Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:6943

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-05-2014
Datum publicatie
15-08-2014
Zaaknummer
963002-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel, voorbereiden en bevorderen Opiumwetfeiten, laten werken van illegalen, vrijheidsberoving, beroving en een hennepkwekerij leveren, na verrekening van het verlopen van de redelijke termijn, 5 jaar en 6 maanden gevangenisstraf op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/963002-10 [ Promis]

Datum uitspraak: 19 mei 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:

[woonplaats],

raadsman mr. F.G.L. van Ardenne, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 24 maart 2014, 23 april 2014 en 12 mei 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering wijziging tenlastelegging d.d. 2 mei 2011, waarbij de oorspronkelijke dagvaarding d.d. 25 januari 2011 op vordering van het Openbaar Ministerie is gewijzigd, welke nadere omschrijving ter terechtzitting d.d. 23 april 2014), overeenkomstig de vordering van het openbaar ministerie is gewijzigd.

De tekst van de definitieve, gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis

DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET OPENBAAR MINISTERIE

I.Integrale niet-ontvankelijkheid

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging en heeft daartoe, zakelijk weergeven, het volgende aangevoerd.
De politie onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie in strijd heeft gehandeld met de verbaliseringsplicht ingevolge artikel 152 van het wetboek van Strafvordering (Sv). De getuigenverhoren van de leider van het onderzoek en inzage in het Tarbot-dossier ten spijt is het volstrekt niet transparant wat nu de exacte start is geweest van het opsporingsonderzoek dat is uitgemond in het onderzoek naar [verdachte]. De feiten en omstandigheden ingevolge artikel 27 Sv komen als het ware uit de lucht vallen, waarna intensief gestart wordt met de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden.”

Standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft bij repliek het standpunt ingenomen dat de startinformatie van het onderzoek Warche blijkt uit het overdrachtsproces-verbaal van het onderzoek Tarbot en dat hieruit voldoende feiten en omstandigheden blijken die een verdenking rechtvaardigen. In combinatie met het getuigenverhoor van de leider van het onderzoek Warche ([politie]) bij de rechter-commissaris en de mogelijkheid voor de verdediging om de stukken van het onderzoek Tarbot in te zien, is de verdediging voldoende geïnformeerd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.

Over het algemeen kan ter onderbouwing van de tegen een verdachte gerezen verdenking worden volstaan met het verwijzen naar en overnemen van stukken uit een voorgaand onderzoek. Onder omstandigheden kan dan anders zijn, bijvoorbeeld in gevallen waarin, zoals in het onderhavige, dat voorgaande onderzoek niet is gevolgd door een rechterlijke toetsing ter openbare terechtzitting. Van een summiere samenvatting van de uit het onderzoek Tarbot jegens de verdachte gerezen verdenking kan niet gesproken worden, gezien twee processen-verbaal van verdenking en twee processen-verbaal van overdracht – ook telkens met betrekking tot medeverdachte[medeverdachte 1] – waarin de bevindingen uit het Tarbot-onderzoek zijn neergelegd die aanleiding hebben gegeven tot de start van het onderzoek Warche. Voorts is de verdediging in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het gehele onderzoeksdossier Tarbot en is aan het dossier een afschrift van een proces verbaal aanvraag tapbevel toegevoegd, waarin uiteen is gezet op basis waarvan de verdachte destijds werd verdacht van de in de aanvraag genoemde strafbare feiten. Aldus is omtrent het ontstaan en de onderbouwing van de verdenking jegens de verdachte in voldoende mate geverbaliseerd en is een en ander voor de verdediging inzichtelijk en toetsbaar.

II.Feit 1. (zaaksdossier ‘Ovrke’)

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gewezen op een arrest van het gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 25 mei 2012, waarin de verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging op grond van een geslaagd beroep op psychische overmacht ten tijde van de bewezenverklaarde overtreding van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) op 17 oktober 2007. Deze overmachtssituatie werd toen – en thans nog volgens de verdediging – gevormd door de dreiging van schending van artikel 3 van het Europees verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) bij uitzetting naar China. Die dreiging heeft er eerder al toe geleid, zo heeft de raadsman voorts aangevoerd, dat bij de ongewenstverklaring van de verdachte (bij besluit van 14 september 2005) is bepaald dat de verdachte niet actief door de Nederlandse overheid zal worden uitgezet.

Gelet hierop heeft de raadsman aangevoerd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard ter zake van overtreding van artikel 197 Sr. De vervolging van de verdachte zou geen enkel strafrechtelijk doel dient omdat de verdachte Nederland niet kan verlaten vanwege een dreigende schending van artikel 3 EVRM.

Voorts geldt dat, blijkens genoemd arrest, de verdachte reeds eerder is vervolgd voor overtreding van artikel 197 Sr in de ook thans ten laste gelegde periode en een tweede vervolging niet opportuun is.

Standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft bij repliek het standpunt ingenomen dat het aan het openbaar ministerie is om te bepalen of vervolging van de verdachte opportuun is. In dit geval is vervolging op haar plaats aangezien de verdachte misbruik maakt van de situatie door voortdurend zich schuldig te maken aan strafbare feiten in Nederland, terwijl de Nederlandse overheid terughoudend is om de verdachte naar China uit te zetten.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op het arrest van het gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 25 mei 2012 is de rechtbank van oordeel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijkheid is in de vervolging ter zake van overtreding van artikel 197 Sr voor de periode van 11 maart 2005 tot en met 17 oktober 2007, nu de verdachte eerder is vervolgd – en ontslagen van alle rechtsvervolging – voor hetzelfde feit.

Voor de periode van 18 oktober 2007 tot en met 1 januari 2010 wordt het openbaar ministerie eveneens niet ontvankelijk verklaard, nu het openbaar ministerie onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd, waaruit blijkt dat er sprake is van een zodanig gewijzigde situatie ten opzichte van die op 17 oktober 2007, dat het opnieuw vervolgen van de verdachte opportuun is. Dat de verdachte zich in die periode mogelijk heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten doet niet af aan het (mogelijk) voortduren van de dreiging van schending van artikel 3 EVRM bij uitzetting naar China.

Dit ligt anders voor de periode vanaf 1 januari 2010 tot 9 november 2010. Uit het procesdossier blijkt dat de verdachte in deze periode op eigen initiatief naar Suriname en China is gereisd en aldaar heeft verbleven. Van enige bij de verdachte bestaande vrees voor vervolging in China en een daaruit volgende belemmering om Nederland te verlaten blijkt aldus niet. Onder deze omstandigheden moet het openbaar ministerie vrij geacht worden de verdachte te vervolgen en is van schending van het opportuniteitsbeginsel geen sprake.

Nu geen andere feiten en omstandigheden zijn gebleken die aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de weg staan, wordt het openbaar ministerie voor het overige ontvankelijk verklaard in zijn vervolging.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

Het openbaar ministerie hebben gerekwireerd tot:

- vrijspraak van het onder 4. primair ten laste gelegde;

- bewezenverklaring van het onder 1., 2., 3., 4. subsidiair, 5., 6., 7, 8., 9., 10 en 11. primair ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar met aftrek van voorarrest.

DE VERDEDIGING

De raadsman heeft – naast de hiervoor en hierna te noemen verweren – algehele vrijspraak bepleit voor alle feiten behoudens voor feit 5., waaromtrent hij geen opmerkingen heeft gemaakt.

MOTIVERING VRIJSPRAAK FEITEN 4. PRIMAIR, 8. EN 11.

I. Feit 4. primair (zaaksdossier ‘Taugé’)

Met het openbaar ministerie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen is, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

II. Feit 8. (zaaksdossier ‘Wapens’)

De in de tenlastelegging genoemde wapens, munitiehouders en munitie zijn aangetroffen in de woning van de medeverdachte[medeverdachte 2]. Op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan weliswaar mogelijkerwijs worden vastgesteld dat de verdachte wist van de aanwezigheid van die betreffende voorwerpen in voornoemde woning maar niet dat de verdachte in de ten laste gelegde periode beschikkingsmacht over die voorwerpen heeft gehad. Twee tapgesprekken waarin de verdachte mogelijk over de aangetroffen twee pistolen spreekt met een andere medeverdachte zijn daarvoor onvoldoende.

Met de raadsman is de rechtbank dan ook van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen is, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

III. Feit 11. primair en subsidiair (zaaksdossier ‘Elektricien’)

Op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte aangever [aangever 1] opzettelijk van zijn vrijheid heeft beroofd dan wel hem heeft bedreigd. Wel kan onder meer worden vastgesteld dat er op enig moment een conflict is ontstaan tussen de medeverdachte[medeverdachte 2] en [aangever 1] waarbij (over en weer) geweld is gebruikt is, waarna de verdachte kortstondig [aangever 1] heeft vastgepakt. Niet onaannemelijk is dat de verdachte tussenbeide is gekomen om de zaak niet verder te laten escaleren. Van enige opzet van de verdachte op vrijheidsberoving of bedreiging van[aangever 1] of van een bewuste en nauwe samenwerking tussen[medeverdachte 2] en de verdachte om het vorenstaande te verwezenlijken, is onvoldoende gebleken.

Met de raadsman is de rechtbank dan ook van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen is, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING FEITEN 1., 2., 3., 4. SUBSIDIAIR, 5., 6., 7., 9. EN 10.

Bij dit vonnis is als bijlage II een overzicht gevoegd van de bewijsmiddelen inhoudende de redengevende feiten en omstandigheden die tot het bewijs hebben bijgedragen.

NADERE BEWIJSMOTIVERING

I. Feiten 2., 3. en 4. subsidiair (zaaksdossier ‘Taugé’)

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft (kort samengevat) vrijspraak bepleit voor voornoemde feiten omdat het bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte slechts berust op de verklaringen van de getuige [getuige]. Gelet op de jurisprudentie (onder meer Europese Hof voor de Rechten van de Mens – EHRM - 10 juli 2012, LJN BX3071, NJ 2012/649 nr. 29353/06, de zaak Vidgen) zouden de verklaringen van deze getuige moeten worden uitgesloten van het bewijs wegens schending van artikel 6 van het EVRM, nu de verdediging feitelijk niet in volle omvang in de gelegenheid is geweest om deze enige belastende bewijsmiddelen te toetsen.

Het oordeel van de rechtbank

De stelling van de raadsman dat de verdediging het aan haar toekomende ondervragingsrecht niet effectief heeft kunnen uitoefenen met betrekking tot de verhoren van de betreffende getuige tijdens de verhoren bij de rechter-commissaris op 26 juni 2012, is op zich niet zonder meer onjuist. Echter, de stelling van de raadsman dat deze verklaringen het enige belastende bewijs (the ‘sole or decisive’ evidence) vormen, is onjuist. Uit de overige opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat de betreffende getuigenverklaringen in voldoende mate steun vinden in die overige bewijsmiddelen voor de strafrechtelijke betrokkenheid van de verdachte bij de feiten. De betreffende getuigenverklaringen kunnen dan ook worden gebruikt voor het bewijs.

De rechtbank verwerpt het verweer.

II. Feit 5. (zaaksdossier ‘de Zwager’)

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft (kort samengevat) vrijspraak bepleit omdat niet, althans niet zonder twijfel, is vast te stellen dat de betrokken persoon ([betrokkene 2]) wederrechtelijk in Nederland was en voorts omdat de verdachte geen wetenschap van die wederrechtelijkheid had.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte en voornoemde [betrokkene 2] op 15 augustus 2010 te 15.04 uur telefonisch met elkaar hebben gesproken (zaaksdossier ‘de Zwager’, dossierpagina’s 126 en 127). Uit dit telefoongesprek blijkt, nadat [betrokkene 2] eerst medeverdachte [medeverdachte 1] aan de telefoon heeft gehad en[medeverdachte 1] de telefoon klaarblijkelijk over heeft gegeven aan de verdachte, dat de verdachte aan [betrokkene 2] opdraagt om in geen geval te zeggen dat hij werkzaam was in club [naam]’ en om zijn Hong Kong paspoort aan de politie te laten zien. Uit de verklaring van [betrokkene 2] blijkt dat dit Hong Kong paspoort vals is, want op naam gesteld van[naam], niet zijnde de echte naam van [betrokkene 2]. Voorts maakt de rechtbank uit het gesprek op dat de verdachte wist dat het gebruik van het valse Hong Kong paspoort nodig was en dat de verdachte dus wist of ernstig reden had te vermoeden dat er iets mis was met de verblijfsstatus van[betrokkene 2], waardoor zijn verblijf in Nederland wederrechtelijk was.

III. Feiten 9. (zaaksdossier ‘Milaan’) en 10. (zaaksdossier ‘[betrokkene 3]’)

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft (kort samengevat) onder meer vrijspraak bepleit voor beide feiten wat betreft het bestanddeel ‘winstbejag’ omdat de verdachte geen eigenaar was van, noch enige functie had bij restaurant Banzaï.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft op grond van het onderzoek ter terechtzitting vastgesteld dat de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] partners waren, dat zij samen woonden in het huis en op het adres van [medeverdachte 1] en dat [medeverdachte 1] eigenaar was van voornoemd restaurant. Tevens wist de verdachte dat de beide betrokken personen ([betrokkene 4] en [betrokkene 3]) te werk werden gesteld in voornoemd restaurant en heeft de verdachte meermalen telefonisch contact – in vrij directieve zin – gehad met[betrokkene 2] over zijn werkzaamheden in het restaurant en de wijze waarop hij die uitvoerde.

Daarnaast geldt dat ten laste is gelegd (kort samengevat) het medeplegen van artikel 197a (leden 1 en 2) Sr. Dit betekent dat niet alle mededader(s) aan alle bestanddelen van het strafbare feit behoeven te voldoen.

De rechtbank verwerpt het verweer.

IV. Feit 10. (zaaksdossier [betrokkene 3]’)

De raadsman heeft bepleit dat alle door de betrokken persoon [betrokkene 3] gevoerde telefoongesprekken met nummer[telefoonnummer] moeten worden uitgesloten voor het bewijs omdat – voor zover de rechtbank begrijpt – de tolk niet de benodigde deskundig bezat voor het vaststellen van de identiteit van een persoon die deelneemt aan telefoongesprekken middels stemherkenning. Welke herkenning en/of welke vergelijking onjuist zou zijn, wordt evenwel niet duidelijk, dus de rechtbank passeert dit verweer omdat het onbegrijpelijk is gemotiveerd.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage II vermelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:

1.

hij in of omstreeks de periode van1 maart 2005, althans 14 september 2005, tot en met

09 november 2010, in elk geval in of omstreeks de periode van 19 februari 2007 1 januari 2010 tot en met 09 november 2010, te Rotterdam en/of Barendrecht en/of (elders) in Nederland als vreemdeling heeft verbleven, terwijl verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard;


2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand oktober 2007 tot en met 29 maart 2008 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in een (bedrijfs)pand ([adres]) (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of

bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) hennepplanten en/of delen van hennepplanten, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

3.

hij op of omstreeks 28 maart 2008 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een) geldbedrag(en) van 8.500,- euro of daaromtrent en/of van 2.200,- euro of daaromtrent, althans enig(e) geldbedrag(en), en/of een mobiele telefoon en/of een bestelauto ([auto]) en/of (een) (bijbehorende) (auto)sleutel(s), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan[aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die[aangever 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) voornoemde[aangever 2] in een (bedrijfs)pand ([adres])

- naar welk (bedrijfs)pand [aangever 2] zich conform (telefonische) afspraak en/of op (hernieuwd) (telefonisch) verzoek/aandringen van verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) had begeven - hebben/heeft overvallen/overmeesterd en/of die [aangever 2] (vervolgens) aldaar een of meer pisto(o)l(en), althans een of meer vuurwapen(s), tegen diens hoofd en/of (elders) tegen diens lichaam hebben/heeft gedrukt en/of voorgehouden en/of die [aangever 2] (daarbij) dreigend meerdere malen, althans eenmaal, de woorden hebben/heeft toegevoegd: “Je bent een kankerlijer, je gaat dood!” en/of “Lekker voor je, jij krijgt lood in je kop!” en/of ”Jij hebt kinderen hè?! Ik ga jouw auto pakken en naar je vrouw en kinderen rijden, ik ga geld halen!”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of die [aangever 2] aldaar met voormeld(e) pisto(o)l(en)/vuurwapen(s) en/of met de ‘blote’ hand/vuist hebben/heeft geslagen en/of gestompt en/of die Vermue naar/tegen de grond hebben/heeft gewerkt;

4. (

subsidiair)

hij op of omstreeks 28 en/of 29 maart 2008 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd[aangever 2], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) voornoemde[aangever 2] in een (bedrijfs)pand [adres]) - naar welk (bedrijfs)pand[aangever 2] zich conform (telefonische) afspraak en/of op (hernieuwd) (telefonisch) verzoek/aandringen van verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) had begeven - mishandeld en/of bij die[aangever 2] aldaar (telkens) diens handen en/of voeten vastgetapet en/of vastgebonden en/of (telkens) diens mond dichtgeplakt en/of die [aangever 2] (aldus) aldaar enige tijd vastgehouden en/of die[aangever 2] (vervolgens) (aldus) naar/in (de achterbak van) een bestelauto (mee)gesleurd/geduwd en/of (aldus) overgebracht naar een woning ([adres]) en/of die[aangever 2] alhier enige tijd bewaakt en/of vastgehouden;

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 maart 1 december 2009 tot en met

09 november 22 januari 2010 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of Schiphol, gemeente

Haarlemmermeer, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld reisdocument, te weten een Nederlands reisdocument op naam van [betrokkene 6] (documentnummer [nummer]), welk gebruik (telkens) hierin heeft bestaan dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) met voornoemd Nederlands reisdocument bij de Surinaamse ambassade een visum hebben/heeft aangevraagd en/of verkregen en/of per vliegtuig naar Suriname en/of (een) ander(e) land(en) zijn/is gereisd, waarbij verdachte en/of verdachtes mededader(s) gebruik hebben/heeft gemaakt van genoemd Nederlands reisdocument;

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 november 2009

tot en met 09 november 2010 te Rotterdam en/of Barendrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten een persoon genaamd/zich noemende [betrokkene 2] (geboren op[geboortedatum] te [geboorteplaats]), die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in Nederland had verschaft, (telkens) krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid heeft doen verrichten (in danceclub [naam] en/of restaurant [naam]), terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk was;

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 januari 2010 tot en met

18 maart 2010 te Rotterdam en/of Barendrecht en/of (elders) in Nederland en/of België en/of Spanje en/of China en/of Uruguay en/of Argentinië

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

(telkens) een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

immers hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)

- met elkaar contact gelegd en/of onderhouden en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of

gearrangeerd over de aankoop van cocaïne en/of (de organisatie van) het vervoer(en)

van (die) cocaïne van/door/via Argentinië en/of naar/door/via Frankrijk (Parijs) en/of

naar/door China (Kanton), althans over het plegen van bovengenoemd feit, en/of

- contact(en) gelegd en/of onderhouden en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of

gearrangeerd met/van (een) ander(en) die (verder) betrokken was/waren bij d(i)e

aankoop en/of (de organisatie van) dat/het vervoer(en) van (die) cocaïne van/door/via

Argentinië en/of naar/door/via Frankrijk (Parijs) en/of naar/door China (Kanton),

althans bij het plegen van bovengenoemd feit, en/of

- daartoe (een) vliegticket(s) en/of een hotel geregeld/geboekt en/of zich (vervolgens)

naar een luchthaven begeven (om (uiteindelijk) via/door Spanje (Madrid) en/of

via/door Uruguay (Montevideo) naar Argentinië te vliegen) en/of

- een persoon, genaamd/zich noemende [betrokkene 5] [geboortedatum]),

geworven of laten werven, althans aangezocht/benaderd of laten aanzoeken/benaderen,

voor het vervoer(en) van (die) cocaïne van/door/via Argentinië en/of naar/door/via

Frankrijk (Parijs) en/of naar/door China (Kanton), althans voor het plegen van

bovengenoemd feit;

9.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2010 tot en met 06 oktober 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of Rotterdam en/of Barendrecht en/of (elders) in Nederland en/of China en/of België en/of Italië

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een ander, te weten een persoon genaamd/zich noemende[betrokkene 4] ([geboortedatum]

[geboortedatum] te [geboorteplaats]), (telkens) behulpzaam is geweest bij het

zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere

lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is

toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol

tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot

aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag

tegen transnationale georganiseerde misdaad, of en hem daartoe (telkens)

gelegenheid, middelen of en inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte

en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

en/of

- die[betrokkene 4] (telkens) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich

verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese

Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van

migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale

georganiseerde misdaad, of en hem daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of en

inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes

mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat

verblijf wederrechtelijk was,

immers hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)

(telkens)

- ( telefonisch) contact gehad en/of onderhouden met betrekking tot (het

regelen/coördineren van) de (vlieg)reis van voornoemde[betrokkene 4] naar Nederland

en/of de (betaling van de) kosten voor de reis/overkomst van die[betrokkene 4] naar

Nederland en/of een te vervalsen/vervalst, althans niet op die(ns) naam gesteld,

(reis)document/paspoort voor die [betrokkene 4] en/of de (betaling van de) kosten voor (de

vervaardiging van) voormeld (reis)document/paspoort voor die[betrokkene 4] en/of

- die[betrokkene 4] van de luchthaven Schiphol opgehaald of laten ophalen en/of

(vervolgens) vervoerd en/of laten vervoeren en/of

- die [betrokkene 4] ondergebracht in (een) woning(en) [adres] en/of[adres]

[adres]) en/of een restaurant (restaurant[naam]) van verdachte en/of (een of meer

van) verdachtes mededader(s), althans die[betrokkene 4] woonruimte/onderdak en/of een

werkplek verschaft;

10.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 maart 2010, althans

30 maart 2010, tot en met 25 mei 2010 en/of de periode van 03 juni 2010 tot en met

09 november 2010, te Rotterdam en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of

Barendrecht en/of Dordrecht en/of (elders) in Nederland en/of Zweden en/of Denemarken

en/of België

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een ander, te weten een persoon genaamd/zich noemende [betrokkene 3] (geboren op[geboortedag]

[geboortedag] te [geboorteplaats]), (telkens) behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van

toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland,

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York

totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de

lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag

tegen transnationale georganiseerde misdaad, of en hem daartoe (telkens) gelegenheid,

middelen of en inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes

mededader(s)

(telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of doorreis

wederrechtelijk was,

en/of

- die[betrokkene 3] (telkens) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van

verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of

een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen

Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot

aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen

transnationale georganiseerde misdaad, of en hem daartoe (telkens) gelegenheid, middelen

of en inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was,

immers hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens)

- met voornoemde[betrokkene 3] (telefonisch) contact gehad en/of onderhouden met

betrekking tot (het regelen/coördineren van) diens (vlieg)reis/overkomst naar

Nederland en/of diens (daaropvolgende) terugkomst naar Nederland (na te zijn

uitgezet) en/of

- die [betrokkene 3] (daartoe) voorzien van (reis)informatie en/of geld en/of

- die[betrokkene 3] (respectievelijk) van de luchthaven Schiphol en/of van de luchthaven te

Brussel opgehaald en/of laten ophalen en/of (vervolgens) vervoerd en/of laten

vervoeren en/of

- die [betrokkene 3] ondergebracht in (een) woning(en) ([adres] en/of [adres]

[adres]) en/of een restaurant (restaurant [naam]) van verdachte en/of (een of meer

van) verdachtes mededader(s), althans die [betrokkene 3] woonruimte/onderdak en/of een

werkplek verschaft, en/of

- voor die [betrokkene 3] een (kopie van een) niet op die(ns) naam gesteld identiteitsbewijs

geregeld en/of

- voor/met die[betrokkene 3] een aanvraag voor een werkvergunning ingediend.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1.

ALS VREEMDELING IN NEDERLAND VERBLIJVEN, TERWIJL HIJ WEET DAT HIJ OP GROND VAN EEN WETTELIJK VOORSCHRIFT TOT ONGEWENST VREEMDELING IS VERKLAARD;

2.

MEDEPLEGEN VAN: OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET HET IN ARTIKEL 3 ONDER B VAN DE OPIUMWET, GEGEVEN VERBOD, MEERMALEN GEPLEEGD;

3.

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN DOOR GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

4. (

subsidiair)

MEDEPLEGEN VAN: OPZETTELIJK IEMAND WEDERRECHTELIJK VAN DE VRIJHEID BEROVEN EN BEROOFD HOUDEN;

5.

OPZETTELIJK GEBRUIK MAKEN VAN EEN NIET OP ZIJN NAAM GESTELD REISDOCUMENT;

6.

MEDEPLEGEN VAN: EEN ANDER, DIE ZICH WEDERRECHTELIJK VERBLIJF IN NEDERLAND HEEFT VERSCHAFT, KRACHTENS OVEREENKOMST OF AANSTELLING ARBEID DOEN VERRICHTEN, TERWIJL HIJ WEET OF ERNSTIGE REDENEN HEEFT TE VERMOEDEN DAT DAT VERBLIJF WEDERRECHTELIJK IS;

7.

MEDEPLEGEN VAN: OM EEN FEIT, BEDOELD IN HET VIERDE LID VAN ARTIKEL 10 VAN DE OPIUMWET, VOOR TE BEREIDEN EN/OF TE BEVORDEREN, ZICH EN/OF EEN ANDER GELEGENHEID, MIDDELEN OF INLICHTINGEN TOT HET PLEGEN VAN DAT FEIT TRACHTEN TE VERSCHAFFEN;

9.

MENSENSMOKKEL, TERWIJL HET FEIT IN VERENIGING WORDT BEGAAN DOOR MEERDERE PERSONEN,

en

EEN ANDER UIT WINSTBEJAG BEHULPZAAM ZIJN BIJ HET ZICH VERSCHAFFEN VAN VERBLIJF IN NEDERLAND EN HEM DAARTOE GELEGENHEID EN MIDDELEN VERSCHAFFEN, TERWIJL HIJ WEET OF ERNSTIGE REDENEN HAD TE VERMOEDEN DAT DAT VERBLIJF WEDERRECHTELIJK IS, TERWIJL HET FEIT IN VERENIGING WORDT BEGAAN DOOR MEERDERE PERSONEN;

10.

MENSENSMOKKEL, TERWIJL HET FEIT IN VERENIGING WORDT BEGAAN DOOR MEERDERE PERSONEN,

en

EEN ANDER UIT WINSTBEJAG BEHULPZAAM ZIJN BIJ HET ZICH VERSCHAFFEN VAN VERBLIJF IN NEDERLAND EN HEM DAARTOE GELEGENHEID, MIDDELEN EN INLICHTINGEN VERSCHAFFEN, TERWIJL HIJ WEET DAT DAT VERBLIJF WEDERRECHTELIJK IS, TERWIJL HET FEIT IN VERENIGING WORDT BEGAAN DOOR MEERDERE PERSONEN.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De raadsman heeft - onder verwijzing naar eerder vermeld arrest van het gerechtshof te ‘s‑Gravenhage d.d. 25 december 2012 - ontslag van alle rechtsvervolging bepleit vanwege psychische overmacht op grond van vrees voor zijn leven bij uitzetting naar China, alwaar de kans bestaat dat hij de doodstraf krijgt opgelegd na vervolging.

Zoals eerder al overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uit het procesdossier blijkt dat de verdachte in de periode vanaf 1 januari 2010 tot 9 november 2010 in ieder geval op eigen initiatief naar Suriname en China is gereisd en aldaar heeft verbleven. Van enige bij de verdachte bestaande vrees voor vervolging in China en een daaruit volgende belemmering om Nederland te verlaten blijkt aldus niet. Onder deze omstandigheden is het bestaan van een situatie van psychische overmacht niet aannemelijk geworden en verwerpt de rechtbank het verweer.

Ook overigens is er geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich, deels samen met anderen, schuldig gemaakt aan een negental strafbare feiten.

Ten eerste heeft de verdachte het vervoeren van twee kilo cocaïne vanuit Argentinië naar China voorbereid en bevorderd.

De verdachte heeft verder aanzienlijke hoeveelheden hennepplanten geteeld in een bedrijfspand.

Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen een onaanvaardbaar gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Bovendien leidt het gebruik van verdovende middelen direct en indirect tot vele vormen van criminaliteit, omdat verslaafden veelal delicten plegen ter financiering van hun gebruik. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden en verder uitbreiden van de hieraan verwante maatschappelijke problemen. De verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd.

Daarnaast heeft de verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Dit delict is gericht tegen de staat en daarmee tevens tegen de Nederlandse samenleving als geheel. De overheid moet er ter bescherming van de economische of andere belangen ten behoeve van haar burgers vanuit kunnen gaan dat er zich op het Nederlandse grondgebied alleen maar personen bevinden die daartoe gerechtigd zijn. Het lijkt er alleszins op dat de verdachte ook met betrekking tot laatstgenoemde delicten enkel en alleen zijn eigen financiële belangen voor ogen heeft gehad.

Ook heeft de verdachte een persoon van zijn vrijheid beroofd. Dit is een delict gericht tegen het fundamentele recht van ieder mens om zich - binnen de daartoe geldende wettelijke kaders - vrij en onafhankelijk in de samenleving te begeven.

Tevens heeft de verdachte deze persoon met geweld en onder bedreiging met geweld beroofd van enkele goederen.

Daarnaast heeft de verdachte arbeid laten verrichten door een illegaal in Nederland verblijvende persoon. Het gebruik maken van illegale arbeidskrachten is niet alleen een misdrijf tegen het openbaar gezag maar levert bovendien een bijdrage aan het in stand houden van een verboden toestand: het illegaal in Nederland verblijven.

Tot slot heeft de verdachte gebruik gemaakt van een niet op zijn naam gesteld reisdocument en heeft hij als ongewenst vreemdeling in Nederland verbleven.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het aantal en de ernst van de feiten niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf.

Wat betreft de persoon van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank gelet op het Uittreksel Justitiële Documentatie van 18 februari 2014 en hetgeen daaromtrent ter terechtzitting is gebleken. Uit voornoemde uittreksel blijkt dat de verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en door de strafrechter is veroordeeld ter zake van mensensmokkel. Kennelijk heeft deze veroordeling de verdachte niet op andere gedachten gebracht. De rechtbank zal met voornoemde veroordeling in strafverzwarende zin rekening houden.

Alles overziend en afwegend, is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar in beginsel passend en geboden is.

SCHENDING VAN DE REDELIJKE TERMIJN

Als uitgangspunt geldt dat in eerste aanleg een strafzaak dient te worden afgerond met een eindvonnis binnen een termijn van twee jaar, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden, te weten: de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdediging op het procesverloop en de wijze van behandeling van de zaak door de bevoegde justitiële autoriteiten.

Deze termijn start op het moment dat er vanwege de Staat tegen de verdachte een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van bepaalde strafbare feiten door het openbaar ministerie een strafvervolging zou worden ingesteld. Als beginpunt van de termijn geldt in dit geval 9 november 2010, zijnde de dag waarop de verdachte in verzekering is gesteld. De rechtbank doet thans uitspraak nadat drie jaar en zes maanden zijn verstreken.

Bij het beoordelen van de mate van overschrijding van de redelijke termijn die heeft plaatsgevonden, houdt de rechtbank rekening met de ingewikkeldheid en omvang van het onderzoek, dat meer dan 25 deelonderzoeken bevat en vele duizenden pagina’s telt, met de mate van verwevenheid van de daaruit gedestilleerde ten laste gelegde feiten, met het aantal getuigen- en rechtshulpverzoeken en het aantal (mede)verdachten. De rechtbank acht een behandelduur in eerste aanleg van 2 ½ jaar in beginsel nog redelijk en stelt de overschrijding van de redelijke termijn daarom op ongeveer 12 maanden. Gelet hierop en alle overige omstandigheden, is een strafvermindering van ongeveer 10 % een passende compensatie voor deze schending van artikel 6 EVRM en zal de rechtbank in plaats van de hiervoor overwogen 6 jaar gevangenisstraf, 5 jaar en 6 maanden gevangenisstraf opleggen.

Verder ziet de rechtbank aanleiding de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 47, 57, 197, 197a, 197b, 231, 282, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 10a en 11 van de Opiumwet.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging voor feit 1., voor zover betrekking hebbend op de periode tot 1 januari 2010;

verklaart de officier van justitie voor het overige ontvankelijk in de vervolging;

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 4. primair, 8. en 11. primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1., 2., 3., 4. subsidiair, 5., 6., 7., 9. en 10. ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en 6 (zes) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;



heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.W. Klein Wolterink, voorzitter,

mr. M. van Kuilenburg en mr. J.T.F.M. van Krieken, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 mei 2014.

Mr. Van Kuilenburg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I bij vonnis van[verdachte] d.d. 19 mei 2014:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2005, althans 14 september 2005, tot en met

09 november 2010, in elk geval in of omstreeks de periode van 19 februari 2007 tot en met 09 november 2010, te Rotterdam en/of Barendrecht en/of (elders) in Nederland als vreemdeling heeft verbleven, terwijl verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard;


(Zaaksdossier ‘Ovrke’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige

zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 197 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand oktober 20007 tot en met 29 maart 2008 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een (bedrijfs)pand [adres]) (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) hennepplanten en/of delen van hennepplanten, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (telkens) meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

(Zaaksdossier Taugé’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige

zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 3 ahf sub B Opiumwet

art 3 ahf sub C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf, sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 28 maart 2008 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een) geldbedrag(en) van 8.500,- euro of daaromtrent en/of van 2.200,- euro of daaromtrent, althans enig(e) geldbedrag(en), en/of een mobiele telefoon en/of een bestelauto [auto]) en/of (een) (bijbehorende) (auto)sleutel(s), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die[aangever 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) voornoemde [aangever 2] in een (bedrijfs)pand [adres])

- naar welk (bedrijfs)pand[aangever 2] zich conform (telefonische) afspraak en/of op (hernieuwd) (telefonisch) verzoek/aandringen van verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) had begeven - hebben/heeft overvallen/overmeesterd en/of die[aangever 2] (vervolgens) aldaar een of meer pisto(o)l(en), althans een of meer vuurwapen(s), tegen diens hoofd en/of (elders) tegen diens lichaam hebben/heeft gedrukt en/of voorgehouden en/of die [aangever 2] (daarbij) dreigend meerdere malen, althans eenmaal, de woorden hebben/heeft toegevoegd: “Je bent een kankerlijer, je gaat dood!” en/of “Lekker voor je, jij krijgt lood in je kop!” en/of ”Jij hebt kinderen hè?! Ik ga jouw auto pakken en naar je vrouw en kinderen rijden, ik ga geld halen!”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of die [aangever 2] aldaar met voormeld(e) pisto(o)l(en)/vuurwapen(s) en/of met de ‘blote’ hand/vuist hebben/heeft geslagen en/of gestompt en/of die[aangever 2] naar/tegen de grond hebben/heeft gewerkt;

(Zaaksdossier ‘Taugé, in onderling verband en samenhang bezien met de overige

zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf, sub 2 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 28 en/of 29 maart 2008 te Rotterdam. althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [aangever 2], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk een ander, te weten [betrokkene 1], te dwingen iets te doen, te weten het (doen) betalen en/of (doen) afgeven van een (resterend) geldbedrag van 31.489,90 euro of

daaromtrent, althans enig (resterend) geldbedrag, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) voornoemde [aangever 2] in een (bedrijfs)pand [adres]) - naar welk (bedrijfs)pand [aangever 2] zich conform (telefonische) afspraak en/of op (hernieuwd) (telefonisch) verzoek/aandringen van verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) had begeven - mishandeld en/of bij die [aangever 2] aldaar (telkens)

diens handen en/of voeten vastgetapet en/of vastgebonden en/of (telkens) diens mond dichtgeplakt en/of die[aangever 2] (aldus) aldaar enige tijd vastgehouden en/of die[aangever 2] (vervolgens) (aldus) naar/in (de achterbak van) een bestelauto (mee)gesleurd/geduwd en/of (aldus) overgebracht naar een woning ([adres]) en/of die[aangever 2] alhier enige tijd bewaakt en/of vastgehouden;

(Zaaksdossier Taugé’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige

zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf, sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 en/of 29 maart 2008 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [aangever 2], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) voornoemde[aangever 2] in een (bedrijfs)pand ([adres]) - naar welk (bedrijfs)pand[aangever 2] zich conform (telefonische) afspraak en/of op (hernieuwd) (telefonisch) verzoek/aandringen van verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) had begeven - mishandeld en/of bij die

[aangever 2] aldaar (telkens) diens handen en/of voeten vastgetapet en/of vastgebonden en/of (telkens) diens mond dichtgeplakt en/of die[aangever 2] (aldus) aldaar enige tijd vastgehouden en/of die[aangever 2] (vervolgens) (aldus) naar/in (de achterbak van) een bestelauto (mee)gesleurd/geduwd en/of (aldus) overgebracht naar een woning ([adres]) en/of die [aangever 2] alhier enige tijd bewaakt en/of vastgehouden;

(Zaaksdossier ‘Taugé’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige

zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf, sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 maart 2009 tot en met

09 november 2010 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of Schiphol, gemeente

Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld

reisdocument, te weten een Nederlands reisdocument op naam van [betrokkene 6]

(documentnummer [nummer]), welk gebruik (telkens) hierin heeft bestaan dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s) met voornoemd Nederlands reisdocument bij de Surinaamse

ambassade een visum hebben/heeft aangevraagd en/of verkregen en/of per vliegtuig naar

Suriname en/of (een) ander(e) land(en) zijn/is gereisd, waarbij verdachte en/of verdachtes

mededader(s) gebruik hebben/heeft gemaakt van genoemd Nederlands reisdocument;

(Zaaksdossier ‘Zweedse’, in onderling verband en samenhang bezien met de rest van het

dossier)

art 231 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf, sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 november 2009

tot en met 09 november 2010 te Rotterdam en/of Barendrecht, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten een persoon genaamd/zich noemende[betrokkene 2] (geboren op

[geboortedatum] te [geboorteplaats]), die zich wederrechtelijk toegang tot of

verblijf in Nederland had verschaft, (telkens) krachtens overeenkomst of

aanstelling arbeid heeft doen verrichten (in danceclub [naam] en/of restaurant[naam]), terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk was;

(Zaaksdossier ‘de Zwager’, in onderling verband en samenhang bezien met de

overige zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 197b Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 januari 2010 tot en met

18 maart 2010 te Rotterdam en/of Barendrecht en/of (elders) in Nederland en/of België en/of Spanje en/of China en/of Uruguay en/of Argentinië tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens) een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, immers hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)

- met elkaar contact gelegd en/of onderhouden en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of

gearrangeerd over de aankoop van cocaïne en/of (de Organisatie van) het vervoer(en)

van (die) cocaïne van/door/via Argentinië en/of naar/door/via Frankrijk (Parijs) en/of

naar/door China (Kanton), althans over het plegen van bovengenoemd feit, en/of

- contact(en) gelegd en/of onderhouden en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of

gearrangeerd met/van (een) ander(en) die (verder) betrokken was/waren bij d(i)e

aankoop en/of (de organisatie van) dat/het vervoer(en) van (die) cocaïne van/door/via

Argentinië en/of naar/door/via Frankrijk (Parijs) en/of naar/door China (Kanton),

althans bij het plegen van bovengenoemd feit, en/of

- daartoe (een) vliegticket(s) en/of een hotel geregeld/geboekt en/of zich (vervolgens)

naar een luchthaven begeven (om (uiteindelijk) via/door Spanje (Madrid) en/of

via/door Uruguay (Montevideo) naar Argentinië te vliegen) en/of

- een persoon, genaamd/zich noemende [betrokkene 5] (geboren[geboortedatum]),

geworven of laten werven, althans aangezocht/benaderd of laten aanzoeken/benaderen,

voor het vervoer(en) van (die) cocaïne van/door/via Argentinië en/of naar/door/via

Frankrijk (Parijs) en/of naar/door China (Kanton), althans voor het plegen van

bovengenoemd feit;

(Zaaksdossier ‘Buenos’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige

zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 2 ahf sub B Opiumwet

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10a lid 1 ahf, sub 1 en 2 Opiumwet

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 februari 2010 tot en met 06

oktober 2010, in elk geval op of omstreeks 06 oktober 2010, te Rotterdam, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer

wapen(s) van categorie III, te weten een pistool (met een of twee (bijbehorend(e))

magazijn(en)/houder(s)) van het merk Glock, model 26, kaliber 9xl9mm en/of een pistool

(met een (bijbehorend(e)) magazijn/houder) van het merk BLOW, model mini 9, kaliber 9mm kort en/of een (los(se)) magazijn/houder voor een gas-/alarmpistool van het merk BBM/Bruni, model 1911, kaliber 8mm knal, en/of munitie van categorie III, te weten een hoeveelheid (10) kogelpatronen van het kaliber 9x19mm en/of een aantal (9) kogelpatronen van het kaliber 9mm kort , (telkens) voorhanden heeft gehad;

(Zaaksdossier ‘Wapens’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige

zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 26 lid 1 WWM

art 47 lid 1 ahf, sub 1 Wetboek van Strafrecht

9.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2010 tot en met

06 oktober 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of Rotterdam en/of Barendrecht en/of (elders) in Nederland en/of China en/of België en/of Italië

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een ander, te weten een persoon genaamd/zich noemende [betrokkene 4] (geboren op

[geboortedatum] te[geboorteplaats]), (telkens) behulpzaam is geweest bij het

zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere

lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is

toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol

tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot

aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag

tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe (telkens)

gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte

en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

en/of

- die [betrokkene 4] (telkens) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich

verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese

Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van

migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale

georganiseerde misdaad, of hem daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of

inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes

mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat

verblijf wederrechtelijk was,

immers hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)

(telkens)

- ( telefonisch) contact gehad en/of onderhouden met betrekking tot (het

regelen/coördineren van) de (vlieg)reis van voornoemde[betrokkene 4] naar Nederland

en/of de (betaling van de) kosten voor de reis/overkomst van die[betrokkene 4] naar

Nederland en/of een te vervalsen/vervalst, althans niet op die(ns) naam gesteld,

(reis)document/paspoort voor die[betrokkene 4] en/of de (betaling van de) kosten voor (de

vervaardiging van) voormeld (reis)document/paspoort voor die[betrokkene 4] en/of

- die[betrokkene 4] van de luchthaven Schiphol opgehaald of laten ophalen en/of

(vervolgens) vervoerd en/of laten vervoeren en/of

- die[betrokkene 4] ondergebracht in (een) woning(en) ([adres] en/of[adres]

[adres]) en/of een restaurant (restaurant [naam]) van verdachte en/of (een of meer

van) verdachtes mededader(s), althans die[betrokkene 4] woonruimte/onderdak en/of een

werkplek verschaft;

(Zaaksdossier ‘Milaan’, in onderling verband en samenhang bezien met de

overige zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 197a lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 197a lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 197a lid 4 Wetboek van Strafrecht

10.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 maart 2010 tot en met

25 mei 2010 en/of de periode van 03 juni 2010 tot en met 09 november 2010, te Rotterdam en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of Barendrecht en/of Dordrecht en/of (elders) in Nederland en/of Zweden en/of Denemarken en/of België tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een ander, te weten een persoon genaamd/zich noemende [betrokkene 3] (geboren op [geboortedatum]

[geboortedatum] te[geboorteplaats]), (telkens) behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van

toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland,

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York

totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de

lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag

tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe (telkens) gelegenheid,

middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s)

(telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of doorreis

wederrechtelijk was,

en/of

- die [betrokkene 3] (telkens) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van

verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of

een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen

Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot

aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen

transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of

inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was,

immers hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens)

- met voornoemde [betrokkene 3] (telefonisch) contact gehad en/of onderhouden met

betrekking tot (het regelen/coördineren van) diens (vlieg)reis/overkomst naar

Nederland en/of diens (daaropvolgende) terugkomst naar Nederland (na te zijn

uitgezet) en/of

- die [betrokkene 3] (daartoe) voorzien van (reis)informatie en/of geld en/of

- die [betrokkene 3] (respectievelijk) van de luchthaven Schiphol en/of van de luchthaven te

Brussel opgehaald en/of laten ophalen en/of (vervolgens) vervoerd en/of laten

vervoeren en/of

- die [betrokkene 3] ondergebracht in (een) woning(en) [adres] en/of[adres]

[adres]) en/of een restaurant (restaurant [naam]) van verdachte en/of (een of meer

van) verdachtes mededader(s), althans die [betrokkene 3] woonruimte/onderdak en/of een

werkplek verschaft, en/of

- voor die[betrokkene 3] een (kopie van een) niet op die(ns) naam gesteld identiteitsbewijs

geregeld en/of

- voor/met die [betrokkene 3] een aanvraag voor een werkvergunning ingediend;

(Zaaksdossier ‘[betrokkene 3]’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige

zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 197a lid 1Wetboek van Strafrecht

art 197a lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 197a lid 4 Wetboek van Strafrecht

11.

hij op of omstreeks 19 mei 2010 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd

[aangever 1], in een (bedrijfs)pand op/aan de [adres] (club ‘[naam]’), althans enig

(bedrijfs)pand, wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) voornoemde [aangever 1]

[aangever 1] aldaar vastgepakt en/of tegengehouden en/of omsingeld en/of voor die[aangever 1] de doorgang versperd en/of die[aangever 1] (vervolgens) op de grond gegooid en/of tegen/op de grond gedrukt en/of vastgehouden en/of overmeesterd en/of een/de (toegangs)deur van het (bedrijfs)pand afgesloten (opdat/zodat [aangever 1] niet kon ontkomen) en/of (be)dreigend een afzetpaaltje, althans enig (hard) voorwerp, tegen die[aangever 1] opgeheven en/of meerdere malen, althans eenmaal, belemmerd dat die [aangever 1] met diens mobiele telefoon de politie kon alarmeren en/of die [aangever 1] (daarbij) dreigend/dwingend de woorden toegevoegd: “Wacht maar even, je gaat het vandaag maken, eerder ga je niet weg!”, althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard of strekking, en/of die[aangever 1] (aldus) tegen diens wil aldaar opgehouden en/of laten ophouden;

(Zaaksdossier ‘Elektricien’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige

zaaksdossiers/processen-verbaal)

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf, sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 mei 2010 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een (bedrijfs)pand op/aan de [adres] (club ‘[naam]’), althans enig (bedrijfs)pand, [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen ontstaat en/of enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) voornoemde [aangever 1] aldaar vastgepakt en/of tegengehouden en/of omsingeld en/of voor die [aangever 1] de doorgang versperd en/of die [aangever 1] (vervolgens) op de grond gegooid en/of tegen/op de grond gedrukt en/of vastgehouden en/of overmeesterd en/of een/de (toegangs)deur van het (bedrijfs)pand

afgesloten (opdat/zodat [aangever 1] niet kon ontkomen) en/of (be)dreigend een afzetpaaltje, althans enig (hard) voorwerp, tegen die [aangever 1] opgeheven en/of meerdere malen, althans eenmaal, belemmerd dat die[aangever 1] met diens mobiele telefoon de politie kon alarmeren en/of die [aangever 1] (daarbij) dreigend/dwingend de woorden toegevoegd: “Wacht maar even, je gaat het vandaag maken, eerder ga je niet weg!” en/of “Ik weet waar je zusje en je moeder woont!” en/of “Je kan denken wat je wil maar het moet gerepareerd worden voordat je weggaat en ik weet waar jij en je familie woont!”, althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard of strekking, en/of (aldus) voor die [aangever 1] een (be)dreigende sfeer gecreëerd en/of in stand gehouden/laten voortduren.

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf, sub 1 Wetboek van Strafrecht

Bijlage II bij het vonnis van[verdachte] d.d. 19 mei 2014.