Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:5349

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-07-2014
Datum publicatie
09-07-2014
Zaaknummer
10/741147-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak, onvoldoende aanwijzingen voor daderschap, dan wel medeplegen van de verdachte bij de toetakeling van het slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/741147-13

Datum uitspraak: 8 juli 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres: [adres],

raadsman mr. A.C. Bosch, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 juni 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. C. de Krimpe heeft gerekwireerd tot

- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest;

- opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis bij uitspraak van het vonnis.

VRIJSPRAAK

Inleiding

De verdachte bevond zich op 4 mei 2013 met beide medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in eetcafé Panorama te Rotterdam. Aldaar bevond zich ook[slachtoffer]. Op enig moment is in de hal bij de toiletruimte onder het café [slachtoffer] zwaar toegetakeld waarbij hij ernstige verwondingen opliep en zeer hevig bloedde.

Standpunt verdachte

De verdachte heeft steeds elke betrokkenheid bij het toetakelen van [slachtoffer] ontkend. Op de terechtzitting heeft hij verklaard dat hij buiten voor het café stond te roken toen hij uit de ontstane commotie beneden begreep dat er ruzie was uitgebroken en dat zijn vrienden, medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], daarbij betrokken waren. Hij heeft toen zijn riem uit zijn broek getrokken en heeft deze om zijn hand gewikkeld en is de trap afgegaan naar de toiletruimte teneinde de ruzie te sussen, maar is niet verder gekomen dan halverwege de trap. De verdachte verklaart voorts dat hij niet met de riem heeft geslagen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen bewezen kan worden verklaard dat de verdachte als medepleger bij het gewelddadige incident betrokken is geweest. Daarbij heeft de officier van justitie verwezen naar een aantal bewijsmiddelen die hieronder zullen worden besproken.

Beoordeling

Voor bewezenverklaring van betrokkenheid van de verdachte bij de vechtpartij in welke vorm dan ook vormen de verklaringen van de eigenaar van het café[getuige 1] en de portier [getuige 2] een belangrijke basis. Zij zijn immers de enige die, naast [slachtoffer] en de verdachte(n) verklaren over de vechtpartij.

[getuige 1] heeft - kort en zakelijk weergegeven - verklaard dat hij een klap en geschreeuw hoorde en ging kijken. Hij zag het slachtoffer uit het toilet komen en zag dat het slachtoffer helemaal onder het bloed zat. Hij zag dat er drie jongens achter het slachtoffer aanliepen. Hij zag dat een van de jongens een riem in zijn hand had. Hij zag dat die jongen met deze riem meermalen het slachtoffer sloeg en met zijn handen op het hoofd van het slachtoffer sloeg. Hij hoorde dat hij steeds riep: ‘ik maak je af, je krijgt je straf’. Hij zag dat twee andere jongens (dader 2 en 3) erbij stonden maar niets deden.

[getuige 2] heeft verklaard dat hij buiten stond toen hij van beneden in het café gegil hoorde. Hij is direct naar beneden gerend en zag het slachtoffer op de grond liggen met vlakbij hem drie jongens. Eén van deze jongens, die hij omschrijft als de verdachte, had een zwarte riem zonder gesp in zijn hand en maakte daarmee een beweging alsof hij het slachtoffer daarmee wilde slaan. Hij zag dat het gezicht van het slachtoffer helemaal onder het bloed zat.

Uit hetgeen [getuige 1] heeft verklaard volgt dat hij slechts één persoon geweld heeft zien gebruiken. Hij koppelt het door deze persoon gebruikte geweld aan een man met een riem. Gelet op de verklaring van de verdachte zelf over de riem in zijn hand en de verklaring van [getuige 2] over de verdachte met de riem lijkt [getuige 1] op het eerste gezicht de verdachte te bedoelen als de persoon die het geweld jegens [slachtoffer] heeft gebruikt. Wanneer echter de signalementen die door [getuige 1] zijn gegeven daarbij worden betrokken lijkt het er veel meer op dat [getuige 1] het oog heeft op de medeverdachte [medeverdachte 1] als de gewelddadige persoon. Hij omschrijft de gewelddadige persoon als lichter getint dan de andere verdachten. De rechtbank heeft uit eigen waarneming op de terechtzitting vastgesteld dat [medeverdachte 1] duidelijk lichter getint is dan de verdachte en Yohannes.

Uit de verklaring van [getuige 2] kan weliswaar worden afgeleid dat de verdachte de jongen met de riem is, maar niet dat de verdachte heeft geslagen. Op de riem van de verdachte is geen bloed aangetroffen. Deze twee vaststellingen sluiten meer aan bij [medeverdachte 1] als de gewelddadige persoon in de verklaring van [getuige 1] dan dat de verdachte dat zou zijn geweest.

Nu bovendien op de kleding van de verdachte slechts in beperkte mate bloed is aangetroffen en [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de enige is geweest die het slachtoffer heeft geslagen, moet het ervoor worden gehouden dat [getuige 1] in ieder geval niet de verdachte heeft bedoeld als degene die het geweld heeft gebruikt jegens [slachtoffer].

Nu er overigens onvoldoende aanwijzingen zijn voor daderschap, dan wel medeplegen, van de verdachte aan de toetakeling van [slachtoffer] zal de verdachte van feit 1 in elke variant worden vrijgesproken.

Aan beoordeling van het voorwaardelijke verzoek van de raadsman om de aangever nader te horen komt de rechtbank niet toe, nu de voorwaarde niet is vervuld.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ / SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer], wonende te Capelle aan den IJssel, ter zake van het tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële en immateriële schade.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van den Bos, voorzitter,

en mrs. J.H. Janssen en L.J.J. Rogier, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.S. Lepelaar, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 juli 2014.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van 8 juli 2014:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 04 mei 2013 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meerdere malen, althans eenmaal

- met een glas, althans een scherp voorwerp op/tegen het hoofd van de [slachtoffer] heeft geslagen en/of

- met (de ijzeren gesp van) een riem tegen het hoofd, althans het lichaam heeft geslagen en/of

- met (gebalde) handen in het gezicht en/of tegen het hoofd, althans tegen het lichaam heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 04 mei 2013 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon, (te weten [slachtoffer]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, heeft toegebracht, namelijk een uitgebreide, diepe snee over de neus tot aan de binnenste ooghoek en/of op het voorhoofd een diepe snee tot op het bot en/of (daarbij) een slagaderlijke bloeding, door deze [slachtoffer] opzettelijk meerdere malen, althans eenmaal

- met een glas, althans een scherp voorwerp in het gezicht en/of op/tegen het hoofd te slaan en/of

- met (de ijzeren gesp van) een riem tegen het hoofd, althans het lichaam te slaan en/of

- met (gebalde) handen in het gezicht en/of tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan.

Meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 04 mei 2013 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet

- met een glas, althans een scherp voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of

- met (de ijzeren gesp van) een riem tegen het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of

- met een riem slaande bewegingen heeft gemaakt naar het lichaam van die [slachtoffer];

- met (gebalde) handen in het gezicht en/of tegen het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Meest subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 04 mei 2013 te Rotterdam, op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten eetcafé Panorama, openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit

  • -

    het slaan met een glas, althans een scherp voorwerp op/tegen het hoofd van de [slachtoffer] en/of

  • -

    het slaan met (de ijzeren gesp van) een riem tegen het hoofd, althans het lichaam en/of

  • -

    met een riem slaande bewegingen maken naar het lichaam van die [slachtoffer] en/of het vastgrijpen van het lichaam en/of het springen op en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer], terwijl het door hem, verdachte, gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.