Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:8495

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-10-2014
Datum publicatie
23-10-2014
Zaaknummer
ROT 13/7298
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De nota "Gedragslijn netverbetering FM omroepband en bescherming paarse gebieden" is niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 13/7298

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2014 in de zaak tussen

Salland Broadcasting BV, te Deventer, eiseres,

gemachtigde: [naam],

en

de minister van Economische Zaken, Agentschap Telecom, verweerder,

gemachtigden: mr. J.I.M. van der Vange en mr. S. Hamstra.

Procesverloop

Bij besluit van 8 oktober 2013 heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit (het bestreden besluit) heeft eiseres beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2014. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Op grond van artikel 1:2 van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen.

Op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank tegen een besluit.

2. De nota “Gedragslijn netverbetering FM omroepband en bescherming paarse gebieden” (de Gedragslijn) is op 18 juli 2013 afgerond.

3. Bij e-mailbericht van 11 september 2013 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de Gedragslijn.

4. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard onder de overwegingen dat eiseres geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat de Gedragslijn niet bij besluit is vastgesteld en niet is bedoeld als beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, van de Awb, zodat hiertegen geen bezwaar en/of beroep open staat.

5. Tussen partijen is in geschil of de Gedragslijn gericht is op enig rechtsgevolg en daarom is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Awb.

Deze vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. De Gedragslijn is niet bij besluit vastgesteld. In de Gedragslijn zijn de afspraken vastgelegd die met de markt zijn gemaakt over onder meer een informele fase, voorafgaand aan het doen van een aanvraag tot wijziging van een omroepvergunning. Nu naar het oordeel van de rechtbank de Gedragslijn geen besluit is, is hiertegen geen bezwaar mogelijk. Uit vaste jurisprudentie (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van beroep van 27 december 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AD8690) volgt dat de vaststelling van gedragsregels bij besluit op één lijn moet worden gesteld met de vaststelling van een algemeen verbindende voorschrift en beleidsregels. Tegen de vaststelling hiervan kan gelet op artikel 7:1, eerste lid en aanhef, in verbinding met artikel 8:1, derde lid, aanhef en onder a en artikel 8:2 van de Awb geen bezwaar worden gemaakt.

Reeds om die reden heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de Gedragslijn terecht niet-ontvankelijk verklaard.

6. De rechtbank merkt, overigens geheel ten overvloede, op dat - indien wel sprake zou zijn geweest van een appellabel besluit - eiseres ook niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden beschouwd. De Gedragslijn regelt het vooroverleg tussen de huidige vergunninghouders. Eiseres behoort daar niet toe. Het feit dat eiseres communiceert met verweerder over eventuele mogelijkheden voor het verkrijgen van een omroepvergunning in de toekomst onderscheidt haar niet voldoende van willekeurige anderen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Strien, rechter, in aanwezigheid van

R.P. Evegaars, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2014.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.