Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:6013

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-05-2014
Datum publicatie
18-07-2014
Zaaknummer
C/10/431847 / HA ZA 13-882
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationaal wegvervoer. Contaminatie additieven. Art. 17 CMR. Art. 6:101 BW. De vraag is of contaminatie is ontstaan doordat additieven kruislings in verkeerde landtanks zijn gelost. Bewijsopdracht eiseres. Verantwoordelijkheid voor juiste koppeling in beginsel bij vervoerder omdat alleen hij bekend is met lossysteem tankwagen. Beroep van gedaagde (vervoerder) op eigen schuld eiseres wordt gepasseerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 5, p. 271
S&S 2015/5
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/431847 / HA ZA 13-882

Vonnis van 14 mei 2014

in de zaak van

de naamloze vennootschap

TOTAL NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEODIS BM NETHERLANDS,

gevestigd te Lekkerkerk,

gedaagde,

advocaat mr. W.M. van Rossenberg te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Total en Geodis genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 5 augustus 2013,

  • -

    de akte houdende overlegging producties van de zijde van Total, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 27 november 2013 waarin een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie op 27 februari 2014, met daaraan gehecht de ter zitting overgelegde producties en de brief d.d. 13 maart 2014 van de zijde van Total met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Total heeft met Geodis een vervoerovereenkomst gesloten, uit hoofde waarvan Geodis op 9 oktober 2012 benzine additief en diesel additief bij Total ACS, onderdeel van de Total-groep, te Givors, Frankrijk, in haar tankwagen heeft geladen.

2.2.

In de CMR vrachtbrief met nummer 965872 is vermeld dat 5.420 kilogram (gelijk aan 5961 liter) "P 924" (UN1993) benzine additief voor Total Excellium benzine in compartiment 1 van de tankwagen is geladen.

2.3.

In de CMR vrachtbrief met nummer 965871 is vermeld dat 5.320 kilogram (gelijk aan 5649 liter) "AC 1138" (UN3082) diesel additief voor Total Excellium diesel in compartiment 4 van de tankwagen is geladen.

2.4.

Geodis heeft de lading vervoerd naar het depot van Shell Nederland Verkoopmaatschappij (hierna te noemen: "Shell") te Pernis, waar de producten op 11 oktober 2012 zijn gelost in de landtanks V-407A en V-409. Deze landtanks huurt Total op het betreffende depot van Shell. Landtank V407A is bestemd voor benzine additief en landtank V-409 is bestemd voor diesel additief. Iedere dag gaat een kleine hoeveelheid uit de landtanks en eenmaal in de zoveel tijd wordt door Total een nieuwe hoeveelheid additieven besteld en aan de landtanks toegevoegd.

2.5.

Enkele weken na lossing ontving Total van Shell de losvolumes en volumestanden van de landtanks, naar aanleiding waarvan door Total een tekort werd vastgesteld van 425 liter benzine additief en een overschot van 159 liter diesel additief. Bij e-mail van 8 november 2012 heeft Total aan Geodis gevraagd of het mogelijk was dat bij de lossing de producten zijn verwisseld en daardoor in de verkeerde landtank terecht zijn gekomen.

2.6.

Vervolgens is op grond van een chemische analyse van uit de landtanks genomen monsters door Total ACS geconcludeerd dat er vermenging van additieven had plaatsgevonden. De landtank V-407A bestemd voor benzine additief bevatte volgens Total ACS 31% P 924 (benzine additief) en 69% AC 1138 (diesel additief) in plaats van 100% P 924. De landtank V-409 bestemd voor diesel additief bevatte volgens Total ACS 58% AC 1138 (diesel additief) en 42% P 924 (benzine additief) in plaats van 100% AC 1138.

2.7.

Total heeft de additieven op 28 november 2012 door [bedrijf 1] uit de landtanks laten verwijderen.

2.8.

Total heeft de additieven vervolgens bij [bedrijf 2] in Werkendam opgeslagen totdat zij deze op 20 februari 2013 als chemisch afval heeft laten afvoeren door [bedrijf 3]

2.9.

Total heeft Geodis aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van de vermeende contaminatie.

3 De vordering

3.1.

Total heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Geodis te veroordelen om aan Total te betalen (i) een bedrag van € 56.080,10 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van art. 6:119 BW vanaf 8 november 2012, althans de dag der

dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, en (ii) een bedrag van € 3.441,07 aan

expertisekosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van art. 6:119 BW vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, en (iii) een bedrag van € 1.335,80 ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Geodis in de kosten van deze procedure, met inbegrip van de nakosten.

3.2.

Total legt aan haar vordering, kort samengevat, het volgende ten grondslag. Zij stelt - primair - dat Geodis tekort is geschoten in de uitvoering van de vervoerovereenkomst en - subsidiair - dat Geodis een onrechtmatige daad heeft gepleegd, doordat de chauffeur van Geodis de losslangen verkeerd heeft aangesloten op de compartimenten van de tankwagen waardoor de vervoerde lading diesel additief is gelost in de landtank bestemd voor benzine additief en de vervoerde lading benzine additief is gelost in de landtank bestemd voor diesel additief.

De schade die Geodis moet vergoeden is als volgt opgebouwd:

  • -

    € 8.625,04 aan verwijderde liters benzine additief,

  • -

    € 20.641,98 aan verwijderde liters diesel additief,

  • -

    € 1.660,73 aan kosten voor het wegzuigen van de voorraad,

  • -

    € 20.328,00 aan opslagkosten en reinigingskosten,

  • -

    € 3.916,89 aan kosten voor aanvoer van nieuwe additieven,

  • -

    € 907,46 aan kosten voor het afvoeren van de additieven als chemisch afval.

4 Het verweer

4.1.

Geodis concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Total in de kosten van deze procedure.

4.2.

Geodis voert ter onderbouwing van haar verweer, kort samengevat, het volgende aan. Zij betwist dat haar chauffeur de losslangen verkeerd heeft aangesloten op de tankwagencompartimenten en het benzine additief heeft gelost in de tank bestemd voor diesel additief en het diesel additief in de tank bestemd voor benzine additief. Zij betwist dat rondom dit transport en door een fout van haar chauffeur contaminatie heeft plaatsgevonden. Indien Total er al in slaagt te bewijzen dat een verwisseling heeft plaatsgevonden bij het aansluiten van de losslangen, dan baat dit haar niet omdat de chauffeur heeft gehandeld overeenkomstig de aanwijzingen van de Shell operator, die in dit verband als hulppersoon voor Total optrad. Betwist wordt voorts de omvang van de schade, alsook de verschuldigdheid en de omvang van de gevorderde kosten.

5 De beoordeling

5.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat deze rechtbank bevoegd is om van het geschil tussen partijen kennis te nemen.

5.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) op de vervoerovereenkomst tussen partijen van toepassing is, alsmede aanvullend het Nederlandse recht.

5.3.

Artikel 17 CMR regelt uitsluitend de aansprakelijkheid van de vervoerder voor geheel of gedeeltelijk verlies of beschadiging van de vervoerde zaken welke ontstaan in de tijd tussen inontvangstneming en aflevering van de goederen. De CMR voorziet niet in een uitputtende regeling voor de aansprakelijkheid van de vervoerder. De aansprakelijkheid voor schade die buiten het regime van de CMR valt, wordt geregeld door de bepalingen van het nationale recht. (vgl. HR 15 april 1994, S&S 1994, 72, Cargofoor/RTT)

Beide partijen gaan er vanuit dat - uitgaande van de stellingen van Total - geen sprake is van schade aan vervoerde zaken die door de CMR wordt bestreken, en zijn het erover eens dat de gestelde schade is ontstaan na het moment van aflevering. Deze schade is immers ontstaan toen de lading in aanraking kwam met de reeds in de landtanks aanwezige additieven. De rechtbank volgt partijen hierin.

Dit brengt mee dat de aansprakelijkheidsvraag niet door de CMR wordt beheerst maar door het (overige) Nederlandse recht.

5.4.

Niet in geschil is dat de goederen in Givors in de compartimenten van de tankwagen zijn geladen als vermeld in de vrachtbrieven. Uitgesloten is derhalve dat de schade is ontstaan als gevolg van een verkeerde vermelding op de vrachtbrieven.

Niet ter discussie staat dat de compartimenten en de losslangen van de tankwagen bij het inladen schoon waren, en beide partijen gaan er van uit dat Geodis de lading in goede, ongecontamineerde, staat heeft gelost. Uitgesloten is derhalve dat de gestelde contaminatie zou hebben plaatsgevonden in de tankwagen.

5.5.

Total betoogt dat als enig mogelijk contaminatieoorzaak overblijft dat een verkeerde koppeling is gemaakt tussen de compartimenten van de tankwagen en de ingangen van de landtanks waarin de additieven moesten worden gelost.

Volgens Total is uitgesloten dat de losslangen goed op de tankwagencompartimenten zijn aangesloten maar aan de verkeerde landtankingangen zijn gekoppeld. Zij stelt dat tussen de operator van Shell en de chauffeur van Geodis is afgestemd (althans gelet op de bij Shell gebruikelijke handelwijze moet zijn afgestemd) welk additief als eerste en welk als tweede zou worden gelost. De Shell operator heeft de chauffeur geïnstrueerd welke landtankingang voor welk product moest worden gebruikt, en dit bleek ook uit de boven de landtankingangen geplaatste borden waarop productcode en productnaam van het in iedere landtank opgeslagen product waren aangegeven, aldus Total.

Het optreden van contaminatie binnen het leidingensysteem van Shell acht Total onmogelijk, omdat het vanaf de landtankingangen gaat om ‘dedicated’ leidingen. Het softwaresysteem opent uitsluitend de aansluiting voor het product dat tevoren door de operator in het softwaresysteem is ingevoerd, en slechts indien op de betreffende tankingang correct een slang is aangesloten, en sluit zodra een verbinding naar één landtank wordt geopend automatisch alle andere verbindingen af, zo begrijpt de rechtbank Total.

Total beredeneert tegen deze achtergrond - samengevat - dat de enige verklaring voor de geconstateerde contaminatie is dat de chauffeur van Geodis de slang bestemd voor lossing van benzine additief heeft aangesloten op het tankwagencompartiment met diesel additief, en omgekeerd.

5.6.

Geodis betwist de stellingen van Total en geeft een andere lezing van de feiten. Geodis betwist de gestelde contaminatie bij gebrek aan bekendheid met de door Total genoemde analyserapporten, en betwist ook dat de gestelde contaminatie is terug te voeren op het onderhavige transport. Zij wijst erop dat onduidelijk is wat de tankinhoud was voorafgaand aan 11 oktober 2012, en dat Total geen gegevens overlegt over nadien inkomende en uitgaande leveringen totdat op 29 november 2012 de landtanks werden geleegd. Geodis wijst erop dat Total haar niet heeft uitgenodigd en niet in staat heeft gesteld om onderzoek te doen naar de gang van zaken en de kwaliteit van de additieven.

Geodis betwist dat haar chauffeur een fout heeft gemaakt bij het aansluiten van de losslangen op de tankwagencompartimenten en dat hij enige contaminatie heeft veroorzaakt. Volgens haar waren de landtankingangen niet voorzien van borden en heeft de lossing van beide additieven gelijktijdig plaatsgevonden. Geodis stelt dat de chauffeur bij de lossing heeft gehandeld overeenkomstig de aanwijzingen van de Shell operator en dat de Shell operator zelf heeft meegewerkt aan het koppelen van de losslangen. Volgens Geodis is de Shell operator pas weggegaan bij de tankwagen toen de losslangen waren aangesloten en opengezet.

5.7.

Partijen hebben ter zitting eensluidend verklaard dat de chauffeur normaal gesproken de bij de tankwagen behorende losslangen aan de koppelstukken van de tankwagen vastmaakt. Geodis heeft ter zitting verklaard dat de losslang normaal gesproken eerst aan de tankauto wordt gekoppeld en pas daarna aan de landtankingang. Total heeft verklaard dat dit juist is. Total heeft niet weersproken dat alleen de chauffeur bekend is met de (voor iedere tankwagen specifieke) constructie van het lossysteem van de tankwagen.

De verantwoordelijkheid voor de juiste koppeling tussen de losslangen en de compartimenten van de tankwagen ligt in beginsel bij de vervoerder.

5.8.

Partijen zijn het er in wezen over eens dat indien de door Total gegeven lezing van de feiten juist is - dat de chauffeur van Geodis de slang bestemd voor lossing van benzine additief heeft aangesloten op het tankwagencompartiment met diesel additief, en omgekeerd, waardoor de additieven kruislings in de verkeerde landtanks zijn gelost - dat de chauffeur in dat geval een fout heeft gemaakt waarvoor Geodis naar het toepasselijke Nederlandse recht in beginsel aansprakelijk is. De rechtbank oordeelt hierover niet anders.

5.9.

Op basis van de stellingen van partijen en de stukken die zij ter onderbouwing overleggen, is vooralsnog onvoldoende aannemelijk dat de chauffeur de door Total gestelde fout heeft gemaakt en dat daardoor de gestelde contaminatie is veroorzaakt.

Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv draagt de rechtbank aan Total het bewijs op van haar stelling dat de chauffeur van Geodis de slang bestemd voor lossing van benzine additief heeft aangesloten op het tankwagencompartiment met diesel additief, en omgekeerd, waardoor de additieven kruislings in de verkeerde landtanks zijn gelost.

5.10.

Indien Total niet slaagt in het opgedragen bewijs, zal haar vordering worden afgewezen.

5.11.

Indien Total slaagt in het opgedragen bewijs, is de conclusie dat sprake is van een aan Geodis toerekenbare fout, en dient Geodis de hierdoor ontstane schade in beginsel aan Total te vergoeden.

5.12.

Geodis heeft de gestelde schadeomvang betwist. Dat het verwijderen van de inhoud van de landtanks een redelijke maatregel was, heeft Geodis na de ter comparitie daarover door Total gegeven toelichting niet betwist, zodat daarvan kan worden uitgegaan. Geodis betwist echter de hoogte van de daardoor geleden schade en de redelijkheid van de gemaakte kosten, onder meer op de grond dat onduidelijk is wat de restwaarde van de gecontamineerde additieven was (mede gelet op de verminderde werking ervan). Zij bestrijdt de noodzaak voor (de duur van) de opslag daarvan, alsook het dagtarief voor die opslag.

Gelet op de verweren van Geodis wordt - voor het in r.o. 5.11 bedoelde geval - van Total verwacht dat zij de hoogte van haar schade verder onderbouwt en aannemelijk maakt in haar eerstvolgende conclusie (na enquête).

5.13.

Voor het geval dat Geodis aansprakelijk zou zijn, stelt zij dat de schade mede kan worden toegeschreven aan omstandigheden die aan Total zijn toe te rekenen. Zij doet aldus een beroep op eigen schuld in de zin van artikel 6:101 lid 1 BW. Geodis stelt dat de chauffeur bij de lossing heeft gehandeld overeenkomstig de aanwijzingen van de Shell operator en dat de Shell operator zelf heeft meegewerkt aan het koppelen van de losslangen en pas wegging van de tankwagen toen de aansluitingen waren opengezet. Total betwist een en ander.

Als uitgangspunt heeft te gelden - zoals hiervoor onder 5.7 al is overwogen - dat de verantwoordelijkheid voor de juiste koppeling tussen de losslangen en de compartimenten van de tankwagen bij de vervoerder ligt. De omstandigheid dat de Shell operator bij die koppeling aanwezig was, aanwijzingen heeft gegeven en mogelijk ook handelingen heeft verricht, ontslaan de chauffeur in principe niet van zijn verplichting om te zorgen voor een juiste koppeling tussen de losslangen en de tankwagencompartimenten. Het had op de weg van Geodis gelegen, op wie hier de bewijslast rust, om te stellen - en zo nodig te bewijzen - welke specifieke gedragingen van de Shell operator in dit geval een uitzondering op voornoemd uitgangspunt rechtvaardigen. Dergelijke gedragingen zijn echter gesteld noch gebleken. Het beroep op eigen schuld zal daarom worden gepasseerd.

5.14.

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

draagt Total op te bewijzen dat de chauffeur van Geodis de slang bestemd voor lossing van benzine additief heeft aangesloten op het tankwagencompartiment met diesel additief, en omgekeerd, waardoor de additieven kruislings in de verkeerde landtanks zijn gelost,

6.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 mei 2014 voor uitlating door Total - bij brief aan de roladministratie of B-formulier - of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

6.3.

bepaalt dat Total, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

6.4.

bepaalt dat Total, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden juni tot en met oktober 2014 binnen twee weken na heden moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

6.5.

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan het Wilhelminaplein 100/125,

6.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

6.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2014.

2031/1885