Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:5966

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-07-2014
Datum publicatie
28-07-2014
Zaaknummer
ROT 13/4583
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het verzoek om vergoeding van huurkosten op grond van het Huisvestingsprogramma 2013 en de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012 betreft, gelet op artikel 4:21 van de Awb, een subsidie. Voor de verstrekking daarvan moet gelet op artikel 4:29 van de Awb, en mede gezien artikel 6 van de Verordening, een aanvraag worden gedaan. De rechtbank constateert dat geen aanvraag is ingediend voor vergoeding van huurkosten voor de genoemde locatie, zodat de brief waarin wordt gesproken over een dergelijke vergoeding, niet kan worden aangemerkt als een besluit. Verweerder had daarom het daartegen gerichte bezwaar, in plaats van ongegrond, niet-ontvankelijk moeten verklaren.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 4:21 en 4:29, geldigheid: 2014-07-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 13/4583

uitspraak van de meervoudige kamer van 17 juli 2014 in de zaak tussen

Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Rotterdam en omgeving (CVO), te Rotterdam, eiseres,

gemachtigde: mr. E.C. Visser-Buizert,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder,

gemachtigde: mr. K.I. Siem.

Procesverloop

Verweerder heeft bij brief van 20 december 2012 met betrekking tot het Huisvestingsprogramma 2013, onder meer aan eiseres medegedeeld dat is besloten om de kosten voor het verwijderen van noodlokalen aan de Teldersweg en de Van Bijnkershoekweg toe te kennen tot een totaalbedrag van € 46.850,-.

Verweerder heeft bij besluit van 6 juni 2013 (het bestreden besluit) onder meer het daartegen gerichte bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft op 18 januari 2013 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 mei 2014. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Tevens is namens eiseres verschenen M.F. Noordhuizen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door Y. van der Meirsch.

Overwegingen

1.

Eiseres is een vereniging voor onderwijs in de regio Rotterdam, die zeven scholen(groepen) omvat, waaronder de Melanchton scholengemeenschap. Melanchton is een brede scholengemeenschap met 8 vestigingen zowel in als buiten de stad Rotterdam. Met betrekking tot de vestigingen van Melanchton in de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek zijn in 2008 afspraken met de gemeente Rotterdam gemaakt over nieuwbouw/renovatie. In dat kader is door verweerder aan eiseres gedurende een aantal jaren huurvergoeding toegekend ten behoeve van noodlokalen van de Melanchton scholengemeenschap aan de Van Bijnkershoekweg (4 noodlokalen) en aan de Teldersweg (2 noodlokalen).

In het kader van het Huisvestingsprogramma 2013 en op grond van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012 (Verordening), heeft eiseres in januari 2012 opnieuw een huurvergoeding aangevraagd voor de noodlokalen aan de Van Bijnkershoekweg. Naar aanleiding van deze aanvraag (nummer 12.0034) heeft verweerder bij het primaire besluit besloten in afwijking van de gevraagde huurvoorziening een vergoeding van € 46.850,- toe te kennen voor de kosten van verwijdering van de noodlokalen aan de Van Bijnkershoekweg en de Teldersweg, omdat deze noodlokalen niet langer nodig zouden zijn.

2.

Verweerder heeft, met overneming van het advies van de Algemene Bezwaarschriftencommissie van 2 april 2013, bij het bestreden besluit, voor zover hier van belang, de afwijzing van huurvergoeding voor de noodlokalen aan de Teldersweg gehandhaafd. Daartoe is ten aanzien van de twee noodlokalen aan de Teldersweg overwogen dat geen recht bestaat op een huurvergoeding gelet op het Ruimte behoefte model, behorend bij de Verordening.

3.

In het eerste lid van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Het tweede lid van dat artikel houdt in dat onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. In het derde lid is bepaald dat onder een aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende.

Artikel 4:29 van de Awb houdt in dat tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, voorafgaand aan een subsidievaststelling een beschikking omtrent subsidieverlening kan worden gegeven, indien een aanvraag daartoe is ingediend voor de afloop van de activiteit of tijdvak waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 1, aanhef en onder k, van de Verordening, houdt in dat onder een aanvraag wordt verstaan: een verzoek om vergoeding van een voorziening of om bekostiging van bouwvoorbereiding.

Artikel 6, eerste lid, van de Verordening houdt in, voor zover hier van belang, dat een aanvraag voor opname van een voorziening op het programma uiterlijk op 31 januari van het jaar van vaststelling van het betreffende programma dient te zijn ontvangen door het college, en dat die aanvraag uitsluitend elektronisch kan geschieden via het onderwijsloket. Het tweede lid houdt in dat aanvragen die op 1 februari of later worden ontvangen niet door het college in behandeling worden genomen.

4.1.

Het beroep richt zich tegen de afwijzing door verweerder van huurvergoeding voor de noodlokalen aan de Teldersweg voor het jaar 2012. Verweerder heeft in beroep betoogd dat het hier gaat om een subsidie in de zin van afdeling 4.2 van de Awb nu aanspraak wordt gemaakt op financiële middelen, door een bestuursorgaan te verstrekken met het oog op bepaalde activiteiten anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan te leveren goederen of diensten. Nu uit artikel 4:23 van de Awb volgt dat subsidies niet zonder aanvraag verleend kunnen worden, en eiseres geen aanvraag voor een huurvergoeding voor genoemde noodlokalen heeft gedaan, dient eiseres volgens verweerder niet-ontvankelijk verklaard te worden in haar beroep.

4.2.

Eiseres heeft in reactie daarop aangevoerd dat zij steeds heeft aangegeven dat uit de toelichting op haar aanvraag met betrekking tot de vestiging Melanchton Hillegersberg/ Schiebroek blijkt dat die aanvraag ziet op alle locaties van de Melanchton scholengemeenschap in die deelgemeente. Uit de motivering op de beslissingen in het kader van het huisvestingsprogramma 2013 en de beslissing op bezwaar zou blijken dat verweerder met die uitleg heeft ingestemd, nu verweerder heeft besloten om bij de aanvraag voor de huurvergoeding van de andere noodlokalen van Melanchton, ook de huurvergoeding voor de noodlokalen aan de Teldersweg te betrekken. Indien verweerder na ontvangst van de aanvraag, van mening was dat de aanvraag niet compleet was, dan had verweerder op grond van artikel 4:5 van de Awb en artikel 7, tweede lid, sub a, van de Verordening aan eiseres de gelegenheid moeten geven de aanvraag aan te vullen. Nu verweerder dat niet heeft gedaan, heeft eiseres de conclusie kunnen trekken dat verweerder de aanvraag in dat opzicht volledig achtte, ondanks het ontbreken van een specifieke verwijzing naar de genoemde noodlokalen op het digitale aanvraagformulier. Het ontbreken van de betreffende gegevens op het aanvraagformulier kan daarom volgens eiseres thans niet aan haar worden tegengeworpen.

5.1.

De rechtbank constateert dat onder de gedingstukken zich een uitdraai van een (kennelijk elektronisch door eiseres ingediende) ‘Aanvraag van voorzieningen programma 2013’ bevindt, die inhoudt dat de aanvraag is bedoeld voor Melanchton Schiebroek, Van Bijnkershoekweg 97. Onder het kopje ‘Toelichting noodzaak’ is opgemerkt dat in het ondertekende Convenant Huisvesting Hillegersberg-Schiebroek afspraken zijn vastgesteld voor alle vestigingen van Melanchton in de deelgemeente Hilligersberg-Schiebroek, en dat de huurkosten worden geraamd op € 46.850. Daarbij wordt verwezen naar een bijlage. Een daarachter gevoegd document houdt onder meer in dat wordt verzocht om de vier noodlokalen aan de Van Bijnkershoekweg voor vergoeding in aanmerking te laten komen. Op het document is handgeschreven de opmerking aangebracht: ‘Bedrag opvragen bij Cora € 46.850’. Voorts zijn achter de aanvraag gevoegd overzichten met leerlingenaantallen en zogenaamde ruimte-behoeftemodellen met betrekking tot respectievelijk de Van Bijnkershoekweg 97, de Icarusstraat 1, en Melanchton Prinses Irene, locatie Teldersweg 90.

5.2.

Anders dan eiseres, is de rechtbank van oordeel dat uit de aanvraag en de kennelijk daarbij behorende bijlagen, niet volgt dat de aanvraag tevens zag op een huurvergoeding voor de twee noodlokalen aan de Teldersweg. In de aanvraag zelf wordt enkel de Van Bijnkershoekweg genoemd, en één van de bijlagen ziet weliswaar op de locatie Teldersweg 90 maar houdt niets in waaruit kan worden afgeleid dat voor de noodlokalen op die locatie ook een huurvergoeding nodig is, laat staan dat deze wordt aangevraagd. Gelet daarop was verweerder, anders dan eiseres stelt, niet gehouden om uit eigener beweging eiseres uit te nodigen haar aanvraag aan te vullen met de voor beoordeling benodigde stukken met betrekking tot de noodlokalen aan de Teldersweg, nu uit de tekst van de aanvraag niet blijkt dat deze aanvraag mede daarop zag. Van een afzonderlijk door eiseres ingediende aanvraag voor de noodlokalen aan de Teldersweg is, zoals ter zitting door eiseres is bevestigd, geen sprake. De rechtbank is van oordeel dat de door eiseres gevolgde handelwijze voor haar rekening en risico dient te komen.

5.3.

De rechtbank stelt vast dat de vergoeding van huurkosten als hier bedoeld, gelet op artikel 4:21 van de Awb een subsidie betreft, voor verstrekking waarvan, mede gezien artikel 6 van de Verordening, een (elektronische) aanvraag moet worden gedaan.

Geconstateerd moet worden dat door eiseres geen aanvraag is ingediend voor vergoeding van huurkosten van de noodlokalen aan de Teldersweg. Om die reden kan de brief van 20 december 2012, voor zover daarin gesproken wordt over een vergoeding voor noodlokalen aan de Teldersweg, niet worden aangemerkt als een besluit.

Verweerder had het door eiseres daartegen gerichte bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.

6.

Het beroep is reeds om die reden gegrond. Bespreking van het beroep kan voor het overige achterwege blijven. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd voor zover het inhoudt dat niet de huurkosten voor de noodlokalen aan de Teldersweg worden vergoed, maar de verwijderingskosten daarvan. De rechtbank ziet in het voorgaande voorts aanleiding om - doende hetgeen verweerder had behoren te doen - het daartegen gerichte bezwaar op de voet van artikel 8:72, derde lid, onder b, van de Awb alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.

7.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, dient verweerder ingevolge artikel 8:74, eerste lid, van de Awb aan eiseres het door haar betaalde griffierecht te vergoeden.

8.

In het vorenstaande ziet de rechtbank voorts aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. De omstandigheid dat de gemachtigde van eiseres in loondienst is van (voorheen) de Besturenraad (sinds 21 mei 2014 genoemd: Verus), en in dat kader eiseres heeft bijgestaan, maakt dat niet anders. Ook in dat geval is immers sprake van kosten die zijn gemaakt voor aan eiseres beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand vast op € 974,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting, met een waarde per punt van € 487,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij het bezwaar gericht tegen de toekenning van een vergoeding van verwijderingskosten in plaats van huurkosten voor de noodlokalen aan de Teldersweg ongegrond is verklaard;

  • -

    bepaalt dat haar uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit, hetgeen in dit geval inhoudt dat het bezwaar op dit punt niet-ontvankelijk wordt verklaard;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 318,- vergoedt;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiseres in verband met de behandeling van dit beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, welke kosten worden begroot op € 974,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Strien, voorzitter, en mr. M.G.L. de Vette en

mr. S. Euwema, leden, in aanwezigheid van mr. S. Kara, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2014.

griffier voorzitter

de griffier is buiten staat deze uitspraak

mede te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.