Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:4821

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-07-2015
Datum publicatie
08-07-2015
Zaaknummer
10/711030-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zijn zoontje vanaf diens 5e tot 14e jaar seksueel misbruikt. Voorts heeft verdachte kinderporno en dierenporno in bezit gehad. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaar (deels voorwaardelijk) en een terbeschikkingstelling met voorwaarden. De rechtbank koppelt aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf een proeftijd van 10 jaar. De aan de TBS gekoppelde voorwaarden houden onder meer in dat verdachte een reeds ingezette klinische behandeling moet voortzetten. Tenslotte dient verdachte aan het slachtoffer een schadevergoeding van € 10.000,- te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/711030-14

Datum uitspraak: 7 juli 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres en woonplaats],

thans verblijvende in de forensisch psychiatrische kliniek (FPK) de Beuken (Stichting Trajectum) te Boschoord,

raadsvrouw K. Logtenberg, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 19 juni 2014, 11 september 2014, 8 mei 2015 en 23 juni 2015. Op 11 september 2014 en 23 juni 2015 is de zaak inhoudelijk behandeld.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. D.N.G. Woei-A-Tsoi heeft gevorderd:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 720 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 470 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 10 jaar, alsmede terbeschikkingstelling van de verdachte met voorwaarden;

- de voorwaarden behorende bij de terbeschikkingstelling dadelijk uitvoerbaar te verklaren;

- toewijzing (integraal) van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, dan wel, wanneer de vordering van de benadeelde partij niet zal worden toegewezen, oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van € 10.000,00 ten gunste van het slachtoffer [benadeelde partij].

MOTIVERING PARTIËLE VRIJSPRAAK FEIT 1

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde op het standpunt gesteld dat alle ontuchtige handelingen die onder dit feit zijn ten laste gelegd wettig en overtuigend bewezen zijn.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de handelingen zoals deze in feit 1 achter het derde en vierde gedachtestreepje staan, te weten het laten brengen en/of houden van de penis van die [benadeelde partij] in zijn, verdachtes, anus en het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [benadeelde partij], niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat deze handelingen hebben plaatsgevonden, maar zegt hierover dat [benadeelde partij] toen twaalf of dertien jaar oud was, zodat deze handelingen in elk geval na 11 augustus 2011 hebben plaatsgevonden.

Het oordeel van de rechtbank.

Ter terechtzitting van 11 september 2014 heeft de verdachte verklaard dat hij nooit bij [benadeelde partij] in zijn anus heeft gezeten vóór [benadeelde partij] twaalfde. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat [benadeelde partij] twaalf of dertien jaar was toen [benadeelde partij] bij de verdachte in zijn anus zat.

[benadeelde partij] heeft op dit punt bij de politie geen consistente verklaring afgelegd. Eerst heeft hij verklaard dat het “in de anus zitten” gebeurde toen zijn ouders nog bij elkaar waren en dat dit dan gebeurde in de slaapkamer van zijn ouders. Vervolgens is in de verklaring van [benadeelde partij] te lezen dat [benadeelde partij] niet meer weet wanneer het precies voor het eerst is gebeurd, maar dat hij toen al wel in [woonvoorziening] woonde. Uit het dossier blijkt dat [benadeelde partij] op 4 januari 2013 in [woonvoorziening] is gaan wonen.

Gelet op het bovenstaande kan de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen wanneer het “in de anus zitten”, zowel door [benadeelde partij] bij de verdachte, als door de verdachte bij [benadeelde partij], voor het eerst heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht de handelingen, zoals deze onder feit 1 derde en vierde gedachtestreepje zijn ten laste gelegd, te weten het laten brengen en/of houden van de penis van die [benadeelde partij] in zijn, verdachtes, anus en het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [benadeelde partij], niet wettig en overtuigend bewezen voor de onder feit 1 ten laste gelegde periode. De verdachte dient van dit deel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij, in of omstreeks de periode van 12 augustus 2004 tot en met 11 augustus 2011 te

Hellevoetsluis en/of Maassluis en/of Spijkenisse, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met zijn kind [benadeelde partij] (geboren op [geboortedatum benadeelde partij] 1999), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen):

  • -

    tongzoenen van die [benadeelde partij] en/of

  • -

    pijpen van die [benadeelde partij] en/of

  • -

    laten brengen en/of houden van de penis van die [benadeelde partij] in zijn, verdachtes, anus en/of

  • -

    brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of de anus van die [benadeelde partij];

2.

hij, in of omstreeks de periode van 12 augustus 2011 tot en met 01 oktober 2013 te

Hellevoetsluis en/of Maassluis en/of Spijkenisse, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met zijn kind [benadeelde partij] (geboren op [geboortedatum benadeelde partij] 1999), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen):

  • -

    tongzoenen van die [benadeelde partij] en/of

  • -

    pijpen van die [benadeelde partij] en/of

  • -

    laten brengen en/of houden van de penis van die [benadeelde partij] in zijn, verdachtes, anus en/of

  • -

    brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of de anus van die [benadeelde partij];

3.

hij, op of omstreeks9 maart 2014 te Hellevoetsluis, in elk geval in Nederland, één

of meermalen (telkens) een of meer (in totaal 73) afbeelding(en), te weten 72 foto('s)

en/of 1 film en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten één of meer computer(s) en/of (een) harddisk(s)) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het door een dier anaal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het door een dier likken en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is),

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;

4.

hij, op of omstreeks 9 maart 2014 te Hellevoetsluis, in elk geval in Nederland, (een) afbeelding(en), te weten 1 film en/of een gegevensdrager bevattende (een) afbeelding(en) (te weten een computer en/of een harddisk)in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, welke voornoemde ontuchtige handeling(en) bestond(en) uit: het (anaal) penetreren van een ezel door een man.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

De kennelijke verschrijvingen in de bewezen verklaarde tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De bewijsmiddelen en de voor de bewezenverklaring redengevende inhoud daarvan zijn weergegeven in de aan dit vonnis gehechte bijlage II. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

NADERE BEWIJSMOTIVERING

Periode ten aanzien van feit 1

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder feit 1 ten laste gelegde periode wettig en overtuigend bewezen is. Zij acht de verklaring van [benadeelde partij], dat de vader van [benadeelde partij] ontuchtige handelingen met [benadeelde partij] heeft gepleegd vanaf dat [benadeelde partij] vijf jaar oud is, geloofwaardig.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder feit 1 ten laste gelegde periode ingekort moet worden, nu de verdachte heeft verklaard dat het misbruik is gestart toen [benadeelde partij] zeven of acht jaar oud was.

De rechtbank overweegt als volgt.

[benadeelde partij] heeft verklaard dat hij vijf jaar was toen de verdachte bij hem begon met het plegen van ontuchtige handelingen. Wanneer aan [benadeelde partij] wordt gevraagd hoe hij dit weet, zegt hij dat de verdachte dit tegen hem heeft gezegd. [benadeelde partij] verklaart op dit punt steeds consistent. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de verklaring van [benadeelde partij] en acht de periode zoals deze onder feit 1 is ten laste gelegd, wettig en overtuigend bewezen.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1.

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

2.

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

3.

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd

en

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

4.

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING / MOTIVERING MAATREGEL

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. De verdachte heeft in een periode van ruim negen jaar ontuchtige handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen in het lichaam, gepleegd met zijn zoon [benadeelde partij], die bij aanvang pas vijf jaar oud was.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat zijn zoon in hem had. Daarnaast heeft de verdachte misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin het slachtoffer zich bevond. Er was sprake van een groot leeftijdsverschil en overwicht. Met zijn handelen heeft de verdachte keer op keer een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn zoon. Voor deze jonge jongen moet het telkens weer een afschuwelijke ervaring zijn geweest om door zijn eigen vader te worden misbruikt.

Dit soort zedendelicten worden als uitermate schokkend ervaren in de samenleving. Ernstiger nog is de schade die de verdachte heeft toegebracht aan het slachtoffer, zoals die onder meer blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [benadeelde partij].

Voorts was de verdachte in het bezit van kinderpornografische afbeeldingen en een film betreffende dierenporno. Door zijn handelen heeft de verdachte de norm dat seksueel misbruik van jeugdigen moet worden tegengegaan in ernstige mate geschonden. Door het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen blijft de vraag naar kinderporno bestaan. Door het verzamelen van de kinderpornografische afbeeldingen is het de verdachte, indirect, mede toe te rekenen dat uiterst laakbare mensonterende handelingen, die plaatsvinden met kinderen van zeer jonge leeftijd, blijven plaatsvinden en worden bevorderd. Het mag als algemeen bekend worden verondersteld dat kinderen door betrokkenheid bij de op de afbeeldingen voorkomende seksuele gedragingen vaak grote psychische schade oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het rapport van Reclassering Nederland d.d. 16 juni 2015, de rapporten van de psychiater en de psycholoog en het adviesrapport van Trajectum, FPK de Beuken. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op hetgeen de psychiater en de psycholoog ter terechtzitting van 11 september 2014 hebben verklaard en hetgeen A. Rein van Reclassering Nederland en J.E. Kuipers van Trajectum Noord ter terechtzitting van 23 juni 2015 hebben verklaard.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt d.d. 16 juni 2015. Dit rapport houdt het volgende in.

Betrokkene geeft aan spijt te hebben van hetgeen hij zijn zoon heeft aangedaan, maar hij neemt een bagatelliserende houding aan en toont weinig empathie. Betrokkene vertelt biseksueel te zijn en door gebrek aan een volwassen homoseksuele partner zijn zoon te hebben misbruikt. De reclassering ziet problemen bij betrokkene op het gebied van werk, relaties, vrienden, wonen, denkpatronen, gedrag en vaardigheden en emotioneel welzijn die tot het delict hebben geleid. Betrokkene vertelt dat hij dezelfde interesses heeft die jongens ook hebben en dat bij hem thuis geregeld jonge jongens en jongvolwassen jongens over de vloer kwamen, hetgeen als zorgelijk kan worden beschouwd. Zijn gebrekkig introspectief vermogen, zijn moeite om grenzen aan te geven en te herkennen, zijn impulsiviteit, de gebrekkige probleemhantering, de gediagnosticeerde parafilie, als ook het gebrek aan een duidelijk toekomstperspectief worden als risico verhogende factoren beschouwd. Daarbij komt verzwarend de persoonlijkheidsproblematiek, zoals in de Pro Justitia rapportages d.d. 8 juli 2014 en 4 juli 2014 en het observatierapport door Trajectum Noord wordt omschreven, naast zijn zwakbegaafdheid op begripsmatig gebied.

De reclassering is van mening dat betrokkene, gelet op de ernst van de problematiek en het feit dat hij zich in het verleden in maatschappelijk opzicht onvoldoende staande heeft kunnen houden, gebaat is bij een klinische langdurige behandeling. De reclassering is van mening dat een terbeschikkingstelling (hierna ook: TBS) met dwangverpleging gelet op de ernst van het delict, maar ook gelet op de beperkingen en de houding van betrokkene en de mogelijke duur van de verwachte behandeling en resocialisatietraject meer garanties biedt dan een TBS met voorwaarden. Echter, betrokkene geeft consequent aan mee te willen werken aan een TBS met voorwaarden en zich te committeren aan de opgestelde voorwaarden, hetgeen als een essentiële voorwaarde voor de begeleiding wordt beschouwd, naast het feit dat betrokkene nu van de behandeling lijkt te profiteren, waardoor de haalbaarheid van een TBS met voorwaarden niet wordt uitgesloten. Voor een TBS met voorwaarden zijn zeventien voorwaarden geformuleerd, waar betrokkene zich aan zal moeten houden.

Trajectum, FPK de Beuken, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt d.d. 16 juni 2015. Dit rapport houdt het volgende in.

Bij betrokkene is sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met theatrale, ontwijkende en narcistische trekken. Tevens is er sprake van (seksuele) identiteitsproblematiek. Het intelligentieprofiel van betrokkene laat een grote discrepantie zien.

De huidige observatie binnen Trajectum Noord biedt nog onvoldoende uitkomsten om vergaande conclusies te kunnen trekken met betrekking tot de seksualiteitsontwikkeling en seksuele problematiek van betrokkene. Wel lijkt betrokkene te kunnen profiteren van het behandelklimaat en therapeutische milieu van de huidige behandelafdeling waar betrokkene zijn observatieperiode doorloopt.

Betrokkene stelt zich gemotiveerd op en kan derhalve profiteren van de behandeling. Betrokkene wil graag sociaal geaccepteerd worden en neigt in de huidige observatie tot schijnaanpassing. Echter de vraag is in hoeverre betrokkene zich zal blijven conformeren aan de behandelafspraken en voorwaarden voor verblijf wanneer duidelijk is met welke maatregel betrokkene voor behandeling zal worden aangemeld. Daarom wordt geadviseerd het behandeltraject binnen Trajectum Noord te laten plaatsvinden in het kader van een TBS met dwangverpleging, gezien de gerede twijfel over de langdurige haalbaarheid van TBS met voorwaarden.

Ter terechtzitting heeft J.E. Kuipers van Trajectum Noord het rapport toegelicht. Zij heeft haar advies gehandhaafd. Zij zou graag zien dat, ongeacht het juridisch kader waartoe de rechtbank zal beslissen, de verdachte bij Trajectum Noord kan blijven voor zijn behandeling.
Ter terechtzitting heeft A. Rein van Reclassering Nederland nog toegelicht dat weliswaar sprake lijkt van schijnaanpassing van de verdachte, maar dat het nog te vroeg is om te stellen dat de verdachte zich niet aan de voorwaarden van een TBS met voorwaarden zal houden. Om die reden staat Reclassering Nederland in het advies (ook) open voor oplegging van een TBS met voorwaarden.

De psychiater dr. C.J.F. Kemperman heeft een rapport over de verdachte opgemaakt d.d. 4 juli 2014. Dit rapport houdt het volgende in.

Er is bij betrokkene sprake van pedofilie, niet exclusieve type, gefundeerd op een persoonlijkheidsstoornis met cluster B en C trekken. Dit was ook aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Dit beïnvloedde ook de gedragskeuzes en gedragingen van betrokkene ten tijde van het tenlastegelegde.

De pedofilie en persoonlijkheidsstoornis beïnvloedden de keuzevrijheid van betrokkene in die zin dat hij seksueel opgewonden kon raken van zijn zoon en dit bij een persoonlijkheid met een wat gebrekkige impulscontrole en een hang naar ‘kicks’ ook uitleefde. De toerekeningsvatbaarheid kan men als verminderd inschatten. De pedofiele interesses met enige impulsiviteit in de persoonlijkheid zijn van belang bij de kans op recidive.

Het ontbreken van een leeftijdsadequate seksuele relatie en het niet hebben van een goede dagbesteding met werk en vrijetijdsbesteding zijn van belang.

Geadviseerd wordt een ambulante of dagklinische behandeling bij een instelling als Het Dok gericht op de pedofilie (incest) en persoonlijkheidsstoornis met daarnaast begeleiding bij het weer opbouwen van zijn leven en eventueel contactherstel met zijn kinderen. Behandeling en begeleiding kan de rechtbank opleggen als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel bij een langdurige proeftijd van bijvoorbeeld 10 jaar onder een verplicht reclasseringstoezicht. Mocht de rechtbank echter van mening zijn dat behandeling stringenter gewaarborgd moet zijn, dan is een TBS-maatregel met voorwaarden daartoe meer geëigend.

Ter terechtzitting van 11 september 2014 heeft de psychiater aangegeven dat hij zich goed kan vinden in het opleggen van een TBS met voorwaarden. Een TBS met dwangverpleging acht de psychiater nog niet aan de orde.

De psycholoog drs. J.P.M. van der Leeuw heeft een rapport over de verdachte opgemaakt d.d. 8 juli 2014. Dit rapport houdt het volgende in.

Er is bij betrokkene sprake van parafilie met een onderliggende persoonlijkheidsstoornis NAO en zwakbegaafdheid (op begripsmatig terrein). Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde waren genoemde ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens aanwezig. Dit beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van betrokkene ten tijde van het tenlastegelegde. Vanwege de perversie van betrokkene kan hij de ander bejegenen op een reducerende manier waarbij de ander tot een fallisch object wordt dat voor betrokkene op instrumentele wijze benut kan worden voor de vervulling van zijn seksuele behoeften. Betrokkene had een seksuele preoccupatie en zocht bevrediging via vele losse dating-contacten. Waar dit niet lukte en de seksuele nood niet ontladen kon worden, zocht betrokkene zijn toevlucht tot zijn zoontje. De verdachte is ten aanzien van het tenlastegelegde verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De genoemde delictfactoren zijn als essentiële delictfactoren onverminderd aanwezig. Daardoor kunnen zij als opmaat dienen naar een herhaling van soortgelijke feiten als de ten laste gelegde feiten. De rechtbank wordt in overweging gegeven, indien het tenlastegelegde bewezen wordt verklaard, om betrokkene de TBS-maatregel met verpleging van overheidswege op te leggen.

Ter terechtzitting van 11 september 2014 heeft de psycholoog aangegeven dat het nadeel van een TBS met voorwaarden is dat wanneer verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt, hij onbehandeld op straat terecht komt. Mocht de rechtbank tot het opleggen van een TBS met voorwaarden overgaan, dienen deze voorwaarden minimaal een klinische behandeling in te houden.

Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus verminderd toerekeningsvatbaar geacht.

Voorts onderschrijft de rechtbank de conclusie van zowel Reclassering Nederland als de psychiater en de psycholoog dat de verdachte klinisch behandeld moet worden voor zijn problematiek. Zij acht oplegging van terbeschikkingstelling met voorwaarden daartoe noodzakelijk. De veiligheid van anderen eist de terbeschikkingstelling met voorwaarden van de verdachte. Dat oordeel is gegrond op de ernst en aard van de bewezen verklaarde feiten en het gevaar voor herhaling.

Vastgesteld wordt dat de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten, ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden opgelegd, misdrijven betreffen als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Wetboek van Strafrecht.

De terbeschikkingstelling wordt opgelegd terzake van misdrijven die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Voorts heeft verdachte zich ter terechtzitting bereid verklaard de door de reclassering genoemde voorwaarden na te leven.

Aan de verdachte zal gelet op het voorgaande terbeschikkingstelling met voorwaarden worden opgelegd. Gelet op het belang van de naleving van deze voorwaarden wordt de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel bevolen.

De rechtbank ziet in de ernst van de feiten, evenals de officier van justitie, reden om naast de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden een vrijheidsstraf op te leggen. Deze vrijheidsstraf zal deels voorwaardelijk worden opgelegd om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, stelt de rechtbank de proeftijd, behorende bij de voorwaardelijke vrijheidsstraf, vast op tien jaar.

Wat betreft de voorwaarden verbonden aan de maatregel zal de rechtbank alle voorwaarden zoals door de Reclassering geadviseerd, opleggen, met uitzondering van de onder 10 vermelde voorwaarde. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het initiatief tot enig contact tussen [benadeelde partij] en zijn vader, geheel en uitsluitend bij [benadeelde partij] mag liggen. Die voorwaarde wordt dan ook in na te melden zin opgelegd.

Alles afwegend worden na te noemen straf en maatregel passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen desktop van het merk Acer en de externe harde schijf van het merk Western Digital te onttrekken aan het verkeer.

De in beslag genomen desktop van het merk Acer en de harde schijf van het merk Western Digital zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het onder 3 bewezen feit is met behulp van voornoemde voorwerpen begaan.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ / SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij], wonende te [woonplaats], ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

Conform het voegingsformulier vordert de benadeelde partij een bedrag van € 6.000,00 aan immateriële schade. Ter terechtzitting heeft [medewerker] van Slachtofferhulp Nederland de vordering van de benadeelde partij toegelicht en het door de benadeelde partij te vorderen bedrag opgehoogd naar € 10.000,00 aan immateriële schade.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu de vordering enkel door [benadeelde partij], een minderjarige, is ondertekend en niet door zijn moeder.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ter terechtzitting van 23 juni 2015 is namens de benadeelde partij betoogd dat de wettelijke vertegenwoordiger van [benadeelde partij], zijn biologische moeder, het voegingsformulier niet heeft willen ondertekenen.

Uit de brief van [medewerker 2], jeugdzorgwerker bij de William Schrikker Groep en voogd van [benadeelde partij], d.d. 16 juni 2016 blijkt eveneens dat de moeder van [benadeelde partij], mevrouw [naam moeder], het voegingsformulier niet heeft willen ondertekenen. Daarnaast blijkt uit deze brief dat er een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming ligt bij de kinderrechter te Rotterdam voor de ontheffing van de moeder van [benadeelde partij] uit het ouderlijk gezag.

Daarnaar gevraagd ter zitting van 23 juni 2015 hebben zowel de voogd als de pleegmoeder van [benadeelde partij] aangegeven achter de ingediende vordering van [benadeelde partij] te staan.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat aan het gebrek, dat de wettelijk vertegenwoordiger van [benadeelde partij] niet heeft getekend, kan en zal worden voorbijgegaan. De verdachte wordt hierdoor niet in enig belang geschaad. De rechtbank acht de benadeelde partij dan ook ontvankelijk in de vordering.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De hoogte van het toe te wijzen bedrag wordt, naar redelijkheid en billijkheid, vastgesteld op EUR 10.000,=. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij, zoals deze na de wijziging ter terechtzitting is komen te luiden, in zijn geheel toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 37a, 38, 38a, 38e, 57, 240b, 244, 245, 248, 254a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder feit 1, derde en vierde gedachtestreepje, te weten het laten brengen en/of houden van de penis van die [benadeelde partij] in zijn, verdachtes, anus en het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [benadeelde partij], tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 720 (zevenhonderdtwintig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 469 (vierhonderdnegenzestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 10 (tien) jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

  1. de terbeschikkinggestelde zal zich houden aan de voorschriften en/of aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland;

  2. de terbeschikkinggestelde zal meewerken aan de klinische behandeling bij Trajectum Noord en zal zich houden aan de aanwijzingen en afspraken van zijn behandelaar(s) en aan de daar geldende huis- en leefregels. Hij dient eventueel voorgeschreven medicatie (indien nodig ook libidoremmende medicatie) te nemen volgens voorschrift en/of het laten toedienen en zich hierop laten controleren in welke vorm dan ook;

  3. de terbeschikkinggestelde zal zich houden aan het vrijheden- en verlofbeleid dat uitsluitend in overleg met zijn behandelaar en de reclassering wordt bepaald;

  4. de terbeschikkinggestelde zal, indien noodzakelijk – na afronding van een klinische opname – meewerken aan plaatsing in een nog nader te bepalen instelling van beschermd en/of begeleid wonen. Mocht dit niet nodig zijn dan dient betrokkene de nog verder in samenspraak met de kliniek en reclassering vast te stellen woonplek met ambulante begeleiding te aanvaarden;

  5. de terbeschikkinggestelde zal meewerken aan een ambulante vervolgbehandeling bij een nader te bepalen instelling;

  6. de terbeschikkinggestelde zal zich onthouden van overmatig alcoholgebruik en zich onthouden van druggebruik en zal zich niet onttrekken aan controles hierop;

  7. de terbeschikkinggestelde zal inzicht geven in zijn financiën en accepteert hiervoor, indien dit noodzakelijk wordt geacht, de ondersteuning van de bewindvoerder/ budgetbeheerder;

  8. de terbeschikkinggestelde zal meewerken en inzicht geven ter zake een voldoende ondersteunend sociaal netwerk en zal toestemming verlenen om contact op te nemen met relevante referenten/netwerkleden;

  9. de terbeschikkinggestelde komt niet in kinderrijke omgevingen tenzij anders wordt bepaald door de behandelaar. Hij dient situaties te voorkomen waarin hij alleen is met kinderen;

  10. de terbeschikkinggestelde heeft geen contact met het slachtoffer [benadeelde partij], tenzij het slachtoffer zelf expliciet en ondubbelzinnig aangeeft wel contact te willen met de terbeschikkinggestelde;

  11. de terbeschikkinggestelde zal ervoor zorgen dat hij altijd bereikbaar is voor zijn behandelaren, zijn begeleiders en de reclassering;

  12. de terbeschikkinggestelde zal meewerken aan een passende dagbesteding in de vorm van scholing of (vrijwilligers)werk, indien zijn gezondheidstoestand dat toelaat. Hij zal niet zonder toestemming van de reclassering of zijn begeleiders van deze dagbesteding veranderen;

  13. de terbeschikkinggestelde zal geen strafbare feiten plegen;

  14. de terbeschikkinggestelde zal niet zonder toestemming vooraf van de reclassering van adres wijzigen c.q. verhuizen;

  15. tijdens de gehele terbeschikkingstelling is het voor de terbeschikkinggestelde niet toegestaan om zich buiten het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden te begeven;

  16. de terbeschikkinggestelde zal meewerken aan een (ambulant) Forensisch Psychiatrisch Toezicht, ook als dit betekent een time-outopname van maximaal tweemaal een periode van zeven weken in een nog nader te bepalen instelling of bij een andere soortgelijke instelling;

  17. de terbeschikkinggestelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, zijn medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in art. 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden en hij werkt mee aan het samenwerkingsconvenant van de reclassering en de politie;

geeft aan Stichting Reclassering Nederland opdracht de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt de onmiddellijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling met voorwaarden;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart onttrokken aan het verkeer: de desktop van het merk Acer (A.A.01.1) en de externe harde schijf van het merk Western Digital (A.A.01.2);

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden;

wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij], wonende te [woonplaats] toe tot een bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 10.000,00 (tienduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro) vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 85 (vijfentachtig) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter,

en mrs. M. van Empelen en M.C. Snel-van den Hout, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld-de Raad, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juli 2015.

De beide rechters zijn wegens afwezigheid niet in staat deze beschikking mede te ondertekenen.

Bijlage I bij vonnis van 7 juli 2015.

TEKST TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij,

in of omstreeks de periode van 12 augustus 2004 tot en met 11 augustus 2011 te

Hellevoetsluis en/of Maassluis en/of Spijkenisse, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met zijn

kind [benadeelde partij] (geboren op [geboortedatum benadeelde partij] 1999), handelingen heeft gepleegd

die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam,

namelijk het (meermalen):

  • -

    tongzoenen van die [benadeelde partij] en/of

  • -

    pijpen van die [benadeelde partij] en/of

  • -

    laten brengen en/of houden van de penis van die [benadeelde partij] in zijn, verdachtes, anus en/of

  • -

    brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of de anus van die [benadeelde partij];

2.

hij,

in of omstreeks de periode van 12 augustus 2011 tot en met 01 oktober 2013 te

Hellevoetsluis en/of Maassluis en/of Spijkenisse, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van

zestien had bereikt, te weten met zijn kind [benadeelde partij] (geboren op

[geboortedatum benadeelde partij] 1999), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die

bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam,

namelijk het (meermalen):

  • -

    tongzoenen van die [benadeelde partij] en/of

  • -

    pijpen van die [benadeelde partij] en/of

  • -

    laten brengen en/of houden van de penis van die [benadeelde partij] in zijn, verdachtes, anus en/of

  • -

    brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of de anus van die [benadeelde partij];

3.

hij,

op of omstreeks 9 maart 2014 te Hellevoetsluis, in elk geval in Nederland, één

of meermalen

(telkens) een of meer (in totaal 73) afbeelding(en), te weten 72 foto('s)

en/of 1 film en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en)

(te weten één of meer computer(s) en/of (een) harddisk(s))

heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of

vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of

verworven en/of in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand) van

het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

heeft bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met

de penis en/of (een) vinger(s)/hand)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de

penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de

mond/tong)

en/of

het door een dier anaal penetreren van het lichaam van een persoon die de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het door een dier likken en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen

en/of de billen van een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt (terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie

zichtbaar is),

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling;

4.

hij,

op of omstreeks 9 maart 2014 te Hellevoetsluis, in elk geval in Nederland,

(een) afbeelding(en), te weten 1 film en/of een gegevensdrager bevattende

(een) afbeelding(en) (te weten een computer en/of een harddisk)

in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar

is/zijn, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren

betrokken,

welke voornoemde ontuchtige handeling(en) bestond(en) uit:

het (anaal) penetreren van een ezel door een man.