Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:8148

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-07-2014
Datum publicatie
06-10-2014
Zaaknummer
C/10/12/457-458 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

het langdurig alleen mondeling solliciteren, ondanks herhaalde waarschuwingen van de bewindvoerder, door schuldenaren die de Nederlandse taal niet goed beheersen en waarvan de man niet kan lezen en schrijven.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet, geldigheid: 2014-10-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Insolventie

weigering tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling

insolventienummers: [nummer]

uitspraakdatum: 10 juli 2014

Bij vonnissen van deze kamer van 22 juni 2012 is de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam],

schuldenaar,

-en-

[naam],

schuldenares,

beiden wonende te [adres] [woonplaats],

bewindvoerder: H.A. Thomason.

1 De procedure

De rechter-commissaris heeft op 10 april 2014 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Schuldenaren, bijgestaan door mr. G.M.H. Vriesde en begeleid door maatschappelijk werkster mevrouw S. Correia, en de bewindvoerder zijn gehoord ter terechtzitting van 3 juli 2014. De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de bewindvoerder en (de advocaat van) schuldenaren verwijst de rechtbank naar de betreffende processtukken, waarop hierna – voor zover relevant voor het oordeel van de rechtbank – nader wordt ingegaan.

3 De beoordeling

De bewindvoerder heeft ter terechtzitting verklaard dat schuldenaren vanaf aanvang van de schuldsaneringsregeling alleen mondeling hebben gesolliciteerd. Schuldenaren zijn er door de bewindvoerder bij herhaling op gewezen dat mondelinge sollicitaties niet zijn toegestaan. Het contact met schuldenaren verloopt moeizaam, omdat zij de Nederlandse taal niet goed beheersen.

De advocaat van schuldenaren heeft ter terechtzitting aangevoerd dat schuldenaar niet in staat kan worden geacht schriftelijk te solliciteren, omdat hij niet kan lezen en schrijven. De sollicitaties die schuldenaar heeft verricht worden in het kader van de WW-uitkering door het UWV geaccepteerd.

Ten aanzien van schuldenares, die sinds aanvang van de schuldsaneringsregeling een dienst-verband heeft van 24 uur per week, is door de advocaat van schuldenaren aangevoerd dat zij na een operatie in april 2014 een tijdlang volledig arbeidsongeschikt is geweest. Thans is schuldenares haar werkzaamheden aan het opbouwen.

De advocaat van schuldenaren heeft verder aangevoerd dat beide schuldenaren zich gedurende de schuldsaneringsregeling hebben ingespannen om fulltime werk te vinden, zij het middels mondelinge sollicitaties. Sinds januari 2014 begeleidt de maatschappelijk werkster mevrouw S. Correia schuldenaren hierbij.

De rechtbank stelt vast dat schuldenaren, hoewel zij er door de bewindvoerder bij herhaling op zijn gewezen dat dit niet is toegestaan, vanaf aanvang van de schuldsaneringsregeling alleen mondeling hebben gesolliciteerd. Ten aanzien van schuldenaar stelt de rechtbank vast dat een groot deel van deze sollicitaties open sollicitaties bij uitzendbureaus betreft. Hierdoor ontbreken in het dossier van de bewindvoerder ten aanzien van schuldenaar 80 en ten aanzien van schuldenares 84 (uitgaande van volledige arbeidsongeschiktheid sinds april 2014) goedgekeurde sollicitatiebewijzen. Deze tekortkoming is schuldenaren naar het oordeel van de rechtbank te verwijten, nu zij meermaals op de schriftelijke sollicitatie- verplichting zijn gewezen.

De tekortkoming is naar het oordeel van de rechtbank echter niet dermate ernstig, dat deze een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling rechtvaardigt. De rechtbank neemt hierbij mede in aanmerking dat voldoende aannemelijk is geworden dat schuldenaar niet kan lezen en schrijven. De rechtbank is daarom van oordeel dat schuldenaar in het vervolg ook mondeling mag solliciteren. Schuldenaar dient dan wel op vacatures te solliciteren en inzichtelijk te maken op welke vacature hij heeft gesolliciteerd en met wie hij heeft gesproken. Schuldenaar dient de contactgegevens van deze persoon te noteren, zodat de bewindvoerder de sollicitatieactiviteiten van schuldenaar kan controleren. De rechtbank gaat ervan uit dat de maatschappelijk werkster van schuldenaren schuldenaar hierbij zal begeleiden.

Ten aanzien van schuldenares is de rechtbank van oordeel dat zij in het vervolg, met de hulp van haar maatschappelijk werkster, stipt aan de schriftelijke sollicitatieverplichting dient te voldoen. Schuldenares dient schriftelijk op vacatures te solliciteren en haar sollicitatie- activiteiten aan te tonen door de bewindvoerder elke maand kopieën van haar sollicitatie- brieven toe te sturen.

De rechtbank benadrukt dat schuldenaren, hoewel zij zich middels mondelinge sollicitaties hebben ingespannen om fulltime werk te vinden, een aanzienlijke tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieverplichting hebben laten ontstaan. Om voor verlening van de schone lei in aanmerking te komen, dienen schuldenaren zich in ieder geval gedurende de resterende looptijd van de schuldsaneringsregeling stipt aan bovenvermelde richtlijnen en nadere aanwijzingen van de bewindvoerder te houden. Zij dienen beiden minimaal vier keer per maand te solliciteren, maar bij voorkeur meer. Indien schuldenaren hun sollicitatie-verplichting in het vervolg naar behoren nakomen, dient aan het einde van de termijn van de schuldsaneringsregeling te worden beoordeeld of een verlenging van de termijn van de regeling noodzakelijk is, om bovenvermelde tekortkoming te herstellen, waarbij extra ondernomen sollicitatieactiviteiten kunnen worden meegewogen.

Gezien het voorgaande, weigert de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.

4. De beslissing

De rechtbank:

- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van mr. M. van der Veer, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2014.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.