Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:9226

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-07-2014
Datum publicatie
14-11-2014
Zaaknummer
2460647
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

huurachterstand, buitengerechtelijke kosten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 2460647 \ CV EXPL 13-51849

2460647 \ CV EXPL 13-5184918 oktober 2013uitspraak: 18 juli 2014

vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te Rotterdam

in de zaak van

de stichting

Stichting Vestia,

wonende te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. E.L.B. Hundscheidt te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.F.A. Enait te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “Vestia” en “[gedaagde]”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 18 oktober 2013, met één productie;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties.

1.2

[gedaagde] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd op de conclusie van dupliek.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1

Tussen partijen bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de woonruimte aan [adres] te Rotterdam (hierna: het gehuurde).

2.2

De huurprijs bedraagt thans € 585,32 per maand.

3 De vordering

3.1

Vestia heeft na wijziging van eis gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 518,03 aan hoofdsom, € 102,18 aan buitengerechtelijke kosten (inclusief BTW) en € 10,06 aan verschenen rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over 618,03 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening en de kosten van de procedure.

3.2

Aan haar vordering heeft Vestia - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat [gedaagde] op grond van de onder 2.1 genoemde huurovereenkomst gehouden is de verschuldigde huurtermijnen (tijdig) te voldoen. [gedaagde] is in gebreke gebleven met (tijdige) betaling hiervan.

3.3

[gedaagde] heeft het bestaan van een huurachterstand betwist. Hij heeft aangevoerd dat aannemelijkheid voor gestelde achterstand ontbreekt, zodat de vordering voor afwijzing gereed ligt.

4 De beoordeling

4.1

De kantonrechter gaat wat de huurachterstand tot en met februari 2014 uit van de als productie 1 bij de conclusie van repliek overgelegde specificatie van de huurachterstand. In deze specificatie zijn verschuldigde huurtermijnen alsmede ontvangen betalingen van [gedaagde] opgenomen. Indien [gedaagde] meer heeft betaald dan uit deze specificatie is gebleken, had het op zijn weg gelegen daar betalingsbewijzen van over te leggen. Hetgeen hij niet heeft gedaan. De gevorderde hoofdsom ad € 518,03 ligt dan ook voor toewijzing gereed. De gevorderde (vervallen) rente zal worden toegewezen zoals hierna vermeld.

4.2

[gedaagde] maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, nu het verzuim van [gedaagde] na 30 juni 2012 is ingetreden. Vestia heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96, zesde lid BW. Voldoende gebleken is dat ook overigens is voldaan aan de wettelijke vereisten voor toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten, zodat, rekening houdend met de vergoeding waarop aanspraak kan worden gemaakt op grond van genoemd Besluit, de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 102,18 toegewezen wordt.

4.3

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Vestia tegen kwijting te betalen € 630,27, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het saldo vanaf de dag der dagvaarding dat aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens, na elke credit- en debetmutatie, heeft uitgestaan, tot de dag der algehele voldoening;

[jw.sys.1.eiser_verz_versch_vastr_1]73,89veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Vestia vastgesteld op € 524,79 aan verschotten 30en € 200,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Japenga en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

732