Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:7077

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-08-2014
Datum publicatie
21-08-2014
Zaaknummer
C/10/446749 / HA ZA 14-286
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie: Bedrijfsopvolging. Recht van Litouwen. Vennootschapsrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2015/80

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/446749 / HA ZA 14-286

Vonnis in verzet van 6 augustus 2014

in de zaak van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DUTCH MARINE INSURANCE B.V. (in de inleidende dagvaarding abusievelijk aangeduid als “de naamloze vennootschap DUTCH MARINE INSURANCE N.V.”),

gevestigd te Rotterdam,

2. de naamloze vennootschap

AEGON NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Den Haag,
eiseressen,

geopposeerden,

advocaat mr. E.C.H. van Loosbroek,

tegen


de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

UAB TRANSBANK LOGISTICS,

gevestigd te Vilnius, Litouwen,
gedaagden,

opposante,

advocaat mr. V.R. Pool.

Eiseressen/geopposeerden zullen hierna gezamenlijk Dutch Marine Insurance c.s. en afzonderlijk Dutch Marine Insurance BV respectievelijk Aegon genoemd worden, gedaagde/opposante UAB Transbank Logistics.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het door deze rechtbank op 16 oktober 2013 tussen Dutch Marine Insurance c.s. als eiseressen en UAB Transbank Logistics als gedaagde bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer / rolnummer C/10/433299 / HA ZA 13-957 (hierna: het verstekvonnis) alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

  • -

    de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord) van 10 december 2013, met vier producties;

  • -

    de akte tot rectificatie van Dutch Marine Insurance c.s.;

  • -

    het vonnis van 16 april 2014, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de brief van de advocaat van Dutch Marine Insurance c.s. van 3 juni 2014, met dertien producties;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitiezitting, gehouden op 19 juni 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1.

In of omstreeks mei 2012 heeft B&S Köpcke Global Supply B.V. (hierna: B&S Köpcke) opdracht gegeven voor het vervoer over de weg van Dordrecht naar Kabul, Afghanistan, van twee zendingen diepgevroren levensmiddelen.

2.2.

De zendingen zijn in Dordrecht ten vervoer in ontvangst genomen onder afgifte van twee CMR-vrachtbrieven, met nummers TR100138 en TR100136, en vervolgens vervoerd naar Kabul.

2.3.

Op of omstreeks 13 respectievelijk 21 juni 2012 zijn de zendingen aangekomen in Kabul.

3. Het geschil

3.1.

Na eisvermindering vorderen Dutch Marine Insurance c.s. dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad UAB Transbank Logistics veroordeelt tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting van € 116.180,40, te vermeerderen met de expertisekosten ad € 1.920,76 en ad € 1.874,63 en met de CMR-rente vanaf 13 juni 2012 over € 15.719,43, vanaf 21 juni 2012 tot en met 6 mei 2013 over € 169.353,47 en vanaf 7 mei 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening over € 100.460,97, met veroordeling van UAB Transbank Logistics in de proceskosten.

3.2.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten leggen Dutch Marine Insurance c.s. aan deze vordering onder meer de volgende stellingen ten grondslag:
- het onderhavige vervoer is opgedragen aan UAB Transbank Logistics;
- UAB Transbank Logistics heeft de zendingen niet in dezelfde goede, gezonde en complete staat ter bestemming afgeleverd als waarin zij deze ten vervoer in ontvangst had genomen;
- bovendien is gebleken dat de zending die vervoerd is onder afgifte van CMR-vrachtbrief met nummer TR100138 zonder kennisgeving is overgeladen in een andere reefer/trailer wegens het niet functioneren van de oorspronkelijke reefer/trailer;
- de schades aan de zendingen die als gevolg hiervan zijn ontstaan bedragen € 15.719,43 en € 169.353,47;
- als vervoerder van deze zendingen is UAB Transbank Logistics voor deze schades aansprakelijk, aangezien niet is gebleken van overmacht of andere haar van aansprakelijkheid bevrijdende omstandigheden;
- Dutch Marine Insurance BV en Aegon hebben ingevolge de met hen afgesloten verzekeringsovereenkomst de schade aan de zending vergoed - Dutch Marine Insurance BV voor 95%, Aegon voor 5% -, waardoor zij in de rechten van hun verzekerde, B&S Köpcke, zijn getreden;
- na het uitbrengen van de inleidende dagvaarding op 7 juni 2013 is gebleken dat UAB Transbank Logistics door middel van verrekening ter zake van de oorspronkelijk gevorderde schade een bedrag van € 68.892,50 heeft vergoed.

3.3.

In het verstekvonnis is de vordering van Dutch Marine Insurance c.s. toegewezen en is UAB Transbank Logistics veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen aan Dutch Marine Insurance c.s. In haar verzetdagvaarding vordert UAB Transbank Logistics haar te ontheffen van deze veroordeling, “waarbij de Rechtbank Rotterdam zich alsnog onbevoegd verklaart om van de vordering kennis te nemen, althans de Rechtbank Rotterdam alsnog eiseressen, althans één van hen, niet ontvankelijk verklaart in haar vordering, althans de vordering afwijst” en Dutch Marine Insurance c.s. te veroordelen in de kosten van het verzet bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

3.4.

Tot dit verweer voert UAB Transbank Logistics de volgende argumenten aan - samengevat:
- de rechtbank mist internationale bevoegdheid om kennis te nemen van de vordering van Dutch Marine Insurance c.s.;
- B&S Köpcke heeft niet gecontracteerd met UAB Transbank Logistics maar met een andere Litouwse vennootschap, te weten UAB Transbankas; tussen B&S Köpcke en UAB Transbank Logistics bestaat derhalve geen rechtsbetrekking;
- betwist wordt dat Dutch Marine Insurance BV als betrokken verzekeraar gesubrogeerd is in de rechten van B&S Köpcke;
- betwist wordt dat de zendingen in goede staat ten vervoer zijn aangeboden;
- verder wordt een beroep gedaan op de gebrekkige aard van de goederen en de gebrekkige verpakking/foute stuwage (art. 17 lid 4 CMR);
- voor zover UAB Transbank Logistics al aansprakelijk is voor de gevorderde schade, is zij hiervoor overeenkomstig de aansprakelijkheidslimiet slechts beperkt aansprakelijk, terwijl bovendien op grond van artikel 23 lid 4 CMR de waarde van de goederen moet worden vastgesteld volgens de beurskoers of gangbare marktprijs van de goederen in Nederland.

4 De beoordeling

4.1

De vordering van Dutch Marine Insurance c.s. is gebaseerd op een wegvervoerovereenkomst.

Gelet op haar internationale karakter valt deze vordering onder het toepassingsbereik van de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Vo).
In artikel 71 lid 1 EEX-Vo is bepaald dat de verordening onverlet laat een verdrag dat ten aanzien van een bijzonder onderwerp de rechterlijke bevoegdheid en/of de erkenning en tenuitvoerlegging regelt. Het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg van 19 mei 1956 (hierna: CMR) regelt het bijzondere onderwerp van het grensoverschrijdende wegvervoer en bevat regels inzake de rechterlijke bevoegdheid. Artikel 1 CMR bepaalt kort gezegd dat dit Verdrag van toepassing is op iedere overeenkomst onder bezwarende titel voor het vervoer van goederen over de weg door middel van voertuigen, wanneer de plaats van inontvangstneming van de goederen en de plaats bestemd voor de aflevering gelegen zijn in twee verschillende landen, waarvan tenminste één land partij bij dit Verdrag is.

4.2

Een forumkeuze is gesteld noch gebleken. De Nederlandse rechter heeft dan ook op grond van artikel 31 lid 1 onder b CMR rechtsmacht, nu de plaats van inontvangstneming van de goederen Dordrecht was, en deze rechtbank is relatief bevoegd op grond van artikel 630 Rv.

4.3

Vast is komen te staan dat B&S Köpcke haar vervoeropdracht niet heeft verstrekt aan UAB Transbank Logistics maar aan UAB Transbankas en dat B&S Köpcke derhalve niet heeft gecontracteerd met eerstgenoemde maar met laatstgenoemde Litouwse vennootschap. Verder is niet in geschil dat UAB Transbankas op 22 januari 2013 failliet is verklaard. Dutch Marine Insurance c.s. stellen dat UAB Transbank Logistics niettemin aansprakelijk is jegens hen, omdat UAB Transbank Logistics de rechtsopvolgster is van UAB Transbankas. Hiertoe voeren zij aan - samengevat - dat kort na het ontstaan van de schade UAB Transbankas heeft aangegeven aan B&S Köpcke dat zij opgehouden was te bestaan en dat op opdrachten van B&S Köpcke vervolgens is gereageerd door UAB Transbank Logistics. Afspraken die gemaakt waren met UAB Transbankas zijn derhalve uitgevoerd door UAB Transbank Logistics. UAB Transbank Logistics heeft de activiteiten van UAB Transbankas overgenomen en heeft dezelfde CEO en general manager. UAB Transbank Logistics betwist dat zij de rechtsopvolgster is van UAB Transbankas. Zij heeft een ‘legal opinion’ van een Litouwse advocaat overgelegd waarin wordt bevestigd dat UAB Transbank Logistics geen rechten en verplichtingen van UAB Transbankas heeft overgenomen.
In dit verband overweegt de rechtbank als volgt.

4.4

Gelet op het internationale karakter van deze zaak dient allereerst bezien te worden aan de hand van welk recht de vraag of UAB Transbank Logistics de rechtsopvolgster is van UAB Transbankas moet worden beantwoord.
Overeenkomstig (de beginselen) van het voor Nederland geldende conflictenrecht dient de vraag of een corporatie (rechtspersoon) in de rechten en verplichtingen is getreden van een andere corporatie (rechtspersoon) gekwalificeerd te worden als een vraag die wordt beheerst door het op corporaties (rechtspersonen) toepasselijke recht. Zie (bijvoorbeeld) artikel 10:119, aanhef en sub a, BW.
Kwesties die behoren tot het recht inzake rechtspersonen (vennootschappen), zoals de rechts- en handelingsbevoegdheid, vallen buiten het materiële toepassingsgebied van de internationale ‘ipr-instrumenten’ EEG-Overeenkomstenverdrag van 19 juni 1980 (EVO) (zie art. 1 lid 2 sub e daarvan), EU-Verordening 593/2008 (Rome I-Vo) (zie art. 1 lid 2 sub f daarvan) en EU-Verordening nr. 864/2007 (Rome II-Vo) (zie art. 1 lid 2 sub d daarvan). Bij gebreke van een toepasselijke internationale ipr-regeling dient het toepasselijke recht derhalve te volgen uit het commune Nederlandse conflictenrecht. Het commune Nederlandse conflictenrecht inzake corporaties (rechtspersonen) is thans opgenomen in Titel 8 (artt. 117-124) van Boek 10 BW, dat in werking is getreden op 1 januari 2012. Ingevolge artikel 10:119, aanhef en sub a, BW beheerst het op een corporatie (rechtspersoon) toepasselijke recht onder meer “de bevoegdheid drager te zijn van rechten en verplichtingen, rechtshandelingen te verrichten en in rechte op te treden”. Bij dit op een corporatie (rechtspersoon) toepasselijke recht gaat het om het recht van het land van oprichting van de corporatie (rechtspersoon), zo volgt uit artikel 10:118 BW. Beide vennootschappen zijn in Litouwen gevestigd, zodat op de vraag of UAB Transbank Logistics de rechtsopvolgster is van UAB Transbankas Litouws recht van toepassing is.

4.5

Litouwen kent een wet inzake het vennootschapsrecht, die in het Engels wel wordt aangeduid als de Law amending the Law on Companies. Deze wet dateert van 13 juli 2000 (No VIII-1835). De meest recente wijziging van deze wet dateert van 17 juli 2009
(No XI-354). Voorts kent Litouwen een Burgerlijk Wetboek (Civil Code) (van 18 juli 2000), waarvan de meest recente wijziging dateert van 21 juli 2011 (No XI-1484). Een en ander kan ontleend worden aan de website van het parlement van Litouwen (Seimas), www.lrs.lt, op welke website ook vertalingen van Litouwse wetten zijn geplaatst.
Hoofdstuk 8 (artt. 61-74) van genoemde Litouwse vennootschapswet betreft de Reorganization, Split-off, Transformation and Liquidation of the Company. Als gezegd, UAB Transbankas is failliet verklaard. Op UAB Transbankas zijn dan ook slechts van toepassing de artikelen 73 (betreffende de procedure van de Liquidation of a Company) en 74 (betreffende de bevoegdheden (Powers) van de Liquidator (curator)). De voorafgaande artikelen, 61-72, van Hoofdstuk 8 hebben betrekking op andere wijzen van beëindiging van een vennootschap en missen derhalve toepassing.
Artikel 73 in genoemde Engelse vertaling luidt als volgt - aangehaald voor zover relevant:

1. A company may be liquidated on the grounds laid down in the Civil Code for the liquidation of legal persons.

2. A decision on liquidation of a company shall be adopted by the General Meeting of Shareholders or a court in the cases specified by the Civil Code.

3.[..]

4. A bankrupt company shall be liquidated according to the procedure laid down in the Enterprise Bankruptcy Law.

5. The General Meeting of Shareholders or a court, having adopted a decision on liquidation of a company, or the manager of the Register of Legal Entities, where a decision on liquidation of the company is adopted by the court on the initiative of the manager, must elect (appoint) the liquidator.

6. From the day of adoption of a decision on liquidation of a company by the General Meeting of Shareholders, the company shall acquire the status of a company in liquidation. Upon his election (appointment), the liquidator shall assume the rights and duties of the company manager and the Board. The company manager and the Board shall lose their powers as of the appointment of the liquidator. The General Meeting of Shareholders may be convened according to the procedure laid down in this Law.

7. The documents of a company in liquidation used by it in dealings with third parties must, inter alia, indicate its legal status “in liquidation”.

8.[..]
9.[..]
10. The liquidator shall publish a notification of the liquidation of a company 3 times with at least 30-day intervals between the publications in the daily indicated in the Articles of Association or publish it once in the daily indicated in the Articles of Association and notify all the creditors of the company thereof in writing. The publication or notice must include all the particulars of the company referred to in Article 2.44 of the Civil Code.

11.[..]
12.[..]
13.[..]
14.[..]
15.[..]
16.[..]
17.[..]

Artikel 74 in genoemde Engelse vertaling luidt als volgt - aangehaald voor zover relevant:

1. The liquidator shall have the rights and duties of the Board and the company manager. Only a natural person may be the liquidator and he shall be subject to the same requirements as those applicable to the company manager.

2.[..]
3.[..]
4.[..]
5.[..].


4.6 Niet valt in te zien waarom UAB Transbank Logistics op grond van de hierboven in rov. 4.3 genoemde argumenten van Dutch Marine Insurance c.s. naar Litouws recht rechtsopvolgster zou zijn geworden van UAB Transbankas nadat UAB Transbankas failliet was verklaard (liquidated). Dat UAB Transbank Logistics vóór of na de faillietverklaring van UAB Transbankas anderszins de rechten en verplichtingen van laatstgenoemde vennootschap heeft overgenomen (overname of doorstart) is gesteld noch gebleken. UAB Transbank Logistics is UAB Transbankas derhalve niet opgevolgd als contractuele wederpartij van B&S Köpcke (Dutch Marine Insurance c.s.) en derhalve is zij niet gehouden tot betaling van de op grond van de onderhavige overeenkomst(en) gevorderde schadevergoeding. Zij zal dan ook worden ontheven van de tegen haar uitgesproken veroordeling bij het verstekvonnis en de vordering van Dutch Marine Insurance c.s. zal worden afgewezen.


4.7 Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Dutch Marine Insurance c.s. in de proceskosten van deze verzetprocedure worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van UAB Transbank Logistics worden begroot op:
- explootkosten verzetdagvaarding € 76,71
- vastrecht € 3.829,00

- salaris advocaat € 2.842,00 (2 x € 1.421,00)
totaal € 6.747,71.



5.De beslissing


De rechtbank,

ontheft UAB Transbank Logistics van de tegen haar uitgesproken veroordeling bij het verstekvonnis van 16 oktober 2013 onder zaaknummer / rolnummer C/10/433299 / HA ZA 13-957;

wijst de vordering af;

veroordeelt Dutch Marine Insurance c.s. in de proceskosten van deze verzetprocedure ten bedrage van € 6.747,71;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2014.
901/1573