Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:8158

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-07-2014
Datum publicatie
06-10-2014
Zaaknummer
C/10/11/687 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schuldenares heeft een boedelachterstand laten ontstaan van € 8.019,15 en voor een bedrag van € 1.705,82 aan nieuwe schulden laten ontstaan. Vanaf aanvang van de schuldsaneringsregeling is er sprake van een boedelachterstand. De boedelachterstand is opgelopen tot een bedrag van € 8.019,15. Schuldenares heeft gedurende de gehele schuldsaneringsregeling geen pogingen gedaan de boedelachterstand aan te zuiveren. In plaats van zich tot het uiterste in te spannen teneinde zoveel mogelijk te sparen voor haar schuldeisers, heeft schuldenares haar inkomen aan haarzelf en haar gezin besteed. Schuldenares heeft gedurende de gehele schuldsaneringsregeling een fulltime baan gehad waardoor zij in de gelegenheid was een aanzienlijk bedrag te sparen gedurende drie jaar. Dat schuldenares inmiddels hulp heeft ingeschakeld doet hier niets aan af.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet, geldigheid: 2014-10-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Insolventie

weigering schone lei

insolventienummer: [nummer]

nummer verklaring: [nummer]

uitspraakdatum: 17 juli 2014

Bij vonnis van deze kamer van 25 juli 2011 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam],

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats],

voorheen handelend onder de naam [naam onderneming],

gevestigd [adres], [plaats],

schuldenares,

bewindvoerder: S.A.M. Koppelman.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 10 juli 2014. De schuldenares bijgestaan door haar advocaat, mr. W.H. Klein Meuleman, en mevrouw C. van der IJssel van PIT Parnassia alsmede de heer J. Perrez Herrera namens de bewindvoerder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

De bewindvoerder heeft op 25 juni 2014 een faxbericht gestuurd naar de rechtbank met daarin de laatste stand van zaken. De bewindvoerder heeft gemeld dat schuldenares haar informatieverplichting niet naar behoren is nagekomen. De bewindvoerder heeft vanaf september 2012 tot en met december 2012 en vanaf januari 2014 tot en met mei 2014 geen inkomensspecificaties ontvangen van schuldenares. Tevens heeft de bewindvoerder berekend tot januari 2014 een boedelachterstand geconstateerd van € 5.806,67. De bewindvoerder verwacht echter dat de exacte boedelachterstand hoger zal uitvallen aangezien schuldenares uitsluitend de minimale boedelbijdrage afdraagt. Schuldenares dient gelet op haar inkomen maandelijks meer af te dragen. Ook heeft schuldenares voor een bedrag van € 1.705,82 aan nieuwe schulden laten ontstaan.

Ter terechtzitting heeft de bewindvoerder verklaard dat hij de inkomensspecificaties van januari, februari en april 2014 heeft ontvangen. De bewindvoerder heeft de specificaties verwerkt in het boedeloverzicht waardoor de boedelachterstand is toegenomen tot een bedrag van € 8.019,15.

Verder heeft de bewindvoerder niet alle inkomensspecificaties ontvangen van schuldenares. Ook heeft schuldenares niet aangetoond dat de nieuwe schulden zijn voldaan. De bewind- voerder ziet bij een eventuele verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling geen mogelijkheden voor schuldenares om gedurende twee jaar ongeveer € 10.000,- aan nieuwe schulden en boedelachterstand aan te zuiveren. De bewindvoerder heeft daarom de rechtbank geadviseerd de schuldsaneringsregeling te beëindigen zonder toekenning van de schone lei.

De advocaat heeft namens schuldenares verklaard dat de ontbrekende specificaties zijn opgevraagd en dat deze zo spoedig mogelijk zullen worden opgestuurd. Ten aanzien van de boedelachterstand heeft de advocaat namens schuldenares verklaard dat schuldenares tijdens de schuldsaneringsregeling is gescheiden. Schuldenares moest met haar kinderen verhuizen naar een nieuwe woning en moest daarvoor ook spullen aanschaffen. Op dat moment was er al sprake van een boedelachterstand van € 2.330,-. Deze boedelachterstand is in het begin van de regeling ontstaan omdat er onduidelijkheid bestond over het bedrag dat maandelijks moest worden afgedragen. Daarom is de boedelachterstand naar het inzicht van de advocaat van schuldenares niet geheel verwijtbaar aan schuldenares. Verder heeft de advocaat namens schuldenares verklaard dat zij onder behandeling is vanwege psychische problemen. De advocaat van schuldenares heeft schuldenares geadviseerd om beschermingsbewind aan te vragen. De advocaat van schuldenares heeft de rechtbank verzocht de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verlengen voor duur van twee jaar teneinde schuldenares in de gelegenheid te stellen de boedelachterstand en de nieuwe schulden naar vermogen aan te zuiveren.

Schuldenares heeft verklaard dat zij al jaren op zoek is naar hulp bij het doen van haar administratie. Schuldenares heeft bij diverse instanties om hulp gevraagd. Vanaf januari 2013 is schuldenares onder behandeling bij PsyQ. In mei 2014 is schuldenares doorverwezen naar PIT Parnassia vanwege de problemen met het doen van haar administratie. Schuldenares betreurt het dat zij niet eerder deze hulp heeft ontvangen.

3 De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen, waardoor zijn (resterende) schuldenlast niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet licht- vaardig op te vatten verplichtingen. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven hiervan.

De rechtbank is van oordeel dat schuldenares toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Schuldenares heeft immers een boedelachterstand laten ontstaan van € 8.019,15. Tevens heeft schuldenares voor een bedrag van € 1.705,82 aan nieuwe schulden laten ontstaan. Behoudens het verzoek om de schuldsaneringsregeling voor de duur van twee jaar te verlengen, kon schuldenares geen concreet betalingsvoorstel doen teneinde de boedelachterstand en de nieuwe schulden op korte termijn aan te zuiveren.

De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen voor de duur van twee jaar. Vanaf aanvang van de schuldsaneringsregeling is er sprake van een boedelachterstand. De boedelachterstand is inmiddels opgelopen tot een bedrag van € 8.019,15. Schuldenares heeft de hoogte van de boedelachterstand niet betwist. De rechtbank rekent het schuldenares aan dat zij gedurende de gehele schuldsanerings- regeling geen pogingen heeft gedaan de boedelachterstand aan te zuiveren. In plaats van zich tot het uiterste in te spannen teneinde zoveel mogelijk te sparen voor haar schuldeisers, heeft schuldenares haar inkomen aan haarzelf en haar gezin besteed. Schuldenares heeft gedurende de gehele schuldsaneringsregeling een fulltime baan gehad waardoor zij in de gelegenheid was een aanzienlijk bedrag te sparen gedurende drie jaar. Dit heeft schuldenares nagelaten. Dat schuldenares inmiddels hulp heeft ingeschakeld doet hier niets aan af.

Gelet op het vorenstaande wordt de schone lei geweigerd.

De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast conform het bepaalde in het Besluit salaris bewindvoerder schuldsanering.

4 De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat de schuldenares toerekenbaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

- stelt het salaris van de bewindvoerder tot 1 oktober 2012 vast op € 460,00 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting);

- stelt het salaris van de bewindvoerder vanaf 1 oktober 2012 vast op € 928,37 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting);

- stelt de door de bewindvoerder gemaakte reiskosten vast op € 14,80.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2014. 1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.