Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:1283

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-02-2015
Datum publicatie
26-02-2015
Zaaknummer
C/10/467863 / KG ZA 15-32
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De vervoersovereenkomst in samenhang bezien met de aanbestedingsstukken bieden ruimte voor twee interpretaties met uiteenlopende uitkomst op het punt van het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten. Dit brengt met zich mee, dat op dit moment onvoldoende aannemelijk is dat een rechter, oordelend in een bodemgeschil, zal menen dat ZCN op grond van de vervoersovereenkomst het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten onder dezelfde voorwaarden dient uit te voeren. Het had op de weg van de Provincie gelegen, indien zij had gewild dat het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten onder dezelfde voorwaarden onder de vervoersovereenkomst zou vallen, dit op duidelijke en precieze wijze aan ZCN kenbaar te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2015/37
JAAN 2015/81
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/467863 / KG ZA 15-32

Vonnis in kort geding van 25 februari 2015

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE GELDERLAND,

zetelend te Arnhem,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.G.J. van der Velden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZORGVERVOERCENTRALE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. P.F.C. Heemskerk.

Partijen zullen hierna de Provincie en ZCN genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 30 januari 2015;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    de producties van de Provincie;

  • -

    de producties van ZCN;

  • -

    de pleitnota van mr. M.G.J. van der Velden;

  • -

    de pleitnotitie van mr. P.F.C. Heemskerk.

1.2.

Partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 11 februari 2015. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Provincie heeft in 2012 een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de Regiotaxi Gelderland. ZCN heeft op die aanbesteding ingeschreven en het perceel Noord-Veluwe gegund gekregen. De overige vier percelen, Achterhoek, De Vallei, Rivierenland en IJsselstreek, zijn gegund aan Willemsen de Koning B.V.

2.2.

Op 21 september 2012 hebben de Provincie en ZCN een vervoersovereenkomst gesloten ten behoeve van het taxivervoer in het perceel Noord Veluwe (hierna: de vervoersovereenkomst). In de vervoersovereenkomst staat, voor zover hier van belang, het volgende:

“……

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze zijn in het bestek opgenomen.

Artikel 2 Algemene bepalingen

1. Op deze overeenkomst, het bestek (inclusief Nota’s van Inlichtingen) en de offerte van de

vervoerder is het Nederlands recht van toepassing.

2. Het bestek Regiotaxi Gelderland, de gebundelde Nota’s van Inlichtingen, de door de vervoerder

ingediende offerte en de antwoorden van vervoerder op extra vragen over toegankelijkheid met

plattegrond van busje maken integraal onderdeel uit van deze overeenkomst. Om deze reden is

deze overeenkomst summier gehouden en is vermeden zaken in deze overeenkomst te regelen die

elders in het bestek geregeld zijn.

3. Wanneer in deze overeenkomst over “bestek” gesproken wordt, wordt steeds bedoeld: “het

bestek inclusief de gebundelde Nota’s van Inlichtingen.

Artikel 3 Opdracht werkzaamheden en duur van de overeenkomst

1. De opdrachtgever draagt de in het bestek vermelde vervoersactiviteiten onder de daarbij

vermelde voorwaarden op aan de vervoerder, die door ondertekening van deze overeenkomst

verklaart deze opdracht aan te nemen.

2. De uitvoeringsperiode van de overeenkomst start op 1 januari 2013 en heeft een looptijd van

3 jaar. De opdrachtgever heeft een optie tot verlenging van driemaal één jaar.

3. De opdrachtgever is gehouden het vervoer door de vervoerder te laten uitvoeren, terwijl de

vervoerder zich verplicht het vervoer te verrichten.

......”

2.3.

In het bestek Regiotaxi Gelderland 2013-2015 (hierna: het bestek) is voorts onder meer het volgende opgenomen:

“......

A.1 Achtergrond

......

De aanbesteding en het contractbeheer van Regiotaxi Gelderland is in handen van de provincie Gelderland op basis van een samenwerkingsovereenkomst met de individuele gemeenten. De gemeenten kopen vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in bij de provincie Gelderland. De wederzijdse verplichtingen zijn geregeld in een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst.

Scheiding callcenter en vervoer

Regiotaxi Gelderland kenmerkt zich door een scheiding tussen callcenter en vervoer. Het callcenter is voor Regiotaxi Gelderland verantwoordelijk voor de ritaanname, rittoedeling, rituitgifte en de informatievoorziening aan de reiziger onder andere bij de afstemming tussen Regiotaxi Gelderland en het reguliere openbaar vervoer. De vervoerder is verantwoordelijk voor de planning en de uitvoering van de ritten.

......

A.2 Samenwerking tussen gemeente en provincie en opdrachtgeverschap

De provincie Gelderland is verantwoordelijk voor de aanbesteding en het contractbeheer van Regio-taxi Gelderland. Zij is opdrachtgever bij de aanbesteding. De gemeenten kopen vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in bij de provincie. De wederzijdse verplichtin-gen zijn vastgelegd in een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst die voor de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2015 is aangegaan. Gemeenten en provincie hebben de mogelijkheid de overeenkomst te verleningen met 3 maal één jaar, dus uiterlijk tot en met 31 december 2018.

De provincie Gelderland vindt de manier waarop de provincie, gemeenten, de vervoerder(s) en het callcenter samenwerken van groot belang. Allen hebben als gezamenlijk belang om Regiotaxi Gelderland op een kwalitatief goede manier voort te zetten in het licht van de geschetste ontwikkelingen. De provincie en gemeenten hebben hiervoor gezamenlijk het Beheerbureau Regiotaxi Gelderland opgezet.

......

A.5 Contractduur

Het contract begint op 1 januari 2013 en heeft een looptijd van 3 jaar, met een optie voor verlenging door de opdrachtgever van driemaal één jaar. Eén van de voorwaarden voor verlenging is dat de achterliggende samenwerkingsovereenkomst tussen provincie en gemeenten wordt verlengd.

Het contract kent een eenzijdige verlenging.

......

C.2 Ontwikkeling vervoersvolume

Deze paragraaf beschrijft een aantal ontwikkelingen binnen Regiotaxi Gelderland gedurende de contractperiode die invloed kunnen hebben op het vervoersvolume. Vervoerder(s) en callcenter dienen tijdens de looptijd van het contract rekening te houden met deze ontwikkelingen.

C.2.1 Beschikbaarheid vervoersvolume

Het beheersen van het vervoersvolume is een belangrijke uitdaging voor de opdrachtgever en gemeenten. Dit zal met name plaatsvinden door maatregelen van gemeenten op het gebied van hun Wmo-beleid en door de integratie van Regiotaxi in het gewone openbaar vervoer. Voor zowel de opdrachtgever als gemeenten geldt dat in ieder geval niet meer budget beschikbaar is. Beschikbare budgetten en het aanbestedingsresultaat zullen leidend zijn voor het vervoersvolume dat de gemeenten en opdrachtgever afnemen. Niet uitgesloten is dat deze budgetten in de toekomst door bezuinigingen verder naar beneden worden bijgesteld.

Algemeen

Als basis is het vervoersvolume 2008/2011 per perceel beschikbaar (bijlage 2). De opdrachtgever behoudt zich het recht voor om gedurende de contractperiode het vervoer te beperken dan wel uit te breiden, danwel maatregelen te nemen die indirect leiden tot een beperking danwel uitbreiding van het vervoersvolume. De directe aanleiding hiervoor kan ontstaan door wijzigingen in wet- en regelgeving, jurisprudentie of de financiële situatie van gemeenten of opdrachtgever. Dit kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de reizigersgroepen die gebruik mogen maken van Regiotaxi Gelderland, de reikwijdte van het vervoer, openingstijden, het aantal toegekende zones/kilometers per reiziger.

Ook staat het de opdrachtgever vrij om gedurende de contractperiode een aantal (nieuwe) punt-bestemmingen aan te wijzen, tegen de achtergrond van de invulling van de gemeentelijke compensatieplicht op grond van de Wmo.

Indien de opdrachtgever besluiten om een extra reizigersgroep toe te voegen dan is het uitgangspunt hierbij dat het vervoer voor deze reizigers moet passen binnen de systeemkenmerken van Regiotaxi.

Onder andere de volgende ontwikkelingen kunnen invloed hebben op het vervoersvolume:

Gemeentelijk Wmo-beleid

De gemeenten hebben bevoegdheden om het gebruik van het Wmo-deel van regiotaxi te beperken. De gemeente heeft de vrijheid om het aanbod van Regiotaxi te beperken. Gemeenten herzien hun Wmo-beleid vanwege de groeiende doelgroep en de financiële beperkingen waarmee zij geconfron-teerd worden. De gemeenten kunnen maatregelen nemen, maar deze moeten passen binnen de kaders van de Wmo, inclusief jurisprudentie.

......

Provinciaal beleid

De opdrachtgever heeft bevoegdheden om het gebruik van het OV-deel van Regiotaxi Gelderland te beperken. De opdrachtgever heeft de vrijheid om het aanbod van Regiotaxi Gelderland te beperken.

......

Naast deze maatregelen bestaat de mogelijkheid dat de gemeente Putten weer toetreedt tot het OV-deel.

Vervoersvolume

Op basis van de hiervoor genoemde ontwikkelingen dienen vervoerder(s) en callcenter in 2013 rekening te houden met een daling van het vervoersvolume ten opzichte van de gerealiseerde volumes. Per perceel is in bijlage 2 ter indicatie aangegeven met welk vervoersvolume in 2013 inschrijvers rekening moeten houden. Inschrijvers kunnen aan de vervoersvolumes en indicaties geen rechten ontlenen.

Een aantal maatregelen wordt door gemeenten en opdrachtgever al in 2011/2012 ingevoerd. Na gunning ontvangen vervoerders en callcenter een actueel overzicht van de maatregelen die gemeenten en opdrachtgever hebben genomen en die zij nog gaan nemen.

De opdrachtgever is zich ervan bewust dat te nemen maatregelen flexibiliteit en aanpassings-vermogen vraagt van vervoerder(2) en callcenter. De opdrachtgever zorgt na gunning en tijdens de contractperiode voor continue afstemming met en tussen vervoerder(2) en callcenter over de maatregelen die de opdrachtgever en gemeenten nemen. De opdrachtgever stelt uiterlijk drie maanden voor invoering van een maatregel vervoerder(s) en callcenter op de hoogte van die maatregel.

Bij maatregelen die naar verwachting een volume effect hebben van meer dan 10% op het vervoersvolume in een perceel per jaar geldt een termijn van ten minste zes maanden.

Indien de combinatie van maatregelen leidt tot een afname van het vervoersvolume van meer dan 20% per perceel per jaar, kunnen partijen met elkaar in overleg treden als ze daartoe aanleiding zien. Als referentie geldt voor 2013 de beschreven ontwikkeling per perceel. Daarna geldt als referentie het vervoersvolume in het voorgaande jaar.

......

C.3 Reizigers

Regiotaxi Gelderland mag gebruikt worden door de volgende reizigersgroepen:

  • -

    Wmo-reizigers: personen die op basis van een gemeentelijke indicatie voor Wmo-vervoer beschikken over een vervoerspas voor collectief vervoer voor het vervoer in de directe woon- en leefomgeving.

  • -

    OV-reizigers: overige reizigers die gebruik maken van de Regiotaxi Gelderland voor zover zij niet kunnen worden gecompenseerd via een wettelijke regeling in het kader van het doelgroepenvervoer.

Toelichting Wmo-reizigers: Gemeenten hebben op basis van de Wet maatschappelijke ondersteu-ning (Wmo) de verplichting inwoners met een mobiliteitsbeperking op een zodanige wijze te compenseren dat zij kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Op basis van indicatiecriteria bepalen gemeenten of een aanvrager in aanmerking komt voor een vervoersvergoeding of voor vervoer in natura.

……”

2.4.

In de Nota van Inlichtingen 1 (hierna:NvI1) staat onder vraag 8 met als onderwerp ‘Overeenkomst’ het volgende:

Vraag van geïnteresseerde:

De overeenkomst kent een eenzijdige verlengingsoptie. Bent u bereid dit te wijzigen in een twee-

zijdige optie zodat ook de vervoerder kan aangeven of verlenging van de overeenkomst al dan niet

gewenst is? Indien u hier niet toe bereid bent kunt u uw standpunt dan toelichten?

Antwoord Provincie:

De opdrachtgever handhaaft de eenzijdige verlenging. De opdrachtgever streeft in principe naar

een zo lang mogelijke termijn. Bij de eenzijdige beslissing wordt rekening gehouden met de

bereidheid van de opdrachtnemer om te willen continueren.”

2.5.

In de Nota van Inlichtingen 2 (hierna: NvI2) staat onder vraag 46 met als onderwerp ‘Vervoervolume’ het volgende:

Vraag van geïnteresseerde:

In het bestek is onder paragraaf A.4 opgenomen dat de gemeente Putten per 1 januari 2013 uit het

OV-gedeelte van Regiotaxi Gelderland treedt. Tevens is onder C.2.1 vermeld dat de gemeente

Putten mogelijk voor het OV-gedeelte toch nog toetreedt. Kunt u ons melden wat de huidige status

van mogelijke deelname van de gemeente Putten is?

Antwoord Provincie:

Op dit moment is nog niet duidelijk of de gemeente Putten deelneemt aan Regiotaxi Gelderland.

Aansluitend op het mogelijke toetreden tot het OV-gedeelte, heeft de gemeente Putten gevraagd de

mogelijkheid open te houden om ook toe te treden tot het WMO-gedeelte van regiotaxi. Van het

callcenter en de vervoerder die straks het perceel Noord-Veluwe gegund krijgen, wordt verwacht dat

aan deze toetreding meegewerkt wordt. Het aantal OV-zones dat in 2011 in de gemeente Putten

gereisd is, ligt op ongeveer 12.000 en het aantal WMO-zones lag in 2011 op ongeveer 45.000. Het

aantal calls is niet bekend.”

2.6.

Tot 30 juli 2014 heeft de gemeente Putten het Wmo-vervoer in haar opdracht laten verrichten door de eenmanszaak taxi Buter (hierna: taxi Buter). Per 30 juli 2014 heeft taxi Buter vanwege haar faillissement het verzorgen van het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten gestaakt.

2.7.

Op 26 februari 2014 hebben de Provincie en ZCN een vaststellingsovereenkomst gesloten (hierna: de vaststellingsovereenkomst). In de vaststellingsovereenkomst zijn afspraken over betaling van schadevergoeding van de Provincie aan ZCN gemaakt in verband met het achterblijven van de gerealiseerde volumes bij de gegeven prognose met 25%. Verder zijn partijen onder artikel 5 en 6 van de vaststellingsovereenkomst het volgende met elkaar overeengekomen:

“Artikel 5 Gevolgen van de vaststellingsovereenkomst

  1. ZCN maakt, naast de compensatie als bedoeld in deze overeenkomst, ten aanzien van geen van de met de provincie gesloten vervoersovereenkomsten aanspraak (meer) op enige vergoeding, in welke vorm dan ook, voor schade, in welke vorm of omvang dan ook, als gevolg van een daling van het vervoersvolume, in welke omvang dan ook, die is opgetreden of mogelijk nog optreedt gedurende de contractsperiode (2013-2015).

  2. Partijen stellen vast dat een daling van het vervoersvolume gedurende de contractsperiode (2013-2015), in welke omvang dan ook, voor ZCN geen aanleiding kan vormen voor de beëindiging of wijziging van de vervoersovereenkomst.

Artikel 6 Ontbinding en vernietiging

1. Partijen sluiten hierbij uitdrukkelijk iedere mogelijkheid van ontbinding of vernietiging van de onderhavige vaststellingsovereenkomst uit.”

2.8.

Bij mail d.d. 6 augustus 2014 schijft de heer [persoon1], namens ZCN, aan

de heer [persoon2] van de Biosgroep, waar ZCN deel van uitmaakt, het volgende:

“Ik heb met de opdrachtgever Gelderland gesproken over de ritten van Putten. Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat Putten gaat aansluiten bij RTG. Er is een lichte toename van het aantal OV-ritten te zien. Ongeveer 5 à 6 per dag. Ik heb afgesproken dat wanneer het volume veel gaat toenemen, of als Putten wil aansluiten bij het WMO-vervoer van RTG, dat we dan met elkaar in overleg treden.”

2.9.

Bij brief d.d. 2 december 2014 schrijft de heer [persoon3], namens de Provincie, aan de heer [persoon2], in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van ZCN,

voor zover hier relevant, het volgende:

“......

Op 10 oktober 2014 heeft u aan het Projectbureau Regiotaxi Gelderland (hierna: ‘het Projectbureau’) een brief verzonden over (eventuele beëindiging van) de vervoersovereenkomst die ziet op het regiotaxivervoer met betrekking tot het perceel Noord-Veluwe. In voornoemde brief stelt u dat de zoneaantallen voor het perceel Noord-Veluwe veel lager liggen dan verwacht en dat uw onderneming op deze opdracht verlies lijdt. Het bevreemdt u dat met ZCN niet naar een oplossing wordt gezocht.

In de brief miskent ZCN dat op 26 februari 2014 tussen de Provincie Gelderland en ZCN een vaststellingsovereenkomst is gesloten. In de vaststellingsovereenkomst is overeengekomen dat ZCN een bedrag voor structurele en incidentele schade ontvangt wegens de volumedaling in het perceel Noord-Veluwe. De provincie heeft, ondanks dat zij niet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de vervoersovereenkomst, het compensatiebedrag reeds aan ZCN betaald.

Verder zijn de provincie en ZCN overeengekomen dat ZCN ten aanzien van de met de provincie gesloten vervoersovereenkomst geen aanspraak maakt op enige vergoeding, in welke vorm dan ook, voor schade, in welke vorm of omvang dan ook, als gevolg van een daling van het vervoersvolume, in welke omvang dan ook, die is opgetreden of mogelijk nog optreedt gedurende de contractperiode (2013-2015) (zie artikel 5, eerste lid van de vaststellingsovereenkomst). Tot slot hebben partijen vastgesteld dat een daling van het vervoersvolume gedurende de contractperiode (2013-2015), in welke omvang dan ook, voor ZCN geen aanleiding kan vormen voor de beëindiging of wijziging van de vervoersovereenkomst (artikel 5, tweede lid van de vaststellingsovereenkomst).

Uit het voornoemde volgt dat ZCN voor het perceel Noord-Veluwe een compensatiebedrag heeft gehad ten aanzien van de vervoersvolumedaling. Verder zijn partijen uitdrukkelijk overeengekomen dat een vervoersvolumedaling gedurende de contractperiode geen aanleiding kan vormen voor de beëindiging of wijziging van de vervoersovereenkomst of enige (verdere) financiële compensatie.

Gelet hierop ziet de Provincie geen aanleiding voor de betaling van een aanvullend schadebedrag en ziet zij ook geen aanleiding om de vervoersovereenkomst vroegtijdig te beëindigen.

......”

2.10.

Bij mail d.d. 8 januari 2015 schijft de heer [persoon3], namens

de Provincie, aan de heer [persoon2], in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van ZCN, voor zover hier relevant, het volgende:

“......

Na het bestek te hebben bestudeerd lijkt het erop dat het vervoeren van reizigers van de gemeente Putten geen onderdeel uitmaakt van het huidige contract op perceel Noord Veluwe. Dit zou kunnen inhouden dat het vervoeren van reizigers van de gemeente Putten dus ook niet voor dezelfde voor-waarden als in het huidige contract beschreven hoeft te gebeuren. Over de voorwaarden waarvoor u het vervoer zou willen wegrijden hebben wij inderdaad nog geen overeenstemming bereikt en zouden wij graag op korte termijn met u over in gesprek willen gaan. Schikt het om aanstaande maandag 12 januari 2015 bij elkaar te komen? Zo niet, per wanneer schikt het jou wel? Alvorens wij dit gesprek voeren ontvangen wij graag van jou een voorstel op basis van welke voorwaarden en voor welk tarief u wel bereid bent het vervoer voor de gemeente Putten weg te rijden.

......”

2.11.

ZCN is per medio 12 januari 2015 gestopt met het (Wmo-)vervoeren van reizigers voor de gemeente Putten. Vanaf 13 januari 2015 verricht Gomes B.V. in opdracht van de Provincie het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten.

2.12.

Voor de percelen Achterhoek, De Vallei, Rivierenland en IJsselstreek heeft de Provincie een nieuwe aanbesteding uitgeschreven.

3 Het geschil in conventie

3.1.

De Provincie vordert dat het de voorzieningenrechter moge behagen om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ten aanzien van het Wmo-vervoer in (de voor-zieningenrechter leest: voor) de gemeente Putten:

ZCN te bevelen de verplichting uit artikel 3 van de vervoersovereenkomst bestaande uit het verrichten van de in het bestek vermelde vervoersactiviteiten na te komen en te blijven nakomen tot 1 januari 2016 tegen de op grond van de vervoersovereenkomst geldende tarieven, althans een voorziening te treffen zoals de voorzieningenrechter geraden voorkomt en aan het gevorderde een dwangsom te verbinden van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag per dag, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn waarop het bevel niet wordt nageleefd met een maximum van € 250.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag,

met veroordeling van ZCN in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 2 weken van de uitspraak van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling en veroordeling van ZCN in de na dit vonnis ontstane kosten aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat ZCN niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en

de explootkosten van de betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening.

3.2.

ZCN voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

ZCN vordert dat het de voorzieningenrechter behage bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om:

1. voorwaardelijk, namelijk voor het geval zou worden geoordeeld dat het Wmo-vervoer

Putten tot de Vervoerovereenkomst behoort, vast te stellen dat ZCN:

  1. niet dan pas 15 maart 2015 gehouden is het Wmo-vervoer Putten uit te voeren;

  2. niet dan tegen een aangepast, redelijk tarief gehouden is het Wmo-vervoer Putten uit te voeren, welk tarief dient te worden vastgesteld op basis van nadere onderhandelin-gen tussen de Provincie en ZCN;

  3. tot uiterlijk 1 juli 2015, althans tot uiterlijk 1 januari 2016, gehouden is het Wmo-vervoer Putten uit te voeren;

2. de Provincie te veroordelen tot terugbetaling van de betaalde boetes in de maanden

augustus 2014 tot en met december 2014 ter hoogte van in totaal € 33.525,49 aan ZCN

binnen zeven kalenderdagen na het wijzen van het vonnis in deze procedure;

3. vast te stellen dat ZCN tot uiterlijk 1 juli 2015, althans tot uiterlijk 1 januari 2016,

gehouden is de Vervoersovereenkomst uit te voeren,

met veroordeling van de Provincie in de kosten van dit geding, daaronder begrepen de nakosten, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na dagtekening van het vonnis gewezen in onderhavige procedure zullen zijn voldaan, de Provincie daarover zonder nadere sommatie wettelijke rente zal zijn verschuldigd.

4.2.

De Provincie voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

Voldoende aannemelijk is dat de Provincie een spoedeisend belang heeft bij haar vordering in conventie, nu vast staat dat de Provincie aan Gomes B.V., die op dit moment in opdracht van de Provincie het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten verzorgt, een hogere prijs per gereden zone moet betalen dan aan ZCN op basis van de binnen de vervoersover-eenkomst geldende voorwaarden.

5.2.

De Provincie vordert nakoming van de vervoersovereenkomst door ZCN, meer in het bijzonder dat ZCN het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten in opdracht van de Provincie tot 1 januari 2016 onder de binnen de vervoersovereenkomst gesloten voorwaarden uitvoert.

Een dergelijke vordering kan in kort geding alleen worden toegewezen, indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van de Provincie zal volgen, bijvoorbeeld als ZCN een kennelijk ongegrond verweer voert, en indien van de Provincie niet kan worden gevergd dat zij de uitslag van de bodemprocedure afwacht.

5.3.

De vraag die partijen verdeeld houdt is of ZCN op basis van de tussen partijen gesloten vervoersovereenkomst gehouden is in opdracht van de Provincie Wmo-vervoer voor de gemeente Putten uit te voeren.

5.4.

Met verwijzing naar de aanbestedingsstukken stelt de Provincie dat zowel het OV-vervoer als het Wmo-vervoer in de gemeente Putten onderdeel uitmaakt van de vervoers-overeenkomst. Gelet op het bepaalde in hoofdstuk C.2.1 van het bestek, waarin (ondermeer) de mogelijkheid is opgenomen dat de gemeente Putten weer toetreedt tot het OV-deel van Regiotaxi Gelderland - in samenhang bezien met het door de Provincie gegeven antwoord op vraag 46 van de NvI2 - valt ook het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten onder de vervoersovereenkomst, aldus de Provincie. Op grond van artikel 3 lid 3 van de vervoersovereenkomst kan ZCN dan ook door de Provincie verplicht worden ook dit vervoer uit te voeren.

5.5.

ZCN stelt zich op het standpunt dat zij de term “verwachten” in combinatie met “meewerken” binnen het gegeven antwoord op vraag 46 van de NvI2 heeft mogen opvatten als een inspanningsverplichting om, mocht dat op enig moment aan de orde zijn, mee te werken aan onderhandelingen over de voorwaarden waaronder ZCN het Wmo-vervoer voor Putten zou kunnen uitvoeren. ZCN heeft er als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver niet van hoeven uitgaan dat uit het antwoord op vraag 46 NvI2, gelezen in samenhang met de overige aanbestedingsstukken, zou volgen dat zij op elk gewenst moment tijdens de looptijd van de vervoersovereenkomst ook het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten onder gelijkluidende condities zou moeten uitvoeren.

5.6.

De voorzieningenrechter overweegt dat de aanbestedingsstukken aanwijzingen bevatten voor het interpreteren van het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten op de wijze zoals de Provincie dat thans voorstaat. De aanbestedingsstukken bevatten echter bepaald ook aanwijzingen voor de interpretatie van ZCN, dat uitsluitend het OV-vervoer voor de gemeente Putten onder de binnen vervoersovereenkomst vallende voorwaarden valt. Dat ZCN op basis van een toename van het aantal door haar gereden zones vanaf augustus 2014 direct had moeten begrijpen dat zij inmiddels al het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten uitvoerde is binnen dit kort geding in onvoldoende mate komen vast te staan. ZCN heeft gemotiveerd aangegeven dat zij direct na het faillissement van taxi Buter de Provincie een korte periode heeft willen “helpen”, maar dat zij na enige dagen - bij gebreke van een duidelijk verzoek c.q. duidelijke opdracht van de Provincie - er vanuit is gegaan dat WMO-vervoer voor de gemeente Putten niet langer aan de orde was. De Provincie registreerde bovendien al het door ZCN verrichte vervoer voor de gemeente Putten als OV-vervoer en ZCN stelt in beginsel alleen de beschikking te hebben over het totaal aantal gereden zones in Noord Veluwe. Dat het op de weg van ZCN had gelegen om nader onderzoek te verrichten, bijvoorbeeld door het (laten) uitdraaien en bestuderen van de als productie 28 overgelegde uitdraaien van de door haar gereden ritten, is niet aannemelijk geworden. Bovendien heeft ZCN terecht aangevoerd dat het op de weg van de Provincie had gelegen, indien zij had gewild dat het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten onder dezelfde voorwaarden onder de vervoersovereenkomst zou vallen, dit op duidelijke en precieze wijze aan ZCN kenbaar te maken. Voorts is van belang dat de Provincie blijkens de onder 2.10 geciteerde mail er kennelijk zelf ook van uitging dat het vervoeren van reizigers voor de gemeente Putten door ZCN niet onder dezelfde voorwaarden hoeft te gebeuren als partijen binnen de vervoersovereenkomst zijn overeengekomen en dat de Provincie met ZCN in onderhandeling is getreden over een betere prijs voor de ritten die ZCN voor de gemeente Putten uitvoerde.

5.7.

De vervoersovereenkomst in samenhang bezien met de aanbestedingsstukken bieden gezien het vorenstaande derhalve ruimte voor twee interpretaties met uiteenlopende uitkomst op het punt van het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten. Dit brengt met zich mee, dat op dit moment onvoldoende aannemelijk is dat een rechter, oordelend in een bodemgeschil, zal menen dat ZCN op grond van de vervoersovereenkomst het Wmo-vervoer voor de gemeente Putten onder dezelfde voorwaarden dient uit te voeren. Het in conventie gevorderde zal daarom worden afgewezen.

5.8.

De Provincie zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ZCN worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.429,00

6 De beoordeling in reconventie

vordering onder 1

6.1.

Nu de vordering in conventie is afgewezen is de voorwaarde waaronder de vordering onder 1 in reconventie is ingesteld niet in vervulling gegaan. Dit brengt met zich mee dat de vordering onder 1 niet verder in de beoordeling in reconventie hoeft te worden betrokken.

vordering onder 2

6.2.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

6.3.

Voldoende aannemelijk is geworden de tussen partijen gesloten vervoersovereen-komst voor ZCN zwaar verliesgevend is. Hiermee is het spoedeisend belang, dat door de Provincie wordt betwist, gegeven.

6.4.

Ter onderbouwing van de aannemelijkheid van haar vordering heeft ZCN gesteld, hetgeen door de Provincie wordt betwist, dat, nu is gebleken dat de Provincie het systeem maandenlang heeft “vervuild” met OV-ritten die in werkelijkheid Wmo-ritten voor de gemeente Putten waren, niet meer kan worden vastgesteld of de Provincie de in de tweede helft van 2014 opgelegde boetes ad 33.525,49 door ZCN terecht heeft opgelegd.

6.5.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

ZCN heeft binnen dit kort geding in onvoldoende mate onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat en in welke mate de door ZCN aan haar opgelegde boetes zien op Wmo-vervoer dat ZCN in opdracht van de Provincie voor de gemeente Putten heeft uitgevoerd in de periode augustus 2014 tot en met december 2014. De verschuldigdheid van de boetes kan daarom in dit kort geding niet worden beoordeeld. Dit brengt met zich mee dat het onder 2 gevorderde zal worden afgewezen.

vordering onder 3

6.6.

Een kort geding leent zich niet voor een vaststelling zoals onder 3 gevorderd. Daarvoor heeft de vordering een te declaratoir karakter. Bovendien kent het bestek onder A.5 een eenzijdige verlengingsoptie van driemaal één jaar per 1 janauri 2016 en biedt de vervoersovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst niet de mogelijkheid voor ZCN om op te zeggen bij tegenvallende omzetten. ZCN is op dit moment, met uitzondering van het WMO-vervoer voor Putten, gehouden om de tussen partijen gesloten vervoersovereenkomst ook na 1 juli 2015 na te komen. Dat de Provincie met Willemsen de Koning B.V. mogelijk wel heeft ingestemd met een voortijdige beëindiging van de met haar gesloten vervoersovereenkomst maakt dit niet anders. Het onder 3 gevorderde zal mitsdien eveneens worden afgewezen.

proceskosten

6.7.

ZCN zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Provincie worden begroot op € 408,00 aan salaris voor de advocaat.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

wijst de vordering af;

7.2.

veroordeelt de Provincie in de proceskosten, aan de zijde van ZCN tot op heden begroot op € 1.429,00;

7.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

7.4.

wijst de vorderingen af;

7.5.

veroordeelt ZCN in de proceskosten, aan de zijde van de Provincie tot op heden begroot op € 408,00;

7.6.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2015. 1862/676