Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:6057

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-06-2014
Datum publicatie
18-07-2014
Zaaknummer
C/10/426566 / HA ZA 13-633
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding na onterechte opzegging overeenkomst met <persoon 1>. Berekening schadevergoeding; gaat het om vervangende of aanvullende omzet?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/426566 / HA ZA 13-633

Vonnis van 25 juni 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MY DREAM MUSIC B.V.,

gevestigd te Velp,

eiseres,

advocaat mr. P.J.A. Plattel,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE NEDERLANDSE ENERGIE MAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.G.M. Roijers.

Partijen zullen hierna My Dream Music en de Nederlandse Energie Maatschappij genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 5 maart 2014

  • -

    de akte houdende uitlating na tussenvonnis tevens akte houdende wijziging eis van My Dream Music

  • -

    de antwoordakte houdende verzet vermeerdering van eis, tevens akte overlegging productie van de Nederlandse Energie Maatschappij

  • -

    de akte houdende uitlating productie van My Dream Music

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij voormeld tussenvonnis is geoordeeld – samengevat – dat de Nederlandse Energie Maatschappij de samenwerking met My Dream Music ten onrechte heeft opgezegd, dat My Dream Music haar recht heeft verwerkt nakoming van de overeenkomst te vorderen, maar dat vaststaat dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming en verzuim aan de zijde van de Nederlandse Energie Maatschappij, zodat zij gehouden is tot schadevergoeding. Voorts is geoordeeld dat de Nederlandse Energie Maatschappij de eerder door haar verstrekte overzichten van de nieuw geworven huishoudens dient aan te vullen met de verkopen in de maand augustus 2010, zodat kan worden vastgesteld in hoeverre My Dream Music recht heeft op de overeengekomen bonusvergoeding. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de hoogte van de schade.

2.2.

Volgens de Nederlandse Energie Maatschappij heeft de rechtbank de grondslag van de vordering verlaten met haar oordeel dat My Dream Music recht heeft op schadevergoeding, nu een vordering tot schadevergoeding niet aan de orde was. Dit betoog wordt verworpen. De Nederlandse Energie Maatschappij miskent dat My Dream Music (in haar petitum) geen nakoming vordert, noch een verklaring voor recht met die strekking, maar de betaling van een geldbedrag. Dit is in het kader van artikel 23 Rv, waar de Nederlandse Energie Maatschappij op wijst, de vordering waarover de rechtbank had te beslissen. Voor toewijzing van een bedrag aan schadevergoeding (in plaats van het bedrag dat op basis van nakoming zou zijn verschuldigd) is niet noodzakelijk dat My Dream Music haar vordering wijzigt. Het staat de rechter daarbij op grond van artikel 25 Rv vrij de rechtsgronden aan te vullen, zolang daarbij niet wordt getreden buiten de grenzen van de rechtsstrijd en zolang de beslissing niet wordt gebaseerd op andere feiten en omstandigheden dan door (in casu) My Dream Music aan haar vordering ten grondslag is gelegd. Daaraan is voldaan. De rechtbank heeft My Dream Music niet gevolgd in haar betoog dat zij recht had op nakoming, doch de door My Dream Music gestelde feiten en omstandigheden voldoende bevonden voor het oordeel dat zij recht heeft op schadevergoeding.

2.3.

My Dream Music heeft haar eis vermeerderd; zij vordert thans ook een verwijzing naar de schadestaat voor vergoeding van imagoschade. De rechtbank is (ambtshalve) van oordeel dat deze eiswijziging in strijd is met de goede procesorde omdat sprake is van een onredelijke vertraging van de procedure. Na de comparitie van partijen is de zaak verwezen naar de rol voor vonnis, waarmee in beginsel het debat tussen partijen is geëindigd. Het feit dat de rechtbank een tussenvonnis heeft gewezen en partijen in de gelegenheid heeft gesteld nadere stellingen in te nemen over bepaalde in dat tussenvonnis genoemde punten is geen uitnodiging aan partijen het debat op andere dan die in het tussenvonnis genoemde gronden uit te breiden. De rechtbank laat de eiswijziging daarom buiten beschouwing.

2.4.

Zoals in het tussenvonnis (onder 4.10) is overwogen moet de omvang van de schade worden vastgesteld door een vergelijking van de hypothetische situatie zonder tekortkoming en de feitelijke situatie waarin My Dream Music zich thans bevindt. Als My Dream Music (in de persoon van [persoon 1]) na het wegvallen van de overeenkomst met de Nederlandse Energie Maatschappij andere inkomsten heeft verworven, heeft zij in zoverre geen schade geleden. Als zij geen andere inkomsten heeft verworven, is de vraag in hoeverre My Dream Music gehouden was haar schade te beperken door zich in te zetten andere inkomsten te verwerven (artikel 6:101 BW). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.

2.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat My Dream Music bij volledige nakoming van de overeenkomst nog een bedrag van € 200.000 zou hebben ontvangen en enige kosten zou hebben gemaakt. Evenmin is in geschil dat My Dream Music thans (als gevolg van de niet-nakoming van de Nederlandse Energie Maatschappij) het bedrag van € 200.000 niet heeft ontvangen, en geen kosten heeft gemaakt. Partijen twisten in de eerste plaats over de hoogte van de bespaarde kosten en in de tweede plaats over de vraag in hoeverre My Dream Music met de vrijgekomen tijd elders inkomsten heeft verworven althans heeft kunnen verwerven.

2.6.

Van bespaarde kosten is volgens My Dream Music geen sprake, nu op de omzet van My Dream Music bij de werkzaamheden voor de Nederlandse Energie Maatschappij nauwelijks kosten drukken, behalve wat benzinekosten en tijdsbesteding. De Nederlandse Energie Maatschappij betoogt dat er tijdsbesteding is vrijgevallen, net als exclusiviteit, en dat voorts vervoers- en verblijfskosten zijn bespaard, alsmede kosten van de entourage van [persoon 1].

De vrijgevallen tijdsbesteding zal hierna aan de orde komen, bij de beoordeling van de vraag of My Dream Music ([persoon 1]) met de vrijgekomen tijd elders vervangende omzet heeft (moeten) kunnen vinden. Niet valt in te zien waarom hierbij sprake zou zijn van bespaarde kosten; de Nederlandse Energie Maatschappij licht dat ook niet toe. Datzelfde geldt voor de stelling van de Nederlandse Energie Maatschappij dat het vrijvallen van exclusiviteit een kostenbesparing oplevert; ook dat valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien. Wat de bespaarde kosten betreft neemt de rechtbank met partijen aan dat er in ieder geval enige reis- en mogelijk ook verblijfskosten zijn bespaard. Substantiële bedragen zijn dit niet, nu My Dream Music ([persoon 1]) maximaal twaalf dagen ingezet had kunnen worden. De rechtbank zal deze kosten in redelijkheid vaststellen op € 1.000.

2.7.

Wat het tweede punt betreft – het (hebben kunnen) verwerven van vervangende omzet – heeft My Dream Music erop gewezen – samengevat – dat [persoon 1] op grond van de overeenkomst met de Nederlandse Energie Maatschappij slechts 96 uur (twaalf dagen) per jaar beschikbaar hoefde te zijn, dat [persoon 1] gelet op de aard van zijn werkzaamheden altijd extra tijd vrij kan maken voor nevenactiviteiten en dat dit niet verandert door het wegvallen van activiteiten voor de Nederlandse Energie Maatschappij. De Nederlandse Energie Maatschappij betoogt daarentegen dat beperking van de schade ook kan plaatsvinden door de vrijgevallen tijd in te zetten voor de core business van [persoon 1], zingen en optreden voor publiek, waarmee hij in de vrijgevallen tijd een omzet van € 1.279.968 had kunnen behalen.

Dit betoog wordt verworpen. Het gaat erom of My Dream Music ([persoon 1]) met de vrijgevallen tijd vervangende omzet heeft of zou hebben moeten kunnen vinden. Omzet dus, die niet behaald zou zijn als het contract met de Nederlandse Energie Maatschappij niet (ten onrechte) zou zijn opgezegd. De rechtbank benadrukt daarbij dat het in dit kader niet gaat om extra omzet, die ook onafhankelijk van het contract met de Nederlandse Energie Maatschappij zou zijn behaald. Daarbij is van belang dat, zoals My Dream Music onweersproken heeft gesteld, [persoon 1] geen volle werkweken maakt, maar in beginsel steeds over voldoende tijd beschikt om bijvoorbeeld extra optredens te doen. De rechtbank acht, gelet daarop, en op het relatief gering aantal uren dat [persoon 1] beschikbaar moest zijn voor de Nederlandse Energie Maatschappij en zijn overige werkzaamheden zoals omschreven door My Dream Music (namelijk activiteiten als (zingend) artiest, met optredens, verkoop van CD’s en DVD’s, televisieprogramma’s) aannemelijk dat eventuele andere door [persoon 1] in 2010/2011 behaalde of te behalen inkomsten (ook) onafhankelijk van de overeenkomst met de Nederlandse Energie Maatschappij zouden zijn behaald. Het gaat bij die inkomsten dus niet om vervangende inkomsten, zodat het al dan niet verwerven van die inkomsten noch invloed heeft op de omvang van de schade, noch van belang is in het kader van artikel 6:101 BW.

2.8.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen wordt de schade vastgesteld op € 200.000 -/- € 1.000 = € 199.000. Nu sprake is van schadevergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding de Nederlandse Energie Maatschappij ook te veroordelen in de gevorderde BTW over dit bedrag.

2.9.

My Dream Music heeft voorts vergoeding van wettelijke handelsrente gevorderd vanaf 22 juli 2010. Dit is door de Nederlandse Energie Maatschappij niet weersproken. In plaats van de wettelijke handelsrente zal de wettelijke rente worden toegewezen, nu een verplichting tot vergoeding van schade niet kan worden gerekend tot een verplichting tot betaling uit handelsovereenkomsten als bedoeld in artikel 6:119a BW. Zonder de tekortkoming van de Nederlandse Energie Maatschappij zou op grond van het dealmemo op 28 augustus 2010 een bedrag van € 100.000 zijn voldaan, op 28 februari 2011 een bedrag van € 50.000 en op 28 augustus 2011 wederom een bedrag van € 50.000. De rechtbank zal de wettelijke rente over die bedragen toewijzen vanaf de genoemde data, waarbij, gelet op hetgeen onder 2.6 is overwogen, op de laatste termijn een bedrag van € 1.000 in mindering zal strekken op de hoofdsom.

2.10.

Ten aanzien van de vraag of My Dream Music daarnaast recht heeft op een bonusvergoeding wordt het volgende overwogen. De drempel voor de bonusfee is 99.999 geworven huishoudens tussen 28 augustus 2009 en 28 augustus 2010. Conform de instructie van de rechtbank heeft de Nederlandse Energie Maatschappij een overzicht verstrekt van de in augustus 2010 geworven huishoudens. Op basis van de door de Nederlandse Energie Maatschappij verstrekte overzichten is – zo staat tussen partijen niet ter discussie – voornoemde drempel niet gehaald. My Dream Music betwist de juistheid van het door de Nederlandse Energie Maatschappij verstrekte overzicht. Zij verwijst daarbij naar de argumenten die zij naar voren heeft gebracht ten aanzien van de eerder door de Nederlandse Energie Maatschappij verstrekte overzichten. Aan die argumenten is de rechtbank voorbij gegaan (zie 4.7 van het tussenvonnis) op de grond dat My Dream Music in de artikel 843a Rv-procedure de mogelijkheid heeft gevraagd en gekregen de juistheid van de gegevens te laten onderzoeken maar daar van af heeft gezien. In de 843a Rv-procedure heeft My Dream Music – kennelijk per abuis – verzocht om overzichten tot en met juli 2010, terwijl het dealmemo liep tot eind augustus 2010. Het is dus louter toeval dat het overzicht van de maand augustus 2010 niet is meegenomen in de artikel 843a Rv-procedure. De rechtbank ziet onder die omstandigheden geen grond My Dream Music in de gelegenheid te stellen de juistheid van de verstrekte cijfers over maand augustus (wel) te controleren. Dat betekent dat dit deel van de vordering zal worden afgewezen.

2.11.

De Nederlandse Energie Maatschappij zal als de grotendeels

in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van My Dream Music worden begroot op:

- dagvaarding € 76,71

- griffierecht 3.715,00

- salaris advocaat 5.000,00 (2,5 punten × tarief € 2.000,00)

Totaal € 8.791,71

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt de Nederlandse Energie Maatschappij om aan My Dream Music te betalen een bedrag van € 199.000,00 (éénhonderdnegenennegentigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over:

  • -

    het bedrag van € 100.000 met ingang van 28 augustus 2010,

  • -

    het bedrag van € 50.000 met ingang van 28 februari 2011,

  • -

    het bedrag van € 49.000 met ingang van 28 augustus 2011,

telkens tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt de Nederlandse Energie Maatschappij in de proceskosten, aan de zijde van My Dream Music tot op heden begroot op € 8.791,71,

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt-Molier, mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en mr. T. Boesman en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2014.

[2148/1885/2309]