Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:957

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-02-2014
Datum publicatie
13-02-2014
Zaaknummer
10/700317-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak examendiefstal Ibn Ghaldoun.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/700317-13

Datum uitspraak: 13 februari 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:

[adres],

raadsman mr. T.J. Kodrzycki, advocaat te Amsterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27, 28, 29, 30 en 31 januari 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 27 januari 2014 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officieren van justitie mrs. D.N.G. Woei-A-Tsoi en W. D. de Boer (hierna gezamenlijk: de officier van justitie) hebben gerekwireerd tot:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 59 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van Reclassering Nederland, alsmede oplegging van een taakstraf voor de duur van 200 uur, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis.

BEWIJS

Afbeeldingen van eindexamens een ‘goed’?

Standpunt verdediging

Afbeeldingen van eindexamens zoals is ten laste gelegd zijn niet aan te merken als goederen in de zin van artikel 416 Sr, zodat de verdachte hiervan - voor zover de ten laste gelegde heling hierop betrekking heeft - moet worden vrijgesproken.

Beoordeling

Binnen de functie die een eindexamen in het maatschappelijk verkeer heeft, is hét wezenskenmerk dat de inhoud daarvan, voor degene die daaraan moeten deelnemen, geheim blijft tot aan het uur dat het examen moet worden gemaakt. Het is dit kenmerk, dat als een intrinsiek element van het eindexamen moet worden aangemerkt, dat maakt dat het eindexamen een economische waarde vertegenwoordigt. Zonder dit element is een eindexamen welhaast een waardeloos stuk papier.

Op het moment dat eindexamens worden weggenomen en terechtkomen bij deelnemers aan die eindexamens, verliest de rechthebbende ook dit intrinsieke element en daarmee de economische waarde van het eindexamen. Het is dit intrinsieke element dat in wezen aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende wordt onttrokken en waar ook het opzet van degene die wegneemt steeds op is gericht. Dat de papieren versie van een eindexamen wordt teruggelegd brengt daarin geen verandering. Het intrinsieke element is daarom ook aan te merken als goed in de zin van artikel 310 Sr.

Wanneer een weggenomen eindexamen wordt vermenigvuldigd door daarvan afbeeldingen te maken, wordt geprofiteerd van dit (intrinsieke) goed dat door misdrijf is verkregen. De gemaakte afbeeldingen zijn onder de gegeven omstandigheden daarom ook als goederen in de zin van artikel 416 Sr aan te merken.

Bewijsverweer: Geen medeplegen 1 mei 2013

Standpunt verdediging

Uit de bewijsmiddelen blijkt slechts dat de verdachte zich op 1 mei 2013 schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan de diefstal, en niet aan het medeplegen daarvan.

Beoordeling

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende vastgesteld.

De verdachte is op 30 april 2013 aanwezig geweest bij de voorverkenning op het dak van de school en het zoeken naar gereedschap om het luik te kunnen openen. Op 1 mei 2013 heeft de verdachte samen met anderen op de uitkijk gestaan op het moment dat anderen de examens wegnamen. Ten slotte is een tas van de verdachte gebruikt om daarin gestolen examens te vervoeren.

Deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, wijzen op een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders, zodat medeplegen kan worden bewezen.

Bewezenverklaring

Op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande en de overige inhoud van de bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden (als bijlage II aan dit vonnis gehecht) is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

in de periode van op 1 mei 2013 tot en met 25 mei 2013 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kluis(ruimte) althans een afgesloten ruimte in een schoolgebouw gelegen aan de Schere heeft weggenomen een of meerdere sealbag(s) met daarin (een) (eind)examen(s)

VWO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde B, Natuurkunde, Scheikunde, Biologie,

Geschiedenis, Aardrijkskunde, Arabisch, Frans, Maatschappijwetenschappen, Management & Organisatie, Duits, Economie) - op of omstreeks 1 mei 2013 - en/of

HAVO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde A, Aardrijkskunde, Geschiedenis,

Maatschappijwetenschappen, Frans, Arabisch, Economie, Natuurkunde) - op of

omstreeks 1 mei 2013- en/of

VMBO 2013 (Engels en/of Economie) en/of VWO 2013 (Wiskunde A) - op of

omstreeks 18 mei 2013- en/of

VMBO 2013 (Economie en/of Engels) en/of HAVO 2013 (Economie en/of

Natuurkunde) en/of VWO 2013 (Management & Organisatie) - op of omstreeks 25

mei 2013,

in elk geval enig(e) goed (eren) , geheel of ten dele toebehorende aan de Islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed (eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door via een door verdachte en/of zijn mededader(s) vooraf gemaakt(e) opening/gat in het dak/plafond van het schoolgebouw die kluis(ruimte) althans die afgesloten ruimte binnen te gaan;

2.

hij op in of omstreeks 25 mei 2013 de periode van 1 mei 2013 tot en met 28 mei 2013 te

Rotterdam en/of te Delft en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

meermalen, althans eenmaal,

(een) goed(eren) , te weten

- (een) fotografische opname(s) van (een) gestolen (eind)examen(s)/examenopgaven VWO 2013 en/of HAVO 2013 en/of VMBO 2013 en/of

- (een) gegevensdrager(s) - SD-card en/of USB-stick en/of harde schijf en/of mobiele telefoon (smartphone) en/of laptop en/of tablet en/of desktopcomputer - met daarop opgeslagen de afbeeldingen van de (eind)examens/examenopgaven VWO 2013 en/of HAVO 2013 en/of VMBO 2013,

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- in de periode van 1 tot en met 3 mei 2013 voornoemde examens opgaven gefotografeerd en/of op (een) gegevensdrager(s) verzameld en/of

- in de periode van 1 tot en met 28 mei 2013 de afbeeldingen van de examenopgaven overgedragen en/of verspreid en/of gebruikt (bij het afleggen van de eindexamens VWO 2013).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

STRAFBAARHEID FEITeN

De bewezen feiten leveren op:

1

primair.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

2.

medeplegen van opzetheling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De examenroof van de eeuw. Zo stond deze zaak in de krant. Het eindexamen in zijn kern geraakt.

Het eindexamen, een spannende afsluiting van een belangrijke periode in iemands leven. Na jaren van hard werken, zitten de examens erop en wacht je in spanning op het resultaat, dat ene telefoontje: ben ik geslaagd? Kan het feest beginnen? Hoe anders was dit voor alle eindexamenleerlingen in 2013. Na het uitlekken van het examen Frans op 28 mei 2013 was niets meer zeker. Zouden er meer examens zijn uitgelekt? Moesten er bepaalde examens worden over gedaan of misschien zelfs het hele examen? Die onzekerheid moet voor de eindexamenleerlingen van 2013 zenuwslopend zijn geweest.

En dat heeft de verdachte met zijn medeverdachten veroorzaakt.

Op de zitting is gezegd: Dát is nooit de bedoeling geweest. Is dat nou zo? Dat is een van de vragen waar de rechtbank mee heeft geworsteld.

Was er een plan? Hoe ver strekte dat? Wat was het doel? Hoe ver reikte dat?

Tijdens de zitting bleek dat de verdachte een van zijn medeverdachten na de inbraak al na enkele uren op Rotterdam Centraal stonden met tassenvol eindexamens, met het goud in handen, maar niet meer wetend wat te doen of waar naar toe te gaan. Een beeld dat in de ogen van de rechtbank niet veel weg heeft van een groots en vooropgezet plan. Eigenlijk denkt de rechtbank dat er na het stelen helemaal geen plan was.

En wat te denken van het doel? Het feit dat sommige klasgenoten het eindexamen bewust niet kregen, duidt er in ieder geval niet op dat brede verspreiding het doel was.

Door dit en alles wat de rechtbank heeft gelezen, gezien en gehoord, vindt de rechtbank aannemelijk dat het niet de intentie van de verdachte en zijn medeverdachten is geweest om het eindexamen voor zoveel mensen te verpesten of om het eindexamen als instituut geweld aan te doen. Het lijkt er veel meer op dat zij de eindexamens wilden voor henzelf en hun vrienden met als doel gemakkelijk slagen met goede cijfers.

De conclusie van de rechtbank is dan ook dat het niet de bedoeling van de verdachte en zijn medeverdachten was en dat het hen allemaal boven het hoofd is gegroeid.

Dat neemt niet weg dat er is ingebroken in de school, examens zijn weggenomen, daar foto’s van zijn gemaakt en aan klasgenoten zijn gegeven. Uiteindelijk heeft dat tot ontzettend veel narigheid voor heel veel mensen geleid en enorm veel ophef in heel het land veroorzaakt.

En dan rijst de vraag: Had de verdachte met deze mogelijke gevolgen rekening moeten houden? En de rechtbank vindt van wel. De verdachte is slim genoeg om te kunnen bedenken dat dit alles uit kon komen en dat dit dan grote gevolgen zou kunnen hebben. En dat rekent de rechtbank de verdachte aan. De zaak kan dus niet worden afgedaan als slechts een inbraak in een school en de heling van gestolen spullen. Anders gezegd: het is geen uit de hand gelopen kwajongensstreek en ook geen spiekbriefje 3.0.

Tijdens de zitting is ook duidelijk geworden dat de verdachte een heftig jaar achter de rug heeft. Hij heeft het eindexamenjaar over moeten doen. Daarnaast is de media-aandacht voor deze zaak overweldigend geweest en dat heeft, zoals is gebleken uit het verhaal van de verdachte en zijn advocaat, zijn sporen achtergelaten in het persoonlijke leven van de verdachte. En de rechtbank kan er niet omheen dat de verdachte nog jong is en aan het begin staat van een heel leven. Dit heeft de rechtbank tijdens de zitting ook gemerkt.

Aan de overige feiten en omstandigheden die de advocaat in dit kader naar voren heeft gebracht, heeft de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat geen gewicht toegekend.

Omdat de verdachte in aanmerkelijke mate betrokken is geweest bij de diefstal van de examens, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een gevangenisstraf verdient, maar de rechtbank vindt niet dat de verdachte terug moet naar de gevangenis.

Werken moet de verdachte wel, een fors aantal uren. Een aantal weken werken voor de maatschappij zonder daarvoor betaald te worden om de verdachte te laten voelen dat hij echt een grote misstap heeft begaan.

Voor een voorwaardelijke straf, zoals door de officier van justitie is geëist, ziet de rechtbank geen aanleiding. De verdachte heeft een nagenoeg blanco strafblad en uit het reclasseringsrapport volgt dat de kans klein is dat de verdachte weer de fout in zal gaan.

Anders dan de raadsman van de verdachte, ziet de rechtbank geen aanleiding om in deze zaak het jeugdstrafrecht toe te passen. Volgens het reclasseringsadvies van 13 januari 2014 komt de verdachte over als een persoon die voldoende vaardigheden heeft om zich te gedragen zoals van een persoon van die leeftijd en met die achtergrond, levenservaring en opleiding verwacht kan worden. Op grond van de andere stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting ziet de rechtbank geen reden om daar anders over te oordelen. Dat volgens de advocaat van de verdachte de tenlastegelegde feiten typisch jongerenfeiten zijn en dat de verdachte – naar gesteld – een meeloper is die onder grote prestatiedruk heeft gestaan, noopt niet tot een andersluidend oordeel.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 57, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;



veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 170 (honderd zeventig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;



beveelt dat het resterende deel van de tijd dat door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 168 (honderd achtenzestig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 84 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. J.F. Koekebakker en J. de Gans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. W.A.J.A. Welten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 februari 2014.

Bijlage I bij vonnis van 13 februari 2014.

TEKST gewijzigde TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

in de periode van 1 mei 2013 tot en met 25 mei 2013 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kluis(ruimte)

althans een afgesloten ruimte in een schoolgebouw gelegen aan de Schere heeft

weggenomen een of meerdere sealbag(s) met daarin (een) (eind)examen(s)

VWO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde B, Natuurkunde, Scheikunde, Biologie,

Geschiedenis, Aardrijkskunde, Arabisch, Frans,

Maatschappijwetenschappen,Management & Organisatie, Duits, Economie) - op of

omstreeks 1 mei 2013 - en/of

HAVO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde A, Aardrijkskunde, Geschiedenis,

Maatschappijwetenschappen, Frans, Arabisch, Economie, Natuurkunde) - op of

omstreeks 1 mei 2013- en/of

VMBO 2013 (Engels en/of Economie) en/of VWO 2013 (Wiskunde A) - op of

omstreeks 18 mei 2013- en/of

VMBO 2013 (Economie en/of Engels) en/of HAVO 2013 (Economie en/of

Natuurkunde) en/of VWO 2013 (Management & Organisatie) - op of omstreeks 25

mei 2013,

in elk geval enig(e) goed (eren) , geheel of ten dele toebehorende aan de

Islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed (eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te

weten door via een door verdachte en/of zijn mededader(s) vooraf gemaakt(e)

opening/gat in het dak/plafond van het schoolgebouw die kluis (ruimte) althans

die afgesloten ruimte binnen te gaan;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub S Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) in de

periode van 1 mei 2013 tot en met 25 mei 2013 te Rotterdam meermalen, althans

eenmaal, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een

kluis(ruimte) althans een afgesloten ruimte in een schoolgebouw gelegen aan de

Schere heeft/hebben weggenomen een of meerdere sealbag(s) met daarin (een)

(eind)examen(s)

VWO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde B, Natuurkunde, Scheikunde, Biologie,

Geschiedenis, Aardrijkskunde, Arabisch, Frans, Maatschappijwetenschappen,

Management & Organisatie, Duits, Economie) - op of omstreeks 1 mei 2013 en/of

HAVO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde A, Aardrijkskunde,

Geschiedenis,Maatschappijwetenschappen, Frans, Arabisch, Economie,

Natuurkunde) - op of omstreeks 1 mei 2013- en/of

VMBO 2013 (Engels en/of Economie) en/of VWO 2013 (Wiskunde A) - op of

omstreeks 18 mei 2013- en/of

VMBO 2013 (Economie en/of Engels) en/of HAVO 2013 (Economie en/of

Natuurkunde) en/of VWO 2013 (Management & Organisatie) - op of omstreeks 25

mei 2013-,

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de

Islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die ander(en), waarbij die

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die ander(en) zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder haar/zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, te weten door via een door die [medeverdachte 1] en/of die

[medeverdachte 2] en/of die ander(en) vooraf gemaakt(e) opening/gat in het

dak/plafond van het schoolgebouw die kluis(ruimte) althans die afgesloten

ruimte binnen te gaan,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en daar (telkens) opzettelijk

behulpzaam is geweest door (telkens):

- op de uitkijk te staan en/of

- bij dreigende ontdekking van de inbraak voor afleiding te zorgen en/of

- door (op of omstreeks 1 mei 2013) tassen met daarin de gestolen

(eind)examens VWO 2013 en/of HAVO 2013 aan te nemen en te vervoeren naar een

plaats waar fotografische afbeeldingen van de (eind)examens gemaakt konden

worden en/of

- door samen met een of meer anderen gelegenheid te bieden (op 18 mei en/of 25

mei 2013) tot het fotograferen van de gestolen (eind)examens VWO 2013

(Wiskunde A) en/of VMBO 2013 (Engels en/of Economie) waarna genoemde examens

teruggelegd konden worden in de (kluis)ruimte althans afgesloten ruimte;

art 48 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 28 mei 2013 te

Rotterdam en/of te Delft en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

meermalen, althans eenmaal,

(een) goed(eren) , te weten

- ( een) fotografische opname(s) van (een) gestolen

(eind)examen(s)/examenopgaven VWO 2013 en/of HAVO 2013 en/of VMBO 2013 en/of

- ( een) gegevensdrager(s)- SD-card en/of USB-stick en/of harde schijf en/of mobiele

telefoon (smartphone) en/of laptop en/of tablet en/of desktopcomputer - met

daarop opgeslagen de afbeeldingen van de (eind) examens/examenopgaven VWO 2013

en/of HAVO 2013 en/of VMBO 2013,

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl

hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die

goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door

misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf,

verkregen goed(eren) betrof,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) :

- in de periode van 1 tot en met 3 mei 2013 voornoemde examenopgaven

gefotografeerd en/of op (een) gegevensdrager(s) verzameld en/of

- in de periode van 1 tot en met 28 mei 2013 de afbeeldingen van de

examenopgaven overgedragen en/of verspreid en/of gebruikt (bij het afleggen

van de eindexamens VWO 2013) ;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht