Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:9328

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-11-2014
Datum publicatie
17-11-2014
Zaaknummer
C/10/412591 / HA ZA 12-993
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

T-Mobile vordert schadevergoeding van ruim € 100.000 op grond van beweerdelijke onrechtmatige daad van een ex-(assistent-)shopmanager wegens het, naar T-Mobile stelt, door deze ex-werknemer in eigen zak steken van de brutoprijs van ruim 40 (beweerdelijk verkochte) mobiele telefoons die als retour op de kassa in de T-Mobile-winkel zijn aangeslagen maar in werkelijkheid nooit zijn geretourneerd door de klant. Bewijsvermoeden voor wat betreft het merendeel van de verkochte telefoons. De ex-werknemer – gedaagde – wordt met het tegenbewijs opgedragen. Voor wat betreft bijna alle van de overige mobiele telefoons is T-Mobile vooralsnog niet geslaagd in haar bewijs en wordt zij opgedragen haar stellingen te bewijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0975

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/412591 / HA ZA 12-993

Vonnis van 12 november 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

T-MOBILE NETHERLANDS RETAIL B.V.,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M. Bezemer (aanvankelijk mr. D.P. Joosten),

tegen

[gedaagde],

wonende te[woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J.P.M. Borsboom (aanvankelijk mr. P.A. Visser).

Partijen zullen hierna T-Mobile en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 19 oktober 2012, met producties, waaronder de stukken met betrekking tot de op verzoek van T-Mobile ten laste van [gedaagde] gelegde (derden)beslagen (prod. 137 van T-Mobile);

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 23 januari 2013, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitiezitting gehouden op 26 maart 2013, met de daarin genoemde productie;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek, met producties;

  • -

    de akte uitlaten ex 2.11 rolreglement van [gedaagde];

  • -

    de akte houdende uitlating producties van T-Mobile.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De activiteiten van T-Mobile betreffen onder meer het exploiteren van verkoop- en servicepunten voor mobiele telefoons, van welke activiteiten ook deel uitmaakt het leveren van hiermee verwante producten en diensten.

2.2.

[gedaagde] (geboren 24 april 1980) is op 12 oktober 2000 bij T-Mobile, dat wil zeggen, bij de toenmalige voorgangster van T-Mobile, in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de periode 1 januari 2008 - 28 februari 2011 is [gedaagde] bij T-Mobile werkzaam geweest als assistent-shopmanager en vervolgens als shopmanager van het T-Mobile-filiaal aan de [filiaal] in Spijkenisse. Vanaf 1 maart 2012 is [gedaagde] werkzaam geweest als assistent-shopmanager van het T-Mobile-filiaal aan het Beursplein in Rotterdam. Op 8 mei 2012 is [gedaagde] door T-Mobile op staande voet ontslagen.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

T-Mobile vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 116.029,66, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  2. voor recht verklaart dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens (de rechtbank begrijpt:) T-Mobile en [gedaagde] veroordeelt tot betaling van alle schade die T-Mobile als gevolg daarvan heeft geleden en zal lijden;

  3. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de redelijke kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid en de schade, die (ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding) begroot worden op € 15.000,--;

  4. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de kosten in verband met de noodzakelijke beslagen, die € 2.149,26 bedragen,

met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten van € 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening van het te wijzen vonnis, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dat vonnis en, voor zover voldoening niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten legt T-Mobile hieraan ten grondslag - kort samengevat en voor zover relevant - dat [gedaagde] gedurende zijn dienstverband bij T-Mobile op structurele basis verkochte mobiele telefoons op de kassa’s van de twee hierboven genoemde filialen in Spijkenisse en Rotterdam als retour heeft aangeslagen terwijl de kopers van deze mobiele telefoons deze aantoonbaar niet hadden geretourneerd en dat [gedaagde] vervolgens, na deze gefingeerde retourneringen, de brutoprijs van deze toestellen uit de kassa heeft gehaald en in eigen zak gestoken.

3.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van T-Mobile, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van T-Mobile in de proceskosten, daaronder begrepen de nakosten.

3.4.

Op de argumenten die partijen aanvoeren zal hierna, voor zover deze van belang zijn, (nader) worden ingegaan.

in reconventie

3.5.

[gedaagde] vordert opheffing van bovengenoemde beslagen, die tot zekerheid strekken van de onderhavige vorderingen van T-Mobile, met veroordeling van T-Mobile, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten.

3.6.

T-Mobile voert (anders dan [gedaagde] constateert) verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover deze van belang zijn, worden ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

De vorderingen van T-Mobile betreffen een betrekkelijk groot aantal transacties. (Groepen van) deze transacties zijn door T-Mobile in de dagvaarding op specifieke wijze aangeduid en volgens haar heeft [gedaagde] aan deze transacties steeds een bepaalde, in de dagvaarding tamelijk specifiek aangeduide, verwijtbare bijdrage geleverd.

4.2.

Ieder(e) van de hierboven in rov. 4.1 bedoelde (groep van) transactie(s) is door T-Mobile in de dagvaarding aangeduid met een zogenaamd ‘IMEI-nummer’. De afkorting ‘IMEI’ staat voor International Mobile Equipment Identity. Een IMEI-nummer, zo is (uiteindelijk) niet (meer) in geschil tussen partijen, is het nummer waarmee een mobiele telefoon kan worden geïndividualiseerd; elke mobiele telefoon heeft dus een ander IMEI-nummer.


4.3. De rechtbank ziet aanleiding de (groepen van) transacties waarop de vorderingen van T-Mobile betrekking hebben in twee verschillende categorieën onder te brengen. Categorie 1 betreft de (transacties met betrekking tot) mobiele telefoons die voorafgaande aan de beweerdelijk gefingeerde retournering van de mobiele telefoon door een (de) klant waren verkocht door T-Mobile aan die klant met een abonnement, om welke reden deze klant destijds bij de aankoop van zijn mobiele-telefoon-met-abonnement niet de betrekkelijk hoge ‘brutoprijs’ diende te betalen voor zijn telefoon maar slechts een veel geringer eenmalig bedrag verschuldigd was dan wel zelfs helemaal geen eenmalig bedrag verschuldigd was maar uitsluitend een maandelijks abonnementsbedrag. Als behorend tot Categorie 2 merkt de rechtbank aan de (transacties met betrekking tot) mobiele telefoons die voorafgaande aan de beweerdelijk gefingeerde retournering van de mobiele telefoon door een (de) klant waren verkocht door T-Mobile aan die klant zonder gelijktijdige aankoop van een abonnement, zodat deze klant destijds bij de aankoop van zijn mobiele telefoon meteen de betrekkelijk hoge ‘brutoprijs’ diende te betalen.

4.4.

Met betrekking tot elke mobiele telefoon waar het in deze zaak om gaat neemt T-Mobile bepaalde stellingen in. Een aantal van deze stellingen heeft betrekking op elk van deze mobiele telefoons, anders gezegd: op elk van de onderhavige IMEI-nummers. Met betrekking tot twee van deze laatstbedoelde stellingen overweegt de rechtbank nu allereerst het volgende:


(inzake stelling) 1. Als onbetwist gesteld is komen vast te staan dat de mobiele telefoons waar het hier om gaat na de (beweerdelijke) aankoop vervolgens retour zijn aangeslagen op een kassa in het T-Mobile-filiaal, waarbij, voor zover het gaat om een mobiele telefoon die eerder was aangekocht met een abonnement - telefoons derhalve uit Categorie 1 -, dit abonnement, in tegenstelling tot de mobiele telefoon, niet als retour op de kassa in het T-Mobile-filiaal is aangeslagen.


(inzake stelling) 2. Eveneens is als onbetwist gesteld komen vast te staan dat in aansluiting op dit als retour aanslaan van de mobiele telefoon op de kassa een bedrag gelijk aan vorenbedoelde betrekkelijk hoge brutoprijs van de desbetreffende mobiele telefoon uit de kassa is gehaald (verdwenen).

4.5. (

De onderhavige) IMEI-nummers bestaan, zo is de rechtbank gebleken, uit een reeks van (ongeveer) vijftien cijfers. Het is de rechtbank voorts gebleken dat de IMEI-nummers waar deze zaak over gaat geheel aan het einde steeds een andere combinatie van drie cijfers hebben. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zullen deze IMEI-nummers in het vervolg van dit vonnis slechts worden aangeduid met deze laatste drie cijfers (in combinatie met de randnummers van de dagvaarding die betrekking hebben op het desbetreffende IMEI-nummer), behoudens het IMEI-nummer dat eindigt op [getal], welk soort IMEI-nummer tweemaal voorkomt, namelijk IMEI-nummers [getal] en [getal]. Daarom zullen deze twee IMEI-nummers hieronder volledig worden aangehaald.

4.6.

Niet in geschil is dat de volgende IMEI-nummers (beter gezegd: de mobiele telefoons met een IMEI-nummer dat eindigt met een van de volgende driecijfercombinaties) waarop de vorderingen van T-Mobile betrekking hebben vallen in Categorie 1 (aankoop door de klant van de mobiele telefoon tezamen met een abonnement):

[getallen]

[getallen]
[getallen]

[getallen]
[getallen]

[getallen]

[getallen] (in dit geval was geen sprake van een abonnement, maar van een (niet geretourneerd) prepaidpakket)
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]

4.7.

Hieronder in rov. 4.8 worden alle telefoons uit Categorie 1 op dezelfde wijze beoordeeld. [gedaagde] heeft evenwel met betrekking tot bepaalde telefoons uit Categorie 1 specifieke verweren gevoerd, welke specifieke verweren niet in genoemde rov. 4.8 aan de orde komen. Deze specifieke verweren zullen hieronder in rov. 4.9 worden beoordeeld. Voor zover met betrekking tot bepaalde telefoons het daarop betrekking hebbende specifieke verweer van [gedaagde] slaagt, kan hetgeen wordt overwogen in rov. 4.8 met betrekking tot zulke telefoons geen stand meer houden. Om deze reden gebruikt de rechtbank in rov. 4.8 de bewoording “in beginsel”.

4.8.

Als gezegd, het gaat bij Categorie 1 om de mobiele telefoons die door T-Mobile aan een klant zijn verkocht tezamen met een abonnement/prepaidpakket, om welke reden deze klant niet de betrekkelijk hoge brutoprijs voor deze telefoon diende te betalen maar in plaats daarvan bij deze aankoop eenmalig een bedrag van een betrekkelijk geringe omvang was verschuldigd, een veel lagere koopprijs dan voornoemde brutoprijs die de klant had moeten betalen indien hij uitsluitend een telefoon had aangeschaft en niet tegelijkertijd ook een abonnement/prepaidpakket.
In verschillende stadia van de onderhavige procedure, namelijk in randnummer 3.38 van de dagvaarding en in randnummer 2.72 van de conclusie van repliek, heeft T-Mobile zich op het standpunt gesteld: “Uit het feit dat [gedaagde] de telefoon die eerder is verkocht met abonnement als retour aanslaat zonder dit abonnement en de klant vervolgens de bruto waarde van de telefoon (die de klant in eerste instantie helemaal niet heeft betaald) restitueert, volgt reeds dat de betreffende telefoon niet verder retour is gekomen, zoals [gedaagde] trachtte te doen voorkomen” en voorts dat [gedaagde] derhalve ten onrechte het bedrag dat gelijk is aan deze brutowaarde van de telefoon contant uit de kassa van T-Mobile heeft gehaald.

Als gezegd, als onbetwist is komen vast te staan dat de onderhavige, aanvankelijk aan een klant (beweerdelijk) verkochte, telefoons op de kassa van een T-Mobile-filiaal als retour zijn aangeslagen en dat in aansluiting op dit als retour aanslaan van de mobiele telefoon een bedrag gelijk aan vorenbedoelde brutoprijs uit de kassa is gehaald (verdwenen), voor wat betreft de telefoons uit Categorie 1 derhalve een veel hogere prijs dan de prijs die aanvankelijk door de klant bij aankoop van zijn telefoon was betaald, zo al enig bedrag was betaald. Op geen enkel moment in de onderhavige procedure heeft [gedaagde] (in reactie op bovengenoemd standpunt van T-Mobile) een reden opgegeven voor de verdwijning uit de kassa van een bedrag dat overeenkwam met de brutoprijs van de (kort daarvoor) als retour aangeslagen mobiele telefoon.
Waar het voorstelbaar is dat een klant die voor zijn mobiele-telefoon-zonder-abonnement de hoge brutoprijs heeft betaald deze hoge brutoprijs weer terugontvangt naar aanleiding van de retournering van dit toestel, valt niet in te zien waarom een klant die een mobiele-telefoon-met-abonnement/prepaidpakket heeft aangeschaft en derhalve een veel lagere prijs (of in het geheel geen prijs) voor deze telefoon heeft betaald, naar aanleiding van de retournering van dit toestel zomaar de nooit door hem betaalde hoge brutoprijs ontvangt. Voor wat betreft de telefoons uit Categorie 1 is de rechtbank dan ook in beginsel (zie rov. 4.7) van oordeel dat T-Mobile, als de partij die de bewijslast hiervan draagt, vooralsnog geslaagd is in het bewijs van haar stelling dat [gedaagde] de brutoprijs van deze mobiele telefoons in eigen zak heeft gestoken.


4.9. In de onderhavige rechtsoverweging worden vorenbedoelde specifieke verweren van [gedaagde] beoordeeld ten aanzien van de telefoons uit Categorie 1.
4.9.1. 013 (dagv. 3.23-3.26)
Het door T-Mobile als productie 138 bij repliek in het geding gebrachte Excel-sheet met daarop de, in de woorden van T-Mobile, “retour-voor-geld-transacties”, dat dient ter vervanging van het eerder door T-Mobile als productie 1 bij dagvaarding in het geding gebrachte, tijdens de comparitiezitting onvolledig gebleken, Excel-sheet bevat, in tegenstelling tot laatstgenoemde Excel-sheet, naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanwijzingen voor de juistheid van de stellingen die T-Mobile aan dit deel van haar vordering ten grondslag legt. Het verweer van [gedaagde] faalt derhalve.


4.9.2. 024 (dagv. 4.20-4.25)
Volgens T-Mobile is een telefoon met dit IMEI-nummer met abonnement op 23 september 2010 verkocht door een andere medewerker dan [gedaagde] van de T-Mobile-vestiging in Spijkenisse, namelijk door [betrokkene], en heeft [gedaagde] diezelfde dag, maar pas om 19.33 uur, met een personeelsnummer van deze zelfde medewerkster ingelogd en vervolgens deze telefoon als retour aangeslagen. Op dat laatste tijdstip, aldus T-Mobile, zou genoemde medewerkster al zijn vertrokken omdat haar werkdag erop zat, zodat zijzelf nooit deze telefoon als retour kan hebben aangeslagen. Een en ander is door [gedaagde] niet (gemotiveerd) betwist, zodat dit vast is komen te staan. Het door [gedaagde] voor het overige gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.3. 094 (

094 (dagv. 3.103-3.109)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.4. 157 (

157 (dagv. 3.73-3.78)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.5. 170 (

170 (dagv. 3.1-3.3)

In zijn conclusie van antwoord - zie CvA 4.99 - merkt [gedaagde] terecht op dat in het oorspronkelijk door T-Mobile in het geding gebrachte Excel-sheet, namelijk productie 1 bij dagvaarding, dit IMEI-nummer met de verwijzing in de dagvaarding niet is te vinden. Geconstateerd moet worden dat ook in het als productie 138 bij conclusie van repliek in het geding gebrachte Excel-sheet, dat, als gezegd, diende ter vervanging van het eerstgenoemde Excel-sheet, het hier aan de orde zijnde IMEI-nummer niet is vermeld. Dit deel van het gevorderde zal derhalve worden afgewezen.


4.9.6. 331 (dagv. 4.26-4.33)

Volgens T-Mobile is deze telefoon met abonnement door [gedaagde] verkocht op 21 april 2011 om 17.49 uur en heeft [gedaagde] diezelfde dag om 20.44 uur ingelogd met het personeelsnummer van een medewerker van de T-Mobile-vestiging in Spijkenisse, [medewerker], en vervolgens deze mobiele telefoon als retour aangeslagen. Op dat laatste tijdstip, aldus T-Mobile, zou genoemde medewerker al zijn vertrokken omdat zijn werkdag erop zat, zodat hijzelf nooit deze telefoon als retour kan hebben aangeslagen. Zijn werkdag, net zoals van de meeste andere medewerkers, bedroeg namelijk gewoonlijk maar acht uur, terwijl uit de urenadministratie van de werktijden van [medewerker] blijkt dat hij al in de ochtend van 21 april 2011 was begonnen met zijn dienst. Een en ander is door [gedaagde] niet (gemotiveerd) betwist, zodat dit is komen vast te staan. Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.7. 390 (

390 (dagv. 3.58-3.60)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.8. 486 (

486 (dagv. 3.4-3.6)
Geconstateerd moet worden dat zelfs na het terzake door [gedaagde] bij conclusie van antwoord gevoerde verweer in het door T-Mobile vervolgens bij repliek als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet deugdelijke verwijzingen naar de beweerde transacties met dit IMEI-nummer ontbreken. Dit deel van het gevorderde zal derhalve worden afgewezen.


4.9.9. 548 (dagv. 3.64-3.68)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.


4.9.10. 567 (dagv. 3.46-3.48)
Het gaat hier om een telefoon die aanvankelijk zou zijn verkocht op 27 februari 2012 met een abonnement door, in de woorden van T-Mobile, “een medewerker van de T-Mobile- vestiging in Spijkenisse”, en vervolgens op 10 maart 2012 door “[gedaagde] in de T-Mobile- vestiging aan het Beursplein te Rotterdam” als retour op de kassa zou zijn aangeslagen. Het door [gedaagde] gevoerde verweer (CvA 4.144-4.146) dat hij op 27 februari 2012 niet werkzaam was in de T-Mobile-vestiging in Spijkenisse faalt, aangezien T-Mobile ook niet beweerd heeft dat [gedaagde] zèlf degene is geweest die deze telefoon op 27 februari 2012 zou hebben verkocht. Daarentegen heeft [gedaagde] geen gemotiveerd verweer gevoerd tegen genoemde stelling van T-Mobile dat hij het zèlf is geweest die op 10 maart 2012 deze telefoon als retour zou hebben aangeslagen. Voor het overige heeft [gedaagde] niet op relevante punten verweer gevoerd. Derhalve faalt dit verweer.

4.9.11. 573 (

573 (dagv. 3.110-3.116)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.12. 574 (

574 (dagv. 3.84-3.87)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.13. 595 (

595 (dagv. 3.29-3.32)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.14. 615 (

615 (dagv. 3.79-3.83)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.15. 624 (

624 (dagv. 4.10-4.13)
Volgens T-Mobile is deze telefoon met abonnement op 18 november 2010 om 10.49 uur verkocht door [gedaagde] en is deze mobiele telefoon op 25 november 2010 door [gedaagde] als retour aangeslagen nadat hij even daarvóór, om 17.54 uur, had ingelogd met een personeelsnummer van een medewerker van de T-Mobile-vestiging in Spijkenisse, [medewerker], die toen al zou zijn vertrokken. Het door [gedaagde] gevoerde verweer (CvA 4.211-4.212) houdt de betwisting in van de stelling dat [medewerker] om 17.54 uur al was vertrokken uit genoemd filiaal. De rechtbank leest in de processtukken geen reactie van T-Mobile op deze betwisting van [gedaagde]. Derhalve is niet komen vast te staan dat [medewerker] het filiaal al had verlaten om 17.54 uur op 25 november 2010, zodat, nu niet blijkt van het tegendeel, ervan moet worden uitgegaan dat het als retour aanslaan van de onderhavige mobiele telefoon niet is geschied door [gedaagde]. Om deze reden zal dit deel van het gevorderde worden afgewezen.

4.9.16. 653 (

653 (dagv. 3.49-3.53)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer (CvA 4.150) staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.


4.9.17. 796 (dagv. 3.125-128)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer (CvA 4.190) staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.


4.9.18. 812 (dagv. 4.4-4.9)
Volgens T-Mobile is een telefoon met dit IMEI-nummer met een abonnement op 30 maart 2010 om 11.51 uur verkocht door [gedaagde] en is deze mobiele telefoon diezelfde dag door [gedaagde] als retour aangeslagen nadat hij even daarvóór, om 12.22 uur, had ingelogd met een personeelsnummer van een medewerker van de T-Mobile-vestiging in Spijkenisse, [medewerker]. Zodoende heeft [gedaagde] misbruik gemaakt van het personeelsnummer van [medewerker], aldus T-Mobile. Een en ander is door [gedaagde] vervolgens niet (gemotiveerd) betwist, zodat dit is komen vast te staan. Ook voor het overige staat het door [gedaagde] gevoerde verweer niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebracht Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.19. 827 (

827 (dagv. 3.19-3.22)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.


4.9.20. 840 (dagv. 3.43-3.45)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.


4.9.21. 933 (dagv. 3.73-3.78)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.


4.9.22. 944 (dagv. 4.14-4.19)
Het gaat hier om een telefoon die op 26 november 2009 met abonnement verkocht zou zijn door een medewerker van de T-Mobile-vestiging in Spijkenisse, [betrokkene], en vervolgens op 25 januari 2009 retour zou zijn aangeslagen door [gedaagde], nadat hij eerder die dag had ingelogd met een personeelsnummer van een medewerker van de T-Mobile-vestiging in Spijkenisse, [medewerker]. Deze medewerker zou, aldus T-Mobile, die dag geen dienst hebben gehad, zo zou nader onderzoek bij T-Mobile hebben uitgewezen, zodat het dus onmogelijk is dat het toestel bij hem is geretourneerd. Deze transactie moet derhalve zijn uitgevoerd door [gedaagde] zèlf. Een en ander is vervolgens niet (gemotiveerd) betwist door [gedaagde], zodat dit is komen vast te staan. Ook voor het overige staat het door [gedaagde] gevoerde verweer niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.9.23. 960 (

960 (dagv. 3.39-3.42)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.


4.9.24. 962 (dagv. 3.88-3.90)
Het gaat hier om een telefoon die aanvankelijk verkocht zou zijn door [gedaagde] met abonnement op 20 april 2010 en vervolgens door hem retour zou zijn aangeslagen op 23 april 2010. Het door [gedaagde] gevoerde verweer (CvA 4.175-4.176) houdt onder meer het argument in dat hij niet verantwoordelijk kan zijn geweest voor deze retournering, aangezien hij niet zou hebben gewerkt op 23 april 2010. In reactie hierop stelt T-Mobile in randnummer 2.88 van de conclusie van repliek dat uit de door hemzelf ingevulde werkoverzichten blijkt dat hij op 23 april 2010 45 minuten heeft gewerkt, hetgeen vervolgens niet meer gemotiveerd is betwist door [gedaagde] bij conclusie van dupliek. Voor het overige heeft [gedaagde] niet op relevante punten verweer gevoerd. Derhalve faalt dit verweer.

4.9.25. 975 (

975 (dagv. 3.69-3.72)
Geconstateerd moet worden dat zelfs na het terzake door [gedaagde] bij conclusie van antwoord gevoerde verweer (CvA 4.165-4.166) in het door T-Mobile vervolgens bij repliek als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet deugdelijke verwijzingen naar de beweerde transacties met dit IMEI-nummer ontbreken. Dit deel van het gevorderde zal derhalve worden afgewezen.

4.9.26. 983 (

983 (dagv. 3.7-3.9)
Geconstateerd moet worden dat zelfs na het terzake door [gedaagde] bij conclusie van antwoord gevoerde verweer (CvA 4.112-4.114) in het door T-Mobile vervolgens bij repliek als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet deugdelijke verwijzingen naar de beweerde transacties met dit IMEI-nummer ontbreken. Dit deel van het gevorderde zal derhalve worden afgewezen.

4.10.

Het bovenstaande betekent dat het bewijsvermoeden geldt voor wat betreft alle hierboven genoemde telefoons uit Categorie 1 met uitzondering van de telefoons met IMEI-nummers 170 (dagv. 3.1-3.3), 486 (dagv. 3.4-3.6), 624 (dagv. 4.10-4.13), 975 (dagv. 3.69-3.72) en 983 (dagv. 3.7-3.9), ten aanzien van welke vijf mobiele telefoons het gevorderde, als gezegd, zal worden afgewezen. [gedaagde] zal daarom worden toegelaten tot het tegenbewijs van het voorshands bewezen geachte feit dat [gedaagde] de brutoprijs van de aldus resterende mobiele telefoons uit Categorie 1 in eigen zak heeft gestoken. Voor het leveren van tegenbewijs door [gedaagde] is voldoende dat hij dit vermoeden ontzenuwt: hij hoeft niet te bewijzen dat hij niet de brutoprijs van deze mobiele telefoons in eigen zak heeft gestoken. Indien [gedaagde] in dit tegenbewijs slaagt, dan is het aan T-Mobile alsnog te bewijzen dat [gedaagde] de brutoprijs van deze mobiele telefoons in eigen zak heeft gestoken. In dit verband wijst de rechtbank erop dat zij van T-Mobile verlangt dat zij - om redenen van proceseconomie - het bewijs van haar stellingen in antwoord op het eventueel door [gedaagde] te leveren tegenbewijs in het geding brengt (bij conclusie na enquête dan wel in contra-enquête).

4.11.

Niet in geschil is dat de telefoons met de volgende IMEI-nummers waarop de vorderingen van T-Mobile betrekking hebben vallen in Categorie 2 (aankoop door de klant van de mobiele telefoon alleen, dat wil zeggen, zonder gelijktijdige aankoop van een abonnement):
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen] (in dit geval was sprake van een prepaidpakket dat ook geretourneerd zou zijn, om welke reden naar het oordeel van de rechtbank opname in deze categorie op zijn plaats is)
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen].


4.12. Aangezien het bij de telefoons uit Categorie 2 gaat, als gezegd, om mobiele telefoons die niet alleen zonder abonnement/prepaidpakket als retour zijn aangeslagen op de kassa in een T-Mobile-filiaal maar ook aanvankelijk zonder abonnement/prepaidpakket (beweerdelijk) waren verkocht, kan bij deze Categorie de omstandigheid dat een bedrag gelijk aan vorenbedoelde brutoprijs uit de kassa is gehaald (verdwenen) op zichzelf genomen geen reden zijn voor een bewijsvermoeden dat [gedaagde] deze brutoprijs in eigen zak heeft gestoken. Evenwel ziet de rechtbank in twee alternatieve omstandigheden een reden om ook wat betreft een aantal telefoons uit Categorie 2 tot genoemd bewijsvermoeden te komen. Deze twee alternatieve omstandigheden hebben betrekking op:

  1. de zeer geringe tijdsduur die is gelegen tussen het moment van de aanvankelijke (beweerdelijke) verkoop van een telefoon en het moment van het als retour aanslaan van deze mobiele telefoon (Omstandigheid 1);

  2. de zeer geringe tijdsduur die is gelegen tussen het moment van het als retour aanslaan van de telefoon en het moment waarop deze mobiele telefoon vervolgens weer is, althans zou zijn, verkocht met abonnement aan een (andere) klant (Omstandigheid 2).


4.13. Voor wat betreft de tijdsduur tussen het moment van de aanvankelijke (beweerdelijke) verkoop van een telefoon en het moment van het als retour aanslaan van deze telefoon is vast komen te staan dat

  • -

    in het geval van de telefoon met IMEI-nummer [getal] (dagv. 3.104-3.109) deze slechts (ongeveer) twee minuten (14.11-14.13 uur op 27 september 2010) heeft bedragen

  • -

    in het geval van de telefoon met IMEI-nummer [getal] (dagv. 3.10-3.13) deze slechts (ongeveer) acht minuten (17.28-17.36 uur op 4 mei 2010) heeft bedragen

  • -

    in het geval van de telefoon met IMEI-nummer [getal] (dagv. 3.98-3.102) deze slechts (ongeveer) één minuut (14.24-14.25 uur op 23 augustus 2010) heeft bedragen

  • -

    in het geval van de telefoon met IMEI-nummer [getal] (dagv. 3.117-3.120) deze slechts (ongeveer) twee minuten (11.41-11.43 uur op 28 april 2010) heeft bedragen

  • -

    in het geval van de telefoon met IMEI-nummer [getal] (dagv. 3.121-3.124) deze slechts (ongeveer) één minuut (11.51-11.52 uur op 28 augustus 2010) heeft bedragen, en

  • -

    in het geval van de telefoon met IMEI-nummer [getal] (dagv. 3.111-3.116) deze slechts (ongeveer) een halve minuut (13.10.00-13.10.30 uur op 28 januari 2010) heeft bedragen.

    Naar het oordeel van de rechtbank wijst deze extreem korte tijdsduur er in beginsel op dat deze zes mobiele telefoons nooit daadwerkelijk geretourneerd kunnen zijn na hun aanvankelijke (beweerdelijke) verkoop. Voordat een door de klant naar het T-Mobile-filiaal teruggebrachte mobiele telefoon door een medewerker van dit filiaal op de kassa als retour is aangeslagen moet deze klant eerst nog aan deze medewerker duidelijk hebben gemaakt dat hij dit toestel wenst te retourneren. In het geval van de hier aan de orde zijnde zes telefoons betekent dat dus dat tussen het moment waarop de klant zijn retourneringswens heeft medegedeeld aan de T-Mobile-medewerker en het als retour aanslaan van deze mobiele telefoon zelfs nog minder tijd was gelegen dan (ongeveer) twee minuten, acht minuten, één minuut, twee minuten, één minuut respectievelijk een halve minuut. Dit acht de rechtbank zodanig onwaarschijnlijk dat het in beginsel niet anders kan zijn dan dat deze zes mobiele telefoons nooit daadwerkelijk geretourneerd zijn. Aangezien ook in deze zes gevallen, als gezegd, vervolgens de hoge brutoprijs van deze toestel uit de kassa van het T-Mobile-filiaal is gehaald (verdwenen), is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van deze telefoons T-Mobile in beginsel (vgl. rov. 4.7) vooralsnog is geslaagd in haar bewijs dat [gedaagde] deze brutoprijs in eigen zak heeft gestoken. Dit bewijsvermoeden zal door [gedaagde] ontzenuwd mogen worden.

    4.14. Voor wat betreft de tijdsduur tussen het moment van het als retour aanslaan van deze mobiele telefoon en het moment waarop deze mobiele telefoon vervolgens weer is, althans zou zijn, verkocht met abonnement aan een (andere) klant is vast komen te staan dat

  • -

    in het geval van de telefoon met IMEI-nummer [getal] (dagv. 3.79-3.83) deze slechts (ongeveer) twee minuten (14.48-14.50 uur op 21 oktober 2010) heeft bedragen en

  • -

    in het geval van de telefoon met IMEI-nummer [getal] (dagv. 3.14-3.18) deze slechts (ongeveer) vier minuten (19.54-19.58 uur op 6 mei 2010) heeft bedragen.

    Naar het oordeel van de rechtbank wijst deze extreem korte tijdsduur er in beginsel op dat deze twee mobiele telefoons niet zijn doorverkocht, wat, als gezegd, zou moeten zijn gebeurd met gelijktijdige verkoop van een abonnement aan een andere klant na hun beweerdelijke retournering. Het lijkt namelijk onmogelijk dat in deze extreem korte tijd niet alleen alle benodigde handelingen zijn verricht voor verkoop van de mobiele telefoon maar tevens alle handelingen die zijn benodigd voor verkoop van een abonnement, waarvoor immers diverse gegevens door de klant en een winkelmedewerker moeten worden ingevuld op een (digitaal) formulier en/of geregistreerd, waarna de winkelmedewerker bepaalde gegevens van de klant nog zal dienen te verifiëren alvorens tot de daadwerkelijke verkoop te kunnen overgaan. Gegeven deze gefingeerde doorverkoop van deze twee mobiele telefoons en de omstandigheid dat ook wat betreft deze twee mobiele telefoons naar aanleiding van hun eerdere (gefingeerde) retournering de hoge brutoprijs van deze toestellen uit de kassa van het T-Mobile-filiaal is gehaald (verdwenen), is de rechtbank van oordeel dat ook ten aanzien van deze twee telefoons T-Mobile in beginsel (vgl. rov. 4.7) vooralsnog is geslaagd in haar bewijs dat [gedaagde] deze brutoprijs in eigen zak heeft gestoken.

    4.15. Wat betreft de resterende telefoons uit Categorie 2,

[getallen]

[getallen]

[getallen]


bieden de vaststaande feiten naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende ruimte voor een bewijsvermoeden. Detijdsduur tussen het moment van de aanvankelijke (beweerdelijke) verkoop van een telefoon en het moment van het als retour aanslaan van deze mobiele telefoon bedraagt in dit geval immers respectievelijk 27, 136 en 17 minuten, terwijl de tijdsduur tussen het moment van het als retour aanslaan van telefoon [getal] en het moment waarop deze mobiele telefoon vervolgens weer is, althans zou zijn, verkocht met abonnement aan een (andere) klant uitkomt op 89 minuten (van de andere twee telefoons is niet gesteld dat deze weer zijn verkocht). Gelet op het door [gedaagde] terzake gevoerde verweer en de reactie daarop van T-Mobile zal T-Mobile, als de partij op wie de bewijslast hiervan rust, worden opgedragen te bewijzen dat [gedaagde] de brutoprijs van deze drie mobiele telefoons in eigen zak heeft gestoken.

4.16.

Ten aanzien van telefoons uit Categorie 2 waarvoor het bewijsvermoeden wél geldt worden in de onderhavige rechtsoverweging de met betrekking tot deze telefoons door [gedaagde] gevoerde specifieke verweren beoordeeld (vgl. rov. 4.9).
4.16.1. 046 (dagv. 3.103-3.109)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.16.2. 268 (

268 (dagv. 3.79-3.83)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.16.3. 453 (

453 (dagv. 3.10-3.13)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.16.4. 820 (

820 (dagv. 3.14-3.18)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.16.5. 866 (

866 (dagv. 3.98-3.102)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.16.6. 880 (

880 (dagv. 3.117-3.120)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.16.7. 888 (

888 (dagv. 3.121-3.124)
Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.16.8. 970 (

970 (dagv. 3.110-3.116)

Het door [gedaagde] gevoerde verweer staat niet in de weg aan voornoemd bewijsvermoeden, mede gelet op het door T-Mobile als productie 138 in het geding gebrachte Excel-sheet, zodat dit verweer faalt.

4.17.

Het bovenstaande betekent dat het bewijsvermoeden geldt voor wat betreft de volgende telefoons uit Categorie 2:

[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]

[getallen]
[getallen]
[getallen].

[gedaagde] zal daarom worden toegelaten tot het tegenbewijs van het voorshands bewezen geachte feit dat [gedaagde] de brutoprijs van deze mobiele telefoons in eigen zak heeft gestoken. Voor het leveren van tegenbewijs door [gedaagde] is voldoende dat dit vermoeden ontzenuwt: hij hoeft niet te bewijzen dat hij niet de brutoprijs van deze mobiele telefoons in eigen zak heeft gestoken. Indien [gedaagde] in dit tegenbewijs slaagt, dan is het aan T-Mobile alsnog te bewijzen dat [gedaagde] de brutoprijs van deze mobiele telefoons in eigen zak heeft gestoken. In dit verband wijst de rechtbank erop dat zij van T-Mobile verlangt dat zij - om redenen van proceseconomie - het bewijs van haar stellingen in antwoord op het eventueel door [gedaagde] te leveren tegenbewijs in het geding brengt (bij conclusie na enquête dan wel in contra-enquête).

4.18.

De volgende telefoons waarop de vorderingen van T-Mobile betrekking hebben zijn in dit vonnis nog niet aan de orde geweest:
[getallen]
[getallen]

[getal] (dagv. 3.69-3.72)
[getal] (dagv. 3.91-3.95).

4.19.

Ten aanzien van deze laatstgenoemde vier telefoons overweegt de rechtbank als volgt.
4.19.1. 492 (dagv. 3.27-3.28)
Het gaat hier om een, in de woorden van, T-Mobile, “demo toestel”. Hetgeen T-Mobile aan dit deel van haar vordering ten grondslag legt, houdt in - samengevat - dat deze mobiele telefoon niet bestemd is voor de verkoop maar slechts dient als “voorbeeldtelefoon” maar dat [gedaagde] niettemin deze mobiele telefoon retour heeft aangeslagen en de brutoprijs van
€ 1.099,94 voor dit vermeend retour gekomen toestel contant uit de kassa heeft gehaald. Voor zover T-Mobile aanvankelijk, namelijk bij dagvaarding, aan haar vordering ten grondslag had gelegd dat [gedaagde] slechts eenmaal, namelijk op 8 juni 2011 om 17.38 uur, dit toestel, dat hij op een eerder moment zou hebben verkocht, als retour heeft aangeslagen en vervolgens genoemde brutoprijs uit de kassa heeft gehaald, heeft T-Mobile bij conclusie van repliek (zie randnummer 2.66) haar eis (in ieder geval) in zoverre gewijzigd dat [gedaagde] maar liefst elf maal dit demotoestel eerst zogenaamd zou hebben verkocht en het vervolgens zogenaamd als retour zou hebben aangeslagen om, ten slotte, steeds - derhalve in totaal elf maal - de brutoprijs van € 1.099,94 (zie prod. 138 van T-Mobile) uit de kassa te halen. [gedaagde] heeft tegen deze mogelijke eiswijziging geen bezwaar gemaakt. Aangezien genoemde eiswijziging naar het oordeel van de rechtbank geen strijd oplevert met de eisen van de goede procesorde, zal zij derhalve worden toegelaten.
Tot zijn verweer betwist [gedaagde] (bij conclusie van antwoord (randnrs.[getal])) dat het zou gaan om een demotoestel en dat dit toestel geleverd zou zijn en vervolgens weer geretourneerd. De rechtbank ziet in het door [gedaagde] gevoerde verweer aanleiding T-Mobile, als de partij op wie de bewijslast van deze stelling rust, op te dragen met het bewijs dat [gedaagde] wat betreft de volgende mobiele telefoons elf maal de brutoprijs in eigen zak heeft gestoken.

4.19.2. 591 (

591 (dagv. 3.96-3.102)
Net zoals [gedaagde] (CvA 4.179-4.183) is de rechtbank van oordeel dat de onderbouwing door T-Mobile van deze vordering aanzienlijk tekort schiet gelet op onder meer de onnavolgbare verwijzingen door T-Mobile naar telefoons met bepaalde IMEI-nummers waarop dit deel van haar vorderingen betrekking zou hebben. Zo verwijst T-Mobile in randnummer 3.97 van de dagvaarding naar de door haar vermeende vermelding van IMEI-nummer “[getal]” in randnummer 3.93 van de dagvaarding, alwaar echter niet dit IMEI-nummer is vermeld maar het IMEI-nummer “[getal]”, terwijl bovendien laatstgenoemd IMEI-nummer in de hier aan de orde zijnde randnummers[getallen] van de dagvaarding een aantal malen lijkt te worden verward met eerstgenoemd IMEI-nummer; ‘[getal]’ derhalve in plaats van ‘[getal]’. Aangezien T-Mobile in het verdere verloop van deze zaak deze onoverzichtelijke gang van zaken in stand heeft gelaten, zal dit deel van het gevorderde wegens het niet voldoen aan de stelplicht worden afgewezen.

4.19.3. 354692043176862 (

[getallen] (dagv. 3.69-3.72)
Gelet op het gevoerde partijdebat zal T-Mobile, als de partij op wie de bewijslast hiervan rust, worden opgedragen te bewijzen dat [gedaagde] ter zake van deze telefoon de brutoprijs van deze mobiele telefoon in eigen zak heeft gestoken. Gelet op de mate van onderbouwing door T-Mobile van dit deel van haar vordering en de gemotiveerde betwisting hiervan door [gedaagde] is dit nog niet komen vast te staan.

4.19.4. [getal] (dagv. 3.91-3.95)

Gelet op het gevoerde partijdebat zal T-Mobile, als de partij op wie de bewijslast hiervan rust, worden opgedragen te bewijzen dat [gedaagde] ter zake van deze telefoon de brutoprijs van deze mobiele telefoon in eigen zak heeft gestoken. Gelet op de mate van onderbouwing door T-Mobile van dit deel van haar vordering en de gemotiveerde betwisting hiervan door [gedaagde] is dit nog niet komen vast te staan.


4.20. Partijen, eerst T-Mobile, zullen in de gelegenheid worden gesteld zich bij conclusie na enquête nader uit te laten over de gestelde schadeomvang.

4.21.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.


in reconventie

4.22.

Iedere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

laat [gedaagde] toe tot het tegenbewijs van het voorshands bewezen geachte feit dat hij wat betreft de volgende mobiele telefoons de brutoprijs in eigen zak heeft gestoken:

[getallen]

[getallen]
[getallen]
[getallen]

[getallen]
[getallen]
[getallen]

[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]
[getallen]


5.2. draagt T-Mobile op te bewijzen dat [gedaagde] wat betreft de volgende mobiele telefoons de brutoprijs in eigen zak heeft gestoken:

[getallen]

[getallen]

[getallen]

[getallen] (dagv. 3.69-3.72)
[getal] (dagv. 3.91-3.95);

5.3.

draagt T-Mobile op te bewijzen dat [gedaagde] wat betreft de volgende mobiele telefoon tot elf maal toe de brutoprijs in eigen zak heeft gestoken:

492 (dagv. 3.27-3.28);

5.4.

bepaalt dat indien [gedaagde] en/of T-Mobile dit tegenbewijs respectievelijk bewijs wil(len) leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan Wilhelminaplein 100/125, voor de rechter-commissaris mr. K.A. Baggerman;

5.5.

bepaalt dat [gedaagde] en T-Mobile, indien deze getuigen in enquête willen laten horen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank - [adres] - de namens hem/haar te horen getuigen en de verhinderdagen van de getuigen, alle partijen en hun advocaten in de maanden februari tot en met juni 2015 moeten opgeven, waarna dag/dagen en uur van het getuigenverhoor zal worden bepaald;

5.6.

bepaalt dat [gedaagde] en T-Mobile, indien deze getuigen in contra-enquête willen voorbrengen, bij de opgave van verhinderdata rekening moeten houden met de in dat kader (vermoedelijk) te horen getuigen; voor contra-enquête zal een dag/dagen en uur worden gereserveerd na de voor het getuigenverhoor bepaalde dag en tijd;

5.7.

bepaalt dat [gedaagde] en T-Mobile, indien deze het bewijs niet door getuigen willen leveren maar door overlegging van bewijsstukken en/of door een ander bewijsmiddel, het voornemen hiertoe binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank -[adres][adres] - en aan de wederpartij moeten opgeven, waarna de verdere procesvoering zal worden bepaald;

5.8.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken, voor zover nog niet in het geding gebracht, aan de rechtbank

-[adres][adres] - en de wederpartij moeten toesturen;

5.9.

bepaalt dat eerst T-Mobile en vervolgens [gedaagde] na de bewijslevering een conclusie na enquête ter rolle mogen nemen en dat zij in die conclusie zich nader mogen uitlaten over de gestelde schadeomvang;

5.10.

houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

5.11.

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2014.


901/2537