Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:6745

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
13-08-2014
Zaaknummer
10/740106-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal uit kamers in verzorgings- of verpleeghuizen in Nederland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/740106-14

Datum uitspraak: 13 augustus 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op[geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres 1]preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid West, locatie de Dordtse Poorten,

raadsvrouw J.H. Schaap, advocaat te Arnhem.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 30 juli 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. R. Segerink heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden met aftrek van voorarrest.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Het onder 2 primair en 3 primair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. Nu de officier van justitie tot die vrijspraken heeft gerekwireerd en de raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit, zal dit oordeel niet nader worden gemotiveerd.

Het onder 3 subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank is van oordeel dat er geen bewijs is waaruit volgt dat de verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat de iPad van diefstal afkomstig was toen hij in bezit kwam van die iPad.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 26 februari 2014 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit een woning / kamer (van verpleeghuis "[verpleeghuis]", welke is gelegen aan de[straatnaam] heeft weggenomen sieraden (waaronder oordopjes en broches), toebehorende aan [slachtoffer 1], ;

2.

Subsidiair

hij op 26 februari 2014 te Rotterdam een goed, te weten een (ING) (bank)pas, heeft voorhanden gehad , terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die pas wist, dat het een door misdrijf, namelijk door diefstal verkregen goed betrof;

4.

hij op 03 juli 2013 te Veghel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit een woning (van een verzorgingscentrum, welke is gelegen aan de [straatnaam]) heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan[slachtoffer 2];

5.

hij, verdachte omstreeks 3 juli 2013 en/of 4 juli 2013 te 's-Hertogenbosch en/of te Zwijndrecht, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit

-(1) een (geld)automaat van de RABO Bank en

-(2) een (geld)automaat (gelegen aan de Nieuwstraat (75-79))

en-(3) een (geld)automaat (gelegen aan de Stationsweg (45)),

heeft weggenomen

-(1) een (geld)bedrag van 250 euro en

-(2) een (geld)bedrag van 750 euro en

-(3) een (geld)bedrag van 1000 euro,

toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte zich telkens de toegang tot die geldautomaten heeft verschaft en die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte telkens een bankpas op naam van die [slachtoffer 3], in voornoemde geldautomaten gestoken en de juiste pincode ingevoerd, waardoor voornoemde geldbedragen verkregen konden worden, zonder daartoe gerechtigd te zijn;

6.

hij op 15 juli 2013 te Veghel, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit een woning (van een verzorgingstehuis, welke is gelegen aan de [straatnaam]) heeft weggenomen een tas (met daarin onder andere een portemonnee en bankpassen en een geldbedrag) en foto's, toebehorende aan [slachtoffer 4];

hij, verdachte op tijdstippen omstreeks de periode van 6 augustus 2013 tot en met 19 oktober 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht en/of Dordrecht en/of Arnhem en/of Nijmegen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit

-één of meerdere winkels en

-één of meerdere geldautomaten,

heeft weggenomen één of meerdere geldbedragen van in totaal ongeveer 7600 euro toebehorende aan[slachtoffer 5],

-waarbij verdachte in één of meerdere winkels is geweest en één of meerdere geldbedragen heeft gepind door middel van een valse sleutel en

-waarbij de verdachte zich telkens die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte telkens een bankpas op naam van die[slachtoffer 5], , in één of

meerdere betaalautomaten en geldautomaten gestoken en de juiste pincode ingevoerd, waardoor voornoemde geldbedragen verkregen konden worden en voornoemde geldbedragen van de rekening van voornoemde[slachtoffer 5] werden afgeschreven, zonder

daartoe gerechtigd te zijn;

8.

hij, verdachte op tijdstippen omstreeks de periode van 6 september 2013 tot en met 10 september 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht, meermalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening telkens in /uit

-(1) een (geld)automaat van de ING bank (postcode 3086LW) en

-(2) een (geld)automaat van de ING bank (postcode 3086LW) en-(3) een (geld)automaat van de ING Bank,

en

-(4) middels een betaalautomaat van (winkel)pand "Van Gent Autoverhuur", heeft weggenomen

-(1) een (geld)bedrag van 500 euro en

-(2) een (geld)bedrag van 500 euro en,

-(3) een (geld)bedrag van 500 euro en-(4) een of meerdere (geld)bedrag(en) (van in totaal 735,10 euro),

toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij verdachte zich telkens

die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte telkens een bankpas op naam van die [slachtoffer 6], in voornoemde geldautomaten en betaalautomaten gestoken en de (juiste pincode ingevoerd, waardoor voornoemde geldbedragen verkregen konden worden, zonder daartoe gerechtigd te zijn;

9.

hij op 13 september 2013 te Varsseveld, binnen de gemeente Oude IJsselstreek, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit een woning (van verzorgingscentrum [verpleeghuis], welke is gelegen aan de[straatnaam]) heeft weggenomen een portemonnee eneen geldbedrag (van (ongeveer) 45 euro) en een gouden armband en een gouden ketting, toebehorende aan [slachtoffer 7];

10.

hij op 16 september 2013 te Capelle aan den IJssel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit een woning (van het zorg / verpleeghuis [verpleeghuis], welke is gelegen aan de [straatnaam] heeft weggenomen een bankpas (ING) en een geldbedrag en één of meerdere papieren, toebehorende aan [slachtoffer 8], ;

11.

hij op 28 september 2013 te Pernis Rotterdam, gemeente Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit een woning (van het verzorgingstehuis [verpleeghuis], welke is gelegen aan de [straatnaam] heeft weggenomen een portemonnee (met daarin onder andere een geldbedrag) en een sleutel van voornoemde woning, toebehorende aan [slachtoffer 9];

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De bewijsmiddelen en de voor de bewezenverklaring redengevende inhoud daarvan zijn weergegeven in de aan dit vonnis gehechte bijlage II. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

NADERE BEWIJSOVERWEGING

De raadsvrouw van de verdachte heeft de rechtmatigheid van de doorzoeking in februari 2014 van de auto waarin de verdachte reed ter discussie gesteld. Op grond van artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering verwerpt de rechtbank dit verweer.

Met betrekking tot feit 2 subsidiair (het bezit van de bankpas van[slachtoffer 10]) heeft de raadsvrouw bepleit dat sprake is van schuldheling, hetgeen vrijspraak van opzetheling impliceert.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De verdachte was in bezit van een bankpas van een hem onbekende ander, zonder daarvoor een redelijke verklaring te hebben. In die omstandigheden kan het redelijkerwijs niet anders zijn dan dat hij bij bezitsverkrijging minst genomen willens en weten de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze bankpas van misdrijf afkomstig is, zodat opzetheling kan worden bewezen.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1

Diefstal;

2.

subsidiair

Opzetheling;

4

Diefstal;

5

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

6

Diefstal door twee of meer verenigde personen;

7

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

8

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

9

Diefstal;

10

Diefstal;

11

Diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan diefstal uit kamers in verzorgings- of verpleeghuizen in Nederland. De verdachte ging de huizen binnen en ontvreemdde eigendommen van de bewoners uit hun kamers. Hij heeft misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van mensen die in verpleeg- of verzorgingshuizen verblijven. Hun kamers zijn, eenmaal binnen in het huis, gemakkelijk bereikbaar omdat ze uit veiligheidsoverwegingen veelal niet op slot zijn. De verdachte heeft zelfs niet geschroomd de kamers in de huizen binnen te gaan terwijl de bewoner daar nog was. Daardoor zijn slachtoffers rechtstreeks geconfronteerd met de aanwezigheid van verdachte in hun kamer; de plaats waar zij zich het veiligst moeten kunnen voelen.

De bewoners van dergelijke instellingen moeten -gelet op hun veelal hoge leeftijd en hun kwetsbaarheid- de aanwezigen in het tehuis kunnen vertrouwen. Dit geldt te meer voor bewoners die dementerend zijn, in coma liggen of blind zijn. Ook bij dergelijke bewoners heeft verdachte diefstallen gepleegd.

Als de verdachte pasjes had buitgemaakt, betaalde hij hiermee en nam geld op. Hij kon dit relatief eenvoudig doen, omdat veel oudere mensen hun pincodes opschrijven of kiezen voor een voor de hand liggende pincode, zoals hun geboortedatum.

Verdachte heeft zich bij het plegen van deze diefstallen slechts laten leiden door geldelijk gewin en hij heeft zich daarbij niet bekommerd om de ernstige materiële en emotionele gevolgen die zulke diefstallen voor de betrokkenen hebben. Zelfs de omstandigheid dat hij enige tijd in voorlopige hechtenis heeft verbleven voor een deel van de thans berechte feiten, heeft hem niet doen stoppen. Nadat hij in afwachting van deze berechting vrij is gekomen, is hij gewoon doorgegaan.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 juli 2014 reeds eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Reclassering Nederland, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 3 januari 2014, waarin een deels voorwaardelijke straf wordt geadviseerd, met bijzondere voorwaarden. De rechtbank ziet echter geen enkele aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel.

Evenmin ziet de rechtbank in de vrijspraak van feit 3 subsidiair, waarmee de officier van justitie in zijn eis geen rekening had gehouden, aanleiding de straf te matigen ten opzichte van de eis. Tegenover de veelheid en de ernst van de andere feiten, legt de vrijspraak een zeer gering gewicht in de schaal.

Alles afwegend, wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

VORDERINGEN BENADEELDE PARTIJ / SCHADEVERGOEDINGSMAATREGELEN

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd:

[slachtoffer 10], wonende te Vianen, ter zake van het onder 2 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 180,- aan materiële schade.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit. De gevorderde schade is het gevolg van de diefstal van een portemonnee. Voor die diefstal wordt de verdachte echter niet veroordeeld; hij wordt veroordeeld voor de heling het enkele bezit, niet het gebruik van een bankpas. De benadeelde partij wordt veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten worden begroot op nihil.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd:

[slachtoffer 11], wonende te Geldrop, ter zake van het onder 3 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte wordt vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde feit en er dus voor dit feit geen straf of maatregel wordt opgelegd of artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast. De benadeelde partij wordt veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten worden begroot op nihil.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd:

[slachtoffer 5], wonende te Hoogstraten (België), ter zake van het onder 7 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 7530,50 aan materiële schade.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 7 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering worden toegewezen.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd:

[slachtoffer 6], wonende te Rotterdam, ter zake van het onder 8 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2647,60 aan materiële schade.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 8 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering gedeeltelijk worden toegewezen tot een bedrag van € 2247,60. De kosten voor een nieuwe pinpas worden aangemerkt als rechtstreekse schade, omdat pinnen met een gestolen pas in de regel leidt tot blokkade van die pas en dus tot de noodzaak een vervangende pas aan te vragen.

De benadeelde partij zal voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet is komen vast te staan dat de schade (€ 400,- contant geld) waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het onder 8 bewezen verklaarde feit. Onder feit 8 wordt de verdachte immers alleen verweten het stelen door middel van pinnen, niet de diefstal van contant geld.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd:

[slachtoffer 7], wonende te Varsseveld, ter zake van het onder 9 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2430,- aan materiële schade.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 9 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal deze, ondanks de betwisting door de verdachte, worden toegewezen.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht met betrekking tot de vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7].

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op artikelen 24c, 36f, 47, 57, 310, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2 primair en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 subsidiair, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden, beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;



verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 10] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 11] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt deze twee benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vorderingen gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5], wonende te Hoogstraten (België), toe tot een bedrag van € 7.530,50 en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 7.530,50 (hoofdsom: zevenduizendvijfhonderdendertig euro en vijftig eurocent), beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 7.530,50 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 72 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6], wonende te Rotterdam, toe tot een bedrag van € 2.247,60 en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.247,60 (hoofdsom: tweeduizend tweehonderdzevenenveertig euro en zestig eurocent), beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.247,60 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 32 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7], wonende te Varsseveld, toe tot een bedrag van € 2.430,- en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.430,- (hoofdsom: tweeduizend vierhonderddertig euro), beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.430,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 34 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van den Bos, voorzitter,

en mrs. R. in het Veld en C.A. van Beuningen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. van Hoof, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 augustus 2014.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I bij vonnis van 13 augustus 2014:

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 26 februari 2014 te Rotterdam met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning / kamer (van verpleeghuis

[verpleeghuis], welke is gelegen aan de [straatnaam] heeft

weggenomen 17, althans één of meerdere siera(a)d(en) (waaronder oordopjes

en/of broches), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2014 tot en met 26 februari

2014 te Rotterdam en/of Vianen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit

een woning / kamer (van een verpleeghuis, welke is gelegen aan het [straatnaam]

[straatnaam] heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud, waaronder een

(ING) (bank)pas en/of een (geld)bedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 februari 2014 te Vianen en/of te Rotterdam een goed, te

weten een (ING) (bank)pas, heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of

heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van die pas wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het

een door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf,

verkregen goed betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 29 augustus 2013 tot en met 1 september

2013 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in / uit een woning / kamer (van een verpleeghuis, welke is

gelgen aan[straatnaam]) heeft weggenomen een Ipad (merk: Apple, met

serienummer DMPJH0V9DFHW), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 6 september 2013 te Dordrecht, een goed, te weten een Ipad

(merk: Apple, serienummer DMPJH0V9DFHW), heeft verworven en/of heeft

voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de

verwerving of het voorhanden krijgen van die Ipad wist, althans redelijkerwijs

had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf, namelijk door diefstal,

althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed betrof;

art 417bis ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 03 juli 2013 te Veghel met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in / uit een woning (van een verzorgingscentrum, welke is gelegen

aan de [straatnaam] heeft weggenomen een geldbedrag, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

5.

hij, verdachte op of omstreeks 3 juli 2013 en/of 4 juli 2013 te

's-Hertogenbosch en/of te Zwijndrecht, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in / uit

-(1) een (geld)automaat van de RABO Bank en/of

-(2) een (geld)automaat van de ABN-Amro (gelegen aan de Nieuwstraat (75-79))

en/of

-(3) een (geld)automaat van de ABN-Amro (gelegen aan de Stationsweg (45)),

heeft weggenomen

-(1) een (geld)bedrag van 250 euro en/of

-(2) een (geld)bedrag van 750 euro en/of,

-(3) een (geld)bedrag van 1000 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich

(telkens) de toegang tot die (geld)automa(a)t(en) heeft verschaft en/of

die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte (telkens) een (bank)pas op naam van die [slachtoffer 3],

in elk geval op naam van een ander dan verdachte(n), in voornoemde

(geld)automa(a)t(en) gestoken en een(maal) of meermalen de (juiste) pincode

ingevoerd, waardoor voornoemde (geld)bedrag(en) verkregen konden worden,

zonder daartoe gerechtigd te zijn;

art 310 jo 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 15 juli 2013 te Veghel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in / uit een woning (van een verzorgingstehuis, welke is gelegen

aan de[straatnaam]) heeft weggenomen een tas (met daarin onder

andere een portemonnee en/of één of meerdere bankpassen en/of een geldbedrag)

en/of foto's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

7.

hij, verdachte op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

6 augustus 2013 tot en met 19 oktober 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht en/of Dordrecht en/of Arnhem en/of Nijmegen, in elk geval (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit

-één of meerdere winkel(s) en/of

-één of meerdere (geld)automa(a)t(en),

heeft weggenomen

één of meerdere geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 7600 euro)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 5],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

-waarbij verdachte en/of zijn mededader in één of meerdere winkel(s) is geweest en/of één of meerdere geldbedrag(en) heeft gepind door middel van een valse sleutel en/of

-waarbij de verdachte en/of zijn mededader zich (telkens) de toegang tot die

(geld)automa(a)t(en) heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(telkens) een (bank)pas op naam van die[slachtoffer 5], in elk geval op naam van een ander dan verdachte(n), in één of

meerdere (betaal)automa(a)t(en) en/of (geld)automa(a)t(en) gestoken en

een(maal) of meermalen de (juiste) pincode ingevoerd, waardoor voornoemde

(geld)bedrag(en) verkregen konden worden en/of voornoemd(e) geldbedrag(en)

van de rekening van voornoemde[slachtoffer 5] werden afgeschreven, zonder

daartoe gerechtigd te zijn;

art 310 jo 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8.

hij, verdachte op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

6 september 2013 tot en met 10 september 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht,

meermalen, althans eenmaal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

(telkens) in / uit

-(1) een (geld)automaat van de ING bank (postcode 3086LW) en/of

-(2) een (geld)automaat van de ING bank (postcode 3086LW) en/of

-(3) een (geld)automaat van de ING Bank,

en/of

-(4) middels een (betaal)automaat van (winkel)pand "Van Gent Autoverhuur",

heeft weggenomen

-(1) een (geld)bedrag van 500 euro en/of

-(2) een (geld)bedrag van 500 euro en/of,

-(3) een (geld)bedrag van 500 euro en/of

-(4) een of meerdere (geld)bedrag(en) (van in totaal 735,10 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich

(telkens) de toegang tot die (geld)automa(a)t(en) heeft verschaft en/of

die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte (telkens) een (bank)pas op naam van die [slachtoffer 6],

in elk geval op naam van een ander dan verdachte(n), in voornoemde

(geld)automa(a)t(en) en/of (betaal)automa(a)t(en) gestoken en een(maal) of

meermalen de (juiste) pincode ingevoerd, waardoor voornoemde (geld)bedrag(en)

verkregen konden worden, zonder daartoe gerechtigd te zijn;

art 301 jo 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

9.

hij op of omstreeks 13 september 2013 te Varsseveld, binnen de gemeente Oude

IJsselstreek, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een

woning (van verzorgingscentrum [verpleeghuis]", welke is gelegen aan de [straatnaam]

[straatnaam]) heeft weggenomen een portemonnee en/of een geldbedrag (van

(ongeveer) 45 euro) en/of een gouden armband en/of een gouden ketting, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

art 310 Wetboek van Strafrecht

10.

hij op of omstreeks 16 september 2013 te Capelle aan den IJssel met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van het zorg /

verpleeghuis [verpleeghuis], welke is gelegen aan de [straatnaam]) heeft

weggenomen een bankpas (ING) en/of een geldbedrag en/of één of meerdere

papieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8]

[slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

11.

hij op of omstreeks 28 september 2013 te Pernis Rotterdam, gemeente Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van het

verzorgingstehuis[verpleeghuis], welke is gelegen aan de[straatnaam])

heeft weggenomen een portemonnee (met daarin onder andere een geldbedrag)

en/of een sleutel van voornoemde woning, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht