Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:5681

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-08-2015
Datum publicatie
05-08-2015
Zaaknummer
C/10/11/738 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Weigering schone lei. De schuldsaneringsregeling is bij vonnis van 17 december 2013 verlengd voor de duur van één jaar om schuldenaar in de gelegenheid te stellen de boedelachterstand in te lopen. Gedurende de verlenging moest schuldenaar maandelijks € 1.000,- en de minimale boedelbijdrage afdragen. Daarbij heeft schuldenaar destijds verklaard dat hij zich tot het uiterste zal inspannen de achterstand voor het einde van de looptijd aan te zuiveren. Nu aan het einde van de schuldsaneringsregeling is er nog steeds een forse boedelachterstand. Schuldenaar heeft zich onvoldoende heeft ingespannen om de achterstand in te lopen en de bewindvoerder niet geïnformeerd. De rechtbank heeft er daarom geen vertrouwen in dat schuldenaar dit tijdens een verlenging van de schuldsaneringsregeling anders zal doen.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

weigering schone lei

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 5 augustus 2015

Bij vonnis van deze rechtbank van 3 augustus 2011 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam],

[adres]

[woonplaats],

schuldenaar,

bewindvoerder: A. Noordzij.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft op 4 maart 2015 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Op 18 mei 2015 en op 30 juni 2015 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken.

De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 29 juli 2015. De bewindvoerder en schuldenaar in het bijzijn van zijn advocaat, mr. A. Karacelik, zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

Ter terechtzitting heeft de bewindvoerder verklaard dat zij meermalen heeft getracht om in contact te komen met schuldenaar, hetgeen niet is gelukt. De bewindvoerder heeft van de Kredietbank Rotterdam vernomen dat zij evenmin contact krijgt met schuldenaar. Daarom is de Kredietbank Rotterdam voornemens om het budgetbeheer te beëindigen. Schuldenaar heeft de bewindvoerder ook niet op de hoogte gesteld omtrent de kwestie met Eneco. De nieuwe schulden aan de belastingdienst zijn de bewindvoerder bekend. De bewindvoerder heeft rekening gehouden met de terugvorderingen in de berekening van het vrij te laten bedrag waardoor zij thans geen invloed meer heeft op de hoogte van de boedelachterstand. De bewindvoerder heeft ter terechtzitting haar advies, om de schuldsaneringsregeling te beëindigen zonder toekenning van de schone lei, gehandhaafd.

Ten aanzien van de nieuwe schulden heeft de advocaat namens schuldenaar verklaard dat de schuld aan Eneco betrekking heeft op een eindafrekening 2013. Na onderzoek is echter gebleken dat de eindafrekening 2013 niet correct was. Schuldenaar heeft daarom € 140,- terug ontvangen van Eneco. De eindafrekening over 2014 wordt nog onderzocht maar er bestaat een mogelijkheid dat schuldenaar daar ook nog geld van terug zal ontvangen.

De advocaat heeft namens schuldenaar verklaard dat hij geen herberekening heeft gemaakt van het vrij te laten bedrag en dat hij zich refereert aan de berekening van de bewind-voerder met betrekking tot de boedelachterstand. De advocaat heeft namens schuldenaar verklaard dat schuldenaar voldoende inkomen heeft, te weten € [bedrag] per maand, om de boedelachterstand aan te zuiveren. De advocaat heeft de rechtbank verzocht de schuldsaneringsregeling te verlengen voor de duur van één jaar. Gedurende dat jaar dient schuldenaar uitsluitend de minimale boedelbijdrage te voldoen zodat het overige deel van het inkomen van schuldenaar kan worden aangewend om de boedelachterstand aan te zuiveren. De overige uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zijn gedurende de verlenging niet van kracht.

Ter terechtzitting heeft schuldenaar verklaard dat hij de boedelachterstand niet heeft kunnen aanzuiveren vanwege de nieuwe schulden aan de belastingdienst en aan Eneco. Schuldenaar heeft erkend dat hij de bewindvoerder niet op de hoogte heeft de gesteld van de nieuwe schuld aan Eneco en evenmin contact heeft opgenomen met de bewindvoerder over het (niet) inlopen van de boedelachterstand. Schuldenaar was in de veronderstelling dat hij de nieuwe schulden zelf diende op te lossen en dat hij daarom de bewindvoerder niet over de nieuwe schulden diende te informeren. Schuldenaar heeft vanaf september 2014 de bewindvoerder niet geïnformeerd. Voor de terugvorderingen heeft schuldenaar aan de belastingdienst een betalingsregeling voorgesteld.

3 De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 82.811,05 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staan een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.

De schuldsaneringsregeling is bij vonnis van 17 december 2013 verlengd voor de duur van één jaar teneinde schuldenaar in de gelegenheid te stellen de boedelachterstand van

€ 6.683,43 aan te zuiveren. In het vonnis is uitdrukkelijk bepaald dat schuldenaar gedurende de verlenging maandelijks € 1.000,- alsmede de minimale boedelbijdrage diende af te dragen. Ook diende schuldenaar zijn vrij te laten deel van het vakantiegeld over 2014 aan de boedel af te dragen teneinde de boedelachterstand voor het einde van de regeling aan te zuiveren. Daarbij heeft schuldenaar destijds verklaard dat hij zich tot het uiterste zal inspannen de achterstand voor het einde van de looptijd aan te zuiveren. Nu aan het einde van de schuldsaneringsregeling is er nog immer sprake van een forse boedelachterstand.

Uit het boedeloverzicht van de bewindvoerder blijkt namelijk dat schuldenaar vanaf augustus 2014 tot en met juni 2015 totaal € 3.527,81 heeft afgedragen. Rekening houdend met het salaris van de bewindvoerder in deze periode, te weten € 510,72, resteert er nog een boedelachterstand van € 3.666,34.

De advocaat heeft namens schuldenaar verzocht de schuldsaneringsregeling nogmaals te verlengen voor de duur van één jaar en schuldenaar gedurende de verlenging vrij te stellen van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Tijdens de verlenging dient schuldenaar uitsluitend de minimale boedelbijdrage te voldoen en het overige deel van zijn inkomen aan te wenden voor het inlopen van de boedelachterstand.

De rechtbank ziet echter geen aanleiding de looptijd van de schuldsaneringsregeling nogmaals te verlengen om daarmee schuldenaar nog eenmaal in de gelegenheid te stellen de boedelachterstand aan te zuiveren. In het vonnis van 17 december 2013 is immers uitdrukkelijk bepaald dat de looptijd van de schuldsaneringsregeling wordt verlengd zodat schuldenaar gedurende de verlenging de boedelachterstand kan aanzuiveren onder dezelfde voorwaarden als thans verzocht door de advocaat van schuldenaar. De boedelachterstand bedraagt thans € 3.666,34. De rechtbank is van oordeel dat schuldenaar zich vanaf

3 augustus 2014 tot en met het einde van de schuldsaneringsregeling, te weten 3 augustus 2015, onvoldoende heeft ingespannen de achterstand in te lopen. Daarbij heeft schuldenaar vanaf augustus 2014 de bewindvoerder nimmer geïnformeerd, noch over het ontstaan van de nieuwe schulden aan Eneco en de belastingdienst, noch over het (niet) inlopen van de boedelachterstand. De rechtbank heeft er daarom geen vertrouwen in dat schuldenaar dit tijdens een verlenging van de schuldsaneringsregeling anders zal doen.

Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaar niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na de behandeling van de eerdere voordracht tot tussentijdse beëindiging, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.

De schone lei zal worden daarom geweigerd.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 3 augustus 2015;

- stelt het salaris van de bewindvoerder tot 1 oktober 2012 vast op € 588,00 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en vanaf 1 oktober 2012 op € 1.481,65 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt deze bedragen, voor zover deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan, ten laste van schuldenaar;

- stelt de door de bewindvoerder gemaakte reiskosten vast op € 14,06.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.C.A.T. Frima, voorzitter, en W. Reinds en C. de Jong, rechters, en in aanwezigheid van S. Somers, griffier, in het openbaar uitgesproken op

5 augustus 2015.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.