagde] heeft verleend (hierna: de overeenkomst). De overeenkomst bestaat uit een ‘cover page’ en ‘Client Specifics’ van in totaal twee bladzijden, en drie ‘Appendices’. De ‘cover page’en ‘Client Specifics’ zijn op 2 maart 2011 namens [gedaagde] ondertekend. De ‘cover page’ bevat de gegevens van ADP en [gedaagde] , die in de overeenkomst ‘Client’ wordt genoemd. Voorts bevat de ‘cover page’ voor zover thans relevant de volgende tekst:

3.6.2. “

NOW, therefore ADP and Client agree that ADP will provide, under the General Terms and Conditions specified in Appendix 1, the Services described in Appendix 2, for the fees specified in the Client Specifics and in Appendix 3, all as attached hereto and which together with this Cover Page constitute the agreement with ADP (the “Agreement”).

(…)

3.6.3.

By signing below the parties enter into and accept this Agreement, inclusive of its Appendix 1 (APP1FY10.10), Appendix 2 (APP2FY10.10), Appendix 3 (APP3FY10.10), and Client Specifics. Client explicitly acknowledges the receipt of these documents.”

Onder deze laatste tekst staat de handtekening van de vertegenwoordiger van [gedaagde] .

3.7.

[gedaagde] betwist dat de algemene voorwaarden van ADP vooraf of tijdens het sluiten van de overeenkomst aan haar zijn medegedeeld of ter hand zijn gesteld en daarmee onderdeel zijn geworden van hun contractuele relatie. ADP heeft hiertegen - onder verwijzing naar de hiervoor onder 3.6.3 weergegeven tekst – aangevoerd dat [gedaagde] zelf getekend heeft voor ontvangst van de algemene voorwaarden en dat terhandstelling niet van belang is voor de vraag of de algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst.

3.8.

Bij pleidooi heeft [gedaagde] hier op gereageerd door te stellen dat zij enkel de ‘cover page’ en de ‘Client Specifics’ heeft ontvangen en ondertekend retour gestuurd naar ADP. De overeenkomst zelf (productie 1 bij dagvaarding) heeft perforatorgaatjes. De set algemene voorwaarden (productie 1a bij dagvaarding) heeft dat niet.

3.9.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Zoals blijkt uit het onder 3.6.1 weergeven deel van de overeenkomst is op de ‘cover page’ uitdrukkelijk vermeld:

  1. dat de diensten van ADP worden verleend onder de in Appendix 1 weergegeven algemene voorwaarden;

  2. dat deze algemene voorwaarden (samen met Appendices 2 en 3 en de ‘Client Specifics’) aan de overeenkomst zijn gehecht en samen met de ‘cover page’ de overeenkomst vormen (‘constitute’).

Voorts wordt direct boven de ondertekening vermeld dat ‘Client’ de ontvangst van de ‘cover page’ inclusief Appendices 1-3 en de ‘Client Specifics’ uitdrukkelijk erkent.

De ‘cover page’ en ‘Client Specifics’ zijn ondertekende geschriften bestemd om tot bewijs te dienen in de zin van artikel 156 lid 1 Rv. Behoudens tegenbewijs leveren deze akten ingevolge artikel 157 lid 2 Rv tussen partijen in beginsel dwingend bewijs op van de waarheid van de daarin opgenomen verklaring.

De ondertekening namens [gedaagde] impliceert aanvaarding van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. In ieder geval is de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden aan [gedaagde] medegedeeld. Namens [gedaagde] is een handtekening gezet voor de ontvangst van de algemene voorwaarden. [gedaagde] heeft geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat zij – in afwijking van haar schriftelijke erkenning – de algemene voorwaarden niet heeft ontvangen.

[gedaagde] heeft slechts in algemene zin betwist dat zij Appendices 1-3 heeft ontvangen. De rechtbank acht het echter onaannemelijk dat [gedaagde] niet is nagegaan wat de dienstverlening van ADP inhield, hetgeen in het vierentwintig pagina’s tellende Appendix 2 ‘Services Definition’ is beschreven, en waar de door [gedaagde] te betalen ‘Services fee’ op gebaseerd was, hetgeen in Appendix 3 ‘Fees and manner of payment’ is beschreven, en vervolgens wel ‘zaken is gaan doen’ met ADP. [gedaagde] heeft op dat punt geen feitelijke aanknopingspunten gesteld, terwijl dit bij deze stand van zaken wel op haar weg had gelegen. [gedaagde] heeft ook geen bewijsaanbod gedaan. De rechtbank ziet geen aanleiding [gedaagde] ambtshalve toe te laten tot het leveren van tegenbewijs zodat de ontvangst van de algemene voorwaarden door [gedaagde] vast staat.

3.10.

Overigens mocht onder deze omstandigheden, waarin ADP haar wederpartij [gedaagde] (beide internationaal opererende bedrijven) bij de totstandkoming van de overeenkomst heeft gewezen op het bestaan van Appendices 1-3 en [gedaagde] heeft getekend voor de ontvangst daarvan, van [gedaagde] de alertheid worden verwacht dat zij eventueel ontbrekende Appendices zou opvragen en waar nodig raadplegen. De forumkeuze kon bij ‘normale zorgvuldigheid’ die in het internationaal handelsverkeer dient te worden betracht worden nagegaan.

3.11.

De slotsom is dat er een rechtsgeldige forumkeuze tussen partijen tot stand is gekomen zodat de rechtbank op grond van artikel 23 EEX-Vo bevoegd is van de vordering van ADP kennis te nemen. De vordering van [gedaagde] tot onbevoegdverklaring zal worden afgewezen.

3.12.

[gedaagde] zal in de proceskosten van het incident worden veroordeeld, nu uit het voorgaande volgt dat zij dit incident nodeloos heeft veroorzaakt. De kosten aan de zijde van ADP in het incident worden begroot op € 904 (2 punten x tarief

€ 452).

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

wijst het gevorderde af,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident, aan de zijde van ADP tot op heden begroot op € 904,

4.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

4.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 26 augustus 2015 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde] .

Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2015.

1573/1885