Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:3957

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-06-2015
Datum publicatie
08-06-2015
Zaaknummer
10/960233-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Teruggekeerde jihadist uit Syrië. Voorbereiding met terroristisch oogmerk van overval om gelden voor jihad te genereren. Stelselmatige informatie inwinning in P.I. en daaropvolgende politiële infiltratie. Strafmaat onder meer bepaald aan de hand van LOVS oriëntatie. Hoog risico op onttrekken voorwaarden: daarom geen voorwaardelijk deel GS die op 4 jaar m.a. wordt gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/960233-13

Datum uitspraak: 8 juni 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie.

Raadsvrouw mr. C.H. Dijkstra, advocaat te Amersfoort.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op de onderzoeken op de terechtzittingen van 28 augustus 2014, 19 november 2014,

3 februari 2015, 13 april 2015 en 19 mei 2015.

Het onderzoek is gesloten op 8 juni 2015.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van de feiten als bedoeld in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering op vordering van de officier van justitie is gewijzigd, en welke tenlastelegging op de terechtzittingen van 3 februari 2015 en

19 mei 2015 overeenkomstig de vorderingen van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de nader omschreven en gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. A.M.F. van Veghel heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde (hierna: onder 1.I tenlastegelegde), het onder 1 primair tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde (hierna: onder 1.II tenlastegelegde) en het onder 2 tenlastegelegde;

- ontslag van alle rechtsvervolging voor het onder 1.II tenlastegelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, en als bijzondere voorwaarden: meldplicht, ambulante behandelverplichting, locatieverbod, locatiegebod en het vinden van een passende dagbesteding.

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van het inbeslaggenomen geld en de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen wapens en munitie.

ONTVANKELIJKHEID OFFICIER VAN JUSTITIE

De verdediging heeft, kort samengevat de navolgende verweren gevoerd.

De verdediging heeft primair de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat in het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd waarbij stelselmatig een grove schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde heeft plaatsgevonden rond de inzet en het gebruik van de opsporingsmiddelen vervat in de artikelen 126j en 126h van het Wetboek van Strafvordering (Sv), waardoor een

onherstelbare, ernstige inbreuk is gemaakt op het recht van de verdachte op een eerlijk proces.

Subsidiair heeft de verdediging uitsluiting van het bewijs van het met de inzet van de artikelen 126j en 126h Sv verkregen materiaal bepleit, met als consequentie een volledige vrijspraak.

De rechtbank overweegt als volgt.

De verdenking tegen de verdachte om, kort gezegd, een terroristisch misdrijf te plegen,

is ontstaan na diens terugkeer uit, volgens de ambtsberichten van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD), Syrië. Deze hebben vervolgens geleid tot opname van gesprekken, gevoerd in een VW Golf, waaraan de verdachte deelnam

(OVC-gesprekken). De rechtmatigheid van dit opnemen is niet betwist door de verdediging.

De inhoud van deze gesprekken heeft mede geleid tot de (concrete) verdenking (tot het plegen van een overval) in januari 2014. De verdachte is toen aangehouden, maar niet in detentie gehouden. Op 7 mei 2014 wordt de verdachte ingesloten in de penitentiaire inrichting (PI) in Zoetermeer, waarna stelselmatige informatie-inwinning en infiltratie plaatsvinden. Is op dat moment vorenbedoelde verdenking nog aanwezig?

Ofschoon zich in het dossier geen informatie bevindt welke tussen 16 januari 2014

(datum laatste ambtsbericht AIVD) en 7 mei 2014 deze verdenking bevestigt, is de rechtbank van oordeel dat het laatste ambtsbericht in het dossier van januari 2014 niet van zodanige ouderdom is geweest dat daaruit niet de verdenking mocht worden afgeleid welke aanleiding heeft gegeven het bevel stelselmatige informatie inwinning af te geven.

Daarbij speelt een rol dat de inhoud van dat laatste bericht in overeenstemming is geweest met de informatie welke sinds de zomer van 2013 omtrent de verdachte is afgegeven en in het dossier is opgenomen, daaronder begrepen de OVC-gesprekken. Niet valt in te zien dat, gelet op het toen aldus vastgelegde, bestendige voornemen van de verdachte, dit fundamenteel anders zou zijn in mei 2014. Aldus is het bevel stelselmatige informatie-inwinning in dit opzicht rechtmatig afgegeven.

Maar is ook aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldaan?

Naar het oordeel van de rechtbank is ook dat het geval. Immers, uit de ambtsberichten blijkt dat de verdachte een teruggetrokken leven heeft geleid sinds zijn terugkeer uit Syrië en ook bij zijn aanhouding in januari zwijgt tegenover de politie. Ook blijkt uit de OVC-gesprekken dat hij “onder de radar blijft” door zich westers te kleden, geen moskee te bezoeken en zelfs – kennelijk ter misleiding – een seksclub bezoekt in Duisburg. Deze informatiepositie is naar het oordeel van de rechtbank zodanig, dat niet denkbaar is dat met enig ander opsporingsmiddel verdachte bereikbaar zou zijn geweest, terwijl de inzet hiervan gelet op de aard van de verdenking zonder enige twijfel gerechtvaardigd is geweest.

Tenslotte wordt nog geklaagd over de inzet van de informant [Informant]; er zou sprake zijn van verkapte infiltratie en dus van misbruik van bevoegdheid.

De rechtbank oordeelt daar anders over.

Kenmerkend verschil met infiltratie is dat in het laatstgenoemde geval, kort gezegd, wordt deelgenomen aan een misdrijf. Dat is hier niet het geval. Er is uitsluitend gevraagd betrekkelijk klinische informatie door te geven.

Ten overvloede overweegt de rechtbank in dit verband dat door de informant [Informant] in de PI weliswaar een vergaande persoonlijke benadering richting de verdachte is uitgevoerd, hetgeen niet ongebruikelijk hoeft te zijn (vgl. o.m. Hoge Raad 9 maart 2004, NJ 2004, 263) maar nu de verkregen informatie uitsluitend als sturingsinformatie is gebruikt ten behoeve van de daaropvolgende infiltratie staat geen rechtsregel in de weg aan het gebruik daarvan als in het onderhavige geval.

Tenslotte overweegt de rechtbank dat er geen aanleiding bestaat de informant te betichten van overschrijding van het Tallon-criterium (Hoge Raad 4 december 1979, ECLI:NL:HR:1979:AB7429). De opzet van de verdachte was immers duidelijk, gelet op de inhoud van de OVC-gesprekken, terwijl in de contacten tussen [Informant] en de verdachte in de PI dit nimmer is geconcretiseerd. Sterker, de informant remde de verdachte eerder af, dan dat hem een aansturende rol kan worden toegedicht.

Het daadwerkelijk uitvoeren van een overval is wel aan de orde gekomen in de gesprekken met de infiltranten: de verdachte heeft echter, blijkens de ter zake opgemaakte processen-verbaal, aangegeven dat, als het niet ging met deze mensen, hij het met zijn eigen mensen zou doen. Dit zonder dat hij daartoe werd uitgenodigd. Ook bemoeit hij zich spontaan met de uitvoering van de overval in Scheveningen en is hem tot twee keer toe voorgehouden dat hij niet mee hoefde te doen. Gelet hierop kan niet worden volgehouden dat de verdachte door de infiltranten is gebracht tot iets anders dan waartoe zijn opzet reeds strekte.

Voor de inzet van de infiltranten is naar het oordeel van de rechtbank de hierboven genoemde informatie, alsmede de inhoud van de contacten met de informant, voldoende geweest; ook op dit punt lijkt geen gebrek aan proportionaliteit en subsidiariteit te bekennen, althans is dit niet voldoende feitelijk onderbouwd door de verdediging in relatie tot de informatiepositie met betrekking tot de verdachte, daaronder begrepen de inhoud van de gesprekken met de informant.

De verdediging heeft met betrekking tot de infiltratie nog aangeven dat geen sprake is geweest van een groep, maar de rechtbank verwerpt ook dit verweer; in de OVC-gesprekken is steeds sprake geweest van ten minste twee personen, en dit is bij strafbare feiten in groepsverband steeds het juridisch relevante minimum (vgl. daartoe vaste jurisprudentie van de Hoge Raad over deelname aan een criminele organisatie (artikel 140/140a Wetboek van Strafrecht (Sr)).

Gezien het vorenstaande kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat de betreffende bevelen rechtmatig zijn afgegeven en dat in/bij de uitvoering geen der door de verdediging genoemde beginselen is overtreden.

De officier van justitie is derhalve ontvankelijk in de vervolging.

WAARDERING VAN HET BEWIJS VAN FEITEN 1.I EN 1.II

Feiten van algemene bekendheid

De rechtbank neemt als feit van algemene bekendheid aan dat in Syrië een gewapende strijd gaande is zoals dit blijkt uit algemeen toegankelijke bronnen als genoemd in het arrest van het gerechtshof Den Haag d.d. 27 januari 2015 in een vergelijkbare zaak onder rechtsoverweging 8.1. De rechtbank verenigt zich met dit oordeel en maakt het tot het hare.

Aldus overweegt de rechtbank dat bij die strijd handelingen plaatsvinden zoals omschreven in de eerste twee gedachtestreepjes van feit 1.I en de gedachtestreepjes 3 tot en met 10 van feit 1.II. Er is sprake van een terroristisch oogmerk als omschreven in artikel 83a Sr; in elk geval is er sprake van het oogmerk de politieke, constitutionele en sociale structuren van Syrië ernstig te ontwrichten of te vernietigen.

De rechtbank zal het voorbereiden en/of bevorderen van moord (ook) bewezen verklaren, nu geld wordt gegenereerd voor de gewapende strijd in Syrië, de jihad, met het plan om mensen, tegenstanders van die jihad, opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven. De verdachte moet zich, gelet op zijn kennis van de situatie ter plekke gezien zijn verblijf en overigens blijkend uit de bewijsmiddelen (onder meer zijn aanwezigheid op het slagveld), bewust zijn geweest van de aanmerkelijke kans dat door het genereren van fondsen voor die jihad slachtoffers ter plaatse om het leven zouden kunnen komen, hetgeen zowel moord als doodslag insluit.

Bruikbaarheid van de bewijsmiddelen

Inzet van bijzondere opsporingsmethoden

Zoals de rechtbank hierboven al heeft geoordeeld, is het opsporingsonderzoek rechtmatig verlopen. Er is dan ook geen reden om hieruit verkregen resultaten uit te sluiten van het bewijs.

AIVD-ambtsberichten als bewijsmiddel

De verdediging heeft betoogd dat indien de AIVD-ambtsberichten die niet tot de OVC-gesprekken hebben geleid zouden worden gebruikt als bewijsmiddel, er getuigenbewijs zou moeten worden geleverd op dit punt. Nu de rechtbank de berichten echter niet gebruikt voor het bewijs passeert zij deze vraag.

Verklaringen [Getuige 1]

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van getuige [Getuige 1] moeten worden uitgesloten van het bewijs, omdat de verdediging niet de mogelijkheid heeft gehad de getuige voldoende te ondervragen over zijn stelling dat hij met de verdachte in een cel in Syrië heeft verbleven. Uit deze stelling volgt dat de verdachte zou hebben deelgenomen aan de strijd in Syrië, hetgeen verdachte betwist. Zouden de verklaringen van [Getuige 1] voor het bewijs worden gebruikt, dan wordt daarmee gehandeld in strijd met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Voorts heeft de verdediging de betrouwbaarheid van de verklaringen van [Getuige 1] betwist onder verwijzing naar drie artikelen in kranten en een tijdschrift aangaande zijn rol als getuige in het Sharia4Belgium-proces.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [Getuige 1] aangaande de betrokkenheid van de verdachte bij de gewapende strijd in Syrië in voldoende mate worden bevestigd door ander bewijsmateriaal. [Getuige 1] heeft consistent verklaard dat hij de persoon op een foto van verdachte herkent als [bijnaam 1] in een ander dialect genaamd [bijnaam 2] de Somaliër uit Delft die bij hem in de cel heeft gezeten in Syrië en hem daarna nog twee à drie keer heeft bezocht. Deze Somaliër wilde volgens [Getuige 1] op de lijst staan om een zelfmoordaanslag te plegen.

De verdachte is van Somalische afkomst (geboren in Nederland) en verbleef in Delft.

Op 25 oktober 2013 heeft hij zelf gesproken over zijn ervaringen op het slagveld met zijn broeders, het feit dat hij zich had aangeboden voor “Amalia Shadied” (zelfmoordoperatie) en dat zijn vriendje [Getuige 1] ([Getuige 1]) terug is in België. Voorts heeft de verdachte op

15 mei 2014 tegen de infiltranten gezegd dat hij in Syrië heeft gevochten voor de religie.

De verklaringen van [Getuige 1] worden dus ondersteund door de eigen verklaringen van de verdachte. Daarmee kan niet worden gezegd dat de verklaringen van [Getuige 1] het enige of doorslaggevende bewijs zijn in deze zaak.

Het gebruik van de verklaringen van [Getuige 1] levert dan ook geen schending op van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM. De verklaringen van [Getuige 1] kunnen dan ook voor het bewijs worden gebruikt.

Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat de verklaringen van [Getuige 1] vanwege de gestelde onbetrouwbaarheid dienen te worden uitgesloten van het bewijs, wordt dit verweer verworpen. Gezien voornoemd steunbewijs en ook anderszins heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaringen van [Getuige 1] aangaande de verdachte.

Oordeel over de feitelijke handelingen

Inleiding

Onder de feiten 1.I en 1.II zijn tweemaal dezelfde zes feitelijke verwijten gemaakt, door de officier van justitie voorzien van de letters A tot en met F. De rechtbank zal eerst bespreken of deze feitelijkheden kunnen worden bewezen en vervolgens bespreken in hoeverre daaruit volgt dat de verdachte zich aan de kwalificerende onderdelen van de tenlastelegging schuldig heeft gemaakt. Omwille van de leesbaarheid zijn de feitelijke handelingen hieronder telkens geparafraseerd weergegeven.

Feitelijke handeling A

Uit een opgenomen gesprek waaraan de verdachte heeft deelgenomen en verslagen van infiltranten, blijkt dat de verdachte in elk geval heeft doen voorkomen alsof hij in Syrië is geweest en daar heeft gevochten. Ter discussie staat of de verdachte heeft opgeschept, zoals hij later bij de politie heeft verklaard, of dat hij werkelijk over eigen ervaringen heeft gesproken.

De rechtbank is overtuigd van het laatste: de verdachte heeft uit eigen ervaring gesproken. De verdachte heeft op 25 oktober 2013 concreet verklaard over personen en gebeurtenissen; zo concreet dat de rechtbank niet gelooft dat hij dit allemaal verzonnen heeft. De verdachte heeft ook meer dan eens gesproken over zijn meevechten in Syrië. Ten slotte bevestigt [Getuige 1] dat de verdachte in Syrië is geweest en daar betrokken is geweest bij de gewapende strijd.

De alternatieve lezing van de verdachte over zijn verblijf in Syrië is dat hij niet in Syrië is geweest, maar in het grensgebied/niemandsland tussen Turkije en Syrië. Hij zou daar, in samenwerking met hulporganisaties als de Rode Halve Maan, mensen hebben geholpen. Echter, nu de verdachte hierover geen enkel detail zoals concrete plaatsen of namen en contactgegevens van mensen met wie hij heeft samengewerkt heeft gegeven, schuift de rechtbank dit als een onverifieerbare en ongeloofwaardige verklaring ter zijde.

De rechtbank acht dan ook bewezen hetgeen onder feitelijkheid A ten laste is gelegd.

Feitelijke handeling B

Uit het verslag van een opgenomen gesprek van 25 oktober 2013 waaraan de verdachte heeft deelgenomen blijkt dat hij heeft gesproken over een uit te voeren misdrijf (een huis ‘doen’, samen met anderen) en de te verwachten opbrengst (‘300.000’, naar de rechtbank aanneemt, euro) ‘bij de broeders’ krijgen. De verdachte wilde echter niet dat het via hem zou gebeuren: ‘niets moet linken naar mij’. De route moest kennelijk via Turkije lopen en gezien de rest van het gesprek kan het niet anders zijn dan dat met ‘broeders’ werd gedoeld op strijders in Syrië.

De verdachte heeft geen enkele aannemelijke alternatieve uitleg gegeven voor zijn uitlatingen, zodat de rechtbank mede gelet op het feit dat zij de uitlatingen van de verdachte over zijn deelname aan de gewapende strijd in Syrië serieus neemt bewezen acht hetgeen onder feitelijkheid B ten laste is gelegd.

Feitelijke handeling C

Deze feitelijke handeling valt uiteen in twee delen: het treffen van voorbereidingen voor een of meer overvallen en de bestemming van de te verwachten buit.

Uit getapte telefoongesprekken van half januari 2014 blijkt dat er overleg plaatsvindt over de beroving van een onbekend gebleven persoon (“[naam A]”), mogelijk gevolgd door een overval op de woning van die persoon. Uit de verslagen van de infiltranten van mei 2014 blijkt dat de verdachte wapens levert met het oog op een uit te voeren overval en ook bereid is daaraan deel te nemen. De verdachte heeft geen enkele aannemelijke alternatieve verklaring gegeven voor zijn uitlatingen in die gesprekken, zodat de rechtbank niet anders kan dan deze op de voor de hand liggende wijze te interpreteren en ervan uit zal gaan dat de verdachte meende wat hij zei, zoals hij het zei.

De verdediging heeft betoogd dat niet bewezen kan worden dat de buit van de voorgenomen misdrijven bestemd was voor de gewapende strijd in Syrië.

De rechtbank stelt samengevat weergegeven de volgende feiten vast:

  • -

    de verdachte is in Syrië geweest en heeft daar deelgenomen aan de gewapende strijd;

  • -

    de verdachte heeft op 25 oktober 2013 gesproken over zijn voornemen een misdrijf te plegen om geld te genereren voor die gewapende strijd;

  • -

    de verdachte heeft op 17 november 2013 een gesprek gevoerd over het gebruik van een vuurwapen, waarbij kennelijk aan anderen wordt gedemonstreerd hoe de kogels er in moeten en wordt geïnstrueerd dat aangeraakte kogels moeten worden schoongemaakt;

  • -

    de verdachte heeft in januari 2014 (telefoon)gesprekken gevoerd over en met ene [naam B] over het beroven van ene [naam A];

  • -

    de verdachte heeft in mei 2014 gesprekken met infiltranten gevoerd over een uit te voeren overval; tijdens deze gesprekken vertelt de verdachte dat hij in Syrië heeft gevochten.

Uit deze gebeurtenissen, naar hun uiterlijke verschijningsvorm beoordeeld en in onderlinge samenhang bezien, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de verdachte in januari en mei 2014 uitvoering heeft trachten te geven aan het plan dat hij op 25 oktober 2013 heeft opgevat. Er is geen enkele aanwijzing dat de verdachte afstand heeft genomen van zijn plannen van 25 oktober 2013. Ook het tijdsverloop is niet zodanig dat hieruit moet worden afgeleid dat de verdachte niet langer achter het plan van 25 oktober 2013 stond.

De rechtbank wijst er nog op dat in mei 2014 de verdachte zelf Syrië ter sprake brengt in zijn gesprekken met de infiltranten.

De rechtbank acht dan ook bewezen hetgeen onder feitelijkheid C ten laste is gelegd.

Feitelijke handeling D

Deze feitelijke handeling behelst het spreken over het voornemen een aanslag te plegen op een of meer politici. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van dit deel van de tenlastelegging onder feit 1.I en 1.II. Nu dit is gevorderd door de officier van justitie en bepleit door de verdediging, wordt dit oordeel niet gemotiveerd.

Feitelijke handeling E

Deze feitelijke handeling behelst het bespreken van gedrag om onopgemerkt te blijven.

De rechtbank acht, op basis van een opgenomen gesprek waaraan de verdachte heeft deelgenomen, bewezen dat deze feitelijkheid heeft plaatsgevonden. Nu ook hier enige reële alternatieve verklaring voor de uitlatingen van de verdachte ontbreekt, kan de rechtbank niet anders dan deze op de voor de hand liggende wijze interpreteren en zal zij ervan uitgaan dat de verdachte meende wat hij zei, zoals hij het zei.

De verdachte heeft betoogd dat hij altijd al spijkerbroeken droeg. Dat doet echter niet af aan het feit dat wordt besproken hoe hij en anderen zich moeten gedragen, of moeten blijven gedragen, om niet op te vallen.

Feitelijke handeling F

Voor een nadere motivering van het oordeel dat de verdachte vuurwapens voorhanden heeft gehad, verwijst de rechtbank naar de motivering van de bewezenverklaring van feit 2.

Ter motivering dat hij deze voorhanden had voor een overval waarvan de buit bestemd was voor de gewapende strijd in Syrië verwijst de rechtbank naar hetgeen hierboven over feitelijke handeling C is geoordeeld.

De feitelijke handelingen en de bewezenverklaring van feit 1.I

De feitelijke handelingen C en F waren erop gericht anderen middelen (in de vorm van geld) te verschaffen tot het plegen van de misdrijven omschreven in de eerste twee gedachtestreepjes van feit 1.I. De andere bewijsbare feitelijke handelingen A, B en E waren daar echter niet op gericht, zodat in feit 1.I van deze handelingen moet worden vrijgesproken.

De verdediging heeft zich nog beroepen op de verklaring van [Getuige 1], waaruit zou blijken dat men in Syrië helemaal geen geld nodig zou hebben. Zelfs als die verklaring voor waar moet worden aangenomen, doet dat er niet aan af dat de verdachte wel degelijk heeft geprobeerd geld te genereren en naar Syrië te (laten) transporteren, met als doel dat het daar zou worden aangewend voor de gewapende strijd. Dit verweer wordt dus verworpen.

Nadere toelichting bij de bewezenverklaring van feit 1.II

De feitelijke handelingen A, B en E waren gericht op de doelen zoals omschreven in de eerste twee gedachtestreepjes van feit 1.II. De andere bewijsbare feitelijke handelingen

C en F waren daar echter niet op gericht, zodat in feit 1.II van deze handelingen moet worden vrijgesproken.

WAARDERING VAN HET BEWIJS VAN FEIT 2

Medeplegen

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de verdediging aangevoerd dat het aandeel van verdachte niet verder is gegaan dan medeplichtigheid.

De rechtbank volgt dit standpunt van de verdediging niet. De verdachte heeft één van de

tenlastegelegde wapens (het pistool) zelf geleverd. Voor de andere twee wapens (de riotgun en de revolver) heeft hij de benodigde contacten met de leveranciers van de wapens en de munitie. Hij is degene geweest die met deze leveranciers de te betalen prijzen heeft afgestemd. Hij heeft de infiltranten gewezen op en begeleid naar de plaatsen waar de wapens te verkrijgen waren. Tenslotte is de verdachte aanwezig gebleven in de auto nadat alle wapens en munitie waren verzameld. Gezien dit alles, is sprake van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1.I, 1.II en 2 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.I.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met

15 mei 2014 te Delft en/of te Rotterdam en/of te Den Haag en/of te Scheveningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

met het oogmerk om de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten,

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk en

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen

van het misdrijf en/of

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens) ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd brandstichtingen, het teweeg brengen van ontploffingen, moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk,

A. meermalen (met anderen) gesproken over zijn/hun ervaringen tijdens de gewapende strijd in Syrië en/of

B. zich meermalen geuit over zijn/hun voornemen door middel van (gewelddadige) strafbare feiten gelden te genereren voor de gewapende strijd in Syrië en/of

C. meermalen, althans eenmaal, (verregaande) voorbereidingen getroffen voor die (gewelddadige) strafbare feiten (te weten een of meer gewapende overval(len) en/of afpersing(en)), waarvan de buit bestemd was voor de gewapende strijd in Syrië of Irak en/of

D. meermalen (met anderen) gesproken over zijn/hun voornemen om (een) gewelddadige aanslag(en) te plegen op een of meerdere politici en/of

E. meermalen gesproken over de wijze waarop hij/zij zich dienen te gedragen zodat zij (en/of hun radicale denkbeelden) niet zullen opvallen en/of

F. meermalen, althans eenmaal een of meerdere vuurwapens voorhanden gehad, bestemd voor een voorgenomen/direct ophanden zijnde overval en/of afpersing waarvan de buit bestemd was voor de gewapende strijd in Syrië of Irak.

1.II

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met

15 mei 2014 te Delft en/of te Rotterdam en/of te Den Haag en/of te Scheveningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- kennis en/of vaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht,

tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 157 juncto 176a van het Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- het opzettelijk en wederrechtelijk doen zinken en/of stranden en/of verongelukken en/of vernielen en/of onbruikbaar maken en/of beschadigen van een vaartuig en/of voertuig en/of luchtvaartuig, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 168 juncto 176a van het Wetboek van Strafrecht) dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- het opzettelijk vernielen en/of beschadigen van enig gebouw en/of getimmerte en/of voor het publiek toegankelijke plaats, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 170 juncto 176a van het Wetboek van Strafrecht) dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- doodslag (te) plegen met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- moord (zoals bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289a Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- zware mishandeling (de dood ten gevolge hebbende), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 302 juncto 304a van het Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- zware mishandeling met voorbedachte raad (de dood ten gevolge hebbende), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 303 juncto 304a van het Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of en/of de poging daartoe en/of

-het voorhanden hebben en/of overdragen van één of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 en 31 lid 1 van de Wet wapens en munitie), begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 5 van de Wet wapens en munitie), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

-deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen

A. meermalen (met anderen) gesproken over zijn/hun ervaringen tijdens de gewapende strijd in Syrië en/of

B. zich meermalen geuit over zijn/hun voornemen door middel van (gewelddadige) strafbare feiten gelden te genereren voor de gewapende strijd in Syrië en/of

C. meermalen, althans eenmaal, (verregaande) voorbereidingen getroffen voor die (gewelddadige) strafbare feiten (te weten een of meer gewapende overval(len) en/of afpersing(en)) en/of

D. meermalen (met anderen) gesproken over zijn/hun voornemen om (een) gewelddadige aanslag(en) te plegen op een of meerdere politici en/of

E. meermalen gesproken over de wijze waarop hij/zij zich dienen te gedragen zodat zij (en/of hun radicale denkbeelden) niet zullen opvallen en/of

F. meermalen, althans eenmaal een of meerdere vuurwapens voorhanden gehad;

2.

hij op of omstreeks 15 mei 2014 te Delft en/of te Rotterdam en/of te Den Haag en/of te Scheveningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer wapen(s) van categorie III, te weten

- een Riotgun van het merk Pachmayer met serienummer J870040 en/of

- een revolver kaliber 3.57 magnum en/of

- een pistool zonder houder kaliber 6.35 mm,

en/of

munitie van categorie III, te weten

- 6 kogelpatronen kaliber .38 spec. (behorend bij voormelde revolver) en/of

- 9 kogelpatronen en/of

- 1 kogelpatroon 357 Magnum en/of

- een doosje met 25 kogelpatronen 6.35 mm en/of 30 hagelpatronen,

heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De bewijsmiddelen en de voor de bewezenverklaring redengevende inhoud daarvan zijn weergegeven in de aan dit vonnis gehechte bijlage II.

Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

STRAFBAARHEID FEITEN

strafbaarheid ten aanzien van het onder 1.II tenlastegelegde

De rechtbank overweegt dat het onder 1.II tenlastegelegde weliswaar te bewijzen is, maar dat het bewezenverklaarde - gelet op het oordeel van het gerechtshof Den Haag in de hierboven reeds genoemde soortgelijke zaak - niet leidt tot en daarom niet te kwalificeren is als het misdrijf zoals omschreven in artikel 134a van het Wetboek van Strafrecht, zodat de verdachte ten aanzien hiervan dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Dit oordeel zal niet nader worden gemotiveerd, nu de officier van justitie tevens hiertoe heeft gerekwireerd, en dit standpunt niet door de verdediging is betwist.

strafbaarheid ten aanzien van het onder 1.I en 2 ten laste gelegde

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1.I

met het terroristisch oogmerk om voor te bereiden of te bevorderen het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is, anderen middelen tot dat misdrijf trachten te verschaffen;

en

met het terroristisch oogmerk om moord voor te bereiden of te bevorderen, anderen middelen tot dat misdrijf trachten te verschaffen;

en

met het terroristisch oogmerk om doodslag voor te bereiden of te bevorderen, anderen middelen tot dat misdrijf trachten te verschaffen;

2.

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft tussen oktober 2013 en mei 2014 plannen beraamd om gewelddadige overvallen of afpersingen te plegen en de buit daarvan naar Syrië te (laten) brengen.

In Syrië zouden de gelden worden aangewend voor het plegen van terroristische misdrijven in de gewapende religieuze strijd (“jihad”) aldaar. De verdachte heeft met anderen overleg gevoerd en heeft wapens voorhanden gehad en overgedragen met het oog op die overvallen of afpersingen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat jihadistische groepen in Syrië zich op grote schaal schuldig maken aan grove mensenrechtenschendingen.

Door strafbare handelingen te verrichten met het oogmerk om de jihad te laten voortduren en in stand te houden heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een ernstig terroristisch misdrijf.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf als uitgangspunt gelet op de oriëntatiepunten van het LOVS met betrekking tot een woningoverval. In het voordeel van de verdachte is rekening gehouden met de omstandigheid dat de overvallen niet hebben plaatsgevonden, maar slechts zijn voorbereid. In het nadeel van de verdachte is rekening gehouden met het terroristische karakter van zijn daden, het feit dat de verdachte gedurende langere termijn heeft gehandeld, en dat hij meer dan één overval heeft voorbereid. Bovendien wijst de rechtbank erop dat het onder feit 1.I bewezenverklaarde (voorbereidende) feit zelfstandig een strafbedreiging van 10 jaar kent, niet veel minder dan de 12 jaar waarmee een gezamenlijk uitgevoerde voltooide diefstal met geweld is bedreigd. Tenslotte is in het nadeel van de verdachte rekening gehouden met het feit dat hij in een kort tijdsbestek over verschillende vuurwapens kon beschikken en het kennelijke gemak waarmee hij met die vuurwapens omging.

In het kader van de straftoemeting is voorts acht geslagen op het op verdachtes naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 april 2015, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor misdrijven is veroordeeld. Ook is acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte advies van de reclassering van 14 oktober 2014 waaruit onder meer blijkt dat de kans op recidive als hooggemiddeld en het risico op het onttrekken aan voorwaarden als hoog wordt ingeschat. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijk straf op te leggen met daarbij onder meer als bijzondere voorwaarden een meldplicht, behandelverplichting en een locatieverbod en -gebod.

De rechtbank ziet, gelet op de ernst en aard van het misdrijf, het voornoemde hooggemiddelde recidiverisico en het hoge risico op onttrekken aan voorwaarden, geen aanleiding om een gedeelte van de op te leggen gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm, al dan niet met bijzondere voorwaarden, op te leggen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen geldbedrag groot € 750,-verbeurd te verklaren en de wapens en munitie aan het verkeer te onttrekken.

Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag van € 750,- (nummer 9 op de als bijlage III aan dit vonnis gehechte beslaglijst) zal een last worden gegeven tot teruggave aan de rechthebbende nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet.

Gelet op de manier en het moment van aantreffen is onvoldoende aannemelijk geworden dat het geld verband houdt met de misdrijven waarvoor de verdachte thans wordt veroordeeld.

De in beslag genomen wapens en munitie (nummers 1 t/m 8 op de als bijlage III aan dit vonnis gehechte beslaglijst) zullen worden onttrokken aan het verkeer nu de onder 2 bewezen verklaarde feiten zijn begaan met betrekking tot de in beslag genomen vuurwapens en munitie en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 36b, 36c, 47, 55, 57, 96, 157, 176b en 289a van het Wetboek van Strafrecht en artikel 31 van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1.I en 1.II en 2 tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het onder 1.II bewezen verklaarde geen strafbaar feit oplevert en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;

stelt vast dat het onder 1.I en 2 bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

  • -

    verklaart onttrokken aan het verkeer de wapens en munitie (nummers 1 t/m 8 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst);

  • -

    gelast de teruggave aan de rechthebbende van het geldbedrag van € 750,- (nummer 9 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van der Groen, voorzitter,

en mrs. J. van den Bos en D.L. Spierings, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.G. Kuijs, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 juni 2015.

Bijlage I

TEKST NADER OMSCHREVEN EN GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met

15 mei 2014 te Delft en/of te Rotterdam en/of te Den Haag en/of te Scheveningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

met het oogmerk om de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten,

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen

van het misdrijf en/of

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens) ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd brandstichtingen, het teweeg brengen van ontploffingen, moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk,

A. meermalen (met anderen) gesproken over zijn/hun ervaringen tijdens de gewapende strijd in Syrië en/of

B. zich meermalen geuit over zijn/hun voornemen door middel van (gewelddadige) strafbare feiten gelden te genereren voor de gewapende strijd in Syrië en/of

C. meermalen, althans eenmaal, (verregaande) voorbereidingen getroffen voor die (gewelddadige) strafbare feiten (te weten een of meer gewapende overval(len) en/of afpersing(en)), waarvan de buit bestemd was voor de gewapende strijd in Syrië of Irak en/of

D. meermalen (met anderen) gesproken over zijn/hun voornemen om (een) gewelddadige aanslag(en) te plegen op een of meerdere politici en/of

E. meermalen gesproken over de wijze waarop hij/zij zich dienen te gedragen zodat zij (en/of hun radicale denkbeelden) niet zullen opvallen en/of

F. meermalen, althans eenmaal een of meerdere vuurwapens voorhanden gehad, bestemd voor een voorgenomen/direct ophanden zijnde overval en/of afpersing waarvan de buit bestemd was voor de gewapende strijd in Syrië of Irak.

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met

15 mei 2014 te Delft en/of te Rotterdam en/of te Den Haag en/of te Scheveningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- kennis en/of vaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht,

tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 157 juncto 176a van het Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- het opzettelijk en wederrechtelijk doen zinken en/of stranden en/of verongelukken en/of vernielen en/of onbruikbaar maken en/of beschadigen van een vaartuig en/of voertuig en/of luchtvaartuig, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 168 juncto 176a van het Wetboek van Strafrecht) dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- het opzettelijk vernielen en/of beschadigen van enig gebouw en/of getimmerte en/of voor het publiek toegankelijke plaats, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 170 juncto 176a van het Wetboek van Strafrecht) dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- doodslag (te) plegen met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- moord (zoals bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289a Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- zware mishandeling (de dood ten gevolge hebbende), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 302 juncto 304a van het Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

- zware mishandeling met voorbedachte raad (de dood ten gevolge hebbende), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 303 juncto 304a van het Wetboek van Strafrecht), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of en/of de poging daartoe en/of

-het voorhanden hebben en/of overdragen van één of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 en 31 lid 1 van de Wet wapens en munitie), begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 5 van de Wet wapens en munitie), dan wel de samenspanning daartoe en/of voorbereiding en/of bevordering daarvan en/of de poging daartoe en/of

-deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen

A. meermalen (met anderen) gesproken over zijn/hun ervaringen tijdens de gewapende strijd in Syrië en/of

B. zich meermalen geuit over zijn/hun voornemen door middel van (gewelddadige) strafbare feiten gelden te genereren voor de gewapende strijd in Syrië en/of

C. meermalen, althans eenmaal, (verregaande) voorbereidingen getroffen voor die (gewelddadige) strafbare feiten (te weten een of meer gewapende overval(len) en/of afpersing(en)) en/of

D. meermalen (met anderen) gesproken over zijn/hun voornemen om (een) gewelddadige aanslag(en) te plegen op een of meerdere politici en/of

E. meermalen gesproken over de wijze waarop hij/zij zich dienen te gedragen zodat zij (en/of hun radicale denkbeelden) niet zullen opvallen en/of

F. meermalen, althans eenmaal een of meerdere vuurwapens voorhanden gehad;

subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 15 mei 2014, althans op of omstreeks 15 mei 2014, te Delft en/of te Rotterdam en/of te Den Haag en/of te Scheveningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen heeft verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen heeft verzameld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad of aan een ander heeft verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf

en/of

zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen heeft verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen heeft verzameld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad of aan een ander heeft verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een van de misdrijven omschreven in:

-de artikelen 117 tot en met 117b alsmede artikel 285, indien dat misdrijf is gericht tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen;

-de artikelen 79 en 80 van de Kernenergiewet, de artikelen 161quater, 173a en 284a alsmede de artikelen 140, 157, 225, 310 tot en met 312, 317, 318, 321, 322 en 326, indien het feit opzettelijk wederrechtelijk handelen betreft met betrekking tot kernmateriaal;

-de artikelen 162, 162a, 166, 168, 282a, 352, 385a tot en met 385d;

-de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 121 tot en met 123, 140, 157, 161, 161bis, 161sexies, 164, 170, 172, 287, 288 en 289, indien het feiten betreft die worden gepleegd door middel van het opzettelijk wederrechtelijk tot ontlading of ontploffing brengen van een springstof of ander voorwerp, of het laten vrijkomen, verspreiden of inwerken van een voorwerp, waardoor levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of

aanzienlijke materiële schade te duchten is,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen

-drie, althans één of meerdere, vuurwapen(s) en/of

-een telefoon bevattende aantekeningen met betrekking tot een adres (waar een diefstal met geweld en/of een afpersing plaats had moeten hebben)en/of

-een (vlucht)auto waarmee gereden is/kon worden van en naar een adres (waar een diefstal met geweld en/of een afpersing plaats had moeten hebben),

(steeds) bestemd tot het plegen van een diefstal met geweld en/of een afpersing, waarvan de beoogde buit/opbrengsten (deels) bestemd was/waren om geldelijke steun te verlenen aan de gewapende strijd in Syrië, in elk geval om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf danwel een van de hiervoor specifiek genoemde misdrijven,

voorhanden gehad;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 15 mei 2014 te Delft en/of te Rotterdam en/of te Den Haag en/of te Scheveningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van een tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal (in vereniging) voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld en/of een afpersing (in vereniging),

opzettelijk

-drie, althans één of meerdere, vuurwapen(s) en/of

-een telefoon bevattende aantekeningen met betrekking tot het adres waar dat misdrijf begaan zou moeten worden en/of

-een (vlucht)auto waarmee gereden is/kon worden van en naar het adres waar dat misdrijf begaan zou moeten worden,

(steeds) bestemd tot het begaan van dat misdrijf,

voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 15 mei 2014 te Delft en/of te Rotterdam en/of te Den Haag en/of te Scheveningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer wapen(s) van categorie III, te weten

- een Riotgun van het merk Pachmayer met serienummer JB70040 en/of

- een revolver kaliber 3.57 magnum en/of

- een pistool zonder houder kaliber 6.35 mm,

en/of

munitie van categorie III, te weten

- 6 kogelpatronen kaliber .38 spec. (behorend bij voormelde revolver) en/of

- 9 kogelpatronen en/of

- 1 kogelpatroon 357 Magnum en/of

- een doosje met 25 kogelpatronen 6.35 mm en/of 30 hagelpatronen,

heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad.