Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:5236

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-07-2015
Datum publicatie
23-07-2015
Zaaknummer
AWB 15-12846
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring. Zicht op uitzetting naar India binnen een redelijke termijn. Uit de door verweerder overgelegde informatie blijkt dat er in 2015 nog steeds lp's zijn verstrekt aan vreemdelingen uit India. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, bij voldoende medewerking van eiser, ontbreekt. Het beroep is ongegrond.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000, geldigheid: 2015-07-22
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Team Bestuursrecht 2

zaaknummer: AWB 15/12846, V-nummer: [-]

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2015 in de zaak tussen

[X], eiser,

gemachtigde: mr. Y. Tamer,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. drs. K.E. van der Lugt.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de op 24 april 2015 aan hem opgelegde maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2015. Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verstrekken. Nadat verweerder van deze gelegenheid gebruik heeft gemaakt, eiser hierop heeft gereageerd en beide partijen de rechtbank toestemming hebben gegeven om deze zaak verder buiten zitting af te doen, heeft de rechtbank het onderzoek op 21 juli 2015 gesloten.

Overwegingen

1. De beroepsgrond dat zicht op uitzetting naar India binnen redelijke termijn ontbreekt, faalt.

Eiser is op 26 mei 2015 in persoon gepresenteerd bij de autoriteiten van India, naar aanleiding waarvan de laissez-passer (lp) aanvraag van eiser in onderzoek is genomen.

Uit de door verweerder overgelegde informatie volgt dat in de periode van 1 september 2013 tot 18 augustus 2014 vijf lp’s zijn verstrekt door de Indiase autoriteiten. In vier gevallen was ter onderbouwing van de aanvraag (kopie-)documentatie aanwezig. De gemiddelde doorlooptijd betrof circa vijf maanden. In de periode van 18 augustus 2014 tot 31 januari 2015 zijn drie lp’s afgegeven door de Indiase autoriteiten. In twee gevallen was ter onderbouwing van de aanvraag (kopie-)documentatie aanwezig. De gemiddelde doorlooptijd betrof circa drie maanden. In 2015 zijn drie lp’s toegezegd door de Indiase autoriteiten. In alle gevallen was (kopie-)documentatie aanwezig. Informatie over de doorlooptijden over deze periode is nog niet bekend, aldus verweerder.

Gelet op voornoemde informatie bestaat geen grond voor het oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, bij voldoende medewerking van eiser, ontbreekt.

2. Het beroep is ongegrond.

3. Er is geen grond voor schadevergoeding.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Wegman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.