Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:5633

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
03-08-2015
Zaaknummer
ROT 15/3249
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mededelingen DNB over boetebesluit Delta Lloyd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank ROTTERDAM

Team Bestuursrecht 2

zaaknummer: ROT 15/3249

uitspraak van de meervoudige kamer van 31 juli 2015 in de zaak tussen

Delta Lloyd N.V. en Delta Lloyd Levensverzekering N.V., beide te Amsterdam, eiseressen,

gemachtigden: mr. Ch.E. Honée, mr. S.N. Pabbruwe, mr. L.P.W. Mensink en

mr. N.M.D. van der Aa,

en

De Nederlandsche Bank N.V., verweerster (DNB),

gemachtigden: mr. R.W. Veldhuis, mr. M.L. Batting, mr. C.A. Geleijnse en mr. F.E. de Bruijn.

Procesverloop

Bij besluit van 15 mei 2015 (het bestreden besluit) heeft DNB met verwijzing naar artikel 1:97, vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht aangekondigd dat zij, nadat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op “het door Delta Lloyd in te stellen beroep tegen de beslissing op bezwaar”, zal bekendmaken dat eiseressen bezwaar hebben gemaakt tegen het boetebesluit van 17 december 2014 van DNB en dat DNB dat bezwaar bij besluit van 7 april 2015 ongegrond heeft verklaard en het boetebesluit in stand heeft gelaten.

Zoals afgesproken tijdens de regiezitting van 9 april 2015 hebben eiseressen bij brief van 26 mei 2015 rechtstreeks beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het beroep is op 16 en 23 juni 2015 met gesloten deuren behandeld ter zitting van de meervoudige kamer, gezamenlijk met de beroepen in de zaken ROT 14/8944, ROT 15/318, ROT 15/2850 en ROT 15/2851. De gemachtigden van partijen zijn op beide zittingen verschenen.

Overwegingen

1. Eiseressen hebben geen belang bij een oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Eiseressen hebben het boetebesluit zelf bekendgemaakt door het uitbrengen van een persbericht. In dat persbericht hebben zij meegedeeld dat zij zich niet neerleggen bij het boetebesluit. Inmiddels is ook publiekelijk bekend dat eiseressen de rechtbank hebben gevraagd om een oordeel over de rechtmatigheid van de boete, wat impliceert dat het bezwaar van eiseressen tegen het boetebesluit niet het door hen gewenste effect heeft gehad. Met de uitvoering van het bestreden besluit maakt DNB dan ook geen informatie bekend die nog niet openbaar is. Desgevraagd hebben eiseressen ter zitting van 23 juni 2015 ook niet kunnen verklaren welk belang zij hebben bij het onderhavige beroep. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Velzen, voorzitter, en mr. L.A.C. van Nifterick en mr. M.C. Woudstra, leden, in aanwezigheid van mr. M.J.F.J. van Beek, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2015.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden op: 31 juli 2015

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.