Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:8654

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-10-2014
Datum publicatie
23-10-2014
Zaaknummer
10/681185-14 en 10/065270-13 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een man heeft gedurende twee periodes van ruim één maand en ruim vier maanden zijn ex-vriendin uit Sliedrecht gestalkt. Na het beëindigen van de relatie stuurde hij haar heel veel sms’jes, belde hij haar heel vaak, liet hij zich vaak in de buurt van haar huis zien, schreef hij een aantal keren met stift op haar ramen en liet regelmatig briefjes bij haar achter, enzovoorts enzovoorts. De rechtbank veroordeelt daarom de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een werkstraf van 200 uur. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf worden reclasseringstoezicht, een contactverbod, een straatverbod en een behandelgebod verbonden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummers: 10/681185-14 en 10/065270-13 (ttz. gev.) (Promis)

Datum uitspraak: 21 oktober 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:

[adres en woonplaats],

raadsvrouw mr. E.M. van den Oudenaller, advocaat te Dordrecht.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 07 oktober 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen.

De teksten van de tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage I maakt deel uit van dit vonnis.

De rechtbank heeft de feiten die in de dagvaardingen zijn opgenomen van een doorlopende nummering voorzien. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. S.S. Hensels-van Straaten heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van Bouman GGZ, afdeling reclassering, dat hij zich aan de meldplicht houdt, dat hij een behandeling bij Bouman GGZ en de forensisch polikliniek Het Dok volgt, dat hij geen contact heeft met [slachtoffer] en dat hij zich niet zal bevinden in de [straat] in Sliedrecht, alsmede oplegging van een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van tweehonderdveertig uur, subsidiair honderdtwintig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals vermeld in de aangehechte bijlage, aangeduid als I. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

1.

hij in of omstreeks de periode van 18 februari 2014 tot en met 25 juni 2014 te

Sliedrecht, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het

oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen (te

weten het onderhouden van contact met hem, verdachte), niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen,

immers is/heeft hij, verdachte, wederechtelijk stelselmatig opzettelijk en

met voormeld oogmerk op verschillende data in voormelde periode (onder meer)

(telkens)

- veelvuldig, althans meermalen, telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer]

en/of

- veelvuldig, althans meermalen, via de mail en/of Facebook, althans via

internet, berichten verzonden naar en/of over die [slachtoffer] en/of

- zich veelvuldig, althans meermalen, opgehouden in de nabijheid van de woning

van die [slachtoffer] en/of

- veelvuldig, althans meermalen aangebeld bij en/of geslagen en/of gebonkt

en/of getrapt op/tegen een/de (toegangs)deur(en) en/of het/de ra(a)m(en) van

de woning van die [slachtoffer] en/of

- familie en/of vrienden, althans bekenden van die [slachtoffer] in persoon of

anderszins (op hinderlijke of intimiderende wijze) benaderd (teneinde in

contact te komen met die [slachtoffer]) en/of

- veelvuldig, althans meermalen, brieven en/of (een) enveloppe(n) (met slakken)

en/of een bitterbal met daarin een stanleymes(je) door de brievenbus van de

woning van die [slachtoffer] en/of achter de ruitenwisser(s) van de auto van die

[slachtoffer] gestopt en/of voor de/een (toegangs)deur van de woning van die

[slachtoffer] neergelegd en/of

- (meermalen) (een) fles(sen), althans (een) (hard(e)) voorwerp(en), tegen de

woning van die [slachtoffer] gegooid en/of

- (meermalen) één of meerdere (beledigende) tekst(en) op een/de ra(a)m(en) van

de woning van die [slachtoffer] geschreven en/of

- veelvuldig, althans meermalen, etensresten en/of fles(sen), althans glas

en/of één of meerdere andere voorwerp(en) in de tuin van de woning van die

[slachtoffer] (kapot) gegooid en/of

- (meermalen) een pakket(je), althans een voorwerp, in brand gestoken en/of

(vervolgens) dit pakket(je), althans voorwerp, in de tuin gegooid van die [slachtoffer];

(parketnummer 10/065270-13)

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 15 januari 2013 tot en met

26 februari 2013 te Sliedrecht, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, (onder meer) (telkens)

- die [slachtoffer] veelvuldig sms-berichten gezonden, met onder meer de tekst: "maak jou godverdomme net zo kapot als je mij en mijn gezin en nog vele gezinnen gedaan en geprobeerd hebt. Jij je zin laffe snake ga door tot je kapot dood en verbrand bent" en/of

- meermalen met een auto door de straat van die [slachtoffer] gereden en/of

- meermalen de tuin van die [slachtoffer] betreden en/of

- met een stift op de woning van die [slachtoffer] geschreven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMOTIVERING

Ten aanzien van feit 1.

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit 1 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 5 maart 2014, nummer PL1820-2014096603-11 opgenomen als pagina’s 33 tot en met 36 in het proces-verbaal van de politie eenheid Rotterdam, district Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met dossiernummer PL1700-2014220364 Z d.d. 26 juni 2014, doorgenummerd van 1 tot en met 217;

2. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 20 mei 2014, nummer PL1700-2014159352-1 opgenomen als pagina’s 136 tot en met 137 in voornoemd eindproces-verbaal;

3. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 27 mei 2014, nummer PL1700-2014221846-1, opgenomen als pagina’s 197 tot en met 199 in voornoemd eindproces-verbaal;

4. het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 mei 2014, nummer PL1700-2014096603-28, opgenomen als pagina 39 in voornoemd eindproces-verbaal;

5. het proces-verbaal aanvullend, d.d. 18 maart 2014, nummer PL1820-2014096603-7, opgenomen als pagina’s 48 tot en met 55 in voornoemd eindproces-verbaal;

6. het proces-verbaal aanvullend, d.d. 24 maart 2014, nummer PL1820-2014096603-8, opgenomen als pagina’s 56 tot en met 57 in voornoemd eindproces-verbaal;

7. het proces-verbaal aanvullend d.d. 25 maart 2014, nummer PL1820-2014096603-10, opgenomen als pagina’s 62 tot en met 63 in voornoemd eindproces-verbaal;

8. het proces-verbaal aanvullend d.d. 3 april 2014, nummer PL1820-2014096603-15, opgenomen als pagina’s 77 tot en met 82 in voornoemd eindproces-verbaal;

9. het proces-verbaal aanvullend, d.d. 14 april 2014, nummer PL1820-2014096603-25, opgenomen als pagina’s 106 tot mrt 109 in voornoemd eindproces-verbaal;

10. het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], nummer PL1700-2014221846-4, d.d. 2 juni 2014, opgenomen als pagina’s 215 tot en met 217 in voornoemd eindproces-verbaal;

11. de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 7 oktober 2014.

Ten aanzien van feit 2.

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit 2 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 10 februari 2013, nummer PL1820 2013013367-1 opgenomen als pagina’s 3 tot en met 24 in het proces-verbaal van de politie eenheid Rotterdam, district Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met dossiernummer PL1800 2013013367 d.d. 15 maart 2013, doorgenummerd van 1 tot en met 120;

2. het proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 18 februari 2013, nummer PL1820 2013013367-14 opgenomen als pagina’s 27 tot en met 32 in voornoemd eindproces-verbaal;

3. het proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 26 februari 2013, nummer PL1820 2013013367-15, opgenomen als pagina’s 33 tot en met 35 in voornoemd eindproces-verbaal;

4. het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 februari 2013, nummer PL1820 2013013367-6, opgenomen als pagina’s 37 tot en met 38 in voornoemd eindproces-verbaal;

5. de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 7 oktober 2014.

Ten aanzien van die onderdelen van de tenlastelegging die door de verdachte zijn bekend en worden bewezen verklaard, volstaat de rechtbank met deze opsomming van de bewijsmiddelen, omdat de situatie van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zich voordoet.

Ten aanzien van feit 1.

Verdachte heeft ontkend dat hij een voorwerp in brand heeft gestoken en dat hij dit vervolgens in de tuin van de aangeefster heeft gegooid.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de volgende wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

1.

Het proces-verbaal aanvullend, nummer PL1820-2014096603-14, d.d. 1 april 2014, opgenomen als pagina’s 74 tot en met 76 in het proces-verbaal van de politie eenheid Rotterdam, district Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met dossiernummer PL1700-2014220364 Z d.d. 26 juni 2014, doorgenummerd van 1 tot en met 217, inhoudende:

Op 31 maart tussen 01.00 en 07.00 uur is er geprobeerd brand te stichten bij de poort van de tuin aan de kant van de brandgang. Ik vond er vanmorgen een Gamma krantje met zwart geblakerde randen.

2.

het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], nummer PL1700-2014221846-4, d.d. 2 juni 2014, opgenomen als pagina’s 215 tot en met 217 in voornoemd proces-verbaal van de politie, inhoudende:

Hoe vaak ziet u meneer [verdachte] bij u in de straat?

-Voor maart elke dag. Vanaf maart ongeveer 4 keer in de week.

Wat doet hij daar?

-Dan gaat hij rondjes om het blok heen rijden. Hij gaat dan naar de achterzijde van de woning van buurvrouw [slachtoffer]. Als hij achter het huis staat hoor je af en toe een knal. Dan gooit hij weer wat in de tuin van buurvrouw [slachtoffer].

-Een keer heb ik gezien dat hij een pakketje in de brand stak en in de tuin van de buurvrouw gooide. Ik heb zelf toen dit pakketje geblust. Naar mijn idee waren dit aanmaakblokjes.

NADERE BEWIJSOVERWEGING

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat verdachte van feit 2 dient te worden vrijgesproken, nu er in deze periode geen sprake is van stalking. De gedragingen van verdachte in de ten laste gelegde periode houden verband met het beëindigen van de relatie van verdachte en aangeefster.

De rechtbank overweegt als volgt.

Aangeefster [slachtoffer] heeft op 10 februari 2013 aangifte gedaan van belaging. Zij heeft verklaard dat zij sinds kerstmis 2012 door verdachte wordt lastig gevallen. Uit de aanvullende verklaring van aangeefster van 15 februari 2013 blijkt dat relatie tussen verdachte en de aangeefster in eerste instantie met kerst 2012 is beëindigd en dat zij de relatie begin 2013 hebben hersteld. Vanaf half januari 2013 is de relatie echter definitief beëindigd. Dit heeft aangeefster verdachte ook duidelijk laten weten. De aangeefster heeft verklaard dat zij vanaf dat moment veelvuldig sms-berichten van verdachte heeft ontvangen, dat hij zich veelvuldig in haar woonomgeving liet zien, dat verdachte meerdere malen met stift op haar ramen heeft geschreven, dat hij regelmatig briefjes achterliet en dat hij in de tuin van de aangeefster heeft gestaan/is gekomen. In een latere verklaring van 26 februari 2013 heeft de aangeefster verder verklaard dat verdachte veelvuldig met zijn auto door haar straat reed. In al deze verklaringen heeft de aangeefster gezegd dat zij verdachte meerdere malen heeft verzocht op te houden met haar lastig te vallen.

Hoewel de rechtbank kennis heeft genomen van diverse sms-berichten tussen verdachte en de aangeefster die betrekking hebben op het beëindigen van de relatie, is de rechtbank van oordeel dat het door verdachte versturen van de resterende berichten gelet op de aard en de frequentie en mede ook in samenhang met alle hiervoor beschreven gedragingen, dient te worden aangemerkt als een belagingshandeling in de zin van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID FEIT

De bewezen feiten leveren op:

1. en 2 telkens:

BELAGING.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan - kort gezegd - stalking van aangeefster door in twee periodes dagelijks (meermalen) te bellen en te sms-en. Daarnaast bevond verdachte zich bijna dagelijks (veelal tijdens de nachtelijke uren) in de straat van aangeefster en stuurde hij haar brieven. Door zich op allerlei vreemde uren bij de woning van aangeefster op te houden, daarbij om haar aandacht te schreeuwen en haar daarbij allerlei beledigende teksten toe te voegen, haar woning te bekladden en voorwerpen in haar achtertuin te gooien of achter de ruitenwissers van haar auto achter te laten, heeft verdachte aangeefster grote angst aangejaagd en een enorme inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Dat de stalking door de verdachte het leven van aangeefster beheerste, blijkt wel uit de inhoud van de vele e-mails die de aangeefster aan de politie heeft verstuurd en uit haar schriftelijke slachtofferverklaring. De rechtbank rekent het de verdachte daarnaast bijzonder aan dat hij bij de aangeefster het gevoel heeft veroorzaakt dat zij constant op haar hoede moest zijn. Door zijn handelen heeft de verdachte overlast voor de aangeefster (en haar buren) en sterke gevoelens van onveiligheid veroorzaakt.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 september 2014 niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Hierin wordt aanleiding gezien de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank weegt in dit kader ook de houding van verdachte ter terechtzitting mee. Verdachte heeft ter zitting oprecht spijt betuigd voor zijn handelen en heeft openheid van zaken gegeven.

Bouman GGZ, afdeling reclassering, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt d.d. 11 augustus 2014. Dit rapport houdt het volgende in.

Concluderend kan worden gezegd dat wij te maken hebben met een 43-jarige bekennende verdachte. Betrokkene heeft zijn ex-partner over een langere periode structureel gestalkt en belaagd, waarbij vrijwel altijd sprake was van alcoholgebruik voorafgaand aan de gepleegde feiten. Bij betrokkene is twee jaar geleden de diagnose ADHD gesteld. Wij zijn van mening dat de kans op herhaling wordt beïnvloed door het forse alcoholgebruik en de ADHD problematiek, vooral wanneer hij niet medicatietrouw is of de medicatie niet voldoende werkt door het gebruik van andere middelen als weed, speed en/of alcohol. De ADHD problematiek en het middelengebruik werken het grensoverschrijdende gedrag in de hand. Daarnaast zijn we van mening dat het belangrijk is om te werken aan een zinvolle dagbesteding zodat er meer structuur komt in het leven van betrokkene en hij minder in de gelegenheid is om weer obsessief bezig te zijn met het zoeken van contact met zijn ex-partner. Het vinden van werk, zal tegelijkertijd een positieve uitwerking hebben op het oplossen van financiële problemen. Positieve levensdoelen die de motivatie tot verandering vergroten zijn de wil om een goede vader te zijn, zijn wens om aan het werk te gaan en het terugkrijgen van zijn rijbewijs. Ook zijn ambivalentie ten opzichte van zijn alcoholgebruik kan worden gezien als een positieve factor daar hij overweegt te minderen dan wel te stoppen met drinken.

Voorgesteld wordt een toezicht op bijzondere voorwaarden op te leggen. Betrokkene dient binnen dat toezicht, onderstaande behandeling te ondergaan.

Behandeling voor zijn ADHD problematiek bij de forensische polikliniek Het Dok in samenwerking met behandeling bij de forensische kliniek van Bouman GGZ voor zijn alcohol- en drugsverslaving.

Op basis van genoemde rapportage is de rechtbank van oordeel dat de behandeling van verdachte noodzakelijk is. Deze behandeling kan plaatsvinden in het kader van een bijzondere voorwaarde gekoppeld aan een voorwaardelijk strafdeel. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf bestaande uit een werkstraf opleggen.

Al het voorgaande in aanmerking genomen, is de rechtbank van oordeel dat met betrekking tot het voorwaardelijke deel van de straf een proeftijd van twee jaar dient te worden opgelegd, alsmede dat hieraan de bijzondere voorwaarden van een contactverbod ten aanzien van [slachtoffer], alsmede een verbod om zich in de [straat] te Sliedrecht te bevinden, dienen te worden verbonden.

Alles afwegend wordt na te noemen straffen passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal op geen enkele wijze contact (laten) opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer], gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt;
- de veroordeelde zal zich niet bevinden in de [straat] in Sliedrecht, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt;

- de veroordeelde zal zich melden bij Bouman GGZ, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

- de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van de forensische polikliniek Het Dok, of een soortgelijke instelling, voor zijn problematiek, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met Het Dok verantwoord vindt;

- de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van Bouman GGZ, of een soortgelijke instelling, voor zijn problematiek, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als Bouman GGZ verantwoord vindt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 194 (honderdvierennegentig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 97 (zevenennegentig) dagen;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter,

en mr. M.A.J.M. Jansen en mr. M. van Empelen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.C. de Hooge, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 oktober 2014.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: TEKSTEN TENLASTELEGGINGEN

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 18 februari 2014 tot en met 25 juni 2014 te

Sliedrecht, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het

oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen (te

weten het onderhouden van contact met hem, verdachte), niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen,

immers is/heeft hij, verdachte, wederechtelijk stelselmatig opzettelijk en

met voormeld oogmerk op verschillende data in voormelde periode (onder meer)

(telkens)

- veelvuldig, althans meermalen, telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer] en/of

- veelvuldig, althans meermalen, via de mail en/of facebook, althans via internet, berichten verzonden naar en/of over die [slachtoffer] en/of

- zich veelvuldig, althans meermalen, opgehouden in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer] en/of

- veelvuldig, althans meermalen aangebeld bij en/of geslagen en/of gebonkt en/of getrapt op/tegen een/de (toegangs)deur(en) en/of het/de ra(a)m(en) van de woning van die [slachtoffer] en/of

- familie en/of vrienden, althans bekenden van die [slachtoffer] in persoon of anderszins (op hinderlijke of intimiderende wijze) benaderd (teneinde in contact te komen met die [slachtoffer]) en/of

- veelvuldig, althans meermalen, brieven en/of (een) enveloppe(n) (met slakken) en/of een bitterbal met daarin een stanleymes(je) door de brievenbus van de woning van die [slachtoffer] en/of achter de ruitenwisser(s) van de auto van die [slachtoffer] gestopt en/of voor de/een (toegangs)deur van de woning van die [slachtoffer] neergelegd en/of

- ( meermalen) (een) fles(sen), althans (een) (hard(e)) voorwerp(en), tegen de woning van die [slachtoffer] gegooid en/of

- ( meermalen) één of meerdere (beledigende) tekst(en) op een/de ra(a)m(en) van de woning van die [slachtoffer] geschreven en/of

- veelvuldig, althans meermalen, etensresten en/of fles(sen), althans glas en/of één of meerdere andere voorwerp(en) in de tuin van de woning van die [slachtoffer] (kapot) gegooid en/of

- ( meermalen) een pakket(je), althans een voorwerp, in brand gestoken en/of (vervolgens) dit pakket(je), althans voorwerp, in de tuin gegooid van die [slachtoffer];

Parketnummer 10/065270-13

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 24 december 2012 tot en met

26 februari 2013 te Sliedrecht, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, (onder meer) (telkens)

- die [slachtoffer] veelvuldig sms-berichten gezonden, met onder meer de tekst: "maak jou godverdomme net zo kapot als je mij en mijn gezin en nog vele gezinnen gedaan en geprobeerd heft. Jij je zin laffe snake ga door tot je kapot dood en verband bent" en/of

- meermalen met een auto door de straat van die [slachtoffer] gereden en/of

- meermalen de tuin van die [slachtoffer] betreden en/of

- met een stift op de woning van die [slachtoffer] geschreven;