Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:9724

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-11-2014
Datum publicatie
01-12-2014
Zaaknummer
10/963011-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Nigeriaanse man die al zes jaar zonder verblijfstitel in Engeland verblijft, vraagt in Nederland asiel aan met een vals asielverhaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/963011-11 [Promis]

Datum uitspraak: 27 november 2014

Verstek

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedatum] 1987,

niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie,
zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 oktober 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op een eerdere terechtzitting d.d. 12 februari 2014 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie heeft gevorderd:

- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 162 dagen.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op of omstreeks 04 oktober 2010 te gemeente Zevenaar, in elk geval in Nederland, anders dan door valsheid in geschrift, opzettelijk niet naar waarheid één of meer gegevens heeft verstrekt aan een rapporteur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), zijnde degene door wie of door wiens tussenkomst een verstrekking of tegemoetkoming, te weten asiel en/of verblijfsvergunning, wordt verleend, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van die rapporteur in strijd met de waarheid verklaard:

- dat hij lid was van een militante groep in Nigeria en/of

- dat hij niet mee wilde doen aan een demonstratie en derhalve werd gezocht door die militante groep en/of

- dat hij ondergedoken was geweest en/of

- dat hij door iemand geholpen is om Nigeria te verlaten op een Brits paspoort,

zulks terwijl dit/deze feit(en) kon(den) strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat de verstrekte gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming;

2.

hij op of omstreeks 11 september 2010 te Ter Apel, gemeente Vlagtwedde, een proces-verbaal van verhoor - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft doen of laten opmaken of heeft doen of laten vervalsen, immers heeft verdachte valselijk op of in dat proces-verbaal van verhoor doen of laten invullen of optekenen dat hij, verdachte, een woon- en/of verblijfplaats had in Nigeria en/of dat hij,

verdachte, op 5 september 2010 in Nederland was aangekomen, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De bewijsmiddelen en de voor de bewezenverklaring redengevende inhoud daarvan zijn weergegeven in de aan dit vonnis gehechte bijlage II. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1.

ANDERS DAN DOOR VALSHEID IN GESCHRIFT, OPZETTELIJK NIET NAAR WAARHEID GEGEVENS VERSTREKKEN AAN DEGENE DOOR WIE OF DOOR WIENS TUSSENKOMST ENIGE VERSTREKKING OF TEGEMOETKOMING WORDT VERLEEND, TERWIJL DAT KAN STREKKEN TOT BEVOORDELING VAN ZICHZELF, TERWIJL HIJ WEET DAT DE VERSTREKTE GEGEVENS VAN BELANG ZIJN VOOR DE VASTSTELLING VAN ZIJN RECHT OP DIE VERSTREKKING OF TEGEMOETKOMING DAN WEL VOOR DE HOOGTE OF DE DUUR VAN DIE VERSTREKKING OF TEGEMOETKOMING;

2.

DOEN PLEGEN VAN VALSHEID IN GESCHRIFT.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tegenover de medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst voorgedaan als een politiek vluchteling en heeft zo getracht asiel c.q. een verblijfsvergunning te krijgen. Ook heeft hij tegenover verbalisanten zijn aankomstdatum in Nederland en zijn woon- en/of verblijfplaats niet naar waarheid opgegeven, als gevolg waarvan voornoemde verbalisanten deze (onjuiste) gegevens hebben opgenomen in het proces-verbaal. Dit zijn twee ernstige feiten. Deze feiten doorkruisen niet alleen het overheidsbeleid aangaande bestrijding van illegaal verblijf in Nederland, maar ondermijnen ook in ernstige mate het draagvlak om asielzoekers ruimhartig op te vangen.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank geen rekening kunnen houden met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, daar hij onvindbaar is en bij verstek zal worden veroordeeld. De rechtbank merkt in het kader van de strafmaat op dat verdachte heeft volhard in zijn valse verklaring tegenover verbalisanten in zijn nadere verhoor, maar is van oordeel dat beide strafbare feiten in elkaars verlengde liggen en zal daar in strafverminderende zin rekening mee houden. Ook in strafverminderende zin houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop van deze zaak, dat dusdanig is dat de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank zal dan ook de straf die in soortgelijke gevallen voor dit soort feiten wordt opgelegd, matigen, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot de redelijke termijn.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 47, 57, 225 en 227a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

BIJ VERSTEK

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Joele, voorzitter,

mr. M. van Kuilenburg en C.M.A.T. van der Geest, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. den Besten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 november 2014.

Bijlage I

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 04 oktober 2010 te gemeente Zevenaar, in elk geval in

Nederland, anders dan door valsheid in geschrift, opzettelijk niet naar

waarheid één of meer gegevens heeft verstrekt aan een rapporteur van de

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), zijnde degene door wie of door wiens

tussenkomst een verstrekking of tegemoetkoming, te weten asiel en/of

verblijfsvergunning, wordt verleend, immers heeft verdachte toen aldaar ten

overstaan van die rapporteur in strijd met de waarheid verklaard: - dat hij lid was van een militante groep in Nigeria en/of - dat hij niet mee wilde doen aan een demonstratie en derhalve werd gezocht door die militante groep en/of - dat hij ondergedoken was geweest en/of - dat hij door iemand gehoilpen is okm Nigeria te fverlaten op een Brits paspoort, zulks terwijl dit/deze feit(en) kon(den) strekken tot bevoordeling van

zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest

vermoeden dat de verstrekte gegevens van belang waren voor de vaststelling van

verdachtes of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel

voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming;

2.

hij op of omstreeks 11 september 2010 te Ter Apel, gemeente Vlagtwedde, een

proces-verbaal van verhoor - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft doen of laten opgemaken of

heeft doen of laten vervalsen, immers heeft verdachte valselijk op of in dat

proces-verbaal van verhoor doen of laten invullen of optekenen dat hij,

verdachte, een woon- en/of verblijfplaats had in Nigeria en/of dat hij,

verdachte, op 5 september 2010 in Nederland was aangekomen, zulks met het

oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen

te doen gebruiken;