Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:6060

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-07-2014
Datum publicatie
18-07-2014
Zaaknummer
C/10/443551 / HA ZA 14-125
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering ex art. 843a Rv na bewijsbeslag, ingesteld bij dagvaarding waarin tevens de hoofdvordering is ingesteld. In de hoofdzaak is nog niet voor antwoord geconcludeerd.

Gedaagden hebben betoogd dat het niet aangaat dat eiseressen thans een incidentele vordering ex art. 843a Rv instellen, omdat zij in het verzoekschrift tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag hebben gesteld dat eerst nadat de bodemrechter een bewijsopdracht heeft verstrekt en/of heeft geoordeeld dat bewijs moet worden geleverd door de verlangde correspondentie in het geding te brengen, de eiseressen toegang zouden krijgen tot de in bewaring te stellen zaken.

Uit de conclusie van het dupliek in het incident blijkt dat gedaagden hiermee bedoelen, dat het eiseressen niet vrijstaat in dit stadium van de procedure de incidentele vordering in te stellen en dus in hun vordering niet-ontvankelijk zijn. Dat standpunt vindt geen steun in het recht, immers dienden de eisen in de hoofdzaak ingevolge het beslagverlof binnen vier weken na het gelegde beslag te worden ingesteld. Dat is ook gebeurd. Tevens is daarbij de onderhavige incidentele vordering ingesteld. Dat betekent evenwel nog niet dat op de incidentele vordering reeds moet worden beslist nog voordat in de hoofdzaak zelfs nog maar voor antwoord is geconcludeerd. De rechtbank houdt de beoordeling van de incidentele vordering voorshands aan tot de beslissing in de hoofdzaak en verwijst zaak naar de rol voor het nemen van een conclusie van antwoord in de hoofdzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/443551 / HA ZA 14-125

Vonnis in incident van 9 juli 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGROCAP INVEST B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INNOVERDE B.V.,

gevestigd te Maasdijk,

eiseressen in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat mr. T. Steffens,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 1],

gevestigd te Ridderkerk,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats 1],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 3],

gevestigd te Rotterdam,

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats 2],

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 5],

gevestigd te Maassluis,

6. [gedaagde 6],

wonende te [woonplaats 3],

gedaagden in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. J.P.M. Borsboom.

Partijen zullen hierna respectievelijk Agrocap , Innoverde, [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3], [gedaagde 4], [gedaagde 5] en [gedaagde 6] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering ex. artikel 843a Rv

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord

  • -

    de incidentele conclusie van repliek

  • -

    de incidentele conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De vaststaande feiten in het incident

2.1.

Gedaagden [gedaagde 2], [gedaagde 4] en [gedaagde 6] zijn enig aandeelhouder en alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van respectievelijk [gedaagde 1], [gedaagde 3] en [gedaagde 5].

2.2.

Zij hebben op 4 september 2009 met financiële hulp van Agrocap Innoverde opgericht. De doelomschrijving van Innoverde is blijkens de oprichtingsakte onder meer "het importeren en exporteren (incl. transitohandel) van aardappelen, groenten en fruit".

2.3.

Voordien hadden zij op 3 september 2009 met Innoverde en Agrocap een Aandeelhoudersovereenkomst gesloten. Deze hield in, dat [gedaagde 1], [gedaagde 3], [gedaagde 5] en Agrocap gezamenlijk 100% in het kapitaal van Innoverde zouden houden, waarbij Agrocap 51% van de aandelen kreeg toebedeeld en de overige drie Aandeelhouders respectievelijk 17%, 16% en 16%.

2.4.

Nog weer eerder, namelijk op 31 augustus 2009, had Innoverde met onderscheidenlijk [gedaagde 1], [gedaagde 3] en [gedaagde 5] managementovereenkomsten gesloten, die onder meer voorzagen in een management fee aan elk van de drie laatstgenoemde rechtspersonen van € 120.000, - per jaar exclusief btw.

2.5.

De onder 2.4 bedoelde managementovereenkomsten bepaalden voorts het volgende:

in

- artikel 4.1 “De management BV is zowel tijdens als na de beëindiging van deze overeenkomst verplicht tot geheimhouding van alle bijzonderheden welke de ondernemingen van Innoverde en/of de met haar gelieerde ondernemingen of haar contractanten betreffen of daarmee verband houden”,

in

- artikel 4.2 : “De management BV staat ervoor in dat de manager zich overeenkomstig de bedingen in dit artikel gedraagt”

en voorts in

- artikel 5.1: De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Deze overeenkomst kan op enig moment door één der partijen schriftelijk worden opgezegd. Deze opzegging dient tenminste 90 dagen voorafgaand aan de geplande opzeggingsdatum te geschieden.

2.6.

In de Aandeelhoudersovereenkomst werd onder meer het volgende bepaald:

5.1 De Aandeelhouders zullen de werkzaamheden verrichten voor en/of diensten verlenen aan Innoverde (…).

5.2 Indien een of meerdere gebeurtenissen zich voordoet zoals bedoeld in artikel 5.3 tot en met 5.8 (…), dan is de betreffende Aandeelhouder verplicht alle door hem gehouden Aandelen binnen 10 dagen onherroepelijk en onbezwaard ter verkoop aan te bieden (…) aan de andere Aandeelhouders, voor een prijs die afhankelijk is van de Oorzaak van het eindigen of niet verlengd worden van de Managementovereenkomst (…)

5.4. In geval van beëindiging of opzegging van de managementovereenkomst door de Aandeelhouder dan is de Aandeelhouder verplicht zijn aandelen aan te bieden tegen

a. Nominale waarde van die aandelen, dan wel de marktwaarde van die aandelen indien deze lager is dan de nominale waarde (…).

10.1 De Aandeelhouders zijn verplicht om geheimhouding te betrachten over de informatie. Deze verplichting geldt mede vijf jaar na beëindiging van de overeenkomst. (…).

10.2 De gegevens welke de Aandeelhouders onder zich hebben of zullen krijgen, zijn en blijven eigendom van Innoverde. Die partij bij deze overeenkomst, ten aanzien van wie deze overeenkomst eindigt, zal de gegevens terstond ter beschikking stellen aan Innoverde (…).

2.7.

Aanvankelijk werd het bedrijf van Innoverde gevoerd vanuit een bedrijfspand te Maasdijk. Op 7 december 2011 heeft Innoverde een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Cool Fresh International BV (hierna: Cool Fresh)en zijn beide ondernemingen gezamenlijk gehuisvest.

2.8.

Bij brieven van 8 oktober 2013 hebben de gedaagden de managementovereenkomst met Innoverde met ingang van 5 januari 2014 opgezegd en de aandelen in Innoverde aangeboden voor (totaal) € 775.000, -.

2.9.

Partijen hebben daarop een briefwisseling onderhouden, waarbij eiseressen te kennen gaven de managementvergoeding aan gedaagden te willen betalen mits gedaagden schriftelijk zouden bevestigen dat zij zich zouden onthouden van (kort gezegd) het beconcurreren van Innoverde en zouden instemmen met een passend non-concurrentie-, relatie- en boetebeding. Gedaagden hebben dit laatste geweigerd.

2.10.

[gedaagde 2] heeft kort voor de opzegging van de managementovereenkomst namens [gedaagde 5] het klantenbestand van Innoverde en contractendocumentatie met enkele grote klanten van Innoverde naar zijn privé e-mail verzonden.

2.11.

Op 28 oktober 2013 is [gedaagde 2] op non-actief gesteld en is hem de toegang tot het gebouw en ICT systemen van Innoverde ontzegd. Op 22 november 2013 hebben de twee nog overgebleven commerciële medewerkers van Innoverde hun dienstverband opgezegd tegen 31 december 2013. Kort nadien hebben ook de twee enige logistieke medewerkers hun dienstverband beëindigd.

2.12.

Op 9 januari 2014 werd de besloten vennootschap Fruit Factor BV opgericht. Haar activiteiten bestaan blijkens opgave in het handelsregister uit: "Groothandel in groenten en fruit, importeren en exporteren (incl. transitohandel) van aardappelen, groenten en fruit, alsmede beheer-en financieringsactiviteiten". Statutair bestuurders zijn gedaagden [gedaagde 2], [gedaagde 4] en [gedaagde 6]. Enig Aandeelhouder is [persoon 1], een van de twee commerciële medewerkers die op 22 november 2013 hun dienstverband met Innoverde hebben opgezegd.

2.13.

Eiseressen hebben zich op het standpunt gesteld, dat gedaagden jegens hen wanprestatie hebben gepleegd, althans zich jegens hen schuldig hebben gemaakt aan een onrechtmatige daad en hebben na verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam bewijsbeslag doen leggen op de inhoud van een mobiele telefoon, een Apple I-Phone 5, serienummer 013417008939564, alsmede de inhoud van een laptop, een Apple Mac book Air met serienummer C02G6CZPDJYD, met dien verstande dat van dit een en ander een forensische kopie is gemaakt naar een externe hard disk drive, welke harddisk de deurwaarder heeft afgegeven aan een gerechtelijk bewaarder.

In het exploot van conservatoir (bewijs)beslag heeft de deurwaarder het volgende opgetekend:

"(…) Alwaar ik een afschrift van voormeld verlof aan de heer [gedaagde 2] heb overhandigd en het doel van mijn komst meedeelde, de heer [gedaagde 2] heeft daarop telefonisch overleg gevoerd met zijn advocaat, na afloop van dat telefonische overleg deelde de heer [gedaagde 2] mij mede dat hij zijn laptop niet bij zich had maar bereid was om deze thuis op te halen, ik heb in dit gesprek de heer [gedaagde 2] er uitdrukkelijk op gewezen dat hij niet tot medewerking verplicht is, na nader overleg is uit praktische overwegingen een aanvang gemaakt met het kopiëren van (inhoud van) de mobiele telefoon van de heer [gedaagde 2] terwijl de heer [gedaagde 2] zijn laptop thuis ging ophalen opdat ook deze (althans de inhoud daarvan) gekopieerd kon worden, waar in dit proces-verbaal sprake is van kopiëren wordt bedoeld het maken van een forensische kopie (…)

Gedurende het kopieeren van voorbeelden laptop maakte de heer [gedaagde 2] bezwaar tegen het kopiëren daarvan nu deze bij mijn betreden van voormeld adres niet aanwezig was op dat adres, waarop ik hem heb geantwoord dat hij vrijwillig aanbood om de laptop bij hem thuis op te halen opdat deze gekopieerd kon worden, dat ik hem uitdrukkelijk vooraf heb gewezen op het feit dat hij tot medewerking niet verplicht was en dat de laptop thans wel aanwezig was op voormeld adres zodat ik het beslag op de bescheiden/het kopieeren van de inhoud van de laptop zou voortzetten, een en ander is ook besproken met de heer mr. J. Borsboom advocaat van onder anderen de heer [gedaagde 2] "

3 Het geschil

Tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven vaststaande feiten hebben eiseressen de gedaagden in rechte betrokken en gevorderd

3.1.

IN HET INCIDENT EX ARTIKEL 843A RV:

Dat het de rechtbank behage bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden te bevelen tot afgifte aan Agrocap en Innoverde van afschriften van alle onder randnummer 152 van de dagvaarding aangeduide bescheiden, zulks binnen een week na de datum van het vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom aan Agrocap en Innoverde van € 50.000, - per dag of gedeelte van een dag of dagdeel dat gedaagden in gebreke blijven te voldoen aan dit vonnis, alsmede te bepalen, dat het Innoverde Agrocap vrijstaat de gegevensdragers waarop bewijsbeslag is gelegd te (laten) doorzoeken op aanwezigheid van de aangeduide bescheiden, en overigens ten laste van gedaagden die voorzieningen te treffen ex artikel 843a Rv die de rechtbank in goede justitie geraden acht, een en ander met veroordeling van gedaagden in de kosten van het incident;

3.2.

IN DE HOOFDZAAK

Dat het de rechtbank behage bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat gedaagden op grond van het bepaalde in de Aandeelhoudersovereenkomst en de Managementovereenkomst al dan niet in samenhang met het bepaalde in artikel 2:8 BV en/of 6:248 BW, gedurende een periode van twee jaar, gerekend vanaf de einddatum van hun respectievelijke managementovereenkomsten met Innoverde niet gerechtigd zijn (de onderneming) van Innoverde direct of indirect enige concurrentie aan te doen en voorts niet gerechtigd zijn commerciële relaties van Innoverde te (doen) benaderen;

2. gedaagden te gebieden de met Innoverde concurrerende activiteiten te staken en gedurende de periode als omschreven onder 1 hiervoor gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom aan Agrocap en Innoverde van € 50.000, - per dag of gedeelte van een dag of dagdeel dat gedaagden in gebreke blijven te voldoen aan dit vonnis;

3. te verklaren voor recht dat elk van gedaagden toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van het bepaalde in de Aandeelhoudersovereenkomst en managementovereenkomst(en) alsmede dat elk van gedaagden heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 2:8 BV en/of 6:248 BW en onrechtmatig heeft gehandeld jegens zowel Innoverde als Agrocap;

4. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan Innoverde en Agrocap nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

5. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief de kosten van het bewijsbeslag en de nakosten.

3.3.

Gedaagden hebben verweer gevoerd tegen de incidentele vordering. Op hun verweer en op de overige stellingen van eiseressen zal hierna waar nodig worden ingegaan.

4 De beoordeling van de incidentele vordering

4.1.

Eiseressen hebben afgifte van de volgende documenten gevorderd:

a. Documentatie welke Innoverde toebehoort, bestaande uit overeenkomsten tussen Innoverde en haar klanten en toeleveranciers, alsmede het klanten-& relatiebestand van Innoverde.

- Eiseressen lichten dit als volgt toe: [gedaagde 4] heeft deze stukken naar zijn privé e-mail verzonden en er bestaat derhalve redelijke grond om aan te nemen dat deze bescheiden zich nog bij hem, of bij [gedaagde 2] en [gedaagde 6] bevinden. [gedaagde 4] heeft ook van deze gegevens gebruik gemaakt, hetgeen volgt uit de omstandigheid dat hij heeft geweigerd te bevestigen dat hij vanaf het moment van zijn op non actiefstelling geen contacten meer heeft onderhouden met commerciële relaties van Innoverde;

e-mail correspondentie tussen enerzijds gedaagden en anderzijds contactpersonen van klanten, toeleveranciers en overige relaties van Innoverde vanaf augustus 2013.

- eiseressen lichten dit als volgt toe: er is redelijke grond voor de veronderstelling dat gedaagden met klanten, toeleveranciers en overige commerciële relaties van Innoverde hebben gecorrespondeerd over hun vertrek en mede ten behoeve van een voortzetting van de commerciële relaties na beëindiging van de managementovereenkomsten met Innoverde, hieronder uitdrukkelijk begrepen correspondentie met (een aantal in de dagvaarding genoemde) relaties van Innoverde;

e-mail correspondentie en overige documentatie vanaf augustus 2013, waaronder begrepen overeenkomsten, tussen enerzijds gedaagden en anderzijds (voormalig) werknemers van Innoverde.

- eiseressen lichten dit als volgt toe: Innoverde en Agrocap hebben vastgesteld dat gedaagden zonder overleg, laat staan met instemming van Agrocap en Innoverde, hebben gecommuniceerd met werknemers over hun vertrek en toekomstplannen. Inmiddels staat vast dat aansluitend aan de beëindiging van de respectievelijke managementovereenkomsten een vennootschap, Fruit Factor B.V. is opgericht met een identieke doelomschrijving als Innoverde daarbij naast gedaagden alle voormalige werknemers van Innoverde betrokken zijn. Deze werknemers hebben allen hun dienstverband reeds in november 2013 opgezegd zodat zij aansluitend werkzaamheden konden gaan verrichten voor Fruit Factor B.V. het vorenstaande houdt logischerwijs in dat deze werknemers nog zelfs tijdens de looptijd van de managementovereenkomsten door gedaagden zijn benaderd en “geronseld”;

e-mail correspondentie tussen gedaagden onderling alsmede overige documentatie, waaronder begrepen (concept) (Aandeelhouders (overeenkomsten, businessplannen, memoranda, et cetera vanaf augustus 2013, met betrekking tot de (voorgenomen) samenwerking tussen gedaagden na beëindiging van hun respectievelijke managementovereenkomsten.

4.2.

Gedaagden hebben betoogd, dat het niet aangaat dat eiseressen thans een incidentele vordering ex artikel 843a Rv instellen, omdat zij in het verzoekschrift tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag hebben gesteld dat eerst nadat de bodemrechter een bewijsopdracht heeft verstrekt en/of heeft geoordeeld dat bewijs moet worden geleverd door de verlangde correspondentie in het geding te brengen, de eiseressen toegang zouden krijgen tot de in bewaring te stellen zaken.

4.3.

Uit de conclusie van het dupliek in het incident blijkt, dat gedaagden hiermee bedoelen, dat het eiseressen niet vrijstaat in dit stadium van de procedure de incidentele vordering in te stellen en dus in hun vordering niet-ontvankelijk zijn. Dat standpunt vindt geen steun in het recht, immers dienden de eisen in de hoofdzaak ingevolge het beslagverlof binnen vier weken na het gelegde beslag te worden ingesteld. Dat is ook gebeurd. Tevens is daarbij de onderhavige incidentele vordering ingesteld.

4.4.

Dat betekent evenwel nog niet, dat op de incidentele vordering reeds moet worden beslist nog voordat in de hoofdzaak zelfs nog maar voor antwoord is geconcludeerd.

4.5.

De rechtbank ziet aanleiding de beoordeling van de incidentele vordering voorshands aan te houden tot de beslissing in de hoofdzaak en zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een conclusie van antwoord in de hoofdzaak.

4.6.

Alle verdere beslissingen zullen worden aangehouden.

5 De beoordeling van de vordering in de hoofdzaak

5.1.

De zaak zal de rol worden verwezen voor het nemen van een conclusie van antwoord.

5.2.

Alle verdere beslissingen zullen worden aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank,

6.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 3 september 2014 voor het nemen van de conclusie van antwoord in de hoofdzaak;

6.2.

houdt, ten aanzien van zowel de vordering in het incident als de vordering in de hoofdzaak, alle beslissingen aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H. Veling en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2014.1

1 53/2085