Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:8420

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-10-2014
Datum publicatie
15-10-2014
Zaaknummer
C/10/14/871 F
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvrager is aangesteld tot curator in een tweetal gefailleerde BV’s. Verweerder is hiervan bestuurder. Curator heeft verweerder aangesproken op de boedeltekorten in die BV’s. Verweerder is vervolgens veroordeeld tot betaling van het totale boedeltekort. Verweerder meent dat er geen sprake is van pluraliteit nu in het vonnis wordt gesproken over één vordering. Rechtbank oordeelt dat er wel sprake is van pluraliteit van schuldeisers. Beide gefailleerde BV’s hebben ieder een boedeltekort.

De gefailleerde BV’s hebben ieder een afzonderlijke administratie gevoerd met eigen debiteuren en crediteuren. De faillissementen worden niet geconsolideerd afgewikkeld. De curator oefent zijn taak uit ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers in beide faillissementen afzonderlijk.

Beide gefailleerde BV’s hebben een zelfstandige vorderingsrecht.

De curator heeft de twee boedeltekorten samengevoegd tot één vordering, waarvoor verweerder is veroordeeld.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2014-0358
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Insolventie

Insolventienummer: [nummer]

Uitspraak: 9 oktober 2014

VONNIS op het op 5 september 2014 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:

1. Mr. Evert Jan Heijnen q.q.in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam vennootschap 1] B.V.,

kantoorhoudende te Rotterdam,

2. Mr. Evert Jan Heijnen q.q.in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam vennnootschap 2] B.V.,

kantoorhoudende te Rotterdam,

verzoeker,

advocaat mr. K. Baert,

strekkende tot faillietverklaring van:

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

advocaat mr. J.K.S. Verhoek.

1 De procedure

Verzoeker, bij monde van mr. K. Baert en verweerder, bijgestaan door zijn advocaat mr. J.K.S. Verhoek, zijn verschenen en gehoord ter terechtzitting van 7 oktober 2014.

De volgende stukken, met bijlagen zijn voorafgaand aan de zitting aan de rechtbank overgelegd:

- Een brief van 6 oktober 2014 met bijlagen van mr. Verhoek.

Mr. Verhoek heeft ter zitting het woord gevoerd aan de hand van een schriftelijk verweerschrift c.q. een pleitnotitie. Dit verweerschrift c.q. pleitnotitie zal aan het proces-verbaal van de zitting worden gehecht.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Standpunten

Voor zover van belang is door partijen het volgende aangevoerd.

Verzoeker stelt dat hij blijft bij de inhoud van zijn verzoekschrift.

Verzoeker heeft verder aangevoerd dat hij optreedt in hoedanigheid van curator in bovenvermelde faillissementen. Deze gefailleerde B.V.’s zijn zustervennootschappen, die ieder afzonderlijk een administratie hebben gevoerd met eigen debiteuren en crediteuren. Er is geen sprake van enige fiscale eenheid. De gefailleerde B.V.’s zijn twee aparte rechtspersonen en worden als op zichzelf staande faillissementen afgewikkeld. Voor beide gefailleerde B.V.’s is een aparte boedelrekening geopend. Beide B.V.’s hebben ook ieder afzonderlijk een vordering op verweerder. Tegen verweerder is een procedure gevoerd op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Verweerder is daarvoor veroordeeld; het vonnis is inmiddels in kracht van gewijsde gegaan. Het bedrag waarvoor verweerder is veroordeeld is de totaaltelling van de boedeltekorten in de beide faillissementen. Pluraliteit van schuldeisers is hiermee gegeven.

Er is geen sprake van misbruik maken van bevoegdheid. Met verweerder is onderhandeld over het innen van de vordering. Hierover is meerdere malen met verweerder gecorrespondeerd. Verweerder heeft geen juiste administratie gevoerd en heeft geen juiste gegevens verstrekt over het inkomen van zijn echtgenote. Een schikkingsaanbod van verweerder is door verzoeker niet geaccepteerd. Ingeval van faillissement van verweerder dient een curator de financiële situatie van verweerder te onderzoeken; ook dat is een belang van verzoeker.

Verweerder heeft – kort gezegd – de pluraliteit van schuldeisers betwist. Aan de vordering van verzoeker wordt ten grondslag gelegd de veroordeling ter zake van bestuurdersaansprakelijkheid. In het vonnis van de rechtbank van 5 maart 2014 is sprake van een veroordeling ter zake van één vordering. Uit het vonnis blijkt verder niet dat er wordt gesproken van twee opeisbare vorderingen, dan wel splitsing van die vordering.

De stelling van verzoeker dat er sprake is van twee verschillende schuldeisers blijkt evenmin uit het dictum van het vonnis. Verweerder heeft verder aangevoerd dat verzoeker misbruik maakt van zijn bevoegdheid om het faillissement van verweerder aan te vragen. Met verzoeker zijn onderhandelingen gevoerd over een schikking tegen finale kwijting. Aan verzoeker is een bedrag geboden van € 25.000,-- tegen finale kwijting. Dit bedrag zou verweerder van familie hebben kunnen lenen. Verzoeker heeft het schikkingsaanbod niet geaccepteerd. Verzoeker is bekend met de financiële situatie van verweerder. Verweerder heeft geen vermogensbestanddelen. Een faillissement van verweerder zal daarom niet leiden tot een uitkering aan schuldeisers.

3 De beoordeling

Ingevolge artikel 6 van de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert te hebben opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers terwijl tenminste één vordering opeisbaar is.

Verzoeker is aangesteld tot curator in een tweetal gefailleerde B.V.’s, waarvan verweerder bestuurder is. Uit het onderhavige verzoekschrift komt naar voren dat deze gefailleerde B.V.’s ieder voor zich een vordering hebben op verweerder vanwege geconstateerde boedeltekorten. Verweerder is voor deze tekorten bij vonnis van deze rechtbank van 5 maart 2014 veroordeeld tot betaling van een bedrag van totaal € 1.782.897,39, inclusief rente en kosten. Het verweer van verweerder dat slechts sprake is van één vordering is naar het oordeel van de rechtbank niet juist, aangezien uit de door verweerder overgelegde stukken is gebleken dat het zowel een vordering vanwege boedeltekort uit het faillissement van[naam vennootschap 1] B.V. als uit het faillissement van [naam vennnootschap 2] B.V. betreft. Deze tekorten zijn door verzoeker samengevoegd tot één bedrag, tot betaling waarvan verweerder uiteindelijk is veroordeeld. Ook de stelling van verzoeker dat het hier gaat om twee aparte B.V.’s met een ieder afzonderlijke administratie met eigen debiteuren en crediteuren is door verweerder verder niet weersproken. Zo zijn er twee afzonderlijke crediteurenlijsten overgelegd. Er is sprake van geconsolideerde verslaglegging in beide faillissementen, maar geconsolideerde afwikkeling van de faillissementen is niet aan de orde.

Dat mr. E.J. Heijnen benoemd is tot curator in beide faillissementen, maakt niet dat sprake is van (slechts) één schuldeiser. Hij oefent zijn taak als curator uit ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers in beide faillissementen afzonderlijk. Daarnaast is weliswaar sprake van een samenhang tussen de vorderingen, maar de curator heeft in elk der beide faillissementen een zelfstandig vorderingsrecht. In zoverre bestaan de vorderingen naast elkaar (vgl. HR 5 maart 2004, JOR 2004/150 r.o. 3.5.2).

Het standpunt van verweerder dat verzoeker misbruik maakt van zijn bevoegdheid is door verzoeker gemotiveerd bestreden, onder andere door te wijzen op eerdere (mislukte) pogingen om tot een betalingsregeling te komen, het inkomen uit arbeid dat verweerder geniet, zodat ter zake verhaal mogelijk is, alsmede het belang van onderzoek door een curator naar (overige) verhaalsmogelijkheden. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van misbruik van bevoegdheid.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan nu vast staat dat sprake is pluraliteit van schuldeisers en van het bestaan van ten minste één opeisbare vordering. Dit leidt er toe dat de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring zal toewijzen.

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerder in Nederland ligt.

4 De beslissing

De rechtbank,

- verklaart [verweerder],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. R. Kruisdijk, lid van deze rechtbank:

- stelt aan tot curator mr. J.M. de Koning, advocaat te Hellevoetsluis;

- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk, rechter, en in aanwezigheid van M. Bijnagte, griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2014 te 10:00 uur. 1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.