Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:9178

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-11-2014
Datum publicatie
05-12-2014
Zaaknummer
C-10-443066 - HA ZA 14-104
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekering van een kermisattractie tegen de risico’s ‘Brand/Transport’. De kermisattractie gaat door brand teniet. De schade-expert van de verzekeraar komt tot een schade bedrag van € 45.000,--. De schade-expert van de verzekerde komt tot een schadebedrag van € 84.000,--. Ingevolge artikel 6.1 van de verzekeringsvoorwaarden wordt een derde expert benoemd om bij bindend advies uitspraak te doen over het uit te keren bedrag binnen de grenzen van de taxaties door de schade-experts van partijen. De bindend adviseur komt tot een bedrag van € 58.000,--.

Op vordering van de verzekerde wordt een verklaring voor recht gegeven dat het bindend advies is vernietigd, omdat rechtens is komen vast te staan dat partijen niet in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten aan de bindend adviseur kenbaar te maken, ondanks expliciet verzoek daartoe door de verzekerde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2015, afl. 1, p. 53
S&S 2015/82

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/443066 / HA ZA 14-104

Vonnis van 26 november 2014

in de zaak van

de vennootschap onder firma

[eiser]

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres,

advocaat mr. K. Roderburg,

tegen

de naamloze vennootschap REAAL SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat voorheen mr. E.C.H. van Loosbroek, thans mr. A.D. Huisman.

Partijen zullen hierna [eiser] en Reaal genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 mei 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 25 augustus 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[vennoot1], een van de twee vennoten van [eiser], heeft blijkens een polisblad d.d. 12 juni 1989 met Reaal een verzekeringsovereenkomst gesloten betreffende een zogenaamde ‘Lucky Crane’ kermisattractie met ingang van 1 juni 1989. De verzekerde risico’s zijn ‘Brand/Transport’. Sinds maart 1995 is de kermisattractie omschreven als ‘een comby aanhangwagen met 18 lucky cranes, handel, Novanex geluidsinstallatie, verlichting en alle aan en toebehoren’. De polis is met ingang van 14 september 1995 ten name van [eiser] gesteld. De verzekerde som bedraagt sinds 1 mei 2011 € 90.000,--; er geldt een eigen risico van € 2.5000,--. Op deze overeenkomst zijn toepasselijk de ‘Algemene Voorwaarden voor de Verzekering van Kermisattrakties E.D. W066’ van Reaal.

2.2.

In de nacht van 28 op 29 mei 2012 is de aanhangwagen met kenteken 80-99-WT, opgebouwd als Lucky Crane kermisattractie (hierna: de kermisattractie) uitgebrand.

2.3.

Bij voorlopig rapport d.d. 2 juli 2012 heeft Expertise [bureau](hierna: [bureau]) namens Reaal voorgesteld de schade vast te stellen op ca € 45.000,--. Op verzoek van [eiser] heeft [betrokkene1] (hierna: [betrokkene1]) een contra-expertise uitgevoerd en bij rapport d.d. 24 juli 2012 de schade vastgesteld op € 84.000,-- exclusief BTW.

2.4.

Ingevolge artikel 6.1. van de verzekeringsvoorwaarden is expertisebureau [bureau2] (hierna: [bureau2]) benoemd als derde deskundige om een bindende uitspraak te doen over de taxatie binnen de grenzen van de door deskundigen van partijen gedane taxaties. [bureau2] heeft bij rapport van 5 november 2012 de schade bepaald op € 58.000,-- exclusief BTW.

2.5.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 13 februari 2013 Reaal veroordeeld over te gaan tot betaling van een voorschot van € 55.000,-- aan [eiser]. Reaal is van dit vonnis in hoger beroep gegaan en is nog niet tot betaling overgegaan.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat – te verklaren voor recht dat het bindend advies van [bureau2] is vernietigd met veroordeling van Reaal tot nakoming van vaststelling van de schade conform de polisvoorwaarden en (vervolgens) tot uitkering over te gaan van het vast te stellen schadebedrag vermeerderd met rente en kosten. [eiser] stelt daartoe onder meer dat het bindend advies lijdt aan een ernstig gebrek omdat het geen enkele logische motivering bevat en bindend adviseur [bureau2] heeft gehandeld in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor.

3.2.

Reaal voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank stelt vast dat uit het bindend advies van [bureau2] niet blijkt dat partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten kenbaar te maken. Het bindend advies vermeldt dat het is gebaseerd op de rapportages van [bureau] en [betrokkene1], de antwoorden op per e-mail gestelde vragen van [bureau2], één aan [bureau] en één aan [betrokkene1], alsmede op het rapport van het door [bureau] ingeschakelde bureau [bureau3] voor technisch onderzoek. Ter comparitie is nog namens [eiser] verklaard dat de vennoot C.W.E. [eiser] uit eigen beweging tot driemaal toe vergeefs telefonisch contact heeft gezocht met de bindend adviseur. Tweemaal werd zij door een secretaresse afgewimpeld; de derde keer heeft de bindend adviseur gezegd dat hij niets met haar te maken had en dat de zaak werd afgedaan met de expert van [betrokkene1].

4.2.

Reaal heeft bij antwoord niet gemotiveerd betwist dat partijen niet in de gelegenheid zijn gesteld door de bindend adviseur te worden gehoord. Ter comparitie is namens Reaal gezegd dat bij gebrek aan wetenschap niet kan worden verklaard of partijen inderdaad niet zijn gehoord door de bindend adviseur.

4.3.

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot het oordeel dat voldoende is gebleken dat de bindend adviseur partijen niet in de gelegenheid heeft gesteld hun standpunten kenbaar te maken. Op grond hiervan is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar [eiser] aan dit bindend advies gebonden te houden. Daarom is de gevraagde verklaring voor recht dat het bindend advies is vernietigd toewijsbaar. De overige bezwaren van [eiser] tegen het bindend advies behoeven daarom geen behandeling.

4.4.

De vordering van [eiser] tot veroordeling van Reaal tot betaling van het (nieuw) vast te stellen schadebedrag minus de reeds uitgekeerde bedragen zal niet worden toegewezen. Het valt immers niet uit te sluiten dat, in het geval het Gerechtshof ’s-Gravenhage het vonnis van de voorzieningenrechter te Rotterdam van 13 februari 2013 bekrachtigt en Reaal hieraan gevolg geeft, het (nieuw) vast te stellen schadebedrag lager zal uitvallen dan wat te zijner tijd reeds door Reaal zal zijn betaald.

4.4.

Reaal zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 76,71

- griffierecht 608,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punt × tarief € 894,00)

Totaal € 2.472,71

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat het bindend advies van [bureau2] van 5 november 2012 is vernietigd,

5.2.

veroordeelt Reaal om na te komen de tussen partijen gesloten overeenkomst van verzekering door de schade aan de kermisattractie en al hetgeen daarnaast of daarboven is verzekerd opnieuw te laten vaststellen overeenkomstig de polisvoorwaarden,

5.3.

veroordeelt Reaal in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 2.472,71,

5.4.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Verschuur en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2014.1

1 2323/2294