Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:7003

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-07-2014
Datum publicatie
21-08-2014
Zaaknummer
C-10-414288_04072014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zeerecht. Beperking van aansprakelijkheid. IPR. LLMC. Heeft een schuldeiser vorderingen op verzoeksters ingediend? Maatstaf artt. 3:33 en 3:35 BW jo. art. 642ld 1 Rv. Uit het gestelde in art. 642l lid 4 Rv volgt dat het niet-voldoen aan het vereiste van overlegging van bewijsstukken (als bedoeld in lid 1) geen fataal gevolg heeft. Indien de schuldeiser de stukken ter onderbouwing van zijn vordering niet dadelijk heeft ingediend, dan dient hij dat op verzoek van de vereffenaar alsnog te doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 6, p. 312
S&S 2015/53

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Afdeling privaatrecht

Team haven & handel

zaaknummer / rekestnummer: C/10/414288 / HA RK 12-970

wrakkenfonds en zakenfonds zeeschip ‘Corvus J’

Beschikking van de rechter-commissaris van 4 juli 2014

in de zaak van

1. de rechtspersoon en/of vennootschap naar buitenslands recht

MARE SCHIFFAHRTSGESELLSCHAFT MBH & CO. KG MS “CORVUS J”,

gevestigd te Haren, Ems, Duitsland,

2. de rechtspersoon en/of vennootschap naar buitenslands recht

MIJATA SHIPPING COMPANY LIMITED,

gevestigd te Limassol, Cyprus,

verzoeksters,

advocaat mr. H.C.A. van der Houven van Oordt.

1 De loop van het geding en de punten van geschil

1.1.

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechter-commissaris naar de beschikking van 20 februari 2013.

Op 29 november 2013, 9 januari 2014 en 1 juli 2014 zijn verificatievergaderingen gehouden waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

1.2.

Op de verificatievergadering van 1 juli 2014 is bepaald dat bij beschikking van vandaag een beslissing zal worden gegeven over de vraagpunten:

(1) primair: of de schuldeiser United European Car Carriers Unipessoal Lda, gevestigd te Funchal, Portugal, (hierna: UECC Lda) met het faxbericht van haar advocaat mr. A.P. Smit van 18 juni 2013 vorderingen op verzoeksters in het zakenfonds heeft ingediend tot vergoeding van verloren gegane brandstoffen en van voor niets betaalde tijdvracht op grond van een tijdbevrachtingsovereenkomst, ten belope van omstreeks US$ 309.000,00 met rente en kosten;

(2) subsidiair: of zodanige vordering van UECC Lda alsnog moet worden toegelaten op basis van de e-mail van mr. Smit van 27 juni 2014.

Verzoeksters nemen het standpunt in dat in het faxbericht van 18 juni 2013 zodanige vordering niet is ingediend en dat zodanige vordering van UECC Lda niet alsnog mag worden toegelaten.

Op die verificatievergadering hebben partijen daarover gedebatteerd. De rechter-commissaris verwijst naar het onder punt 3 van het proces-verbaal gestelde en de aan het proces-verbaal gehechte stukken:

  • -

    het faxbericht van mr. Smit aan de vereffenaar van 18 juni 2013;

  • -

    de e-mail van mr. Smit aan de vereffenaar van 27 juni 2014 met drie bijlagen;

  • -

    de notities Mondelinge toelichting van mr. Smit;

  • -

    de e-mail van mr. Van der Houven van Oordt van 27 juni 2014.

2. De beoordeling

Toepasselijk recht

2.1.

Er is sprake van een internationaal geval, omdat UECC Lda in Portugal is gevestigd, de verzoeksters in Duitsland, respectievelijk Cyprus gevestigd zijn en deze procedure aanhangig is bij een Nederlandse rechter.

2.2.

De vraag of UECC Lda met het faxbericht van 18 juni 2013 van mr. Smit aan de vereffenaar de door haar beoogde vorderingen tegen verzoeksters in het zakenfonds heeft ingediend, betreft een procesrechtelijk onderwerp in het kader van de onderhavige procedure tot beperking van aansprakelijkheid in Nederland, waarbij een zakenfonds is gevormd. Immers, na die fondsvorming heeft de rechter-commissaris bij beschikking van 20 februari 2014 op de voet van artikel 642g Rv bepaald dat vorderingen op verzoeksters uiterlijk op 28 juni 2013 bij de vereffenaar moesten worden ingediend. In dat kader heeft UECC Lda het faxbericht van 18 juni 2013 aan de vereffenaar gestuurd.

Ingevolge de regel van toepasselijk recht van artikel 14 van het Verdrag inzake de beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, Londen 19 november 1976, aangepast bij Protocol van 2 mei 1996 (hierna: LLMC), welk verdrag eenvormig privaatrecht vormt voor het onderwerp van beperking van aansprakelijkheid van zeeschepen, is daarop het recht van de staat waar het fonds is gevormd van toepassing.

Derhalve is Nederlands recht van toepassing op de thans voorliggende vraagpunten.

Heeft UECC Lda met het faxbericht van 18 juni 2013 vorderingen op verzoeksters in het zakenfonds ingediend tot vergoeding van verloren gegane brandstoffen en voor niets betaalde tijdvracht op grond van een tijdbevrachtingsovereenkomst, ten belope van omstreeks US$ 309.000,00?

2.3.

UECC Lda stelt dat zij in het faxbericht van 18 juni 2013 vorderingen op verzoeksters bij de vereffenaar van het zakenfonds heeft ingediend tot vergoeding van verloren gegane brandstoffen en van voor niets betaalde tijdvracht op grond van een tijdbevrachtingsovereenkomst, ten belope van omstreeks US$ 309.000,00. Dat faxbericht van 18 juni 2013 luidt – voor zover in dezen van belang – als volgt:

VERZOEKERS/INDIENERS VORDERING:

In deze treedt ondergetekende op voor en namens:

United European Car Carriers Unipessoal LDA, Funchal, Portugal;

United European Car Carriers AS, Oslo, Noorwegen,

Allen hierna te noemen UECC”.

FEITEN:

UECC, althans een van haar vennootschappen, was tijdbevrachter van de BALTIC ACE ten tijde van het zinken van het schip.

Als gevolg van de op of omstreeks 5 december 2012 plaatsgevonden aanvaring op de Noordzee tussen de CORVUS J en de BALTIC ACE en het naar aanleiding daarvan zinken van de BALTIC ACE is lading die door UECC werd vervoerd op de BALTIC ACE volledig verloren gegaan. Verder heeft zij andere schade geleden.

[..]

INDIENEN VORDERINGEN ONDER FONDSEN:

Verder dient UECC hierbij (gedeeltelijk) voorwaardelijk de hieronder te noemen vorderingen in onder de door CORVUS J gevormde respectievelijke fondsen. [..]

[..]

Vordering 4:

De BALTIC ACE voer in (sub)tijdbevrachting voor UECC voor een periode van 14 dagen. Als gevolg van het zinken van de BALTIC ACE bestaat er een (potentiele) claim voor kosten/schade onder de tijdbevrachtingsovereenkomst, die vooralsnog begroot wordt op USD 309.000,00 plus rente en kosten. UECC behoudt zich het recht voor het bedrag naar boven of naar beneden aan te passen indien aanvullende informatie daartoe aanleiding zou geven.

[..]

ONDERBOUWING SCHADE:

Zoals reeds aangegeven ontbreken voor het overgrote deel de exacte schadebedragen en kosten nog op grond van bovenstaande feiten. UECC zal zodra de schade en kosten nader gekwantificeerd kunnen worden deze met nadere stukken onderbouwen.

[..]

Tenslotte:

UECC verzoekt beleefd om een bevestiging van de ontvangst van en het tijdig indienen van haar vorderingen en de betwisting van het recht op beperking. [..]”.

Voorts stelt UECC Lda het volgende. UECC Lda had de ‘Baltic Ace’ van Euro Marine Logistics N.V. (hierna: EML) in tijdbevrachting. Ingevolge de bepalingen van de timecharter-party en het daarop van toepassing zijnde recht was UECC Lda eigenaar van de brandstoffen aan boord van de ‘Baltic Ace’.

De vereffenaar heeft na ontvangst van het faxbericht van 18 juni 2013 de vordering van UECC Lda in het zakenfonds op de lijst geplaatst als “potentiele claim voor kosten/schade onder tijdbevrachtingsovereenkomst, voorlopig begroot op US$ 309.000,00” en rente en kosten als pm-post. Daaruit blijkt dat de vordering daadwerkelijk is ingediend.

UECC Lda heeft haar vordering nader gespecificeerd en onderbouwd in de e-mail van mr. Smit van 27 juni 2014 en de daarbij gevoegde bijlagen.

2.4.

Verzoeksters nemen het standpunt in dat de gestelde vordering met het faxbericht van 18 juni 2013 niet is ingediend bij de vereffenaar en verwijzen daartoe naar de e-mail van mr. Van der Houven van Oordt van 27 juni 2014. Verzoeksters voeren voorts het volgende aan.

In het faxbericht van 18 juni 2013 heeft UECC Lda niet voldoende duidelijk, gespecificeerd en onderbouwd als voorgeschreven in artikel 642l Rv een vordering ingediend. Verzoeksters hebben in dat faxbericht geen vordering wegens het verlies van brandstoffen of tijdvracht kunnen lezen.

UECC Lda heeft, ondanks het verzoek van de vereffenaar gedaan in juni 2013, geen specificatie van haar vordering ingediend.

2.5.

De vereffenaar heeft de ontvangst van het faxbericht van 18 juni 2013 bevestigd en op de lijst van voorlopige betwiste schuldvorderingen het volgende genoteerd:

Crediteur 7:

United European Car Carriers Unipessoal Lda, Funchal, Portugal

[..]

Vertegenwoordigd door: mr. A. Smit

Ruitinga & Van Noort Advocaten

[..]

[..]

Potentiële claim voor kosten/schade

onder de tijdbevrachtingsovereenkomst,

voorlopig begroot op USD 309.000,00

Rente en kosten P.M.

[..]

Totaal USD 309.000,00 + P.M.”.

De vereffenaar heeft ter zitting van 1 juni 2013 verklaard dat hij aan mr. Smit om een nadere onderbouwing van de diverse bij het faxbericht van 18 juni 2013 ingediende vorderingen heeft verzocht, maar die niet heeft gekregen. De andere schuldeisers hebben hun vorderingen wel gespecificeerd en onderbouwd, zo heeft de vereffenaar verklaard.

2.6.

De beantwoording van de vraag of UECC Lda met het faxbericht van 18 juni 2013 vorderingen op verzoeksters bij de vereffenaar van het zakenfonds heeft ingediend tot vergoeding van verloren gegane brandstoffen en van voor niets betaalde tijdvracht op grond van een tijdbevrachtingsovereenkomst, ten belope van omstreeks US$ 309.000,00, valt in twee onderdelen uiteen:

( a) heeft UECC Lda zodanige vordering bij de vereffenaar ingediend?

( b) voldeed de ingediende vordering aan het bepaalde van artikel 642l Rv?

2.7.

Zoals gezegd, beoogde UECC Lda met het faxbericht van 18 juni 2013 de bedoelde vorderingen bij de vereffenaar van het zakenfonds van de ‘Corvus J’ in te dienen.

De indiening van vorderingen in een beperkingsfonds is geregeld in artikel 642l lid 1 Rv, dat voor zover in dezen van belang als volgt luidt:

1. De indiening der schuldvorderingen geschiedt bij de vereffenaar door de overlegging van een rekening of andere schriftelijke verklaring aangevende de aard en het bedrag der vordering vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan. [..]

4. De vereffenaar toetst de ingezonden rekeningen aan de administratie en opgaven van de schuldenaar, treedt, als hij tegen de toelating van een vordering bezwaar heeft, met de schuldeiser en de schuldenaar of schuldenaren in overleg en is bevoegd van dezen overlegging van ontbrekende stukken alsook raadpleging van hun administratie en van de oorspronkelijke bewijsstukken te vorderen.

5. Voor ieder fonds brengt de vereffenaar de vorderingen die hij goedkeurt op een lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en de vorderingen die hij betwist, op een afzonderlijke lijst vermeldende de gronden der betwisting. [..]

2.8. (

(a) Heeft UECC Lda zodanige vordering bij de vereffenaar ingediend?

Ten eerste dient daartoe voldaan te worden aan het vereiste van artikel 642l lid 1 Rv: de overlegging van een rekening of andere schriftelijke verklaring aangevende de aard en het bedrag der vordering.

Inderdaad heeft UECC Lda een schriftelijke verklaring bij de vereffenaar ingediend, namelijk het faxbericht van 18 juni 2013, waarvan vaststaat dat de vereffenaar het heeft ontvangen.

De maatstaf voor de beantwoording van de vraag of en zo ja: welke vordering daarbij is ingediend, ligt in artikel 3:59 BW, op grond waarvan de regels van de artikelen 3:33 en 3:35 BW ook ten aanzien van een verklaring ter indiening van een vordering in een beperkingsprocedure van toepassing zijn.

Het komt er dus op aan of de vereffenaar uit het faxbericht van 18 juni 2013 heeft afgeleid dat UECC Lda de door haar bedoelde vordering in het zakenfonds indiende.

Aan verzoeksters kan worden toegegeven dat het gestelde in het faxbericht van 18 juni 2013 niet uitblinkt door helderheid. Echter, uit de omstandigheid dat de vereffenaar een vordering van UECC Lda, zoals door hem in de lijst van voorlopig betwiste schuldvorderingen beschreven, heeft afgeleid, volgt – in het licht van de regels van de artikelen 3:33 en 3:35 BW – wel dat UECC Lda de aldus door de vereffenaar beschreven vordering heeft ingediend. Aldus werd met het faxbericht van 18 juni 2013 ingediend een “Potentiële claim voor kosten/schade onder de tijdbevrachtingsovereenkomst, voorlopig begroot op USD 309.000,00; rente en kosten P.M.”.

Het ligt ook voor de hand dat de vereffenaar het faxbericht als zodanig heeft opgevat, gelet op de in 2.3 aangehaalde bewoordingen van het faxbericht van 18 juni 2013, met name het woordgebruik “VERZOEKERS/INDIENERS VORDERING [..] UECC”, INDIENEN VORDERINGEN ONDER FONDSEN: Verder dient UECC hierbij [..] de hieronder te noemen vorderingen in onder de door CORVUS J gevormde respectievelijke fondsen” en “De BALTIC ACE voer in (sub)tijdbevrachting voor UECC voor een periode van 14 dagen. Als gevolg van het zinken van de BALTIC ACE bestaat er een (potentiele) claim voor kosten/schade onder de tijdbevrachtingsovereenkomst, die vooralsnog begroot wordt op USD 309.000,00 plus rente en kosten” en op het daarin opgenomen verzoek om een “bevestiging van [..] het tijdig indienen van haar vorderingen”.

Bij de beantwoording van de vraag óf UECC Lda zodanige vordering met het faxbericht van 18 juni 2013 heeft ingediend, is niet van belang of de vereffenaar, dan wel verzoeksters, dan wel enige andere schuldeiser zodanige vordering betwist.

2.9.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of die vordering, zoals door de vereffenaar geregistreerd, samenvalt met de vordering die UECC Lda thans pretendeert in de e-mail van mr. Smit van 27 juni 2014: verlies van brandstoffen en vergeefs betaalde tijdvracht.

Het antwoord daarop dient bevestigend te luiden. Immers, zowel de gestelde eigendom van de verloren gegane brandstoffen als de verplichting tot het betalen van tijdvracht vloeien voort uit de tijdbevrachtingsovereenkomst. Kennelijk bedoelt UECC Lda haar desbetreffende eigen schade te verhalen op het zakenfonds op basis van de stelling dat de eigenaar of exploitant van de ‘Corvus J’ aansprakelijk is voor vergoeding van die schade.

Aldus gelezen, is er nauwelijks verschil met de beschrijving van die vordering door de vereffenaar in de lijst van voorlopig betwiste schuldvorderingen. Die beschrijving van de vereffenaar dekt zodanige vordering derhalve.

2.10. (

(b) Voldeed de ingediende vordering aan de overige vereisten van artikel 642l Rv?

In het faxbericht van 18 juni 2013 is de vordering niet verder gespecificeerd of onderbouwd dan in de beschrijvingen aangehaald in 2.3. Bij dat faxbericht was geen bijlage gevoegd.

De vereffenaar heeft aan UECC Lda om een specificatie en onderbouwing van de vorderingen gevraagd, maar niet gekregen.

Eveneens staat vast dat de vereffenaar de vordering van UECC Lda op de lijst van voorlopig betwiste schuldvorderingen heeft geplaatst.

Weliswaar had UECC Lda in het faxbericht van 18 juni 2013 de aard van haar vordering opgegeven (“Potentiële claim voor kosten/schade onder de tijdbevrachtingsovereenkomst”) en het bedrag daarvan (“voorlopig begroot op USD 309.000,00; rente en kosten P.M.”), maar UECC Lda had niet voldaan aan het vereiste van artikel 642l Rv: vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan. Brengt dat gemis mee dat de vordering als niet ingediend dient te worden beschouwd?

Uit het gestelde in het vierde lid van artikel 642l Rv – zie de wetstekst aangehaald in 2.7 – met name de bewoordingen “De vereffenaar [..] is bevoegd van [de schuldeiser] overlegging van ontbrekende stukken [..] te vorderen” volgt dat het niet-voldoen aan het vereiste van overlegging van bewijsstukken (als bedoeld in lid 1) geen fataal gevolg heeft. Indien de schuldeiser de stukken ter onderbouwing van zijn vordering niet dadelijk heeft ingediend, dan dient hij dat op verzoek van de vereffenaar alsnog te doen.

2.11.

Gezien de beschikking van 20 februari 2013 waarbij was bepaald dat vorderingen uiterlijk op 28 juni 2013 bij de vereffenaar dienden te worden ingediend, was de indiening van de vordering van UECC Lda bij faxbericht van 18 juni 2013 op tijd.

2.12.

De conclusie is dat UECC Lda bij faxbericht van 18 juni 2013 vorderingen in het zakenfonds heeft ingediend, zoals door de vereffenaar in de lijst van voorlopig betwiste schuldvorderingen is geregistreerd.

Daarmee is het primaire standpunt van UECC Lda bevestigd, zodat de rechter-commissaris niet meer toekomt aan het subsidiaire standpunt.

2.13.

Geen rechtsregel verbiedt een schuldeiser een door hem in een beperkingsfonds ingediende vordering te vermeerderen of te verminderen of nader te onderbouwen.

In die sleutel dient de e-mail van mr. Smit van 27 juni 2014 met de daarbij gevoegde bijlagen te worden gelezen. De vordering werd daarin gespecificeerd en verminderd en met de bijlagen onderbouwd.

Afgezien van vragen of opmerkingen over (de juistheid van) die onderbouwing, heeft UECC Lda daarmee alsnog aan haar verplichting voortvloeiende uit artikel 642l lid 1 Rv voldaan.

2.14.

Omdat mr. Smit op de verificatievergadering van 1 juli 2014 heeft medegedeeld dat United European Car Carriers AS, gevestigd te Oslo, Noorwegen, niets te vorderen heeft in de onderhavige beperkingsprocedure, in het wrakkenfonds noch in het zakenfonds, komt enige vordering van die partij niet aan de orde. Voor de volledigheid zal de rechter-commissaris in deze beschikking vastleggen dat genoemde partij niets (meer) te vorderen heeft.

2.15.

Op de verificatievergaderingen van 1 juni 2014 is bepaald dat deze op 28 oktober 2014 zullen worden voortgezet.

3 De beslissing

De rechter-commissaris,

3.1.

bepaalt dat UECC Lda als schuldeiser tijdig en voldoende onderbouwd een vordering heeft ingediend in het zakenfonds zoals deze door de vereffenaar in de lijst van voorlopig betwiste schuldvorderingen is geregistreerd;

3.2.

verstaat dat, voor zover United European Car Carriers AS, gevestigd te Oslo, Noorwegen, enige vordering in het zakenfonds en/of het wrakkenfonds heeft ingediend, zij al haar vorderingen heeft teruggenomen;

3.3.

verstaat dat de verificatievergaderingen zullen worden voortgezet op dinsdag 28 oktober 2014;

3.4.

houdt elke verdere behandeling aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. Sprenger op 4 juli 2014.

1928/35