Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:8245

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-10-2014
Datum publicatie
10-10-2014
Zaaknummer
C/10/422099 / HA ZA 13-379
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Is weigering van fabrikant tot levering van reserveonderdelen voor zijn motoren aan tussenhandelaar onrechtmatig jegens deze tussenhandelaar? Is sprake van strijd met het kartelverbod van art. 6 Mw (Mededingingswet) of van misbruik van machtspositie ex art. 24 Mw?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/422099 / HA ZA 13-379

Vonnis van 8 oktober 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] ,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. J.B.A. Gerritsen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIIGATA POWER SYSTEMS (EUROPE) B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M.J. Vis Azn.

Partijen zullen hierna [eiser] en Niigata genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met tien producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met drie producties;

  • -

    het tussenvonnis van 12 juni 2013, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de twee bij het faxbericht van de advocaat van [eiser] van 20 september 2013 in het geding gebrachte producties;

  • -

    de twee bij het faxbericht van de advocaat van [eiser] van 1 oktober 2013 in het geding gebrachte producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 8 oktober 2013;

  • -

    de brief van de advocaat van [eiser] van 23 oktober 2013;

  • -

    de akte overlegging producties van [eiser] van 6 november 2013, met één productie;

  • -

    de akte na comparitie van Niigata van 6 november 2013, met twee producties;

  • -

    de akte houdende reactie op akte na comparitie zijdens Niigata van [eiser] van 20 november 2013;

  • -

    de reactie op akte na comparitie van Niigata van 20 november 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

De rechter voor wie de comparitie van partijen heeft plaatsgehad is thans niet meer werkzaam binnen het team haven en handel van deze rechtbank.

2 De vaststaande feiten

2.1.

[eiser] is een bedrijf dat handelt in motoren, motoronderdelen, turbo’s, turbodelen en aanverwante maritieme producten.

2.2.

Niigata is een dochterbedrijf van Niigata Power Systems Co. Ltd. te Tokyo, Japan. Deze beide vennootschappen maken deel uit van de zgn. ‘Niigata-groep’, die zich toelegt op de productie en verkoop van diesel- en gasmotoren en turbines voor maritieme toepassingen en energieopwekking. Tevens produceert de Niigata-groep reserveonderdelen voor haar motoren en turbines (hierna: Niigata-onderdelen) en verzorgt zij onderhoudsdiensten.

2.3.

Op 13 december 2012 heeft [eiser] Niigata verzocht om een offerte voor levering van een aantal Niigata-onderdelen. Deze offerte-aanvraag deed [eiser] ten behoeve van het bedrijf Advent Solutions Ltd. (hierna: Advent) te Nairobi, Kenia, een handelaar. Advent beoogde de van [eiser] te verkrijgen Niigata-onderdelen te verkopen aan het bedrijf Iberafrica Import-Export SL (hierna: Iberafrica) te Madrid, Spanje, althans aan de nevenvestiging van Iberafrica in Kenia (hierna ook: Iberafrica).

2.4.

Naar aanleiding van de genoemde offerte-aanvraag ontving [eiser] op 10 januari 2013 de volgende reactie van een medewerker van Niigata:
“Unfortunately we have to decline your inquiry for these engines.
Our office in Rotterdam has a direct contact with the end-user for many years.
We therefore find it very strange that is inquiry is coming through you instead directly to us.


Anyway sorry we cannot be of assistance this time.
Hopefully we can in the near future.”

2.5.

Bij brief van 10 januari 2013 sommeerde [eiser] Niigata tot het doen van een passende aanbieding die beantwoordt aan de leveringsaanvraag.

2.6.

Op 10 januari 2013 stuurde Niigata een e-mail aan Iberafrica en in kopie aan [eiser], die voor zover relevant als volgt luidt:
“[…] As we informed you this morning, we received a spares inquiry for your engines from a Dutch company, called [eiser]

We declined the inquiry of [eiser] and informed them that we have a direct relationship with the end-user, which is you, Iberafrica.
At the same time you informed us that you are not aware of such inquiry.
The letter is in the Dutch language so let us please translate it:

The letter informs that because Niigata refuses to offer to [eiser], Niigata is in conflict with the national and European rights of competition.
According to [eiser] the competition is illegally limited by Niigata by refusing to quote to [eiser]


Therefore now Rob [eiser] summons Niigata to reply to them before today (10.01.2013) 16:00 that Niigata will make an offer accordingly, arriving at Rob [eiser] before 11.01.2013, 12:00.

If Niigata does not quote in time then Rob [eiser] has the right to take any legal steps necessary without any announcement.


Rob [eiser] keeps Niigata legally, as required, responsible for all cost/damages of Rob [eiser] as a result of Niigata not quoting to them.

Lawrence/Joseph/Iberafrica can you please confirm if you would like to receive a quotation from [eiser] […]”

2.7.

Op 10 januari 2013 stuurde Advent [eiser] een e-mailbericht dat voor zover relevant als volgt luidt:
“I have just received a call from our client [Iberafrica; Rechtbank] and they have told us that Niigata have sent them an email asking why they are being asked by a Dutch Company (Rob [eiser]) to quote for the list of spares I sent you. I guess they [Niigata; Rechtbank] are not willing to give you a quote for the same. Please advice on the way forward.”

2.8.

Op 16 januari 2013 stuurde Advent [eiser] een e-mail met de volgende tekst:
“In regards to the Niigata parts, this issue has taken a new dimension whereby Niigata Netherlands decided to go to the parent company of our client [Iberafrica; Rechtbank] in Madrid to seek redress. In this case we have had a series of consultative meetings on this issue and have decided to put on hold supply of Niigata spares in order not to jeopardize the already existing business with our client.

We would like to request you to stop pressurizing Niigata for quotations and also to withdraw any legal proceedings you might have against them in order to avoid any implication this might cause between us and our client.

We thank you for continued business cooperation.”

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

  1. Voor recht verklaart dat de gedragingen van Niigata jegens [eiser] onrechtmatig zijn op grond van het mededingingsrecht en/of op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, en/of

  2. Niigata verbiedt met onmiddellijke ingang na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, althans binnen een door uw rechtbank in redelijkheid vast te stellen termijn, handelingen te verrichten of na te laten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat [eiser] geen Niigata-onderdelen of andere Niigata-producten bij Niigata of bij derden kan afnemen, waaronder in ieder geval begrepen een weigering van Niigata en/of derden om aan [eiser] een tijdige en passende aanbieding te doen voor het leveren van onderdelen of producten van Niigata-makelij, en/of

  3. Niigata veroordeelt tot betaling van een onmiddellijk opeisbare, niet voor verrekening vatbare, te verbeuren dwangsom ad € 10.000,--, althans een door de rechtbank in redelijkheid vast te stellen bedrag, voor iedere gehele of gedeeltelijke niet-nakoming door Niigata van de bij punt 2. genoemde vordering, en een onmiddellijk opeisbare, niet voor verrekening vatbare, te verbeuren dwangsom ad
    € 1.000,--, althans een door de rechtbank in redelijkheid vast te stellen bedrag, voor elke dag dat Niigata geheel of gedeeltelijk nalaat om aan de bij punt 2. genoemde vordering te voldoen, en/of

  4. Niigata veroordeelt om, tegen deugdelijk bewijs van kwijting, de volledige schade die [eiser] lijdt dan wel, ter keuze van [eiser], de volledige winst die Niigata met de verkoop van de Niigata-onderdelen heeft behaald, althans een door de rechtbank in redelijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de daarover tot aan de dag van voldoening verschuldigde wettelijke rente, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en/of

  5. Niigata veroordeelt om tegen deugdelijk bewijs van kwijting de nodeloos door [eiser] gemaakte kosten als gevolg van de onrechtmatige daad van Niigata, waaronder begrepen de kosten gemaakt voor de vaststelling van schade en aansprakelijkheid ex artikel 6:96 lid 2 sub b BW, te vermeerderen met de daarover tot aan de dag van voldoening verschuldigde wettelijke rente, althans een door de rechtbank in redelijkheid vast te stellen bedrag, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en/of

  6. Niigata veroordeelt aan [eiser] binnen tien dagen na de betekening van het in dit geding te wijzen vonnis, tegen deugdelijk bewijs van kwijting, de buitengerechtelijke kosten overeenkomstig het liquidatietarief te voldoen, althans een door de rechtbank in redelijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de daarover tot aan de dag van voldoening verschuldigde wettelijke rente, en/of

  7. Niigata veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder het nasalaris ten bedrage van € 131,- (zonder betekening), respectievelijk € 199,- (met betekening), althans een door de rechtbank in redelijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de daarover tot aan de dag van voldoening verschuldigde wettelijke rente.

3.2.

Niigata concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de proceskosten bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In haar akte van 20 november 2013 heeft Niigata bezwaar gemaakt tegen de door [eiser] bij akte van 6 november 2013 overgelegde productie 16 en de daarbij in de akte gegeven toelichting. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Op de comparitie van partijen heeft [eiser] aangevoerd dat zij Niigata in de afgelopen dertien jaar vijfentwintig keer om een offerte heeft verzocht en dat dit slechts twee keer in een levering heeft geresulteerd. De rechtbank heeft [eiser] desgevraagd in de gelegenheid gesteld na de comparitie een overzicht van deze offerte-verzoeken in de afgelopen dertien jaar te overleggen. Niigata is op haar beurt door de rechtbank in de gelegenheid gesteld de door haar tijdens de comparitie besproken serviceovereenkomst tussen Niigata en Iberafrica in het geding te brengen. In het proces-verbaal is bepaald dat partijen in de akte en antwoord-akte uitsluitend op deze producties een korte toelichting/reactie mogen geven. Bij akte van 6 november 2013 heeft [eiser] het bedoelde overzicht overgelegd maar heeft zij daarnaast een reeks e-mails overgelegd (die zonder uitzondering na de datum van de comparitie zijn verzonden). Het betreft e-mails van [eiser] waarin zij van Niigata en diverse handelaren offertes tracht te verkrijgen en de reacties op die e-mails. Het overleggen van deze e-mails en de daarbij door [eiser] gegeven toelichting acht de rechtbank in strijd met de goede procesorde. De handelwijze van [eiser] is immers in strijd met hetgeen waartoe de rechtbank partijen in het proces-verbaal in de gelegenheid heeft gesteld en resulteert bovendien in een wijziging/aanvulling van de feitelijke grondslag van de vorderingen van [eiser]. Productie 16 van de akte en de daarbij in de akte gegeven toelichting zullen hierna bij de beoordeling derhalve buiten beschouwing worden gelaten.

4.2.

[eiser] heeft haar vorderingen gegrond op de stelling dat Niigata onrechtmatig handelt door schending van het kartelverbod als bedoeld in artikel 6 van de Mededingingswet (hierna: Mw) en schending van het verbod op misbruik van een machtspositie als bedoeld in artikel 24 Mw. Daarnaast heeft Niigata volgens [eiser] in strijd gehandeld met een in het kader van de precontractuele fase op Niigata rustende zorgvuldigheidsnorm.

- schending van artikel 6 Mw


4.3. Artikel 6 lid 1 Mw verbiedt overeenkomsten tussen ondernemingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst (hierna: het kartelverbod).

4.4.

Volgens [eiser] handelt Niigata in strijd met het kartelverbod door (i) [eiser] levering van de gevraagde onderdelen te weigeren, (ii) Advent onder druk te zetten geen Niigata-onderdelen te verhandelen en/of bij [eiser] te bestellen, (iii) Iberafrica onder druk te zetten geen onderdelen bij Advent en/of [eiser] te bestellen en (iv) vervolgens [eiser] de opdracht van Iberafrica afhandig te maken.


4.5. Voor een schending van het verbod van artikel 6 lid 1 Mw dient sprake te zijn van een overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging. Hiervoor is een tussen (ten minste) twee ondernemingen bestaande wilsovereenstemming vereist. Zuiver eenzijdige maatregelen vallen buiten het kartelverbod. De onderhavige weigering van Niigata om aan [eiser] onderdelen te leveren moet als een eenzijdige maatregel worden aangemerkt. Van een tussen twee partijen tot stand gekomen wilsovereenstemming is geen sprake zodat die weigering buiten de reikwijdte van artikel 6 Mw valt en niet op die grond onrechtmatig is.

4.6.

Ook ten aanzien van het onder (ii) genoemde punt heeft [eiser] onvoldoende gesteld om aan te nemen dat tussen Niigata en Advent wilsovereenstemming bestond. Dat Advent door Niigata onder druk is gezet geen Niigata-onderdelen te verhandelen volgt noch uit de stellingen van [eiser] noch uit de door haar overgelegde e-mails. Uit de e-mail van Advent aan [eiser] van 16 januari 2013 volgt weliswaar dat Advent afziet van de bestelling van Niigata-onderdelen maar Advent geeft daarbij aan dat zij dit doet in opdracht van haar klant Iberafrica. Uit die e-mail volgt niet dat [eiser] onafhankelijke handelaren als Advent (direct of indirect) onder druk heeft gezet geen Niigata-onderdelen te verhandelen. De rechtbank acht die stelling van [eiser] onvoldoende onderbouwd.

4.7.

Uit de overgelegde e-mails volgt wel dat Iberafrica kennelijk na overleg met Niigata heeft besloten de onderdelen niet bij Advent maar rechtstreeks bij Niigata te bestellen. Hieruit leidt [eiser] af dat Niigata oneigenlijke druk op Iberafrica heeft uitgeoefend om [eiser] uit de markt te drukken. Niigata heeft die stelling gemotiveerd betwist en daarbij onder meer aangevoerd dat Iberafrica een belangrijke klant van haar is. Om die reden was Niigata naar eigen zeggen verrast toen [eiser] voor deze klant Niigata-onderdelen wilde bestellen en heeft zij bij Iberafrica navraag gedaan. Dit heeft er kennelijk in geresulteerd dat Iberafrica de onderdelen (alsnog) bij Niigata heeft besteld.

[eiser] heeft in het licht van die betwisting voor de rechtbank onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat Niigata in strijd met het kartelverbod heeft gehandeld. Van een verboden vorm van ongelijke behandeling van gelijke gevallen is anders dan [eiser] heeft aangevoerd niet gebleken. Derhalve is niet komen vast te staan dat Niigata door schending van het kartelverbod onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld.


- schending van artikel 24 Mw


4.8. Artikel 24 Mw verbiedt ondernemingen misbruik te maken van een economische machtspositie. Een economische machtspositie wordt in artikel 1 sub i Mw omschreven als de positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen.

4.9.

Volgens [eiser] maakt Niigata misbruik van haar economische machtspositie door te weigeren de gevraagde onderdelen te leveren. Verder heeft Niigata misbruik van haar machtspositie gemaakt door druk uit te oefenen op handelaren als Advent met als doel het tegengaan of controleren van export van Niigata-onderdelen. Tot slot heeft Niigata oneigenlijk gehandeld door partijen als Iberafrica zoveel mogelijk aan zich te binden door hen te dwingen onderdelen direct bij haar af te nemen.

4.10.

De rechtbank is van oordeel dat uit de stellingen van [eiser] onvoldoende gemotiveerd is gebleken dat Niigata, voor zover zij al over een economische machtspositie zou beschikken, van die machtspositie misbruik heeft gemaakt. Zoals hiervoor is overwogen, blijkt uit geen van de e-mails of stellingen van [eiser] dat Niigata druk heeft uitgeoefend op Advent. Wél heeft Niigata geweigerd [eiser] onderdelen te leveren en heeft zij blijkens de overgelegde e-mails contact gehad met Iberafrica over de levering van onderdelen. Daarbij heeft Niigata echter toegelicht dat Iberafrica al jaren één van haar belangrijkste afnemers van Niigata-onderdelen is. Niigata en Iberafrica hebben voor de levering van onderdelen in 2008 zelfs een overeenkomst gesloten. Dat Niigata pogingen onderneemt Iberafrica als klant te behouden, bijvoorbeeld door haar een scherpe aanbieding te doen, betekent niet dat zij misbruik van een machtspositie maakt. Ook voor ondernemingen met een machtspositie geldt immers in beginsel het recht te handelen zoals zij ter verdediging van haar belangen wenselijk achten. Een onderneming met een machtspositie heeft ook het recht handelspartners vrij te kiezen en vrij over haar eigendommen te beschikken. Zulk gedrag is mogelijk niet toelaatbaar wanneer het dient ter versterking of misbruik van een machtspositie maar [eiser] heeft onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat Niigata groothandelaars structureel uitsluit of uitbuit ter versterking van haar machtspositie. Derhalve is niet komen vast te staan dat Niigata door overtreding van artikel 24 Mw onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld.

- schending van een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm

4.11.

[eiser] heeft tot slot aangevoerd dat Niigata een in het kader van de precontractuele fase op Niigata rustende zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden. Niigata zou op onrechtmatige wijze gebruik hebben gemaakt van de door [eiser] verstrekte informatie om daarmee vervolgens [eiser] een opdracht afhandig te maken.

Anders dan [eiser] stelt, hebben partijen echter geen onderhandelingen gevoerd en bevonden zij zich niet in een precontractuele fase waarin het afbreken van onderhandelingen strijd met de redelijkheid en billijkheid kan opleveren. Van een uit de precontractuele fase voortvloeiende zorgvuldigheidsnorm is derhalve geen sprake. Ook overigens is volgens de rechtbank niet gebleken dat Niigata een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden. Uit de vrijheid van handel en bedrijf volgt dat Niigata in beginsel vrij is Iberafrica een aanbieding te doen, ook als dat betekent dat [eiser] daarmee een klant afhandig wordt gemaakt. De stelling van [eiser] dat Niigata daarbij gebruik heeft gemaakt van door [eiser] verstrekte informatie leidt in dit geval niet tot een ander oordeel. Zoals hiervoor al uiteen is gezet, was Iberafrica al een groot aantal jaren een belangrijke klant van Niigata en bestond tussen hen al geruime tijd een overeenkomst voor de levering van onderdelen. Dat Niigata daarop aan Iberafrica een aanbieding heeft gedaan om haar als klant te behouden kan niet als onrechtmatig worden aangemerkt. [eiser] heeft geen bijkomende omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.

4.12.

Nu alle gronden voor toewijzing van de vorderingen zijn verworpen, zullen deze

vorderingen worden afgewezen.

4.13.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van Niigata worden begroot op:

  • -

    vastrecht € 589,00

  • -

    salaris advocaat € 1.130,00 (2,5 x € 452,00)

totaal € 1.719,00.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die zijn begroot op € 1.719,00;

5.3.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T. Boesman en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2014.
901/2309