Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:5705

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-07-2014
Datum publicatie
18-07-2014
Zaaknummer
C/10/442044 / HA ZA 14-43
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een dame op leeftijd verkoopt in 2007 haar woning voor een te lage verkoopprijs en schenkt in 2009 een auto aan gedaagde. Onrechtmatig handelen door gedaagde wegens misbruik van omstandigheden en schenking door misbruik van omstandigheden? Bewijsopdracht voor eiseres (erfgename) dat genoemde dame ten tijde van de verkoop van de woning in 2007 leed aan een voor derden kenbare psychische stoornis en, voor het geval zij in die bewijsopdracht niet slaagt, een bewijsopdracht voor gedaagde dat de dame in 2009 niet leed aan een voor derden psychische stoornis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/442044 / HA ZA 14-43

Vonnis van 2 juli 2014

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats 1],

eiseres,

advocaat mr. G.J.R. Kalsbeek,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde,

advocaat mr. M.P. de Klerk,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats 3],

gedaagde,

advocaat mr. J.A.M. van de Sande.

Partijen zullen hierna [eiseres], [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 12 maart 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie met bijlagen van 15 mei 2014.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is de enige dochter en erfgenaam van [persoon 1], die op [overlijdigsdatum] is overleden. [persoon 1] was rechthebbende op het eeuwigdurend recht van erfpacht van een perceel grond en eigenaar van de op die grond gelegen panden aan de Antheunisstraat nrs. 102,108 en 110 te Den Haag. (hierna: de woning)

2.2.

Op 5 oktober 2007 heeft [persoon 1] de woning verkocht aan [gedaagde 2] voor een bedrag van € 120.000, -. Zij was toen 84 jaar oud. Zij mocht in de woning [overlijdigsdatum] blijven wonen zonder huur te betalen. [gedaagde 2] is makelaar van beroep maar heeft de woning in privé gekocht. Op 28 november 2007 heeft de levering plaatsgevonden aan [gedaagde 2].

2.3.

Bij overeenkomst ondertekend op 9 oktober en 30 oktober 2007 heeft [gedaagde 2] de woning doorverkocht aan [persoon 2] voor een bedrag van € 125.000,-. [persoon 2] heeft de woning bij overeenkomst ondertekend op 2 en 3 november 2007 weer doorverkocht aan [persoon 3] voor een bedrag van € 210.000, -. Bij overeenkomst ondertekend op 9 oktober en 30 oktober 2007, dezelfde data als de overeenkomst tussen [gedaagde 2] en [persoon 1], heeft [persoon 3] de woning weer doorverkocht aan [bedrijf 1] voor een bedrag van € 227.500, -. De leveringen, met uitzondering van de levering van [persoon 1] aan [gedaagde 2], hebben plaatsgevonden krachtens drie notariële akten van 17 januari 2008, allen gepasseerd ten overstaan van [persoon 4] te Den Haag.

2.4.

Bij brief van 18 juni 2013 heeft [persoon 5] van [bedrijf 2] een waardeindicatie gegeven van de woning. In deze brief staat het volgende:

“Ondergetekende kent aan bovenomschreven appartementen een waarde toe van:

Marktwaarde in verhuurde staat met kettingbeding, ongesplitste appartementen met als peildatum december 2007

196.909,00 kosten koper

(zegge: éénhonderdzesennegentigduizend negenhonderdnegen euro)

Toelichting waarde:

Atheunistraat 102:

€ 60.000,00 kosten koper (in gebruik om niet aan dame van 83 jaar) (zegge: zestigduizend euro)

Atheunisstraat 108/110:

€ 136.909,00 kosten koper in verhuurde staat

(zegge: éénhonderdzesendertigduizend negenhonderdnegen euro)

De marktwaarde vrij van huur en qebruik met als peildatum december 2007

Atheunistraat 102: € 110.000,00 kosten koper (zegge: éénhonderdtienduizend euro)

Atheunisstraat 108/110: € 170.000,00 kosten koper (zegge: éénhonderdzeventigduizend euro)

Deze waardes zijn bepaald middels comparatieve methode. Deze methode houdt in dat er vergelijkbare verkochte appartementen uit 2007 middels de NVM systemen worden gezocht om tot een waardering te komen.”

2.4.

Bij overeenkomst van 11 juni 2009 en 25 juni 2009 heeft [bedrijf 3] een Opel Zafira verkocht aan [gedaagde 1] voor een bedrag inclusief rijklaarkosten van € 17.895,-. Van de bankrekening van [persoon 1] is dit bedrag op 23 juni 2009 overgemaakt naar de rekening van [bedrijf 3]

2.5.

Op 17 november 2009 heeft [gedaagde 1] een Opel Astra gekocht bij [bedrijf 3] en de Opel Zafira ingeruild. [gedaagde 1] heeft een bedrag van € 6.000, - ontvangen. Er is geen schenkingsakte of aangifte schenkingsrecht gedaan.

2.6.

Op 27 augustus 2013 schrijft [persoon 6] van Stichting WoonZorgcentra Haaglanden in een email aan [eiseres] het volgende:

“Het betreft een alleenstaande vrouw die door haar paranoïde zorg mijdt en moeilijk mensen binnen 1aat.

Mw. heeft geen ziektebesef of inzicht en geheugenproblemen gaan toenemen. Met name het korte termijn en de inprenting.

Mw. is zeer breedsprakig en haar verhalen zijn paranoïde gekleurd. Heeft m.n. veel over de oorlog. Stemming is normofoor. Heeft bijna geen sociaal netwerk omdat ze geen bemoeienis accepteert en de achterdocht veel problemen geeft, hierdoor is het moeilijk om een Neuro Psychologische test te laten onderzoeken.

Diagnose is gesteld door Parnassia [persoon 7] (sociaal geriater) op 19.11.2008 met cognitieve, psychotische en persoonlijkheidsstoornissen tevens problemen in de sociale omgeving door haar achterdocht.”

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert:

I. veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van € 107.500, - vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 november 2007,

II. veroordeling van [gedaagde 1] tot betaling van € 17.895, - vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2009.

3.2.

[eiseres] stelt daartoe het volgende. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben onrechtmatig gehandeld jegens [persoon 1]. Zij hebben misbruik gemaakt van haar psychische gesteldheid, zij leed onder andere aan dementie en haar psychische stoornis was herkenbaar voor iedereen. Hierdoor hebben zij gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

3.3.

Met betrekking tot de verkoop van de woning stelt [eiseres] het volgende. [gedaagde 1] heeft onrechtmatig gehandeld door misbruik te maken van zijn rol als vertrouwensman en is jegens [eiseres], de rechtsopvolger van [persoon 1] onder algemene titel, aansprakelijk voor de schade die zij lijdt nu de woning voor een veel te lage prijs is verkocht. Er is sprake van een ABC-transactie waardoor [persoon 1] ernstig is benadeeld. [gedaagde 1] heeft de verkoop bevorderd en via hem is de verkoop tot stand gekomen. Hij heeft haar onthouden van deugdelijk advies en evenmin [eiseres] geinformeerd over de verkoop.

3.4.

[gedaagde 2] heeft de woning voor een afbraakprijs gekocht terwijl hij als makelaar wist of behoorde te weten dat de woning veel meer waard was. Hij had [persoon 1] moeten waarschuwen maar heeft bewerkstelligd dat de woning binnen vier dagen via een ABC transactie voor een meerprijs van € 107.500 is doorverkocht, aldus [eiseres] over de woning.

3.5.

Ten aanzien van de vordering op [gedaagde 1] ten aanzien van de auto, stelt [eiseres] het volgende. [gedaagde 1] heeft onrechtmatig gehandeld door voor rekening van [persoon 1] een auto te kopen. Hij heeft misbruik gemaakt van haar geestestoestand had de betaling niet mogen accepteren. Subsidiair stelt [eiseres] dat [gedaagde 1] ongerechtvaardigd is verrijkt.

3.6.

[gedaagde 1] concludeert tot afwijzing van de vorderingen en voert het volgende aan. [gedaagde 1] heeft geen redenen gehad om te twijfelen aan de zakelijke of financiële zelfredzaamheid van [persoon 1]. Hij betwist betrokken te zijn geweest bij de totstandkoming van de verkoop van de woning. Hij heeft [persoon 1] alleen in contact gebracht met [gedaagde 2] omdat zij haar woning wilde verkopen en is, op haar verzoek, meegegaan naar de notaris. Ten aanzien van de auto voert [gedaagde 1] aan dat [persoon 1] die aan hem heeft geschonken.

3.7.

[gedaagde 2] concludeert eveneens tot afwijzing van de vordering en voert het volgende aan. De vordering is verjaard nu er sprake is van opvolging onder algemene titel en de transactie ten aanzien van de woning in 2007 heeft plaatsgevonden. Voorts betwist [gedaagde 2] dat [persoon 1] niet in staat was haar wil te bepalen. [gedaagde 2] heeft geen rol gehad bij de doorverkoop van de woning en betwist de woning voor een te lage prijs te hebben gekocht.

4 De beoordeling

Beroep op verjaring door [gedaagde 2]

4.1.

[eiseres] is als erfgename rechtverkrijgende onder algemene titel en de rechtsgevolgen van de overeenkomst tot verkoop van de woning gelden daardoor op grond van artikel 6:249 BW mede voor haar. Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart vijf jaar nadat de benadeelde met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. [eiseres] heeft gesteld dat zij in 2009 op de hoogte is geraakt van de verkoopprijs en de persoon die de woning heeft gekocht. Dat heeft [gedaagde 2] niet betwist. De vordering is dan ook niet verjaard. De stelling van [gedaagde 2] dat de verjaringstermijn aanvangt op het moment dat [persoon 1] op de hoogte was van de verkoop gaat niet op nu [eiseres] degene is die de rechtsvordering instelt.

Onrechtmatig handelen ten aanzien van de verkoop van de woning

4.2

Voor het kunnen aannemen van onrechtmatig handelen door [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] moet komen vast te staan dat zij niet gehandeld hebben zoals dat in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dat is het geval indien zij misbruik hebben gemaakt van omstandigheden en zij onder die omstandigheden [persoon 1] hadden moeten behoeden voor de verkoop van de woning.

4.3.

Uit de vastgestelde feiten blijkt dat [persoon 1] de woning voor € 120.000, - heeft verkocht en dat de woning, via twee tussenverkopen door de uiteindelijke verkrijger op dezelfde dag voor € 227.500, - is verkocht. Voorts is er een waarde indicatie opgesteld waarin staat dat de makelaar op het moment van de verkopen een waarde van € 196.909, - aan de woning toekent, na raadpleging van het NVM register van verkopen van vergelijkbare woningen in de betreffende periode. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben gelet op deze onderbouwde stelling onvoldoende gemotiveerd betwist dat de woning voor een te laag bedrag is verkocht.

4.4.

Vaststaat dat [persoon 1], een 84 jarige weduwe, weinig contact had met haar dochter. [gedaagde 1] kwam drie keer per week bij haar langs en verrichtte klusjes voor haar en dronk koffie met haar. Ook nam hij haar mee uit naar Scheveningen en heeft zij, althans dat stelt [gedaagde 1], hem een auto geschonken. Hieruit volgt dat hij een vertrouwensrelatie met haar heeft opgebouwd. [gedaagde 1] heeft haar in contact gebracht met [gedaagde 2] en is mee geweest naar de notaris voor de overdracht van de woning. [gedaagde 2] heeft de woning weliswaar in privé gekocht maar wist, althans had moeten weten, als makelaar in de buurt waar de woning is gelegen, dat de prijs die hij heeft betaald voor de woning, te laag was.

Indien [persoon 1] in een dusdanige psychische toestand verkeerde dat zij de gevolgen van een dergelijk ingrijpende transactie als de verkoop van haar woning niet kon overzien hadden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] haar moeten weerhouden, gelet op alle omstandigheden, de woning onder deze voorwaarden te verkopen.

4.5.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] betwisten dat [persoon 1] in een slechte psychische toestand verkeerde. Zij voeren aan dat zij zichzelf goed verzorgde en een goede indruk maakte en dat zij niets aan haar hebben gemerkt. Nu [eiseres] zich op de rechtsgevolgen van haar stelling beroept, zal zij toegelaten worden tot het bewijs dat [persoon 1] leed aan een psychische stoornis die kenbaar was voor derden.

Indien [eiseres] slaagt in het bewijs staat vast dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig hebben gehandeld.

De auto

4.6.

Indien komt vast te staan dat [persoon 1] ten tijde van de verkoop van de woning in oktober 2007 leed aan een psychische stoornis die voor derden kenbaar was, heeft dat tot gevolg dat [gedaagde 1] eveneens onrechtmatig heeft gehandeld door een auto te aanvaarden in juni 2009, nu de rechtbank er dan vanuit gaat [persoon 1] op dat moment leed aan dezelfde stoornis.

[gedaagde 1] stelt dat er sprake is van een schenking. Nu [eiseres] stelt dat de schenking door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen en de schenking niet heeft plaatsgevonden bij notariële akte rust het bewijs dat de schenking niet tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden op grond van artikel 7:176 BW bij [gedaagde 1]. Indien [eiseres] echter slaagt in het bewijs zoals omschreven onder 4.5 wordt [gedaagde 1] niet meer toegelaten tot het leveren van dat bewijs.

4.7

Indien [eiseres] niet slaagt in het bewijs dat [persoon 1] in oktober 2007 leed aan een voor derden kenbare psychische stoornis, wordt [gedaagde 1] wel toegelaten tot het bewijs dat de schenking niet tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden. Het is immers denkbaar dat ten tijde van de verkoop van de woning in 2007 [persoon 1] niet leed aan een voor derden kenbare psychische stoornis, en in 2009, ten tijde van de schenking van de auto, wel. In dat geval dient [gedaagde 1] te bewijzen dat [persoon 1] in juni 2009 niet leed aan een voor derden kenbare psychische stoornis.

De schade

4.7.

Indien [eiseres] slaagt in het bewijs, zal de omvang van de schadevergoeding worden bepaalt. Partijen kunnen zich daar nog over uitlaten na de enquête.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

draagt [eiseres] op te bewijzen [persoon 1] ten tijde van de verkoop van de woning in oktober 2007 leed aan een psychische stoornis die kenbaar was voor derden,

5.2.

draagt [gedaagde 1] op, indien [eiseres] niet slaagt in de bewijsopdracht onder 5.1., te bewijzen dat [persoon 1] ten tijde van de aanschaf van de auto in juni 2009 niet leed aan een psychische stoornis die kenbaar was voor derden,

5.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 juli 2014 voor uitlating door [eiseres] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3.

bepaalt dat [eiseres], indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4.

bepaalt dat [eiseres], indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden september tot en met januari 2015 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5.

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. A. Boer in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan Wilhelminaplein 100/125

5.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Boer en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2014.

1629/2009

n