Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:3670

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-05-2014
Datum publicatie
15-05-2014
Zaaknummer
ROT 12/3111,12/3112, 12/4513, 12/4200, 12/4448, 13/6848, 13/6965,
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om beperking kennisneming stuk op grond van artikel 8:29 Awb. Biedgegevens multibandveiling. Voldoende waarborgen voor een eerlijke procesgang bij volledige beperking van de kennisneming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummers: ROT 12/3111, 12/3112, 12/4513, 12/4200, 12/4448, 13/6848, 13/6965,

13/6976, 13/6927, 13/6974, 13/6937, 13/7012, 13/6845, 13/6967, 13/6980, 13/6924, 13/6979, 13/6936, 13/7008, 13/6846, 13/6966, 13/6978, 13/6926, 13/6977, 13/6935, 13/7007, 13/6847, 13/6968, 13/6983, 13/6928, 13/6982, 13/6938, 13/7009, 13/6850, 13/6969, 13/6985, 13/6929, 13/6984, 13/6939, 13/7011, 13/6844, 13/6970, 13/6987, 13/6932, 13/6986, 13/6942, 13/7016, 13/6849, 13/6972, 13/6996, 13/6930, 13/6995, 13/6941, 13/7015, 13/6852, 13/6971, 13/6992, 13/6931, 13/6991, 13/6940, 13/7014, 13/6851, 13/6937, 14/94, 13/6933, 13/6993, 13/6943, 13/7017, 13/6944, 13/6934

beslissing van de rechter-commissaris als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 13 mei 2014 in de zaken tussen

[A], te ’s-Gravenhage,

gemachtigde mr. Q.J. Tjeenk Willink,

[B], te ‘s-Gravenhage,

gemachtigde mr.drs. F. Simons,

[C], te Maastricht,

gemachtigde mr. P.M. Waszink, eiseressen,

en

de minister van Economische Zaken, Agentschap Telecom, verweerder.

Aan de procedure nemen mede als partijen deel:

[D]), te Diemen, gemachtigde mr. P. Burger,

[E], te Utrecht, gemachtigde mr. J. Knibbeler.

Aanleiding

De rechter-commissaris verwijst allereerst naar zijn eerdere beslissing in deze zaken van 24 april 2014. Deze eerdere beslissing ziet niet op het door verweerder overgelegde stuk 341, welk stuk thans ter beoordeling ligt.

Beoordeling

1.

Het is een fundamenteel beginsel van behoorlijke rechtspleging dat de rechter zich bij zijn oordeel alleen mag baseren op die gegevens van feitelijke aard waarvan alle partijen de juistheid en volledigheid hebben kunnen nagaan en ter discussie hebben kunnen stellen. Indien de rechter-commissaris ten aanzien van bepaalde (onderdelen van de) stukken de door verweerder bepleite beperking van de kennisneming op grond van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb gerechtvaardigd acht, kan de rechtbank op grond van het vijfde lid van dit artikel daarom slechts met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die (onderdelen van de) stukken uitspraak doen.

2.

Stuk 341 betreft de biedgegevens van de partijen die aan de multibandveiling hebben deelgenomen.

3.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat deze biedgegevens bedrijfsgegevens zijn die door de bieders vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld, als gevolg waarvan openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) niet kan plaatsvinden.

3.1.

De rechter-commissaris acht dit standpunt juist. Voldoende aannemelijk is dat deze biedgegevens inzicht geven in financiële slagkracht, bedrijfsstrategie en (ook in de toekomst toe te passen) biedstrategie van de betreffende bieders, zodat openbaarmaking van die gegevens de concurrentiepositie van de betreffende partijen beïnvloedt. Dit blijkt ook uit de verschillende argumenten die de partijen, die zich verzet hebben tegen openbaarmaking, ter zitting naar voren hebben gebracht in het geding 13/7271, in welk kader verweerder het verzoek van[C] tot openbaarmaking van stuk 341 op grond van de Wob heeft afgewezen. Op die zitting heeft, zoals tevoren aangekondigd, ook een gedachtewisseling plaatsgevonden over het hier aan de orde zijnde verzoek van verweerder.

3.2

[E] heeft bij die gelegenheid er op gewezen dat zij geen spectrum heeft verworven en dat zij er belang bij heeft dat de overige partijen geen wetenswaardigheden kunnen afleiden over haar business case en haar biedstrategie.

3.3

[D] heeft naar voren gebracht dat haar concurrenten bij openbaarmaking informatie verkrijgen over de wijze waarop [D] haar mobiele netwerk kan en wil vormgeven.

3.4

[A] heeft onder meer gewezen op haar succesvolle biedstrategie, waarmee zij voor minder geld meer spectrum heeft verworven dan haar concurrent [C] en dat zij deze strategie, die een bedrijfsgeheim is, ook in de toekomst wil inzetten.

3.5

[B] heeft toegelicht dat uit de biedgegevens haar bedrijfsstrategie, waarderingen en financiële slagkracht kan worden afgeleid.

3.6

Ten slotte volgt uit artikel 16, in samenhang met artikel 1, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz dat de biedingen vertrouwelijk zijn gedaan. Uit de voorafgaand aan de veiling gehouden vraag-en-antwoordprocedure (Q&A’s) blijkt voorts dat verweerder meermalen uitdrukkelijk heeft aangegeven dat de biedingen na afloop van de veiling niet openbaar zullen worden gemaakt.

3.7

Uit het voorgaande volgt dat artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob aan openbaarmaking van de biedgegevens in de weg staat.

4.

Vervolgens dient de rechter-commissaris te beoordelen of de door verweerder aangevoerde redenen ook anderszins zodanig gewichtig zijn, dat beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.

4.1

[C] heeft in de hier aan de orde zijnde zaken als beroepsgrond naar voren gebracht dat - kort gezegd - nieuwkomers mogelijk aan prijsopdrijving hebben gedaan (het “gedrag”) en dat zij dat aan de hand van de biedgegevens wil kunnen controleren.

4.2

De rechter-commissaris stelt vast dat ter zitting van 1 april 2014 is afgesproken dat partijen een nadere uitleg van verweerder krijgen over de wijze waarop verweerder tot de conclusie is gekomen dat het gedrag zich niet heeft voorgegaan. Voorts is tussen [C], verweerder, [E] en [D] overeengekomen dat [C] de gelegenheid wordt geboden, onder voorwaarde van wederkerige inzage in de biedgegevens van [C] door [E] en [D], tot vertrouwelijke inzage in de biedgegevens van de nieuwkomers [E] en [D], in zin dat die inzage slechts plaatsvindt door de advocaten van de betreffende partijen en deze advocaten gehouden zijn deze informatie niet te delen met hun opdrachtgevers of wie verder dan ook.

4.3

Verder is de mogelijkheid besproken dat, bij twijfel over de juistheid van de conclusies van verweerder, een door [C], [E], [D] en verweerder aan te wijzen deskundige aan verweerder zal rapporteren over de vraag of het mogelijke gedrag zich heeft voorgedaan, waarbij verweerder de mogelijkheid heeft een vertrouwelijke (volledige) versie van het rapport van die deskundige met een verzoek om beperkte kennisneming bij de rechtbank in te dienen.

4.4

Ook bestaat nog de mogelijkheid dat de rechtbank, indien zij bijvoorbeeld tot het oordeel zou komen dat verweerder niet op een voor partijen voldoende kenbare wijze heeft gemotiveerd waarom het gedrag zich niet voorgedaan, bij tussenuitspraak verweerder opdraagt dat gebrek te herstellen door middel van een deskundigenbericht, waarbij wederom door verweerder een verzoek om beperkte kennisneming kan worden gedaan.

4.5

Naar oordeel van de rechter-commissaris bieden deze mogelijkheden voldoende waarborgen voor een eerlijke procesgang.

4.6

Gelet hierop en gelet op het feit dat de overige beroepsgronden van [C] en de overige partijen niet van dien aard zijn dat een eerlijk proces slechts kan plaatsvinden door volledige kennisneming van de biedgegevens door alle partijen, is de rechter-commissaris, mede met inachtneming van het zwaarwegende belang van het niet-openbaar maken van concurrentiegevoelige informatie aan directe concurrenten, van oordeel dat er voldoende gewichtige redenen zijn om de (volledige) beperking van de kennisneming gerechtvaardigd te achten ten aanzien van stuk 341.

Beslissing

De rechter-commissaris:

beslist dat beperking van de kennisneming van stuk 341 gerechtvaardigd is.

Deze beslissing is gedaan door mr. J.H. de Wildt, rechter-commissaris.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing kan slechts tegelijkertijd met het eventuele hoger beroep tegen de einduitspraak van de rechtbank hoger beroep worden ingesteld.