Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:2397

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-03-2015
Datum publicatie
07-04-2015
Zaaknummer
C/10/471981 / KG ZA 15-275
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige publicatie AD. Onvoldoende onderzoek, beschuldigingen vinden onvoldoende grondslag in de feiten, geen hoor en wederhoor toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/471981 / KG ZA 15-275

Vonnis in kort geding van 27 maart 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZONDAG ONTWIKKELING B.V.,

gevestigd te Tiel,

eiseres,

advocaat mr. R.S. Le Poole,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AD NIEUWSMEDIA B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. [gedaagde2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. O.G. Trojan.

Partijen zullen hierna Zondag, AD c.s. (voor gedaagden gezamenlijk), AD (gedaagde sub 1. afzonderlijk) en [gedaagde2] (gedaagde sub 2. afzonderlijk) genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met producties

  • -

    de producties van AD c.s.

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Zondag

  • -

    de pleitnota van AD c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Zondag is een projectontwikkelaar van woningbouwprojecten en commercieel vastgoed. Zondag heeft in 2007 en 2011/2012 als projectontwikkelaar meegedongen in (onder meer) de aanbestedingsprijsvragen van de gemeente Bunnik gericht op fase 4 en 6 van woningbouwprojecten in de wijk Rijneiland te Odijk. Zondag heeft deze prijsvragen gewonnen en de projecten van beide fasen afgerond.

2.2.

AD is uitgever van dagblad AD en van regionale dagbladen waaronder AD Utrecht. AD is daarnaast exploitante en eigenaresse van de website www.ad.nl.

2.3.

In het dagblad AD Utrecht en op de website van AD zijn op 6 maart 2015, 7 maart 2015 en 8 maart 2015 artikelen verschenen, die betrekking hebben op – kort gezegd – de aanbestedingsprojecten van de Gemeente Bunnik (fase 4 en 6 Rijneiland) en Zondag.

2.4.

Op 6 maart 2015 is op de voorpagina van AD Utrecht een artikel geplaatst met de kop “Projectontwikkelaar kon bouwen in Odijk dankzij voorkennis”.

Met een vette letter wordt het artikel ingeleid met de passage: “Projectontwikkelaar Zondag uit Tiel heeft twee bouwprojecten in Odijk verkregen met voorkennis.” Onderaan het artikel staat een verwijzing naar het vervolg van het artikel op pagina 4 en 5.

Het artikel is tevens op 6 maart 2015 de website geplaatst.

Op pagina 4 en 5 van de AD Utrecht van 6 maart 2015 is een artikel geplaatst met de kop “Bouwen met een luchtje”. Het artikel beslaat vrijwel de gehele pagina’s 4 en 5.
Met een vette letter wordt het artikel ingeleid met de passage “Hoe innig zijn de banden tussen de projectontwikkelaar Zondag uit Tiel en de gemeente Bunnik? Tot twee keer toe kreeg Zondag informatie van ambtenaren over de andere bieders bij de aanbesteding van een woningbouwproject. Waarna Zondag het eigen bod – met succes – kon aanpassen.”

2.5.

Op 7 maart 2015 is op de voorpagina van de AD Utrecht een artikel geplaatst met de kop “Onderzoek naar Bunnikse ambtenaren”. Dit artikel is met de titel “Bunnik wil onderzoek naar integriteit ambtenaren” geplaatst op de website van AD.

2.6.

Op 8 maart 2015 is in de AD Utrecht een artikel geplaats met de kop “Politiek in Bunnik blij met onderzoek”.

2.7.

De artikelen van 6 maart 2015 zijn van de hand van (onderzoeks)journalist [gedaagde2]. De publicaties van 7 en 8 maart 2015 zijn vervolgpublicaties geschreven door een collega van [gedaagde2].

3 Het geschil

3.1.

Zondag vordert samengevat – AD c.s. te veroordelen:

  • -

    tot het plaatsen van een rectificatietekst op de voorpagina van de AD Utrecht met de grootte van 1/8 van de voorpagina;

  • -

    tot het plaatsen van een rectificatietekst op de website van AD in een pop-up venster dat automatisch in beeld komt, wanneer een internetgebruiker de homepage van AD oproept;

  • -

    de publicaties “Projectontwikkelaar bouwde in Bunnik met voorkennis” en “Bunnik wil onderzoek naar integriteit ambtenaren” van de website van AD te verwijderen en verwijderd te houden;

  • -

    de regionale kranten Het Groentje en De Nieuwsbode en het College van Burgemeesters en Wethouders te Bunnik schriftelijk op de hoogte te stellen van de rectificaties, met verzending van een afschrift aan de advocaat van Zondag;

  • -

    op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat AD c.s. nalaat geheel of ten dele aan de veroordelingen te voldoen;

Met veroordeling van AD c.s. in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis.

3.2.

Zondag heeft onrechtmatig handelen aan haar vordering ten grondslag. Zij stelt hiertoe het volgende.

AD c.s. is erg onzorgvuldig te werk gegaan toen zij de artikelen over de aanbestedingsprojecten van de Gemeente Bunnik (fase 4 en 6 Rijneiland) en Zondag publiceerde op 6,7 en 8 maart 2015. De beschuldigingen jegens Zondag zijn onjuist en onrechtmatig. AD c.s. heeft informatie bewust verdraaid, relevante feiten weggelaten en voorbarige en onjuiste conclusies getrokken. AD c.s. heeft daarnaast geen hoor en wederhoor toegepast. De publicaties zijn erg schadelijk voor de reputatie van Zondag. AD c.s. moet worden veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie om de schade te beperken. Zondag heeft een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.

3.3.

AD c.s. voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het recht van AD c.s. op vrijheid van meningsuiting ingevolge artikel 10 EVRM slechts kan worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen. Van een dergelijke beperking is sprake indien de uitlatingen van AD c.s. onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten alle wederzijdse belangen tegen elkaar worden afgewogen.

4.2.

Welk van deze belangen het zwaarste weegt, hangt af van de omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang beschouwd, waarbij onder meer relevant is (i) de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben, (ii) de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, (iii) de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal, (iv) de totstandkoming en inkleding van de verdenkingen, bezien in verhouding tot de onder (i) tot en met (iii) bedoelde omstandigheden, (v) het gezag dat het medium geniet en (vi) de maatschappelijke positie van de betrokken persoon.

4.3.

Het belang van AD c.s. is er met name in gelegen dat zij zich als dagblad en journalist in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moeten kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken, terwijl het belang van Zondag met name erin is gelegen dat haar onderneming niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en (mogelijke) reputatieschade als gevolg daarvan.

4.4.

De gewraakte publicaties betreffen een artikel op de voorpagina van AD Utrecht, een vervolg van dat artikel over twee pagina’s en enkele artikelen die te zien zijn als een vervolg op die eerste publicaties. Het betreft artikelen die niet slechts feitelijk van aard zijn, maar juist artikelen die de lezer weinig ruimte laten om zelf een oordeel te vormen. De toon van de publicaties is beschuldigend (bijvoorbeeld: “Projectontwikkelaar kon bouwen dankzij voorkennis”) en de beschuldigingen zijn redelijk scherp aangezet.

In deze situatie acht de voorzieningenrechter voor de belangenafweging van groot belang in welke mate de verdenkingen ten tijde van de publicatie steun vonden in het op dat moment beschikbare feitenmateriaal.

4.5.

Ten aanzien van de volgende waarnemingen en conclusies in de publicaties heeft de voorzieningenrechter geconstateerd dat deze, zoals door Zondag is aangevoerd, onjuiste feiten bevatten en dat de citaten niet steeds op juiste wijze zijn weergegeven:

- “De ontwikkelaars ABB uit Sliedrecht, Bemog uit Almere en [betrokkene1] uit Huizen waren nog als enige in de race, toen het eerder afgevallen Zondag opnieuw ten tonele verscheen.” Gebleken is dat Zondag niet was afgevallen, maar eerst in een later stadium een uitnodiging heeft ontvangen om aan de competitie mee te doen.

- “Het bedrijf uit Tiel [voorzieningenrechter, lees: Zondag] mocht van de gemeente op de valreep toch meedingen naar fase 4. Zondag had er recht op, vond Bunnik, omdat het eerder op basis van verkeerde informatie vergeefs een plan indiende voor 47 woningen.” Zondag had in het geheel nog geen plan ingediend toen zij werd uitgenodigd.

- “ “Er is één concurrent die meer wil betalen,” verklapte Kok in de brief die is ondertekend door het toenmalig college van Burgemeester en wethouders” (betreft brief van 27 november 2008 van de gemeente Bunnik). Deze als citaat geformuleerde zin staat niet in de betreffende brief.

- “Eind 2009 deed zondag daarom een nieuw bod en haalde het project alsnog binnen met een bod van 8.125.000 euro. De drie geselecteerde ontwikkelaars hadden het nakijken.” Eind 2008 zijn de gemeente en Zondag het eens geworden over een grondprijs van

€ 7.900.000,--; de “geselecteerde ontwikkelaars” waren al in 2007 afgevallen.

-“Als je de brief leest zou je kunnen denken dat Zondag de kans krijgt om tijdens een selectie een hoger bod te doen en dat andere partijen hiermee worden benadeeld, zoals ook in de mail wordt gesuggereerd” (betreft e-mail van [betrokkene1] van 9 december 2014). Direct aansluitend aan deze zin schrijft [betrokkene1] : “De brief is echter één jaar na het verstrijken van de prijsvraag (2008) verzonden door de gemeente aan Zondag en niet tijdens de selectie (2007). In dit licht leest de brief anders.” Deze laatste zin is niet in de publicatie terug te vinden.

4.6.

AD c.s. heeft ter zitting deze onjuistheden deels erkend en meer in het algemeen ook erkend dat de weergave van feitelijke gang van zaken in de publicaties niet steeds correct is geweest.

Aan de publicatie ligt bijvoorbeeld, volgens de eigen stellingen van AD c.s., een misverstand ten grondslag, dat ontstond doordat [gedaagde2] een Wedstrijdprogramma met de datum 27 mei 2009 in zijn bezit had en er vanuit ging dat dit de enige versie van het Wedstrijdprogramma was, terwijl later bleek dat er meerdere (verschillende) versies van dat document bestonden met verschillende data.

4.7.

Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter voorshands tot het oordeel dat de verdenkingen jegens Zondag zoals opgenomen in de publicaties van 6, 7 en 8 maart 2015 onvoldoende steun vonden in het feitenmateriaal dat AD c.s. op het moment van publicatie ter beschikking stond.

4.8.

Zondag heeft aangevoerd dat AD c.s. jegens Zondag geen hoor en wederhoor heeft toegepast. Dit is door AD c.s. niet weersproken.

Met betrekking tot het beginsel van hoor en wederhoor wordt vooropgesteld dat geen sprake is van een op zichzelf staand en in rechte afdwingbaar recht, waarvan de schending steeds rechtsgevolg moet hebben. In het bijzonder bestaat geen recht op het tevoren kennis nemen van een voorgenomen artikel, om daarop te kunnen reageren.

Van een zorgvuldig dagblad mag echter worden verwacht dat het, bij voorgenomen artikelen als hier aan de orde, de betrokkene - in dit geval Zondag - in de gelegenheid stelt haar eigen visie te geven. Dat AD c.s. in dit geval aan Zondag niet de mogelijkheid heeft geboden te reageren op de jegens haar te uiten beschuldigingen acht de voorzieningenrechter onzorgvuldig. Dit geldt te meer nu ter zitting gebleken is dat AD c.s. vóór de publicatie slechts van een beperkt deel van het aanbestedingsdossier van de gemeente kennis had genomen.

Door AD c.s. is niet betwist dat meerdere maanden aan het onderzoek dat heeft geleid tot het voorpaginanieuws en de overige publicaties is besteed. Gelet daarop is ongeloofwaardig en niet voldoende het verweer van AD c.s. dat zij door tijdgebrek niet aan het toepassen van hoor en wederhoor is toegekomen.

4.9.

AD c.s. heeft in de gewraakte publicaties bedenkingen geuit ten aanzien van zowel de gemeente Bunnik als Zondag. De voorzieningenrechter heeft, op basis van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht en de processtukken, de indruk gekregen dat de wijze waarop de aanbestedingswedstrijd vorm heeft gekregen niet volledig in overeenstemming is geweest met de gangbare beginselen van aanbestedingsrecht. Dit is naar voorlopig oordeel echter met name het gevolg van de handelwijze van de Gemeente Bunnik.

Naar voorshands oordeel van de voorzieningenrechter is de wijze waarop de aanbestedingswedstrijd vorm heeft gekregen echter onvoldoende om jegens Zondag de verwijten te uiten die AD c.s. thans heeft geuit in de publicaties van 6,7 en 8 maart 2015. Meer in bijzonder is in dit kader van belang dat de Zondag in oktober 2007 als winnaar van de wedstrijd (fase 4) is uitgeroepen. Artikel 10 van het “wedstrijdprogramma” bepaalt onder het kopje vervolgtraject het volgende: “Een eventuele wijziging van de oorspronkelijke uitgangspunten zal leiden tot verrekening of aanpassing van het ontwerp. De opdrachtgever stelt in dit geval de geselecteerde deelnemer in de gelegenheid om tegen vergoeding zijn plan aan de gewijzigde uitgangspunten aan te passen. Komen partijen in het vervolgtraject niet tot overeenstemming dan is de samenwerking beëindigd.” Deze bepaling wijst erop dat na het afsluiten van de wedstrijd bij wijziging van uitgangspunten er nog mogelijkheden bestonden voor nadere onderhandelingen. Uit de stellingen van Zomer volgt dat op basis van later verkregen gegevens van een dergelijke wijziging sprake is geweest. Onder die omstandigheden is begrijpelijk dat Zomer gebruik heeft gemaakt van de haar in het wedstrijdprogramma geboden mogelijkheid om nader met de gemeente te onderhandelen.

4.10.

De strekking van de publicaties is dat Zondag met voorkennis zou hebben deelgenomen aan een aanbestedingswedstrijd of aan aanbestedingswedstrijden. Voor die conclusie acht de voorzieningenrechter geen aanknopingspunten aanwezig in de processtukken.

4.11.

Gelet op al het voorgaande brengt de belangenafweging tussen partijen met zich mee dat AD c.s. in redelijkheid niet over had mogen gaan tot het publiceren van de artikelen op de wijze waarop zij dat heeft gedaan.

Bij de afweging van belangen heeft de voorzieningenrechter, naast de hiervoor reeds overwogen omstandigheden, meegewogen dat publicaties met - zoals in dit geval: ernstige - beschuldigingen aan het adres van een onderneming op de voorpagina van een dagblad naar redelijkerwijs mag worden aangenomen steeds reputatieschade voor die onderneming met zich mee zal brengen. Gelet daarop mocht van AD c.s. worden verwacht dat zij een deugdelijker onderzocht feitencomplex aan de publicatie ten grondslag zou hebben gelegd en het beginsel van hoor en wederhoor serieus zou hebben genomen.

Daarnaast is meegewogen dat van AD c.s. mocht worden verwacht, ondanks dat zij tot op zekere hoogte vrij is haar eigen bewoordingen te kiezen, feiten en citaten in haar artikelen nauwkeuriger te vermelden dan zij heeft gedaan.

4.12.

Concluderend wordt geoordeeld dat sprake is van onrechtmatige publicaties in de zin van artikel 6:162 BW, en zal de vordering tot veroordeling van AD c.s. tot rectificatie worden toegewezen op de wijze als in het dictum bepaald en met inachtneming van het volgende.

De gevorderde rectificatie zal alleen worden toegewezen tegen AD, nu [gedaagde2], naar mag worden aangenomen, niet zonder meer in staat zal zijn de rectificaties daadwerkelijk te plaatsen.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding de door Zondag voorgestelde rectificatietekst op enkele punten te wijzigen. De gevorderde omvang van 1/8 pagina op de voorpagina van de regionale uitgave AD Utrecht acht de voorzieningenrechter redelijk, zodat aan de verweren van AD c.s. op dit punt voorbij wordt gegaan.

De termijn voor publicatie van de rectificatie wordt bepaald op 72 uur.

De gevorderde rectificatie op de website van AD zal in beperkte vorm als na te melden worden toegewezen.

4.13.

De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande grond om ook de vordering 3 en 4 toe te wijzen, met inachtneming van het volgende.

Het beroep van AD c.s. op de archieffunctie van de website passeert de voorzieningenrechter. Zoals hiervoor is overwogen is sprake van een onrechtmatige publicaties. Hiermee verhoudt zich niet goed dat deze op de site beschikbaar moeten blijven. Gelet op de belangen van Zondag dienen de publicaties derhalve van de website te worden verwijderd.

Nu door Zondag is gesteld en door AD c.s. niet gemotiveerd is weersproken dat de regionale kranten Het Groentje en De Nieuwsbode hun publicaties over Zondag en de aanbestedingsprojecten van de Gemeente Bunnik (fase 4 en 6 Rijneiland) hebben geschreven naar aanleiding van de publicaties van AD c.s., ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat AD c.s. voornoemde regionale kranten zal moeten aanschrijven om ze te informeren over de rectificatie.

Voor het zelfstandig informeren van het College van Burgemeester en Wethouders acht de voorzieningenrechter geen grond aanwezig, nu mag worden aangenomen dat het College zonder meer van deze beslissing op de hoogte zal geraken.

4.14.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt tot een maximum van € 100.000,00.

4.15.

AD c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Zondag worden begroot op:

- dagvaarding € 77,84

- griffierecht 613,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.506,84

De nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen als hierna vermeld. De wettelijke rente over de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt AD om binnen 72 uur na betekening van dit vonnis, op eigen kosten een rectificatie te plaatsen op de voorpagina van de regionale uitgave van AD Utrecht met een grootte van 1/8 van de betreffende pagina, in het voor de voorpagina gebruikelijke lettertype en lettergrootte en omrand door een zwart kader van ten minste 4 mm dikte en zonder verdere toevoeging of commentaar, met de volgende tekst:

“RECTIFICATIE

In de krant van vrijdag 6 maart 2015 en de weekendkrant van 7 en 8 maart 2015 heeft het AD gepubliceerd over twee aanbestedingsprojecten binnen de gemeente Bunnik die aan projectontwikkelaar Zondag uit Tiel zijn toegekend. In deze publicaties is ten onrechte de indruk gewekt dat Zondag deze projecten met voorkennis toebedeeld heeft gekregen. De feiten in de publicaties zijn onvolledig en deels onjuist weergegeven. Uit de thans beschikbare feiten blijkt niet dat Zondag over meer informatie heeft beschikt dan de andere bieders of dat Zondag informatie over de biedingen van haar concurrenten heeft verkregen. De voorzieningenrechter van rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 27 maart 2015 geoordeeld dat de publicaties onrechtmatig zijn jegens Zondag en heeft het AD gelast deze rectificatie te plaatsen.

De hoofdredactie.”

5.2.

gebiedt AD om binnen 72 uur na betekening van dit vonnis, voor de duur van één week een rectificatie te plaatsen boven aan de startpagina van www.ad.nl Nederland, provincie Utrecht en www.ad.nl Nederland, Utrecht, met een grootte gelijk aan de voor die pagina gangbare kaders waarbinnen een nieuwsbericht geplaatst wordt, in het voor de website gebruikelijke lettertype en lettergrootte en omrand door een zwart kader van ten minste 2 mm dikte en zonder verdere toevoeging of commentaar, met de volgende tekst:

“RECTIFICATIE

In de krant van vrijdag 6 maart 2015, de weekendkrant van 7 en 8 maart 2015 en op deze website heeft het AD gepubliceerd over twee aanbestedingsprojecten binnen de gemeente Bunnik die aan projectontwikkelaar Zondag uit Tiel zijn toegekend. In deze publicaties is ten onrechte de indruk gewekt dat Zondag deze projecten met voorkennis toebedeeld heeft gekregen. De feiten in de publicaties zijn onvolledig en deels onjuist weergegeven. Uit de thans beschikbare feiten blijkt niet dat Zondag over meer informatie heeft beschikt dan de andere bieders of dat Zondag informatie over de biedingen van haar concurrenten heeft verkregen. De voorzieningenrechter van rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 27 maart 2015 geoordeeld dat de publicaties onrechtmatig zijn jegens Zondag en heeft het AD gelast deze rectificatie te plaatsen.

De hoofdredactie.”

5.3.

gebiedt AD om binnen 72 uur na betekening van dit vonnis de publicaties “Projectontwikkelaar bouwde in Bunnik met voorkennis” en “Bunnik wil onderzoek naar integriteit ambtenaren” van de website van AD te verwijderen en verwijderd te houden;

5.4.

gebiedt AD c.s. om binnen 72 uur na betekening van dit vonnis de regionale kranten Het Groentje en De Nieuwsbode schriftelijk op de hoogte te stellen van de rectificaties, met verzending van een afschrift van de mededeling(en) aan de advocaat van Zondag;

5.5.

veroordeelt AD om na betekening van dit vonnis aan Zondag een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag dat AD niet aan de in 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4 uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt;

5.6.

veroordeelt AD c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Zondag tot op heden begroot op € 1.506,84;

5.7.

bepaalt dat AD c.s. de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 Burgerlijk Wetboek verschuldigd is over de proceskosten vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis aan gedaagde tot aan de dag der voldoening;

5.8.

veroordeelt AD c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat AD c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;

5.9.

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2015.

1634/676