Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:3333

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-04-2014
Datum publicatie
30-06-2014
Zaaknummer
KTN-2461797
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurovereenkomst rechtsgeldig per e-mail opgezegd in huidige tijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2014/103
WR 2015/6

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 2461797 CV EXPL 13-51937

uitspraak: 25 april 2014

vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres].,

gevestigd te Hellevoetsluis,

eiseres,

gemachtigde: De Jong-Snelderwaard B.V. gerechtsdeurwaarders,

tegen

1) [gedaagde 1.],

2) [gedaagde 2],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden,

gemachtigde: mw. J.C. Kleibergen.

1 Het verloop van het proces

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:

- het exploot van dagvaarding van 10 oktober 2013, met producties;

- de aantekeningen van het mondeling antwoord van gedaagde sub 2:

- de aanvullende conclusie van antwoord, met bijbehorende producties;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2

In verband met persoonlijke omstandigheden van de kantonrechter die de zaak in eerste instantie behandelde, heeft een andere kantonrechter de behandeling van de zaak overgenomen.

1.3

De datum van deze uitspraak is door de kantonrechter nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1

[eiseres]en [gedaagden]hebben een huurovereenkomst afgesloten met betrekking tot de woning aan de Westkade 9 te Hellevoetsluis ( hierna: het gehuurde). De huur dient voor de eerste van de maand voldaan te worden en bedraagt thans € 1.296,63 per maand.

2.2

De huurovereenkomst is beëindigd.

2.3

Op 11 december 2012 hebben gedaagden een e-mail aan [eiseres]verzonden met de navolgende – voor zover relevante – inhoud:

“Naar aanleiding van de ontstane situatie in ons privé willen wij de huur betreft Uw woning aan de [adres]te [woonplaats]per 1 februari 2013 het huur contract ontbinden. […]”

3 Het geschil

3.1

[eiseres]heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, - verkort weergegeven - gedaagden hoofdelijk te veroordelen aan [eiseres]te betalen € 14.246,30 aan huur-achterstand tot en met juni 2013, € 1.110,13 aan buitengerechtelijke kosten, € 593,94 aan verschenen rente, verminderd met een betaling ad € 150,00, in totaal € 15.800,37, vermeerderd met de wettelijke rente over € 14.096,30 vanaf 8 oktober 2013 en met veroordeling van gedaagden in de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.2

Aan haar vordering legt [eiseres]- zakelijk weergegeven - ten grondslag dat gedaagden ondanks diverse aanmaningen in gebreke zijn gebleven met tijdige voldoening van de huur. Vanwege het betalingsverzuim zijn gedaagden wettelijke rente verschuldigd.

Door het betalingsverzuim van gedaagden zag [eiseres]zich genoodzaakt haar vordering uit handen te geven aan haar gemachtigde. Zij vordert een tegemoetkoming in de door haar verschuldigde buitengerechtelijke incassokosten op grond van de op de huurovereenkomst toepasselijke voorwaarden dan wel ingevolge de wet.

3.3

Gedaagden hebben de huurachterstand tot en met januari 2013 niet betwist. Zij hebben gesteld de huurovereenkomst per e-mail van 11 december 2012 te hebben beëindigd per

1 februari 2013. Daarnaast dient de borg nog met de huurachterstand te worden verrekend. Voorts stellen gedaagden geen aanmaningen te hebben ontvangen.

4 De beoordeling van de vordering

4.1

Partijen twisten over de vraag of gedaagden de destijds tussen partijen bestaande huurovereenkomst bij de onder 2.3 geciteerde e-mail rechtsgeldig hebben opgezegd.

Door [eiseres]is aangevoerd dat een e-mail niet als opzegging kan gelden nu de huurovereenkomst bepaalt dat een opzegging per aangetekende brief of deurwaarders-exploot dient te geschieden. Artikel 7:271 lid 3 BW en artikel 19 van de toepasselijke algemene huurvoorwaarden schrijven voor dat opzegging bij exploot of aangetekende brief dient te geschieden. In de praktijk wordt echter met grote regelmaat dit vormvoorschrift niet (meer) in acht genomen. Daarnaast geeft de wet niet expliciet aan dat niet inachtneming van dit voorschrift nietigheid met zich meebrengt. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de overeenkomst middels de e-mail van 11 december 2012 rechtsgeldig is opgezegd. Het beroep van [eiseres]op de bepaling in haar algemene voorwaarden dat opzegging ‘uitsluitend schriftelijk (dus niet per e-mail)’ kan geschieden is in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Opzegging per e-mail voldoet in het huidige communicatieverkeer, zeker nu [eiseres]in het huurcontract onder haar contactgegevens het e-mailadres heeft vermeld waarnaar de bewuste e-mail is verzonden. Daarnaast is door [eiseres]onweersproken gelaten dat zij de e-mail heeft ontvangen en bekend was met de wil van gedaagden de huurovereenkomst tussen partijen te beëindigen nu gedaagden voorafgaand aan de e-mail haar mondeling te kennen hebben gegeven de huurovereenkomst op te zeggen en nadien, eind januari 2013, bij haar de sleutels hebben ingeleverd alsmede opgave hebben gedaan van de eindmeterstanden van gas/elektra en water.

4.2

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de kantonrechter van oordeel dat gedaagden de huurovereenkomst rechtsgeldig hebben opgezegd tegen 1 februari 2013. Dit brengt met zich dat gedaagden de door [eiseres]gevorderde huurpenningen voor de maanden februari tot en met juni 2013 niet verschuldigd zijn. Het deel van de vordering dat betrekking heeft op de periode na 1 februari 2013 zal dan ook worden afgewezen.

4.3

Als productie bij de dagvaarding legt [eiseres]een overzicht over waarin zij melding maakt van verschuldigde huurpenningen in de periode augustus 2011 tot en met november 2011 ad € 3.873,26. Per maand komt daar een bedrag van € 1.296,63 bij. Dit levert tot en met januari 2013 een huurachterstand op van € 6.466,52. De verschuldigdheid van dit deel van de vordering wordt door gedaagden niet betwist, echter zij doen een beroep op verrekening met de door hen betaalde borg ad € 1.265,00. Om tot een geslaagd beroep op verrekening te komen, moet er sprake zijn van een tegenvordering die op eenvoudige wijze vast te stellen is. [eiseres]heeft de vordering van gedaagden onbetwist gelaten en daarnaast blijkt dat [eiseres]in haar brief van 5 oktober 2011 (productie bij de dagvaarding) melding maakt van een ontvangst van de borgsom zodat de gegrondheid van het verrekenings-verweer eenvoudig vastgesteld kan worden. Gesteld noch gebleken is dat de borgsom is of moet worden aangewend voor een ander doel dan voldoening van de huurachterstand. Op grond van artikel 6:136 Burgerlijk Wetboek wordt dit beroep op verrekening dan ook gehonoreerd. Daarnaast is er nog een bedrag van € 150,00 door [eiseres]ontvangen. Dit houdt in concreto in dat er aan hoofdsom een bedrag van € 5.051,52 zal worden toegewezen.

4.4

Op grond van de huurovereenkomst tussen partijen dient de huur voor de eerste van de nieuwe maand voldaan te zijn. De wet bepaalt dat als de huurder niet voor dit overeengekomen tijdstip betaald heeft, hij direct in verzuim is, dus ook zonder voorafgaande ingebrekestelling. Het maakt daarbij dus niet uit of gedaagden een aanmaning of herinnering ontvangen hebben. De wet bepaalt ook dat een huurder die in verzuim is met zijn huurbetaling hierover de wettelijke rente verschuldigd is.

4.5

De gevorderde verschenen wettelijke rente zal worden afgewezen, omdat [eiseres]deze rente heeft berekend over een te hoog bedrag nu er nog een betaling van € 150,00 is ontvangen. De wettelijke rente zal op de hieronder vermelde wijze worden toegewezen.

4.6

[eiseres]vordert een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Die vordering moet beoordeeld worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten voor zover het betreft het deel van de hoofdsom, waarvan het verzuim van gedaagden is ingetreden na 30 juni 2012. Voor zover de vordering betrekking heeft op het deel van de hoofdsom waarvan het verzuim van gedaagden is ingetreden vóór 1 juli 2012 dient de verschuldigdheid te worden getoetst aan de hand van het rapport Voor-werk II. Uit praktische overwegingen wordt er voor gekozen om op de gehele vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten de vóór 1 juli 2012 geldende regeling toe te passen. Gelet op die regeling zal de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten - onder welke benaming ook in de vordering opgenomen - worden toegewezen tot een bedrag van € 847,00, welk bedrag redelijk wordt geacht.

4.7

Gedaagden worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres]bepaald op € 95,84 dagvaardingskosten,

€ 896,00 aan vast recht en € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde.

4.8

De door [eiseres](voorwaardelijk) gevorderde afwikkelingskosten (nakosten) worden afgewezen, nu voldoende gegevens ontbreken om die kosten reeds thans te kunnen begroten. Mocht tussen partijen een geschil ontstaan omtrent de omvang van die kosten, staat het [eiseres]vrij de kantonrechter te verzoeken deze te begroten op de voet van artikel 237 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagden hoofdelijk – des de een betalende de ander zal zijn bevrijd – om aan [eiseres]te betalen € 5.898,52 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand januari 2013 en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over het saldo vanaf 1 augustus 2011 dat aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens, na elke credit- en debetmutatie, heeft uitgestaan, tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagden in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres]vastgesteld op € 991,84 aan verschotten en € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde;

wijst af het anders of meer gevorderde;

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Boven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

832