Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:4201

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-06-2015
Datum publicatie
05-10-2015
Zaaknummer
10-691092-14.v
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van winkeldiefstal. Oplegging van de ISD-maatregel. Afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/691044-15

Parketnummer vordering TUL VV: 10/691092-14

Datum uitspraak: 12 juni 2015

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te Curaçao op [geboortedag] 1979,

ter terechtzitting opgegeven postadres [adres] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in PI Rijnmond, locatie HvB De IJssel, te Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. E.R. Weening, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 mei 2015.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie, mr. S.M. Scheer, heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

- oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna ook: ISD-maatregel) voor de duur van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.

VORDERING TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op 30 april 2015 door het openbaar ministerie ingediende vordering na voorwaardelijke veroordeling wordt afgewezen, mits de rechtbank in de onderhavige strafzaak de gevorderde ISD-maatregel oplegt. Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat de tenuitvoerlegging wordt gelast van de ISD-maatregel die aan de verdachte voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis van 2 september 2014 van de meervoudige kamer voor strafzaken van deze rechtbank.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 27 februari 2015 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere tube(s) tandpasta (van het merk Sensodyne ter waarde van 115,60 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo (gelegen op/aan de Hillelaan), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

MOTIVERING MAATREGEL

De rechtbank zal – overeenkomstig de vordering van de officier van justitie – aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opleggen, nu aan de door de wet gestelde voorwaarden als bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht is voldaan en de rechtbank oplegging van de ISD-maatregel aangewezen acht. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van winkeldiefstal in een supermarkt, een misdrijf waarvoor ingevolge het bepaalde in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voorlopige hechtenis is toegelaten en waarvoor mitsdien de ISD-maatregel kan worden opgelegd. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke strafbare feiten die overlast veroorzaken en financiële schade aan winkelbedrijven met zich meebrengen.

Uit het op zijn naam gestelde uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 1 mei 2015 blijkt dat de verdachte sinds 2001 stelselmatig met politie en justitie in aanraking is gekomen vanwege het plegen van (onder meer) (vermogens-)delicten. In de vijf jaren voorafgaand aan het bewezen verklaarde feit is de verdachte ten minste driemaal wegens een misdrijf tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel veroordeeld. De desbetreffende vonnissen zijn onherroepelijk. Het thans bewezen feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en maatregel.

De reclassering heeft op 20 april 2015 een adviesrapport uitgebracht. Het rapport houdt onder meer het volgende in:

Gelet op de problematiek, op verschillende gebieden, en het feit dat betrokkene zich telkens onttrekt aan de hulpverlening achten wij de kans op recidive zeer hoog.

Het ontbreekt betrokkene aan een stabiele sociaal-maatschappelijke situatie en enig steunend netwerk. Betrokkene is daarnaast bekend met een jarenlange verslavingsproblematiek. Vanwege zijn problematiek en de justitiecontacten, is er door de reclassering en de hulpverlening het nodige aanbod gedaan teneinde de leefsituatie van betrokkene te verbeteren. Echter leidde deze inzet tot op heden nooit tot het gewenste resultaat. Betrokkene liet veelal niet het achterste van zijn tong zien en nam het niet zo nauw met het naleven van afspraken en geldende gedragsregels.

Ten tijde van het opstellen van het reclasseringsrapport in augustus 2014 liet betrokkene een voorzichtige verandering in zijn houding zien. Om die reden is door de reclassering

geadviseerd om, bij wijze van allerlaatste kans, aan betrokkene de maatregel ISD voorwaardelijk op te leggen met als voorwaarde een klinische behandeling. (…) Betrokkene heeft zich in het kader van de voorwaardelijke ISD-maatregel onttrokken aan de klinische opname en dit voorwaardelijke kader is zodoende niet voldoende gebleken.

Ons inziens is een ISD-maatregel op dit moment de enige mogelijkheid om de vicieuze cirkel te doorbreken. Een klinische behandeling gericht op de middelenproblematiek, de psychosociale problematiek, de persoonlijkheidsproblematiek en de licht verstandelijke handicap dient plaats te vinden. Aansluitend aan de klinische opname kan betrokkene in een beschermde woonvorm worden opgenomen. De begeleiding dient tevens gericht te zijn op de praktische zaken. Ons inziens is het van belang om het extramurale deel zo spoedig mogelijk plaats te laten vinden, zodat bovenstaand plan van aanpak tijdens de ISD-maatregel kan worden gerealiseerd.

Er moet naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. De rechtbank stelt vast dat de tot op heden aan de verdachte opgelegde straffen en eerder opgelegde maatregel niet ertoe hebben geleid dat zijn criminele gedrag is geëindigd. Gelet op de door hem steeds weer veroorzaakte overlast en schade, staat thans het belang van de samenleving voorop. De veiligheid van personen of goederen vereist naar het oordeel van de rechtbank dat aan de verdachte wordt opgelegd de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen de veelvuldigheid van de voorafgaande veroordelingen wegens een misdrijf, alsook dat de ISD-maatregel mede ertoe strekt de maatschappij te beveiligen en de recidive van de verdachte te beëindigen.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de duur van de maatregel rekening met de tijd die de verdachte in verband met de onderhavige zaak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Alles afwegend acht de rechtbank oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van 21 maanden passend en geboden.

VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij het op tegenspraak gewezen vonnis van 2 september 2014 van de meervoudige kamer voor strafzaken van deze rechtbank is ter zake van diefstal aan de verdachte de ISD-maatregel opgelegd voor de duur van 18 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 17 september 2014.

Het hierboven bewezen verklaarde feit is gepleegd na het wijzen van dit vonnis en vóór het einde van de proeftijd. Door het plegen van het bewezen verklaarde feit heeft de verdachte de aan de voorwaardelijke ISD-maatregel verbonden algemene voorwaarde dat hij zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken, niet nageleefd. In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel worden gelast. Omdat echter in de onderhavige strafzaak tegen de verdachte de ISD-maatregel wordt opgelegd, zal de rechtbank de vordering afwijzen.

De beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 2 september 2014 voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel wegens het niet naleven van een bijzondere voorwaarde is apart geminuteerd.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 21 (eenentwintig) maanden;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 2 september 2014 van deze rechtbank met parketnummer 10/691092-14 aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. K.T. van Barneveld, voorzitter,

en mrs. W.A.F. Damen en J.C.M. Persoon, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Biemond, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 juni 2015.

Bijlage bij het vonnis van 12 juni 2015 inzake [verdachte]

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 27 februari 2015 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere tube(s) tandpasta (van het merk Sensodyne ter waarde van 115,60 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo (gelegen op/aan de Hillelaan), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.