Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:6751

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
13-08-2014
Zaaknummer
10/661092-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal uit kamer in verzorgings- of verpleeghuis in Nederland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/661092-14

Datum uitspraak: 13 augustus 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres], raadsman mr. A. de Raad, advocaat te Dordrecht.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 30 juli 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. R. Segerink heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) maanden met aftrek van voorarrest.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:

hij op 15 juli 2013 te Veghel tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit een woning (van een verzorgingstehuis, welke is gelegen aan de [straatnaam]) heeft weggenomen een tas (met daarin onder

andere een portemonnee en bankpassen en een geldbedrag), toebehorende aan [slachtoffer], ;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Een opgave van de bewijsmiddelen is opgenomen in de aan dit vonnis gehechte bijlage II. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. Met een opgave wordt volstaan, nu de verdachte het feit heeft bekend en geen vrijspraak is bepleit.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan de diefstal van een tas (met daarin een portemonnee en een of meer bankpassen) uit de kamer van een verzorgingstehuis. De bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen moeten -gelet op hun soms hoge leeftijd en hun kwetsbaarheid- de aanwezigen in het tehuis kunnen vertrouwen. Verdachte heeft op dit vertrouwen een grove inbreuk gemaakt. Hij heeft zich bij het plegen van deze diefstal laten meeslepen door de medeverdachte, terwijl hij wist dat het de medeverdachte te doen was om het plegen van diefstallen van kwetsbare ouderen. Hij is meegegaan, zonder zich te bekommeren om de materiële en emotionele gevolgen die een dergelijke diefstal voor het slachtoffer heeft.

Op een dergelijk feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

In aanmerking is genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 juli 2014 reeds eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Reclassering Nederland, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt op 28 mei 2014. De reclassering onthoudt zich van strafadvies omdat de verdachte een lopend toezicht heeft bij BoumanGGZ reclassering onder parketnummer[parketnummer]. Hij is aangemeld bij de forensische polikliniek, waar hij maatschappelijke en psychische ondersteuning krijgt. Ook is verpleegkundige hulp en woonbegeleiding voor hem verplicht gesteld. Het toezicht loopt tot 25 november 2015, met een passend plan van aanpak, waarop geen aanvullingen nodig zijn. De risico’s zijn volgens de reclassering binnen het huidige plan zo ver mogelijk ingeperkt. Het is aan de verdachte om zich te houden aan de eerder gestelde voorwaarden om dit plan te laten slagen. Voorts is de rechtbank gebleken dat de verdachte inmiddels serieus bezig is ook zijn leven financieel weer op orde te brengen.

Al deze positieve ontwikkelingen zouden worden doorkruist als een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou worden opgelegd. Daarbij in aanmerking genomen dat de rol van de verdachte klein is geweest en dat hij thans slechts voor één feit wordt berecht en veroordeeld, is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf passender is. De verdachte moet echter wel de gevolgen ondervinden van zijn daden en daarom zal de rechtbank bovenop een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf een onvoorwaardelijke werkstraf opleggen.

Alles afwegend worden na te noemen straffen passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden en 3 (drie) dagen, beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf, een gedeelte, groot 2 (twee) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaren, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van den Bos, voorzitter,

en mrs. R. in het Veld en C.A. van Beuningen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. van Hoof, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 augustus 2014.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I bij vonnis van 13 augustus 2014:

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 15 juli 2013 te Veghel tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in / uit een woning (van een verzorgingstehuis, welke is gelegen

aan de[straatnaam]) heeft weggenomen een tas (met daarin onder

andere een portemonnee en/of één of meerdere bankpassen en/of een geldbedrag),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 311 Wetboek van Strafrecht