Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:7081

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-08-2014
Datum publicatie
21-08-2014
Zaaknummer
C/10/446185 / HA ZA 14-254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Arbitragebeding in FENEX-voorwaarden. Beroep op dit arbitragebeding in de onderhavige procedure gedaan in hoedanigheid van expediteur in ruime zin/verhuurster. In de onderhavige procedure wordt gedaagde echter aangesproken in hoedanigheid van zeevervoerder. De rechtbank komt daarom niet toe aan de beoordeling van het beroep op het arbitragebeding. Vordering in incident afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 6, p. 314
NTHR 2014, afl. 5, p. 257
TvA 2014/67
S&S 2015/45

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Afdeling privaatrecht

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/446185 / HA ZA 14-254

Vonnis van 6 augustus 2014

in de zaak van

de vennootschap naar Duits recht

[eiseres] ,

gevestigd te Bernkastel-Kues, Duitsland,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. H. Hampe te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOYER GLOBAL TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Hoyer genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 de dagvaarding van 31 december 2013,

 de akte houdende overlegging producties van de zijde van [eiseres], met producties,

 de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties,

 de conclusie van antwoord in incident houdende de exceptie van onbevoegdheid tevens akte overlegging productie in bodemprocedure en incident, met een productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling

in de hoofdzaak

2.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Hoyer te veroordelen tot betaling van € 85.692,93, te vermeerderen met de rente naar Duits recht vanaf de dag dat de partijen wijn in goede conditie hadden moeten worden afgeleverd, subsidiair vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Hoyer in de kosten van het geding.

[eiseres] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Zij heeft in het najaar van 2010 in totaal 95.000 liter wijn gekocht bij de wijnboer Boar’s Rock Pty. Ltd. in Australië en aan Hoyer opdracht gegeven om de wijn te vervoeren van McLaren Vale in Australië naar Bernkastel-Kues in Duitsland. Voor het transport heeft Hoyer gebruik gemaakt van flexitanks, die per tank ongeveer 24.000 liter kunnen bevatten en die werden vervoerd in containers (in elke container één tank). [eiseres] heeft schade geleden doordat de wijn onderweg gecontamineerd is geraakt met de chemische stof naphtaline, die de wijn voor menselijke consumptie ongeschikt maakte. Hoyer is als gecombineerd vervoerder voor de tijdens transport ontstane schade aansprakelijk, aangezien zij gehouden was de wijn in dezelfde onbeschadigde staat in Bernkastel-Kues uit te leveren als waarin zij die te McLaren Vale in Australië in ontvangst had genomen.

in het incident

2.2.

Hoyer vordert dat de rechtbank zich bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de proceskostenveroordeling, onbevoegd verklaart om van de vordering van [eiseres] kennis te nemen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten van het incident.

Hoyer legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Zij is opgetreden in de hoedanigheid van expediteur in ruime zin, danwel als expediteur en daarnaast verhuurster van flexitanks en containers. Op de rechtsverhouding tussen partijen zijn de FENEX-voorwaarden van toepassing, waarin een arbitrageclausule is opgenomen. Wanneer Hoyer optreedt als zeevervoerder, waarvan in dit geval geen sprake is, dan vloeit uit de afgifte van een Hoyer-cognossement op basis van het zogenaamde “Combicon”-formulier voort dat op de rechtsverhouding tussen Hoyer en de opdrachtgever de Combicon-voorwaarden van toepassing zijn. In alle overige gevallen waarin Hoyer niet als zeevervoerder optreedt, verricht zij haar diensten onder toepasselijkheid van de FENEX-voorwaarden. Voorafgaand aan de overeenkomst tussen partijen heeft Hoyer in de verwijzingsclausule onderaan haar e-mails aan [eiseres] tussen 3 en 15 februari 2010 verwezen naar de toepasselijkheid van de FENEX-voorwaarden. Zij heeft bovendien op al haar facturen verwezen naar de toepasselijkheid van de FENEX-voorwaarden. Subsidiair stelt Hoyer dat een aparte arbitrageovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen door middel van de arbitrageclausule die separaat en expliciet is vermeld in de verwijzingsclausule onderaan de e-mail van 15 februari 2010 aan [eiseres] met daarin het aanbod voor haar werkzaamheden. Door niet te protesteren, heeft [eiseres] stilzwijgend de arbitrage-clausule aanvaard.

2.3.

Het verweer van [eiseres] strekt tot afwijzing van de vordering van Hoyer, met veroordeling van Hoyer in de proceskosten van het incident. Zij voert ter onderbouwing aan dat de FENEX-voorwaarden niet van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen en evenmin een aparte arbitrageovereenkomst is gesloten. Hoyer heeft in haar orders noch op andere wijze kort vóór of uiterlijk bij het afsluiten van de overeenkomsten naar de toepasselijkheid van algemene voorwaarden verwezen.

2.4.

De rechtbank overweegt dat Hoyer zich slechts voor zover zij in hoedanigheid van expediteur in ruime zin, dan wel als verhuurster van containers en flexitanks is opgetreden op het arbitragebeding in de FENEX-voorwaarden beroept. Zij doet geen beroep op het arbitragebeding in de FENEX-voorwaarden voor het geval zij in hoedanigheid van (zee)vervoerder is opgetreden. Wanneer zij als zeevervoerder optreedt, gelden volgens Hoyer de Combicon-voorwaarden, die kennelijk geen arbitrageclausule bevatten.

[eiseres] vordert schadevergoeding uit hoofde van één of meer vervoerovereen-komst(en). Zij spreekt Hoyer dus niet aan in haar hoedanigheid van expediteur in ruime zin, dan wel als verhuurster, maar uitsluitend in haar hoedanigheid van (zee)vervoerder. De rechtbank komt derhalve niet toe aan de beoordeling van het beroep van Hoyer op het arbitragebeding in de FENEX-voorwaarden, nu Hoyer dat beroep op het arbitragebeding slechts in haar hoedanigheid van expediteur/verhuurster heeft gedaan.

De vordering in het incident wordt derhalve afgewezen.

2.5.

Hoyer zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

wijst het gevorderde af,

3.2.

veroordeelt Hoyer in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 452,00,

3.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

3.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 3 september 2014 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2014.

2031/1928