Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:3504

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-05-2014
Datum publicatie
12-05-2014
Zaaknummer
10/960244-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank legt vijf jaar gevangenisstraf op aan verdachte wegens grootschalige en grensoverschrijdende handel in XTC-pillen en witwassen. Verdachte en zijn medeverdachte hebben als anonieme aanbieder op de internetmarktplaats Silkroad XTC pillen verkocht. Zij namen zelf de productie van de pillen ter hand in een tabletteerruimte bij de woning van de medeverdachte, en verstuurden deze op bestelling naar de onder andere buitenlandse afnemers. Partieel ontslag van rechtsvervolging voor zover het betreft witwassen van een bedrag in bitcoins, aangetroffen in een bitcoinwallet op een usb-stick in de woning van verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/960244-13

Datum uitspraak: 8 mei 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:

[adres],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI Dordrecht, te Dordrecht,

raadsman mr. O.E. de Jong, advocaat te Utrecht.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 21 januari 2014 en 17 april 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. J. Patist heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van voorarrest;

- verbeurdverklaring van de goederen die op de beslaglijst staan, behalve de goederen waar conservatoir beslag op rust.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2012 tot en met 09 oktober 2013, te Zetten en/of Nieuwegein, in elk geval in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(meermalen) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of (meermalen) opzettelijk verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

(meerdere) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA), zijnde

3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, toen en daar opzettelijk

  • -

    een hoeveelheid (van 11) pillen bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) naar Duitsland gebracht/laten brengen en vervolgens naar Nederland verstuurd/laten sturen (pseudokoop) en/of

  • -

    een hoeveelheid (van 11) pillen bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) binnen Nederland verstuurd/laten sturen (pseudokoop) en/of

  • -

    (meermalen) onbekende hoeveelheden pillen bevattende 3,4- methyleendioxymethamfetamine verkocht via het internet en/of per post verstuurd/laten versturen naar afnemers in Nederland en/of het buitenland en/of

  • -

    (meermalen) pillen bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine geslagen/laten slaan al dan niet met behulp van een tabletteermachine en/of

  • -

    (meermalen) grondstoffen en/of vulstoffen en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine gemengd/laten mengen ten behoeve de productie van XTC-pillen en/of

  • -

    (meermalen) pillen bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine te koop aangeboden en/of verkocht en/of geleverd, al dan niet via de online marktplaats Silk Road;

2.

hij op of omstreeks 09 oktober 2013, te Arnhem en/of Zetten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

  • -

    een hoeveelheid van (ongeveer) 22 kilogram 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of

  • -

    een hoeveelheid van (ongeveer) 410 ml (400 + 10 ml) GHB en/of

  • -

    een hoeveelheid van (ongeveer) 3,2 gram (1,5 + 1,7 gram) 3,4- methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of

  • -

    een hoeveelheid van (ongeveer) 40 gleuftabletten (15 +25 stuks) 3,4- methyleendioxymethamfetamine (MDMA);

zijnde GHB en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine, (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

opzettelijk aanwezig heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 09 oktober 2013, te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van (een) voorwerp(en), te weten:

  • -

    een of meer (grote) contant(e) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 82.900 euro (tweeëntachtigduizend negenhonderd euro) en/of

  • -

    een personenauto (merk: Audi, type: RS5, [kenteken]) en/of

  • -

    een hoeveelheid (van 325,1975) Bitcoins (BTC) en/of

  • -

    een horloge van het merk Breitling;

althans enig(e) voorwerp(en) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats heeft verhuld en/of voornoemde voorwerp(en) heeft verworven en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, zoals vermeld op de aangehechte bijlage II, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

NADERE BEWIJSMOTIVERING

Door de verdediging is betoogd dat ten aanzien van feit 1 hooguit een kortere periode, te weten van 20 februari 2013 tot en met 1 oktober 2013 bewezen kan worden nu de verdachte pas begin 2013 ene [N] heeft ontmoet en die [N] pas in maart 2013 aan de verdachte heeft aangeboden de handel van [naam] over te nemen. De website Silk Road is op 2 oktober 2013 opgerold en vanaf die dag was de handel in XTC dan ook niet meer mogelijk. De bij de verdachte aangetroffen USB-sticks, met daarop onder andere de administratie van [naam], behoren aan [N] toe.

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging betoogd dat de verdachte veel geld, ongeveer

€ 160.000,-- heeft verdiend met de handel in bitcoins. Een deel van dit verdiende geld is bij de verdachte thuis aangetroffen en deels zijn hiervan goederen gekocht, zoals de Audi RS5 en het horloge. De verdediging verzoekt de rechtbank de verdachte vrij te spreken van feit 3, nu de bitcoins, het geld en de voorwerpen niet uit enig misdrijf afkomstig zijn. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd, dat het enkele voorhanden hebben van deze goederen niet tot een veroordeling kan leiden, omdat deze dan uit eigen misdrijf afkomstig zijn.

Deze verweren worden verworpen.

Voor wat betreft feit 1 overweegt de rechtbank als volgt.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij beheerder was van [naam], een van de aanbieders op de internetmarktplaats Silkroad, dat hij XTC-pillen heeft verkocht via deze website en dat hij daartoe onder meer enveloppen vulde met XTC-pillen die hij vervolgens liet versturen.

Tijdens de doorzoeking in de woning van de verdachte is een USB-stick aangetroffen met daarop een bestand met de naam ‘admini.ods’ bevattende administratieve gegevens van [naam] van 15 september 2012 – 22 oktober 2012. Onderzoek heeft voorts uitgewezen dat [naam] op 14 januari 2013 op haar website vermeldde dat [naam] op dat moment sinds vier maanden lid was van ‘Silkroad’ met ‘97% positieve feedback van meer dan 300 transacties’. Op 14 februari 2013 werd op een forumwebsite van ‘Silkroad’ een bericht geplaatst van [naam], waarin staat dat ze deze week verhuizen naar hun nieuwe productieplaats. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de tabletteermachine in februari 2013 in de woning van [mededader] is gezet.

In een PING conversatie van 14 november 2012 tussen de verdachte en [mededader] meldt [mededader] onder meer dat hij nog wat “m” moet brengen en dat ze de telefoons schoon moeten houden en dat het dan goed komt. Bij de politie heeft [mededader] verklaard dat hij met “m” MDMA bedoelt. Dat in dit bewuste gesprek met deze letter een andere stof bedoeld zou worden, zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, acht de rechtbank dan ook onwaarschijnlijk.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij eind januari 2013 [N] leerde kennen en dat die [N] aan hem heeft gevraagd of hij hem wilde helpen met de bitcoins. Later heeft die [N] aan de verdachte gevraagd of hij hem wilde helpen met het drukken van pillen. De verdachte heeft ter terechtzitting ook verklaard dat een maand nadat ze de tabletteermachine hadden gekregen, hij [naam] heeft overgenomen van [N]. Nu de verdachte niet wil verklaren wie die [N] precies is en het verhaal van de verdachte niet verifieerbaar is, is mede gelet op de hierboven beschreven feiten en omstandigheden, niet aannemelijk geworden dat de tenlastegelegde periode aanzienlijk korter zou moeten zijn. De verklaring van de verdachte vindt ook geen ondersteuning in het dossier. Hetzelfde geldt voor de stelling dat de USB-stick, met gegevens van en over [naam], die bij verdachte thuis op de eettafel is aangetroffen, aan deze [N] zou toebehoren.

Nu de administratie van [naam], zoals deze op de USB-stick is aangetroffen, teruggaat tot 15 september 2012, zal de rechtbank een periode aanhouden van 15 september 2012 tot en met 9 oktober 2013, waarbij laatstgenoemde datum de dag is, dat verdachte werd aangehouden, en hij - naar eigen zeggen - [mededader] aan het helpen was met het opruimen van het poeder om de tabletten te maken.

Ter zake feit 3 (witwassen) overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de bij de vonnis opgenomen bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat het niet anders kan, dan dat de in dit feit genoemde voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn. Gelet op de inkomens- en vermogenspositie van verdachte en zijn partner is een legale herkomst onwaarschijnlijk. De rechtbank heeft hierbij in ogenschouw genomen, dat bij de verkoop van XTC via [naam] uitsluitend in bitcoins betaald kon worden, en dat uit het onderzoek in deze zaak gebleken is, dat verdachte veelvuldig bedragen in bitcoins heeft ingewisseld voor bedragen in euro’s. Tevens heeft is gebleken dat verdachte zeer veel contante betalingen heeft gedaan gedurende de ten laste gelegde periode zonder dat daar controleerbare geldopnames aan ten grondslag hebben gelegen. Tenslotte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat van het bij de doorzoeking bij verdachte aangetroffen geldbedrag van € 82.900,-- mede bestond uit in het courante geldverkeer ongebruikelijke coupures, te weten 29 biljetten van 500 euro.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voornoemd geldbedrag van € 82.900,-- deels heeft gegenereerd uit de handel in bitcoins, en dat hij niet kan aangeven voor welk deel. Deze verklaring omtrent de herkomst van het geld is niet verifieerbaar. Immers, uit het dossier valt wel af te leiden dat verdachte regelmatig bitcoins in heeft gewisseld voor euro’s, maar op geen enkele wijze is gebleken hoe de verdachte aan deze bitcoins is gekomen. De verklaring van de verdachte dat hij - samengevat - deze bitcoins van diverse personen op openbare plaatsen in persoon heeft gekocht, is onvoldoende controleerbaar.

De verdachte heeft getracht te laten lijken dat het geld, waarover hij heeft beschikt, afkomstig was uit legale bron, namelijk de handel in bitcoins. Hij heeft er bovendien voor gekozen het geld buiten het bancaire circuit te houden. Aldoende heeft hij de herkomst van het geld verhuld en verborgen.

Het geldbedrag in kwestie is tijdens de doorzoeking gevonden in de als kapsalon ingerichte ruimte in de woning waar verdachte met zijn vriendin samenwoonde. Het geld lag in deze kapsalon opgeborgen in een doos in een koffer met daarop allerlei andere goederen. De vriendin van de verdachte, die als kapster werkzaam was in deze ruimte, heeft verklaard dat zij niets wist van dit geldbedrag. De rechtbank is van oordeel, gelet op de plaats waar het geld is aangetroffen, dat de verdachte niet alleen de herkomst, maar ook de vindplaats van het geld heeft verhuld en verborgen.

Ten aanzien van de auto en het horloge geldt dat gebleken is dat deze tegen contante betaling van grote geldbedragen in euro’s door verdachte zijn aangeschaft, welke gedragingen kennelijk mede gericht zijn geweest op het verhullen van de criminele herkomst van die bedragen.

De rechtbank zal de volgende processen-verbaal, waarin wordt verwezen naar verschillende bijlagen, bezigen voor het bewijs: het proces-verbaal financieel onderzoek [verdachte] en [vriendin], het proces-verbaal bevindingen mbt Audi RS5 [kenteken] en het proces-verbaal onderzoek witwassen/verbeurdverklaring betreffende [verdachte]. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat hetgeen de verbalisanten in hun proces-verbaal hebben opgeschreven een juiste weergave betreft van de onderliggende stukken. De bijlagen zullen niet als afzonderlijk bewijsmiddel worden opgenomen in bijlage II van dit vonnis.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1.

medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

2.

medeplegen van handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

3.

witwassen.

Partieel ontslag van alle rechtsvervolging.

Met betrekking tot de strafbaarheid van het onder 3 bewezen verklaarde overweegt de rechtbank het volgende.

Uit het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2010 (NJ 2010, 655) volgt dat indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd. De Hoge Raad heeft dit herhaald in onder andere haar arrest van 17 december 2013 (NJ 2014, 77).

In deze zaak is er tijdens een doorzoeking in de woning van de verdachte, op de eettafel, een USB-stick gevonden met daarop een back-up bestand van een ‘wallet’ met bitcoins. Deze wallet was gevuld met 325,1975 bitcoins. Hiervoor heeft de rechtbank al geoordeeld, dat zij de verklaring van verdachte, dat de USB-stick, en dus ook de wallet niet van hem was, maar van [N], passeert.

De rechtbank is ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging evenwel niet gebleken dat verdachte handelingen heeft verricht die erop neerkomen dat hij de aard, herkomst of vindplaats van de bitcoins heeft verhuld; niet goed valt in te zien hoe de bitcoins anders bewaard kunnen worden dan in een bitcoinwallet.

Nu niet is gebleken dat sprake is van meer dan het enkele verwerven en voorhanden hebben van de bitcoins, en deze afkomstig zijn uit het door de verdachte begane misdrijf, te weten de in- en uitvoer van en handel in XTC, kan de rechtbank met betrekking tot dit voorwerp, anders dan door de officier van justitie gerekwireerd, niet komen tot de kwalificatie witwassen en zal de rechtbank de verdachte in zoverre ontslaan van alle rechtsvervolging.

Voor het overige zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten, en in zoverre wordt het subsidiair door de verdediging gevoerde verweer verworpen.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander gedurende een ruime periode schuldig gemaakt aan de handel in XTC-pillen onder de naam [naam] en het produceren van XTC-pillen. De verdachte heeft de handel samen met een ander professioneel opgezet en door gebruik te maken van de anonieme website ‘Silkroad’ hebben de verdachte en zijn mededader hun handelen afgeschermd willen houden van politie en justitie. Uit de reviews op de fora is gebleken dat [naam] een wereldwijd netwerk had. Het is algemeen bekend dat het gebruik van harddrugs als XTC-pillen, waarin MDMA de werkzame stof is, een onaanvaardbaar gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Verdachte heeft met zijn gedragingen zijn eigen gewin boven de veiligheid van de afnemers van de drugs gesteld en die afnemers willens en wetens bloot gesteld aan zeer ernstige gezondheidsrisico’s met mogelijk dodelijke afloop. Dit wordt verdachte zwaar aangerekend, temeer nu via [naam] ook de zogenaamde “skull”-pillen, met de vorm van een doodshoofd werden verhandeld, waarvan is vastgesteld dat de concentratie werkzame stoffen zeer hoog en gevaarlijk is. Bovendien ondervindt de samenleving ernstige overlast ten gevolge van de handel in harddrugs. Het gebruik van harddrugs genereert immers op haar beurt strafbare feiten met alle nadelige maatschappelijke gevolgen van dien.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het samen met een ander opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid, namelijk ruim 22 kilogram en 40 stuks XTC-pillen (bevattende MDMA) en 410 ml GHB, grondstof voor XTC-pillen. Het gebruik van genoemde verdovende middelen brengt voor de gebruikers daarvan risico’s mee voor de gezondheid en veroorzaakt mede daardoor schade van velerlei aard in de samenleving. Het bezit van die middelen dient derhalve tegengegaan te worden.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd. Het vormt een aantasting van de legale economie en is, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de integriteit van het financiële handelsverkeer.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen goederen die op de beslaglijst staan verbeurd te verklaren, met uitzondering van de goederen waar volgens diezelfde lijst conservatoir beslag op rust. Ten aanzien van eerstbedoelde voorwerpen stelt de rechtbank vast dat deze aan de verdachte toebehoren in de zin van artikel 33a Wetboek van Strafrecht, terwijl de bewezen feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan. De in beslag genomen goederen zullen mitsdien verbeurd worden verklaard.

Die verbeurdverklaring zal worden opgelegd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Behalve op het reeds genoemde artikel is gelet op de artikelen 9, 33, 33a, 33b, 57 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10 van de Opiumwet.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het onder 3 bewezen verklaarde - voor zover betrekking hebbend op de 325,1975 bitcoins - geen strafbaar feit oplevert en ontslaat de verdachte ten aanzien van het voorhanden hebben van de 325,1975 bitcoins van alle rechtsvervolging;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;



beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1, 2 en 3 de genoemde goederen op de beslaglijst, welke als bijlage III aan dit vonnis is gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L.C. van Walree, voorzitter,

en mrs. P. Putters en M.A.J.M. van Sprundel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. de Raad, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 mei 2014.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I bij vonnis van 8 mei 2014:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september 2012 tot en met 09 oktober 2013, te Zetten en/of Nieuwegein, in elk geval in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(meermalen) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

(meerdere) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)1(en) bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA), zijnde

3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, toen en daar opzettelijk

  • -

    een hoeveelheid (van 11) pillen bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) naar Duitsland gebracht/laten brengen en vervolgens naar Nederland verstuurd/laten sturen (pseudokoop) en/of

  • -

    een hoeveelheid (van 11) pillen bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) binnen Nederland verstuurd/laten sturen (pseudokoop) en/of

  • -

    (meermalen) onbekende hoeveelheden pillen bevattende 3,4- methyleendioxymethamfetamine verkocht via het internet en/of per post verstuurd/laten versturen naar afnemers in Nederland en/of het buitenland en/of

  • -

    (meermalen) pillen bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine geslagen/laten slaan al dan niet met behulp van een tabletteermachine en/of

  • -

    (meermalen) grondstoffen en/of vulstoffen en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine gemengd/laten mengen ten behoeve de productie van XTC-pillen en/of

  • -

    (meermalen) pillen bevattende3,4-methyleendioxymethamfetamine te koop aangeboden en/of verkocht en/of geleverd, al dan niet via de online marktplaats Silk Road. art

2A/B/C jo 10 Opiumwet

art 47 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 09 oktober 2013, te Arnhem en/of Zetten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

  • -

    een hoeveelheid van (ongeveer) 22 kilogram 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of

  • -

    een hoeveelheid van (ongeveer) 410 ml (400 + 10 ml) GHB en/of

  • -

    een hoeveelheid van (ongeveer) 3,2 gram (1,5 + 1,7 gram) 3,4- methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of

  • -

    een hoeveelheid van (ongeveer) 40 gleuftabletten (15 +25 stuks) 3,4- methyleendioxymethamfetamine (MDMA);

zijnde GHB en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine, (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

opzettelijk aanwezig heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 09 oktober 2013, te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van (een) voorwerp(en),te weten:

  • -

    een of meer (grote) contant(e) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 82.900 euro (tweeëntachtigduizend negenhonderd euro) en/of

  • -

    een personenauto (merk: Audi, type: RS5, [kenteken]) en/of

  • -

    een hoeveelheid (van 325,1975) Bitcoins (BTC) en/of

  • -

    een horloge van het merk Breitling;

althans enig(e) voorwerp(en) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats heeft verhuld en/of voornoemde voorwerp(en) heeft verworven en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit

enig misdrijf;

art. 420bis lid I onder a en b WvSr