Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:4368

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-05-2015
Datum publicatie
22-06-2015
Zaaknummer
ROT 15/2587 en ROT 15/2588 (hoofdzaak)
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Mededingingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Het besluit waarbij verweerder een aantal specifiek genoemde activiteiten heeft aangewezen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h, vijfde lid, van de Mededingingswet (Wet markt en overheid), is naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan te merken als een concretiserend besluit van algemene strekking. Tegen een dergelijk besluit staat de mogelijkheid van bezwaar open.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummers: ROT 15/2587

ROT 15/2588 (hoofdzaak)

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 mei 2015 op het verzoek om voorlopige voorziening, tevens uitspraak in de hoofdzaak tussen

Gebiedsontwikkeling A1 B.V., te Kootwijkerbroek, verzoekster, tevens eiseres (hierna: eiseres),

gemachtigde: mr. F.J.M. Wolbers,

en

de gemeenteraad van Barneveld, verweerder.

Zitting hebben mr. J.H. de Wildt, voorzieningenrechter, en mr. M. Traousis - van Wingaarden, griffier.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, bijgestaan door [naam], bedrijfsjurist bij eiseres. Verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 29 mei 2015 heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    bepaalt dat verweerder uiterlijk 22 juli 2015 een nieuwe beslissing op het bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 662,--, (tweemaal € 331,--) vergoedt;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1502,32 te betalen aan eiseres;

  • -

    wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is bepaald dat, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, hij onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak.

2. Bij besluit van 8 juli 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder een aantal specifiek genoemde activiteiten aangewezen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h, vijfde lid, van de Mededingingswet (Mw). Bij besluit van 4 maart 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat het primaire besluit een besluit is van algemene strekking en algemeen verbindende voorschriften bevat, zodat daar op grond van de Awb geen bezwaar tegen kan worden gemaakt. Eiseres betwist dit standpunt van verweerder.

3. Verweerder heeft het primaire besluit genomen op grond van hoofdstuk 4 (de zogenoemde Wet markt en overheid) van de Mw. Dit brengt op grond van artikel 8:7, derde lid, van de Awb, in samenhang met artikel 7 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, mee dat de voorzieningenrechter bevoegd is van het beroep kennis te nemen.

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat eiseres spoedeisend belang heeft bij het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening nu zij nog steeds geen inhoudelijke beslissing op haar bezwaar heeft en het bestreden besluit naar het oordeel van de voorzieningenrechter onmiskenbaar op onjuiste gronden berust.

5. Op grond van artikel 8:3, eerste lid onder a, van de Awb in samenhang gelezen met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift en staat dus tegen een dergelijk besluit geen bezwaar open.

6. Naar vaste jurisprudentie is een algemeen verbindend voorschrift een naar buiten werkende, voor de daarbij betrokkenen bindende regel, uitgegaan van het openbaar gezag dat de bevoegdheid daartoe aan de wet ontleent. Een algemeen verbindend voorschrift onderscheidt zich van andere besluiten doordat het algemene abstracte regels bevat, die zich zonder nadere normering voor herhaalde concrete toepassing lenen. Een besluit waarin nader naar plaats, tijd of object de toepassing van een in een algemeen voorschrift besloten liggende norm wordt bepaald, kan zelf geen algemeen verbindend voorschrift zijn.

7. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat het primaire besluit onmiskenbaar niet is aan te merken als een algemeen verbindend voorschrift, maar is aan te merken als een concretiserend besluit van algemene strekking. De voorzieningenrechter vindt ook steun voor deze opvatting in de nadere memorie van antwoord waarin het volgende is vermeld:

“De leden van de VVD-fractie vroegen te bevorderen dat tegen besluiten op het gebied van lokale mededinging beroep bij de bestuursrechter kan worden ingediend.

Deze overheid dient de vaststelling ten aanzien van algemeen belang te doen overeenkomstig de reguliere besluitvormingsprocedures. In het algemeen zal dit leiden tot een zogenaamd concretiserend besluit waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht beroep kan worden ingesteld, Dit is slechts anders indien het besluit inzake het algemeen belang deel uitmaakt van een besluit dat als algemeen verbindend voorschrift kan worden aangemerkt en onlosmakelijk met de algemene normen van dat besluit verknoopt is. Naar verwachting zal deze situatie zich slechts incidenteel voordoen. Er is daarom naar het oordeel van de regering geen noodzaak nadere regels te stellen ten aanzien van de besluitvorming inzake het algemeen belang en de beroepsmogelijkheden hiertegen (Eerste Kamer, vergaderjaar 2009-2010, 31 354, E, bladzijde 11).

8. Tegen een concretiserend besluit van algemene strekking staat de mogelijkheid van bezwaar open, zodat het bestreden besluit op een onjuiste grondslag berust en voor vernietiging in aanmerking komt. Het beroep is gegrond. De voorzieningenrechter ziet gelet hierop geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening, zodat het verzoek daartoe wordt afgewezen.

9. Nu verweerder nog niet inhoudelijk heeft beslist op het bezwaar en eiseres uitdrukkelijk de voorkeur heeft gegeven aan het alsnog inhoudelijk behandelen van het bezwaar, volstaat de rechtbank met vernietiging van het bestreden besluit.

10. De voorzieningenrechter bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van totaal € 662,-- vergoedt.

11. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1470, --, (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490,- en wegingsfactor 1) en € 32,32 voor reiskosten.

Dit proces-verbaal is ondertekend door de voorzieningenrechter en de griffier.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.