Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:2166

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-03-2015
Datum publicatie
30-03-2015
Zaaknummer
C/10/468560 / KG ZA 15-72
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het gebruik van de handelsnaam, de domeinnamen en de facebookpagina dient te worden gestaakt,

nu gedaagden handelt in strijd met artikel 5 Hnw, dan wel onrechtmatig door het gebruik ervan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/468560 / KG ZA 15-72

Vonnis in kort geding van 20 maart 2015

in de zaak van

de vennootschap onder firma

SOHO ROTTERDAM,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. T. Geerlof,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. T.F.W. Overdijk.

Partijen zullen hierna Soho Rotterdam en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 26 februari 2015;

  • -

    de producties van Soho Rotterdam;

  • -

    de producties van [gedaagde];

  • -

    de pleitnota van mr. T. Geerlof;

  • -

    de pleitnota van mr. T.F.W. Overdijk.

1.2.

Partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 6 maart 2015. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Soho Rotterdam is een per 1 januari 2005 opgerichte vennootschap onder firma met [venoot1] (hierna: [venoot1]) en [vennoot2] als vennoten. Als bedrijfsactiviteit staat in een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 1 december 2014 vermeld: ‘Dienstverlening voor uitvoerende kunst. Het organiseren van evenementen/bedrijfsuitjes’. In bedoeld uittreksel staan als handelsnamen van de vof vermeld: Soho Rotterdam, Sohoranje, S’Oranje, S’Oranje Koningsdag, S’Oranje Plein 1940, S’Oranje Festival en als internetadressen vermeld: www.soho-events.nl, www.sohoranje.nl, www.soranje.nl, www.soranjefestival.nl, www.soranjeplein1940.nl, www.soranjekoningsdag.nl.

2.2.

[gedaagde] is eigenaar van een op 15 oktober 2009 gestarte eenmanszaak. Als bedrijfsactiviteiten van deze onderneming staan in een uittreksel in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 1 december 2014 vermeld: ‘Public relationsbureaus’ en ‘Dienstverlening voor uitvoerende kunst. Promotie en PR werkzaamheden. Onder de medehandelsnaam S’Oranje wordt uitgeoefend: Het organiseren van evenementen’.

In dit uittreksel staan als handelsnamen vermeld: Mr. PR Concept, Promotion & Design en S’Oranje. In dit uittreksel staan als internetadressen vermeld: www.soranje.nl en www.soranje.com.

2.3.

Soho Rotterdam exploiteerde tot 1 mei 2012 de Soho Bar aan de[adres]. Vanaf 2006 organiseert Soho Rotterdam jaarlijks een muziekfestival ter

viering van Koninginnedag, thans Koningsdag, waar (onder meer) bekende DJ’s optreden. De eerste zeven jaar werd het festival georganiseerd op het terras van de Soho Bar onder de naam Sohoranje. In 2014 werd het festival onder de naam S’Oranje op het Plein 1940 te Rotterdam georganiseerd.

2.4.

[gedaagde] heeft vanaf 2011 (of 2012) meegewerkt aan de organisatie en/of promotie van Sohoranje. [gedaagde] heeft in maart 2012 de domeinnaam Sohoranje geregistreerd.

In 2013 heeft hij een website ontwikkeld ten behoeve van het Sohoranje festival. In 2014 hebben [gedaagde] en [venoot1] intensief met elkaar samengewerkt bij de organisatie van het festival S’Oranje.

2.5.

Op 21 januari 2014 heeft [gedaagde] onder de naam S’Oranje-festival” een facebookpagina aangemaakt.

2.6.

Op 18 februari 2014 heeft [gedaagde] de domeinnaam soranje.nl geregistreerd.

2.7.

Per mail d.d. 4 maart 2014 schrijft [venoot1] aan [betrokkene1], voor zover hier relevant, het volgende:

“……

FF een Opzetje omtrent de afspraken met [gedaagde].

Ik heb een afspraak met [gedaagde] gemaakt dat wij door middel van een aantal stappen samen S’ORANJE gaan organiseren.

Dit gebeurt dit jaar nog vanuit zijn eenmanszaak en mijn VOF die ik tevens wel wil veranderen in eenmanszaak (maar dat komt later).

De afspraken die wij hebben gemaakt zijn als volgt;

-Taken [gedaagde];

-Creatieve input in totaliteit S’Oranje evenement.

-Vormgeven, opzetten, realiseren van alle vormen van internet promotie mbt S’Oranje, social media, realisatie website’s enz.

-Marketingplan realiseren, mbt S’Oranje, advertenties, internet content, radio, banners, krant, tv enz

-Het boeken van de Dj’s

-Het bijwonen van alle dienst overleggen

-Als zijnde het mede organiseren van het evenement in al zijn facetten.

-1ste jaar 30% van de netto winst, geen investering verplichting wel voor 30% aansprakelijk bij calamiteiten.

-2 de jaar 40% van de netto winst, gelijk aan verdeling investering verplichting 40% aansprakelijk bij calamiteiten.

-3 de jaar 50% van de netto winst, volwaardig partner met gelijke rechten en plichten.”

2.8.

Op 8 juli 2014 heeft [gedaagde] de domeinnaam soranje.com geregistreerd.

2.9.

Bij brief van 3 december 2014 heeft mr. S. Tigu, namens Soho Rotterdam, [gedaagde] (onder meer) gesommeerd het gebruik van de handelsnaam S’Oranje te staken en verzocht tot overdracht van de domeinnamen soranje.nl en soranje.com en het Facebookaccount S’Oranje. Bij brief van 20 januari 2015 zij voormelde sommatie en verzoeken aan [gedaagde] herhaald.

2.10.

Bij exploot van 19 februari 2015 heeft Soho Rotterdam [gedaagde] gedagvaard in een bodemprocedure bij de rechtbank Rotterdam.

3 Het geschil

3.1.

Soho Rotterdam vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [gedaagde] te gebieden ieder gebruik in Nederland van de handelsnaam S’Oranje en van enige met deze handelsnaam overeenstemmende handelsnaam te staken en gestaakt te houden en de handelsnaam S’Oranje van zijn onderneming door te halen in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

  2. [gedaagde] te bevelen binnen 24 uur na betekening van dit vonnis:

1. de domeinnamen ˂soranje.nl˃ en ˂soranje.com˃ over te dragen aan

Soho Rotterdam;

2. de Facebookpagina “S’Oranje Festival” kosteloos over te dragen aan

Soho Rotterdam door de inloggegevens (inlognaam en wachtwoord) aan

Soho Rotterdam te verstrekken;

3. al het nodige te doen om de overdrachten onder 1 en 2 van deze vordering

te bewerkstelligen;

iii [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan Soho Rotterdam van een dwangsom van € 1.000,00 (zegge: éénduizend euro) ineens voor iedere overtreding van de onder i en ii opgelegde geboden, c.q. bevelen en een dwangsom van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 150.000,00 (zegge: honderdvijftigduizend euro);

iv [gedaagde] te veroordelen in de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h onder de bepaling dat (i) de proceskosten voldaan dienen te worden binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis, en - voor het geval voldoening binnen deze termijn niet plaatsvindt - (ii) te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, alsmede (iii) met veroordeling van [gedaagde] in de nakosten de somma van € 131,00 (zegge: honderdeenendertig euro), dan wel, indien betekening plaatsvindt, de somma van € 199,00 (zegge: honderdnegenen-negentig euro).

3.2.

[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.

Soho Rotterdam heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij, gelet op het aanstaande S’Oranje-festival op 27 april 2015, een spoedeisend belang heeft bij een verbod aan [gedaagde] om de handelsnaam S’Oranje te gebruiken en de overdracht van de domein- namen ˂soranje.nl˃ en ˂soranje.com˃ en de Facebook-pagina “S’Oranje Festival”. [gedaagde] heeft het spoedeisend belang bij de vorderingen overigens niet betwist.

Handelsnaamrecht

4.2.

Soho Rotterdam heeft zich in de eerste plaats beroepen op het bepaalde in artikel 5 van de Handelsnaamwet (Hnw). Soho Rotterdam verwijt [gedaagde] dat hij met het gebruik van de naam S’Oranje inbreuk maakt op het door Soho Rotterdam gestelde oudere handelsnaamrecht van Soho Rotterdam op deze naam. Soho Rotterdam heeft [gedaagde] meermalen gesommeerd het gebruik van de naam S’Oranje te staken (zie 2.9), hetgeen [gedaagde] onterecht weigert, aldus Soho Rotterdam. Soho Rotterdam vordert daarom thans - kort gezegd - een verbod op het gebruik door [gedaagde] van de naam S’Oranje of enige overeenstemmende naam.

4.3.

[gedaagde] betwist dat hij handelt in strijd met artikel 5 Hnw. S’Oranje is de handelsnaam van de gezamenlijke onderneming (van [venoot1] althans Soho Rotterdam en [gedaagde]) in oprichting, dan wel het partnership van [venoot1] en [gedaagde]. Dit partnership en niet Soho Rotterdam is het georganiseerde verband waarmee vanaf 2014 naar buiten werd getreden onder de naam S’Oranje. Nu Soho Rotterdam geen recht heeft op de handelsnaam S’Oranje kan zij [gedaagde] niet verbieden deze handelsnaam te voeren en evenmin de doorhaling in het handelsregister vorderen, aldus [gedaagde].

4.4.

Voor toewijzing in kort geding van een verbod tot het voeren van een handels-naam dient voldoende aannemelijk te zijn dat in een eventuele bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de partij aan wie dit verbod moet worden opgelegd, de handelsnaam onrecht-matig voert. Hiervan kan sprake zijn indien de handelsnaam, of een in geringe mate afwijkende handelsnaam, reeds eerder rechtmatig werd gevoerd door de partij die het verbod vraagt, voor zover in verband met de aard van de beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te duchten is (artikel 5 Hnw).

4.5.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

4.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat S’Oranje de naam is waaronder naar buiten toe wordt opgetreden. De vraag is echter wie dat heeft gedaan, en, daarmee, aan wie die naam toekomt of zou kunnen toekomen.

4.7.

Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat [venoot1] en [gedaagde] intensief met elkaar hebben samengewerkt ten behoeve van de organisatie van het festival S'Oranje’ aan het Plein te Rotterdam in 2014. Naast het geven van organisatorische input zagen de werkzaamheden van [gedaagde] (onder meer) op het nader invulling geven aan het muzikale gedeelte van het festival en het verrichten van promotie-activiteiten via internet. Dat dit alles onder de vlag van een gezamenlijke onderneming in oprichting, dan wel een partnership van [venoot1] en [gedaagde] is gebeurd is voorshands niet aannemelijk geworden. De benodigde vergunning, de contracten en de facturen ten behoeve van het festival staan allen op naam van Soho Rotterdam en ter terechtzitting heeft Soho Rotterdam onbetwist gesteld dat de productiekosten voor het festival volledig voor haar rekening zijn gekomen. Hoewel uit de stukken genoegzaam blijkt dat partijen de intentie hadden om in een periode van 3 jaar toe te groeien naar een volwaardig partnership met gelijke rechten en plichten, is dit onvoldoende om, daarop vooruitlopend, aan die nog op te richten onderneming het handelsnaamrecht op de naam S’Oranje toe te kunnen schrijven. Daar zij aan toegevoegd dat er blijkbaar nog geen enkele formele stap was gezet om vorm te (gaan) geven aan een gezamenlijke onderneming, welke gezamenlijke onderneming, zo valt uit de uitlatingen van partijen af te leiden, er ook niet meer lijkt te gaan komen. Er is dus geen entiteit (of rechtspersoon) aan wie het recht op het voeren handelsnaam zou kunnen toekomen. De vraag die dan moet worden beantwoord of het recht op die handelsnaam toekomt aan Soho Rotterdam of aan [gedaagde].

4.8.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat gelet op de hiervoor onder 4.7 beschreven gang van zaken, maar ook gelet op de geschiedenis van het festival zoals beschreven in 2.3 in welk kader de voorzieningenrechter overweegt dat de namen van de festivals vooralsnog wel degelijk verband met elkaar lijken te houden, aannemelijk is dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat de handelsnaam S’Oranje toekomt aan Soho Rotterdam. [gedaagde] kan zich naar voorlopig oordeel niet beroepen op een ouder recht op de handelsnaam. Daarnaast is, althans dreigt, er een reëel verwarringsgevaar, nu [gedaagde] die handelsnaam voor zijn onderneming voert, althans heeft geregistreerd in het handelsregister. Ten slotte wordt hierbij nog in aanmerking genomen dat [gedaagde] ter zitting heeft aangegeven niet zelf van plan te zijn onder de handelsnaam zelf een festival te gaan registreren. Dat [gedaagde] mogelijk de naam S’Oranje in zijn voor Soho Rotterdam uitgevoerde werkzaamheden heeft bedacht, hetgeen door Soho Rotterdam wordt betwist, maakt dit niet anders. Datzelfde geldt voor een belangenafweging. Op het punt van de verbroken samenwerking kan, zonder financiële stukken, niet worden vastgesteld of Soho Rotterdam de gemaakte afspraak voor het eerste jaar (de winstverdeling) correct is nagekomen. Wat wel vaststaat is dat er een betaling aan [gedaagde] is gedaan. Daar staat tegenover dat [gedaagde] ten aanzien van zijn investeringsverplichting voor het tweede jaar heeft verklaard dat zijn jarenlange ervaring zijn investering zou zijn. Dat lijkt niet een investering die in de voorgenomen afspraken tussen partijen is neergelegd, zodat aangenomen moet worden dat [gedaagde] zijn verplichtingen voor het tweede jaar niet zou gaan nakomen. Die tekortkoming lijkt omvangrijker dan de, nog nader vast te stellen, tekortkoming van Soho Rotterdam op het punt van de winstverdeling.

Een belangenafweging zou daarom in het voordeel van Soho Rotterdam uitvallen.

Dat betekent dat het onder i gevorderde, als na te melden, voor toewijzing gereed. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. Voor het gebruik van een met S’Oranje overeenstemmende handelsnaam bestaan geen aanwijzingen zodat dat gedeelte wordt afgewezen.

Domeinnamen en de facebookpagina

4.9.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het een ieder in beginsel vrij staat om domeinnamen die nog beschikbaar zijn in het door de SIDN bijgehouden register te registreren en om een facebookpagina aan te maken. Onder omstandigheden kan het registreren van domeinnamen en het aanmaken van een facebookpagina, of het daar aan vasthouden, onrechtmatig zijn, bijvoorbeeld indien er sprake is van verwarringsgevaar. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Soho Rotterdam terecht gesteld dat er sprake is van verwarringsgevaar, nu de door [gedaagde] registreerde domeinnamen ˂soranje.nl˃ en ˂soranje.com˃ en de facebookpagina “S’Oranje Festival” allen de door Soho Rotterdam gebruikte handelsneem S’Oranje in zich dragen. Daarnaast hebben partijen dezelfde bedrijfsactiviteit; het organiseren van evenementen. Hierdoor kan er bij de gemiddelde internetgebruiker verwarring ontstaan. Daar komt bij dat [gedaagde] ter terechtzitting heeft verklaard dat het onderhavige geschil onlosmakelijk is verbonden met het tussen partijen gerezen geschil over betalingen en de voorzieningenrechter daarom niet uitsluit dat [gedaagde] de domeinnamen heeft geregistreerd en de facebookpagina heeft aangemaakt, althans deze vooralsnog vasthoudt, als pressiemiddel om betaling van Soho Rotterdam af te dwingen.

4.10.

Het voorgaande brengt met zich mee dat het gebruik van [gedaagde] van de domeinnamen ˂soranje.nl˃ en ˂soranje.com˃ en de facebookpagina “S’Oranje Festival” onrechtmatig jegens Soho Rotterdam is, zodat [gedaagde] die domeinnamen en die facebookpagina aan Soho Rotterdam dient over te dragen. Hiermee ligt het onder ii gevorderde als na te melden voor toewijzing gereed. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

Hier zij nog aan toegevoegd dat niet is voorgelegd de vraag of en in hoeverre Soho Rotterdam nog een vergoeding aan [gedaagde] verschuldigd is in het kader van de verbroken samenwerking. Dat zal in de bodemprocedure aan de orde komen.

Proceskostenvergoeding

4.11.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4.12.

In geval van een zaak waarin een vordering wordt gebaseerd op een I.E.-grondslag en op onrechtmatige daad wordt een schatting gemaakt van de proceskosten die aan de op de I.E.-grondslag gebaseerde deel van de procedure moet worden toegerekend.

De voorzieningenrechter schat dat de verdeling tussen het IE-gerelateerde onderwerp (de handelsnaam) en het niet IE-gerelateerde onderwerp (overdracht domeinnamen en facebookpagina) op 50% - 50%, zodat 50% van € 14.282,93 (zie de als zodanig niet betwiste productie 29), zijnde een bedrag van (afgerond) € 7.141,46 worden toegewezen. Daarnaast wordt 50% van het salaris advocaat conform het liquidatietarief, zijnde 50% van € 816,00 is € 408,00 toegewezen.

De proceskosten aan de zijde van Soho Rotterdam worden daarom begroot op € 7.549,46, te vermeerderen met dagvaardingskosten ad € 102,66 en het griffierecht van € 613,00, in totaal € 8.265,12.

4.13.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt [gedaagde] om binnen één week na betekening van dit vonnis ieder gebruik in Nederland van de handelsnaam S’Oranje te staken en gestaakt te houden;

5.2.

gebiedt [gedaagde] om binnen één week na betekening van dit vonnis de handelsnaam S’Oranje voor zijn onderneming door te halen in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

5.3.

gebiedt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de domeinnamen ˂soranje.nl˃ en ˂soranje.com˃ over te dragen aan Soho Rotterdam door de verhuistokens bij die domennamen kosteloos aan Soho Rotterdam te doen toekomen;

5.4.

gebiedt [gedaagde] om binnen één week na betekening van dit vonnis de Facebookpagina “S’Oranje Festival” kosteloos over te dragen aan Soho Rotterdam door de inloggegevens (inlognaam en wachtwoord) aan Soho Rotterdam te verstrekken;

5.5.

veroordeelt [gedaagde] om, ingeval hij in gebreke mocht blijven bij het opvolgen van één van bovenstaande geboden, aan Soho Rotterdam een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat [gedaagde] met de nakoming daarvan in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00;

5.6.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Soho Rotterdam tot op heden begroot op € 8.265,12;

5.7.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2015. 1862/2009