Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:10119

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-10-2015
Datum publicatie
11-05-2017
Zaaknummer
4478433 VZ EXPL 15-19355
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

beschikking ex artikel 7:671b

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2492
AR-Updates.nl 2017-0587
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4478433 VZ VERZ 15-19355

uitspraak: 16 oktober 2015

beschikking ex artikel 7:671b Burgerlijk Wetboek van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Miss Etam Services B.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

gemachtigde: mr. K.L.M. Kaldenbach,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [plaatsnaam],

verweerder,

gemachtigde: mr. P. van Gremberghen.

1 Het verloop van de procedure:

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

- het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 28 september 2015;

- het verweerschrift, met bijlagen;

Het verzoek is op 15 oktober 2015 mondeling behandeld. Namens verzoekster is mevrouw

[T.] (HR business partner) verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder is in persoon verschenen, eveneens bijgestaan door de gemachtigde.

De beschikking is bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Aan genoemde processtukken kunnen de volgende feiten worden ontleend:

- verweerder, geboren op [geboortedatum], is van 1 februari 2010 tot eind mei 2015 krachtens arbeidsovereenkomst in dienst geweest bij Etam Groep Retail B.V., laatstelijk in de functie van Regionaal sales manager;

- Etam Groep Retail B.V. is op 21 april 2015 in staat van faillissement verklaard en heeft hierna een doorstart als verzoekster gemaakt;

- verweerder is met ingang van 1 mei 2015 krachtens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij verzoekster in de functie van sales manager;

- het loon van verweerder bedraagt thans €5.250,00 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

3 Het gewijzigd verzoek

Het gewijzigd verzoek strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 december 2015 op grond van artikel 7:671b jo. 7:669 lid 3 sub g BW.

Aan dit verzoek legt verzoekster ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk is.

Verzoekster heeft benadrukt dat verweerder van de thans ontstane situatie geen enkel verwijt treft. Verzoekster heeft voorts aangevoerd dat herplaatsing van verweerder in een passende functie binnen een redelijke termijn niet mogelijk is.

4 Het verweer

Verweerder heeft erkend dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van verzoekster in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook verweerder ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing.

5 De beoordeling

5.1

Niet gebleken is dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

5.2

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is (limitatief) omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Nu partijen het er over eens zijn dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord is dat van verzoekster in redelijkheid niet kan worden verlangd de arbeidsverhouding voort te zetten, zonder dat zulks aan een van hen is te verwijten of toe te rekenen en bovendien aannemelijk is dat herplaatsing in een andere passende functie niet in de rede ligt, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onder a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onder g, BW.

5.3

Partijen zijn het er – zoals ter zitting medegedeeld – over eens dat bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst dit dient te geschieden met ingang van 1 december 2015. De kantonrechter constateert dat daarmee de termijn als bedoeld in artikel 7:672 BW in acht wordt genomen, zodat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8 onder a BW zal worden ontbonden per genoemde datum van 1 december 2015.

5.4

Partijen zijn het er ook over eens dat verweerder aanspraak heeft op een transitievergoeding van € 10.395,00, waarbij voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst de voorafgaande arbeidsovereenkomst tussen verweerder en Etam Groep Retail B.V. is meegeteld.

Verzoekster zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding.

5.5

Uit het gegeven dat verzoekster instemt met ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van de hiervoor genoemde transitievergoeding begrijpt de kantonrechter dat geen gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid om het verzoek in te trekken en behoeft geen toepassing te worden gegeven aan het bepaalde bij artikel 7:686a lid 6 BW.

5.6

Gelet op de aard van het geschil worden geen termen aanwezig geacht om de ene partij de proceskosten van de andere partij te laten vergoeden.

6 De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2015;

veroordeelt verzoekster om aan verweerder een transitievergoeding te betalen van € 10.395,00;

bepaalt dat elk van partijen de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.J. van Boven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

735