Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:7709

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-09-2014
Datum publicatie
24-09-2014
Zaaknummer
ROT 14/2283
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurlijke boete vanwege het communiceren met een marifoon met een onjuiste ATIS-code.

Wetsverwijzingen
Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008, geldigheid: 2014-09-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 14/2283

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2014 in de zaak tussen

[naam 1], te [woonplaats], eiser,

en

de minister van Economische Zaken, Agentschap Telecom, verweerder,

gemachtigden mr. F. de Jong en mr. S. Hamstra.

Procesverloop

Bij besluit van 18 oktober 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser een bestuurlijke boete van € 250,- opgelegd.

Bij besluit van 17 februari 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2014. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1.1 Op grond van artikel 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt de wet de bestuurlijke boete die wegens een bepaalde overtreding ten hoogste kan worden opgelegd. Op grond van het tweede lid stemt het bestuursorgaan de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten, tenzij de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld.

1.2 Op grond van artikel 15.1 van de Telecommunicatiewet (Tw) zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, voor zover het betreft de bepalingen die betrekking hebben op het gebruik van frequentieruimte.

1.3 Op grond van artikel 15.4 van de Tw is ACM bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete van ten hoogste € 450.000,- ter zake van overtredingen van de bij of krachtens de in artikel 15.1, eerste lid, bedoelde regels.

1.4 Op grond van artikel 10, aanhef en onder h, van de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 dient bij gebruik van frequentieruimte met de bestemming maritiemmobiele communicatie in het werkingsgebied van de Regionale Regeling de marifoon en de portofoon te zijn voorzien van een systeem voor automatische zenderidentificatie en geprogrammeerd met de toegewezen combinatie van letters of cijfers.

2.1 Op 22 augustus 2013 heeft een toezichthouder van verweerder geconstateerd dat eiser aan boord van het vaartuig “[naam 2]” een marifoon in gebruik had dat terwijl deze een onjuiste, niet aan eiser toegewezen ATIS-code uitzond.

2.2 Op 16 september 2013 heeft verweerder aan eiser een voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete naar eisers oude correspondentieadres verzonden.

2.3 Bij het primaire besluit heeft verweerder eiser een bestuurlijke boete van € 250,- opgelegd.

2.4 Het primaire besluit, dat is verzonden op 18 oktober 2013, is op 24 oktober 2013 door verweerder retour ontvangen. Op 28 oktober 2013 heeft verweerder het primaire besluit vervolgens naar eisers woonadres verzonden.

3.

Eiser heeft de overtreding erkend, maar vindt de boete gezien de mate van schuld en verwijtbaarheid te hoog.

4.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het onderzoek, neergelegd in het Rapport van Bevindingen van 22 augustus 2013 van een toezichthouder van verweerder, gebaseerd op luisteronderzoek met de door verweerder verstrekte ontvang- en decodeerapparatuur, toereikend is om met voldoende zekerheid vast te stellen dat op 22 augustus 2013 om 12:49 en 12:52 uur de marifoon of portofoon aan boord van het vaartuig “[naam 2]” de ATIS-code [code 1] uitzond. De toezichthouder nam waar dat de marifoon of portofoon ook daadwerkelijk werd gebruikt doordat er op de marifoonkanalen 64 en 7 gesprekken werden gevoerd met medewerkers van de Volkeraksluis. De uitgezonden ATIS-code was niet aan eiser toegewezen voor gebruik bij dit vaartuig. De toezichthouder heeft na raadpleging van het gebruikersregister van verweerder geconstateerd dat[code 2] (radioroepnaam[naam 3]) de toegewezen ATIS-code is waaronder eiser is geregistreerd voor het gebruik van een marifoon/portofoon bij dit vaartuig.

5.

Bij de vaststelling van de hoogte van de boete is verweerder gebonden aan artikel 5:46, eerste lid, van de Awb waarin is bepaald dat de wet de bestuurlijke boete bepaalt die wegens een bepaalde overtreding ten hoogste kan worden opgelegd. Verweerder kan volgens artikel 15.4 van de Tw een boete opleggen van ten hoogte € 45.000,-. Volgens het tweede lid dient verweerder de hoogte van de bestuurlijke boete af te stemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Verweerder houdt hierbij rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

6.

De vaststelling van de hoogte van de boete is gebaseerd op een vaste gedragslijn die verweerder al jaren hanteert. Verweerder houdt bij de vaststelling van het bedrag rekening met de verwijtbaarheid van de overtreder en de mate van ernst van de overtreding.

7.

In het geval van eiser heeft verweerder bij het primaire besluit op basis van de gedragslijn een boete opgelegd. Verweerder is uitgegaan van een boetehoogte van € 250,- vanwege het enkele gebruik van een onjuiste ATIS-code.

8.

De vaste gedragslijn is naar het oordeel van de rechtbank redelijk. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de mate van verwijtbaarheid en ernst van de overtreding juist en voldoende gemotiveerd heeft. Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd die verweerder aanleiding had moeten geven om af te zien van het opleggen van een bestuurlijke boete, dan wel deze te matigen.

9.

Het beroep is ongegrond.

10.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Strien, rechter, in aanwezigheid van

R.P. Evegaars, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 september 2014.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.